AGOGISCH ONDERZOEKSPRACTICUM
LES 0: INTRODUCTIE
RICHTLIJNEN VAN HET VAK
• Verder bouwen op de kennis van het opleidingsonderdeel ‘OMT’ (1e Bachelor AGOG)
• Doel
o Zelfstandig wetenschappelijk onderzoek (= thesis) kunnen ontwerpen
o Een onderzoeksvoorstel kunnen schrijven
o Elke fase van de empirische cyclus kennen (theorie) én kunnen toepassen (praktische uitwerking)
• Inhoud
o Kwantitatief én kwalitatief onderzoek
o Het theoretische en praktische gedeelte van Agogisch Onderzoekspracticum, worden zoveel als
mogelijk betrokken op het maken van de masterproef
• Quotering
o Onderzoeksvoorstel/paper: 50%
Þ Zoek een promotor (+ eventueel begeleider)
Þ Baken je thesisonderwerp af
Þ In essentie: Wat ga je onderzoeken + hoe ga je dat aanpakken?
§ Het voorstel bevat alle facetten van een thesis + hoe je die zaken gaat aanpakken
§ Denk na over een concrete uitwerking/fasering van het onderzoek
o Examen: 50%
Þ 50% punten op mondelinge verdediging onderzoeksvoorstel
Þ Daarbij worden vragen gesteld over de cursus die gelinkt worden aan het geschreven
onderzoeksvoorstel
Þ Vb: Een onderzoeksvoorstel beschrijft dat men focusgroepen wil doen. Mogelijke vragen:
Waarom kies je voor focusgroepen en niet voor individuele interviews? Wat zijn de voordelen
van focusgroepen?
LES 1: STRUCTUUR – PROBLEEMSTELLING – LITERATUURSTUDIE
PROBLEEMSTELLING
Algemeen:
• Wat?
o In de probleemstelling geef je aan wat je wilt weten.
o Wat is het probleem en hoe gaat jouw onderzoek dat probleem oplossen?
o Min. 1 pagina – max 2 pagina’s
• Hoe?
o Na een 1ste inlezing en verkenning literatuur
• In je onderzoeksvoorstel
o Probleemstelling kan al perfect uitgewerkt worden
,Opbouw – structuur:
Wat moet er in een probleemstelling aan bod komen?
1. Beschrijving probleem
• Bredere context van het probleem
- Waarom is dit een probleem?
- Wat is de achtergrond van dit probleem?
• Wat is het specifieke probleem
• Betrokken partijen
- Voor wie is het een probleem?
- Doelgroep
• Aandacht voor de relevantie probleem
- Toespitsen, niet te algemeen
- Geen abstracte zinnen
- Research gaps opvullen
- Wetenschappelijke relevantie: doel is om bij te dragen tot wetenschappelijke kennis
- Agogische relevantie: doel is om de praktijk/beleid te verbeteren
2. Bestaand onderzoek
• Hoe wordt dat nu vaak aangepakt/onderzocht (op wetenschappelijk vlak)? Þ meest recentste
referenties raadplegen
• Welke verschillende theoretische perspectieven zijn er?
3. Tekortkomingen bestaand onderzoek
• Deze huidige theorieën, onderzoeken en aanpak vertonen verschillende tekortkomingen, welke?
4. Jouw ‘oplossing’ (= onderzoeksdoelstelling)
• Beschrijf hoe je onderzoek tegemoet komt aan vermelde tekortkomingen
LITERATUURSTUDIE
1. Structuur
• Studenten worstelen er soms mee om structuur in hun literatuurstudie aan te brengen.
• Algemeen
- Werk de kernideeën uit je probleemstelling meer uit
- Na het lezen van je literatuurstudie is het duidelijk wat geweten is en wat nog niet geweten is.
- Wees niet bang om ook tabellen/figuren in je literatuurstudie te gebruiken (zelf te maken of
over te nemen).
• 3 suggesties:
- Basics die vaak terugkomen
- Een leidende theorie
- Realist Evaluation: Context, Mechanisms, Outcomes
1.1 Basics die vaak terugkomen
Welke onderdelen komen vaak aan bod in een literatuurstudie?
• Conceptualisering: Definitie van je kernbegrippen
- Historiek van een kernbegrip/onderzoeksdomein
- Met aandacht voor verschillende invullingen, verschillende dimensies, verschillende
benaderingen van eenzelfde begrip
- Vb. maatschappelijke participatie: vrijwilligerswerk vs. informele hulp
- Vb. eenzaamheid: sociale, emotionele, existentiële
,• Afbakening van een specifieke doelgroep
- Vb. jongeren: chronologisch leeftijd (vb. leeftijdsgrenzen) vs. sociale leeftijd (studenten)
• Effecten en oorzaken van een kernbegrip
- Met aandacht voor theorieën die bepaalde effecten of oorzaken verklaren
• Verschillen tussen bepaalde groepen in het “ervaren van een kernbegrip”
- Vb. socio-demografische en socio-economische verschillen op vlak van cultuurparticipatie
- Met aandacht voor theorieën die bepaalde verschillen verklaren. Vb. Primaire, secundaire en
tertiaire socialisatie
• Bestaande interventies, projecten, acties om “het probleem” op te lossen of een kernbegrip
te versterken
- Vb. Wat zijn verschillende interventiemodellen tegen armoede?
- Vb. Welke type acties zijn er om cultuurparticipatie te verhogen?
1.2 Leidende theorie
Welke theorie kies jij om de structuur van je thesis te bepalen?
• Welke lens ga jij gebruiken als onderzoeker?
• DE juiste theorie bestaat niet
- Er zijn net veel theorieën om naar een bepaalde thematiek te kijken. Afhankelijk van die
theoretische bril zal je net andere dingen zien.
- Overweeg verschillende theorieën
- Welke theorieën komen aan bod in je boeken – artikels?
- Zijn er overzichtsartikels met theorieën?
• Voorbeelden van theorieën ppt 1 D18-21
• De theorie is een gids en kan dienen als kapstok van de literatuurstudie
- De theorie zorgt ervoor dat de onderdelen van het literatuuronderzoek op een logische
manier met elkaar verbonden zijn.
• De theorie is een gids en kan dienen als kapstok van de rest van je thesis
- Voor je onderzoeksvragen, opmaak van je interviewschema, opmaak van je labelschema,
opbouw van je resultatensectie etc.
1.3 Voorbeeld CMO
Bij evaluatie aandacht hebben voor
• Context
- Niet bij elke persoon zal hetzelfde mechanisme dezelfde outcome realiseren: bij welke
personen werkt het wel? Bij wie niet?
- In welke situaties werkt iets wel? In welke situaties niet?
- Wat zijn essentiële randvoorwaarden dat iets wel lukt?
• Mechanisms
- Welke componenten leiden tot een bepaald resultaat? Wat veroorzaakt het effect? Welk deel
van de actie/interventie creëert nu die meerwaarde?
• Outcomes
- Resultaten – effecten – meerwaarde
- Wat levert het project op?
, 2. Schrijfstijl
• Geen subjectief verhaal
o Geen persoonlijke reden opnemen waarom je dit onderwerp gekozen hebt
o Blijf tot de agogische en wetenschappelijke relevantie
- Vb: Ik had een hele nauwe band met mijn oma, maar onlangs is zij gestorven. Daarom wil
ik graag een onderzoek doen naar oudere vrouwen, …
- Vb: Als kind ben ik zelf slachtoffer geweest van een depressie. Van daaruit is mijn
interesse gegroeid om onderzoek te doen naar depressie bij kinderen…
• Geen normatief verhaal
o Vaak een taalissue
Proberen het praktische probleem te vertalen in een wetenschappelijk probleem
o Distantie – betrokkenheid
- Vb. Zoals je zal merken is de bestaande literatuur heel schaars, maar zijn ze het
beduidend eens. RREA is een onderschat probleem en verdient al onze aandacht uit
respect voor de residenten, familieleden en verzorgers. Het taboe moet kunnen
doorbroken worden.
- Vb. Hoe kan het dat we niet meer tijd stoppen in de integratie van deze jongeren?
- Vb: Het is een schande dat zoveel asielzoekers deze winter op straat moesten slapen.
Daarom wil ik een onderzoek doen naar…
- Vb: Het zou goed zijn moesten meer mensen leiding worden van een jeugdvereniging.
Daarom wil deze thesis onderzoeken welke drempels jongeren ervaren om leiding te
worden.
Þ Niet tonen dat je vertrekt vanuit een maatschappelijke verontwaardiging. Je moet die
verontwaardiging objectiveren en hard maken.
Þ Opbouwen vanuit empirie
• Wees objectief
- Vb. Het is geen geheim dat er enorme wachtlijsten bestaan.
Þ Onderbouw je discours met cijfers, onderzoek, referenties
- Vb. Vandaag de dag is het luxe leven, waarin de meerderheid van de bevolking leeft, niet weg
te denken. Iedere dag de mogelijkheid hebben om een douche te nemen, vers brood op tafel,
de verwarming op de hoogste stand zetten als het buiten koud is, overal met de auto naartoe,
tv-kijken, een verjaardagsfeestje,... noem maar op.
Þ Dit is emotioneel – stemmingmakerij – subjectief
- Vb. Om armoede te bestrijden, moet er van zowel het middenveld als hogerop meer gedaan
worden. Middenveldorganisaties moeten meer naar buiten komen en hun stem laten horen.
En de regering moet meer luisteren. Op die manier kan er gewerkt worden aan de
armoedeproblematiek.
• Gebruik recente cijfers om je stellingen te onderbouwen
- Vb. uit een thesis van 2015:
“In 2005 en 2006 is er een lichte stijging. Het percentage personen dat onder de armoede-
grens valt bedraagt 14,8%. In 2004 was deze 14,3 %. De armoededrempel lag op € 860 per
maand voor een alleenstaande en € 1805 per maand voor een huishouden met twee
volwassenen en twee kinderen (FOD Economie, 2008b)”.
• Getallen: vuistregel
o Getallen tot twintig voluit. (Sommigen zeggen tot tien of tot twaalf)
o De rest in getalvorm
o Maar in één zin: consequentie
- Van de 45 participanten waren er zeventien jongens en 28 meisjes
- Van de 45 participanten waren er 17 jongens en 28 meisjes.
LES 0: INTRODUCTIE
RICHTLIJNEN VAN HET VAK
• Verder bouwen op de kennis van het opleidingsonderdeel ‘OMT’ (1e Bachelor AGOG)
• Doel
o Zelfstandig wetenschappelijk onderzoek (= thesis) kunnen ontwerpen
o Een onderzoeksvoorstel kunnen schrijven
o Elke fase van de empirische cyclus kennen (theorie) én kunnen toepassen (praktische uitwerking)
• Inhoud
o Kwantitatief én kwalitatief onderzoek
o Het theoretische en praktische gedeelte van Agogisch Onderzoekspracticum, worden zoveel als
mogelijk betrokken op het maken van de masterproef
• Quotering
o Onderzoeksvoorstel/paper: 50%
Þ Zoek een promotor (+ eventueel begeleider)
Þ Baken je thesisonderwerp af
Þ In essentie: Wat ga je onderzoeken + hoe ga je dat aanpakken?
§ Het voorstel bevat alle facetten van een thesis + hoe je die zaken gaat aanpakken
§ Denk na over een concrete uitwerking/fasering van het onderzoek
o Examen: 50%
Þ 50% punten op mondelinge verdediging onderzoeksvoorstel
Þ Daarbij worden vragen gesteld over de cursus die gelinkt worden aan het geschreven
onderzoeksvoorstel
Þ Vb: Een onderzoeksvoorstel beschrijft dat men focusgroepen wil doen. Mogelijke vragen:
Waarom kies je voor focusgroepen en niet voor individuele interviews? Wat zijn de voordelen
van focusgroepen?
LES 1: STRUCTUUR – PROBLEEMSTELLING – LITERATUURSTUDIE
PROBLEEMSTELLING
Algemeen:
• Wat?
o In de probleemstelling geef je aan wat je wilt weten.
o Wat is het probleem en hoe gaat jouw onderzoek dat probleem oplossen?
o Min. 1 pagina – max 2 pagina’s
• Hoe?
o Na een 1ste inlezing en verkenning literatuur
• In je onderzoeksvoorstel
o Probleemstelling kan al perfect uitgewerkt worden
,Opbouw – structuur:
Wat moet er in een probleemstelling aan bod komen?
1. Beschrijving probleem
• Bredere context van het probleem
- Waarom is dit een probleem?
- Wat is de achtergrond van dit probleem?
• Wat is het specifieke probleem
• Betrokken partijen
- Voor wie is het een probleem?
- Doelgroep
• Aandacht voor de relevantie probleem
- Toespitsen, niet te algemeen
- Geen abstracte zinnen
- Research gaps opvullen
- Wetenschappelijke relevantie: doel is om bij te dragen tot wetenschappelijke kennis
- Agogische relevantie: doel is om de praktijk/beleid te verbeteren
2. Bestaand onderzoek
• Hoe wordt dat nu vaak aangepakt/onderzocht (op wetenschappelijk vlak)? Þ meest recentste
referenties raadplegen
• Welke verschillende theoretische perspectieven zijn er?
3. Tekortkomingen bestaand onderzoek
• Deze huidige theorieën, onderzoeken en aanpak vertonen verschillende tekortkomingen, welke?
4. Jouw ‘oplossing’ (= onderzoeksdoelstelling)
• Beschrijf hoe je onderzoek tegemoet komt aan vermelde tekortkomingen
LITERATUURSTUDIE
1. Structuur
• Studenten worstelen er soms mee om structuur in hun literatuurstudie aan te brengen.
• Algemeen
- Werk de kernideeën uit je probleemstelling meer uit
- Na het lezen van je literatuurstudie is het duidelijk wat geweten is en wat nog niet geweten is.
- Wees niet bang om ook tabellen/figuren in je literatuurstudie te gebruiken (zelf te maken of
over te nemen).
• 3 suggesties:
- Basics die vaak terugkomen
- Een leidende theorie
- Realist Evaluation: Context, Mechanisms, Outcomes
1.1 Basics die vaak terugkomen
Welke onderdelen komen vaak aan bod in een literatuurstudie?
• Conceptualisering: Definitie van je kernbegrippen
- Historiek van een kernbegrip/onderzoeksdomein
- Met aandacht voor verschillende invullingen, verschillende dimensies, verschillende
benaderingen van eenzelfde begrip
- Vb. maatschappelijke participatie: vrijwilligerswerk vs. informele hulp
- Vb. eenzaamheid: sociale, emotionele, existentiële
,• Afbakening van een specifieke doelgroep
- Vb. jongeren: chronologisch leeftijd (vb. leeftijdsgrenzen) vs. sociale leeftijd (studenten)
• Effecten en oorzaken van een kernbegrip
- Met aandacht voor theorieën die bepaalde effecten of oorzaken verklaren
• Verschillen tussen bepaalde groepen in het “ervaren van een kernbegrip”
- Vb. socio-demografische en socio-economische verschillen op vlak van cultuurparticipatie
- Met aandacht voor theorieën die bepaalde verschillen verklaren. Vb. Primaire, secundaire en
tertiaire socialisatie
• Bestaande interventies, projecten, acties om “het probleem” op te lossen of een kernbegrip
te versterken
- Vb. Wat zijn verschillende interventiemodellen tegen armoede?
- Vb. Welke type acties zijn er om cultuurparticipatie te verhogen?
1.2 Leidende theorie
Welke theorie kies jij om de structuur van je thesis te bepalen?
• Welke lens ga jij gebruiken als onderzoeker?
• DE juiste theorie bestaat niet
- Er zijn net veel theorieën om naar een bepaalde thematiek te kijken. Afhankelijk van die
theoretische bril zal je net andere dingen zien.
- Overweeg verschillende theorieën
- Welke theorieën komen aan bod in je boeken – artikels?
- Zijn er overzichtsartikels met theorieën?
• Voorbeelden van theorieën ppt 1 D18-21
• De theorie is een gids en kan dienen als kapstok van de literatuurstudie
- De theorie zorgt ervoor dat de onderdelen van het literatuuronderzoek op een logische
manier met elkaar verbonden zijn.
• De theorie is een gids en kan dienen als kapstok van de rest van je thesis
- Voor je onderzoeksvragen, opmaak van je interviewschema, opmaak van je labelschema,
opbouw van je resultatensectie etc.
1.3 Voorbeeld CMO
Bij evaluatie aandacht hebben voor
• Context
- Niet bij elke persoon zal hetzelfde mechanisme dezelfde outcome realiseren: bij welke
personen werkt het wel? Bij wie niet?
- In welke situaties werkt iets wel? In welke situaties niet?
- Wat zijn essentiële randvoorwaarden dat iets wel lukt?
• Mechanisms
- Welke componenten leiden tot een bepaald resultaat? Wat veroorzaakt het effect? Welk deel
van de actie/interventie creëert nu die meerwaarde?
• Outcomes
- Resultaten – effecten – meerwaarde
- Wat levert het project op?
, 2. Schrijfstijl
• Geen subjectief verhaal
o Geen persoonlijke reden opnemen waarom je dit onderwerp gekozen hebt
o Blijf tot de agogische en wetenschappelijke relevantie
- Vb: Ik had een hele nauwe band met mijn oma, maar onlangs is zij gestorven. Daarom wil
ik graag een onderzoek doen naar oudere vrouwen, …
- Vb: Als kind ben ik zelf slachtoffer geweest van een depressie. Van daaruit is mijn
interesse gegroeid om onderzoek te doen naar depressie bij kinderen…
• Geen normatief verhaal
o Vaak een taalissue
Proberen het praktische probleem te vertalen in een wetenschappelijk probleem
o Distantie – betrokkenheid
- Vb. Zoals je zal merken is de bestaande literatuur heel schaars, maar zijn ze het
beduidend eens. RREA is een onderschat probleem en verdient al onze aandacht uit
respect voor de residenten, familieleden en verzorgers. Het taboe moet kunnen
doorbroken worden.
- Vb. Hoe kan het dat we niet meer tijd stoppen in de integratie van deze jongeren?
- Vb: Het is een schande dat zoveel asielzoekers deze winter op straat moesten slapen.
Daarom wil ik een onderzoek doen naar…
- Vb: Het zou goed zijn moesten meer mensen leiding worden van een jeugdvereniging.
Daarom wil deze thesis onderzoeken welke drempels jongeren ervaren om leiding te
worden.
Þ Niet tonen dat je vertrekt vanuit een maatschappelijke verontwaardiging. Je moet die
verontwaardiging objectiveren en hard maken.
Þ Opbouwen vanuit empirie
• Wees objectief
- Vb. Het is geen geheim dat er enorme wachtlijsten bestaan.
Þ Onderbouw je discours met cijfers, onderzoek, referenties
- Vb. Vandaag de dag is het luxe leven, waarin de meerderheid van de bevolking leeft, niet weg
te denken. Iedere dag de mogelijkheid hebben om een douche te nemen, vers brood op tafel,
de verwarming op de hoogste stand zetten als het buiten koud is, overal met de auto naartoe,
tv-kijken, een verjaardagsfeestje,... noem maar op.
Þ Dit is emotioneel – stemmingmakerij – subjectief
- Vb. Om armoede te bestrijden, moet er van zowel het middenveld als hogerop meer gedaan
worden. Middenveldorganisaties moeten meer naar buiten komen en hun stem laten horen.
En de regering moet meer luisteren. Op die manier kan er gewerkt worden aan de
armoedeproblematiek.
• Gebruik recente cijfers om je stellingen te onderbouwen
- Vb. uit een thesis van 2015:
“In 2005 en 2006 is er een lichte stijging. Het percentage personen dat onder de armoede-
grens valt bedraagt 14,8%. In 2004 was deze 14,3 %. De armoededrempel lag op € 860 per
maand voor een alleenstaande en € 1805 per maand voor een huishouden met twee
volwassenen en twee kinderen (FOD Economie, 2008b)”.
• Getallen: vuistregel
o Getallen tot twintig voluit. (Sommigen zeggen tot tien of tot twaalf)
o De rest in getalvorm
o Maar in één zin: consequentie
- Van de 45 participanten waren er zeventien jongens en 28 meisjes
- Van de 45 participanten waren er 17 jongens en 28 meisjes.