MEDIAPSYCHOLOGIE
INLEIDING
WAT IS HET?
- Een wetenschap die het gedrag van mensen bestudeert in de context van mediagebruik en -creatie
- Men wilt de interne processen begrijpen die aan het gedrag ten grondslag liggen
- Methodes: observatie, interviews, vragenlijsten, experimenten, …
- Bestuderen = meten: Beschrijven < Verklaren < Voorspellen
OVERT VS COVERT GEDRAG
- Overt: uiterlijk waarneembaar
- Covert: uiterlijk niet waarneembaar (zoals gevoelens, …)
INTERNET VS SLAAPPROBLEMEN
- Sociale media gebruik = meer slaapproblemen
- Onderzoeksresultaten: Hoe minder je verslaafd bent aan de
smartphone en hoe minder tijd je eraan
besteedt, hoe hoger de slaaptevredenheid
- Binnen de 15’ als je wakker bent grijpt 89% direct naar gsm
RAAKVLAKKEN VAN MEDIAPSYCHOLOGIE
- De meest dichte richting van mediapsychologie is sociale psychologie
- Psychologie: geïnteresseerd in het individu zelf vs sociologie: geïnteresseerd in hoe het individu zich gedraagt
in een groep
Discipline Analyseniveau Focus
Sociale psychologie Individuen Gedragingen in interactie met sociale omgeving, we
gedragen ons anders in verschillende situaties
Persoonlijkheidspsychologie Individuen Stabiliteit van gedragingen overheen verschillende
situaties ; stabiele kenmerken die in verschillende
situaties tot uiting komen
Klinische psychologie Individuen Probleemgedragingen en hoe we daar therapie aan
kunnen geven
Arbeidspsychologie Individuen Werksituatie en - organisatie
Gedragspsychologie Individuen-Dieren Menselijk en dierlijk (leer)gedrag
,Sociologie Groepen Groepsfactoren en maatschappelijke variabelen
Communicatiewetenschap Individuen-Boodschap Menselijke communicatie in verschillende contexten
VOORBEELD VAN MEDIAPSYCHOLOGIE
Sociaal krediet systeem in China
- Chinese burgers krijgen een bepaalde score op basis van hun gedrag
- 2 verschillende soorten gedrag
Gepast (≠ goed) gedrag Ongepast (≠ slecht) gedrag
Mensen kunnen gaan waarheen ze willen, meer geld Mensen kunnen niet buiten China, meer social en
lenen, toegang tot sociale voorzieningen, … financiële uitsluiting, …
men gaat dus voordelen gaan ervaren men gaat dus nadelen gaan ervaren
- Dilemma: wat is gepast of ongepast gedrag
HOOFDSTUK 1: GESCHIEDENIS VAN MEDIAPSYCHOLOGIE (ENKEL IN DIT HOOFDSTUK NAMEN KENNEN)
DE BEGINJAREN
VROEGE INVLOEDEN
HERMAN EBBINGHAUS
- “Psychologie is een wetenschap met een lang verleden en een korte geschiedenis”
- “Van het oudste onderwerp zullen we de nieuwste wetenschap maken”
- In “Über das Gedächtnis”
COPERNICUS
- Voor het bestaan van Copernicus
o de mens (& aarde) is in het centrum van het universum & is speciaal voor de mens
gecreëerd
o Menselijke geest (= ziel) heeft een vrije wil en is niet onderworpen aan de
natuurwetten
- Nicolaus Copernicus (1473-1543)
o De aarde bevindt zich niet in het centrum van het universum, maar draait rond de zon
DESCARTES
, - Dualisme / dualistische visie: Mens bestaat uit 2 elementen: lichaam en geest (= ziel)
o Geest kan lichaam beinvloeden maar omgekeerd niet
- René Descartes (1596-1650)
o Mechanische visie op de mens: “De mens is een complexe machine onderhevig aan
wiskundige wetten”
▪ Mens als studieobject is mogelijk
▪ Geest & lichaam beïnvloeden elkaar wederzijds
▪ Pijnappelklier (epifyse): de plaats waar ziel & lichaam samenkomen (achteraf aangetoond dat
dit niet klopt
o Hij was 1 vd eerste die de mensen begon open te snijden
o Rationalisme:
=dat ons geheugen, ons verstand, ons denken en de wetenschap essentieel zijn bij het vinden van de
“waarheid”.
▪ “De waarheid kan achterhaald worden door rede”
▪ Waarheud kan achterhaald worden door rede = door introspectie tot u ziel komen
EMPIRISME: HOBBES ; LOCKE ; HUME
= filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis voornamelijk of geheel voortkomt uit de ervaring
HOBBES
- (1588-1679)
- De bron van kennis is niet de ratio, maar waarneming, ervaring en experimenteren (= inductie)
- Kennis komt voort uit zintuiglijke ervaringen
JOHN LOCKE
- (1632-1704)
- De geest wordt gekenmerkt door associaties van ideeën (associatonisme)
Vb. als men tafel zegt, denkt men automatisch aan stoel
- Tabula rasa (Aristoteles)
=het idee dat mensen worden geboren als onbeschreven blad, zonder kennis, vaardigheid en
persoonlijkheid & volledig afhankelijk zijn van waarneming om de geest te vormen
DAVID HUME
- (1711-1776):
- Associaties tussen ideeën worden bepaald door:
o Gelijkenis
o Samen voorkomen in tijd en ruimte (=contiguïteit)
- Scepticisme: Is het mogelijk causaliteit vast te stellen?
= een denkhouding van universele twijfel waarbij men ervan uitgaat dat betrouwbare
kennis onmogelijk is en van geen enkele waarheid kan verzekeren
DARWIN’S EVOLUTIELEER ; CHARLES DARWIN (1809-1882)
, - The Origin of Species (1859)
- Natuurlijke selectie
=Wanneer de omgeving verandert, bieden sommige trekken van een organisme meer voordeel dan andere
trekken
- Survival of the fittest
=Dieren passen zich over langere periodes aan, aan de lokale omgeving
➔ Hoe beter je je kan aanpassen aan je omgeving, hoe meer overlevingskans je
hebt
Vb. vinken
- In droge periode: Kleine vinken zijn in nadeel, er zijn hardere zaden
o Gevolg: Volgende generatie is zo’n 4% groter
- In natte periode: Kleine vinken zijn in het voordeel, Grote zaden worden overwoekerd door eenjarige planten
o Gevolg: volgende generatie is zo’n 2,5% kleiner
➔Besluit: afhankelijk van situatie tot situatie zijn dieren/mensen in staat om zich aan te passen en voordeel
te hebben
HERMAN VON HELMHOLTZ (1821-1894):
- Alle krachten in de mens zijn lichamelijk en chemisch
- Hij heeft gedaan: meten van snelheid waarmee impulsen zich voortplanten in het zenuwstelsel (het gaat dus
NIET om de geest!)
- Een vd eerste onderzoeker die gebruik maken van een experiment
GUSTAV FECHNER (1801-1887)
- Elemente der Psychophysik (1860)
o platfond met verschillende lichten en men plaatst er een nieuwe lamp bij, daardoor gaat men een
verschil in intentietijd opmerken
o Hoeveel lichten moeten we toevoegen om het verschil op te merken?
=Psychofysica
PSYCHOFYSICA ZELF
- Absolute drempel:
o Hoe sterk moet een stimulus zijn om waargenomen te kunnen worden?
o De absolute drempel ligt lager voor zintuigen die heel gevoelig zijn dan voor zintuigen die minder
gevoelig zijn
- Differentiële drempel:
o Het kleinste waardeverschil dat er moet zijn tussen 2 prikkels opdat dit verschil waargenomen kan
worden
DE WET VAN WEBER (1830)
- De differentiële drempel is niet voor alle intensiteiten van een stimulus dezelfde:
Hoe groter de stimulusintensiteit, hoe meer er moet bijkomen voordat de proefpersoon het verschil merkt
- MAW de differentiële drempel voor een stimulusintensiteit is een bepaald percentage van die intensiteit.
Vb. Als aan het gewicht van 50 gram 1 gram moet toegevoegd worden om het verschil te merken, dan moet aan 500
gram 10 gram toegevoegd worden
INLEIDING
WAT IS HET?
- Een wetenschap die het gedrag van mensen bestudeert in de context van mediagebruik en -creatie
- Men wilt de interne processen begrijpen die aan het gedrag ten grondslag liggen
- Methodes: observatie, interviews, vragenlijsten, experimenten, …
- Bestuderen = meten: Beschrijven < Verklaren < Voorspellen
OVERT VS COVERT GEDRAG
- Overt: uiterlijk waarneembaar
- Covert: uiterlijk niet waarneembaar (zoals gevoelens, …)
INTERNET VS SLAAPPROBLEMEN
- Sociale media gebruik = meer slaapproblemen
- Onderzoeksresultaten: Hoe minder je verslaafd bent aan de
smartphone en hoe minder tijd je eraan
besteedt, hoe hoger de slaaptevredenheid
- Binnen de 15’ als je wakker bent grijpt 89% direct naar gsm
RAAKVLAKKEN VAN MEDIAPSYCHOLOGIE
- De meest dichte richting van mediapsychologie is sociale psychologie
- Psychologie: geïnteresseerd in het individu zelf vs sociologie: geïnteresseerd in hoe het individu zich gedraagt
in een groep
Discipline Analyseniveau Focus
Sociale psychologie Individuen Gedragingen in interactie met sociale omgeving, we
gedragen ons anders in verschillende situaties
Persoonlijkheidspsychologie Individuen Stabiliteit van gedragingen overheen verschillende
situaties ; stabiele kenmerken die in verschillende
situaties tot uiting komen
Klinische psychologie Individuen Probleemgedragingen en hoe we daar therapie aan
kunnen geven
Arbeidspsychologie Individuen Werksituatie en - organisatie
Gedragspsychologie Individuen-Dieren Menselijk en dierlijk (leer)gedrag
,Sociologie Groepen Groepsfactoren en maatschappelijke variabelen
Communicatiewetenschap Individuen-Boodschap Menselijke communicatie in verschillende contexten
VOORBEELD VAN MEDIAPSYCHOLOGIE
Sociaal krediet systeem in China
- Chinese burgers krijgen een bepaalde score op basis van hun gedrag
- 2 verschillende soorten gedrag
Gepast (≠ goed) gedrag Ongepast (≠ slecht) gedrag
Mensen kunnen gaan waarheen ze willen, meer geld Mensen kunnen niet buiten China, meer social en
lenen, toegang tot sociale voorzieningen, … financiële uitsluiting, …
men gaat dus voordelen gaan ervaren men gaat dus nadelen gaan ervaren
- Dilemma: wat is gepast of ongepast gedrag
HOOFDSTUK 1: GESCHIEDENIS VAN MEDIAPSYCHOLOGIE (ENKEL IN DIT HOOFDSTUK NAMEN KENNEN)
DE BEGINJAREN
VROEGE INVLOEDEN
HERMAN EBBINGHAUS
- “Psychologie is een wetenschap met een lang verleden en een korte geschiedenis”
- “Van het oudste onderwerp zullen we de nieuwste wetenschap maken”
- In “Über das Gedächtnis”
COPERNICUS
- Voor het bestaan van Copernicus
o de mens (& aarde) is in het centrum van het universum & is speciaal voor de mens
gecreëerd
o Menselijke geest (= ziel) heeft een vrije wil en is niet onderworpen aan de
natuurwetten
- Nicolaus Copernicus (1473-1543)
o De aarde bevindt zich niet in het centrum van het universum, maar draait rond de zon
DESCARTES
, - Dualisme / dualistische visie: Mens bestaat uit 2 elementen: lichaam en geest (= ziel)
o Geest kan lichaam beinvloeden maar omgekeerd niet
- René Descartes (1596-1650)
o Mechanische visie op de mens: “De mens is een complexe machine onderhevig aan
wiskundige wetten”
▪ Mens als studieobject is mogelijk
▪ Geest & lichaam beïnvloeden elkaar wederzijds
▪ Pijnappelklier (epifyse): de plaats waar ziel & lichaam samenkomen (achteraf aangetoond dat
dit niet klopt
o Hij was 1 vd eerste die de mensen begon open te snijden
o Rationalisme:
=dat ons geheugen, ons verstand, ons denken en de wetenschap essentieel zijn bij het vinden van de
“waarheid”.
▪ “De waarheid kan achterhaald worden door rede”
▪ Waarheud kan achterhaald worden door rede = door introspectie tot u ziel komen
EMPIRISME: HOBBES ; LOCKE ; HUME
= filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis voornamelijk of geheel voortkomt uit de ervaring
HOBBES
- (1588-1679)
- De bron van kennis is niet de ratio, maar waarneming, ervaring en experimenteren (= inductie)
- Kennis komt voort uit zintuiglijke ervaringen
JOHN LOCKE
- (1632-1704)
- De geest wordt gekenmerkt door associaties van ideeën (associatonisme)
Vb. als men tafel zegt, denkt men automatisch aan stoel
- Tabula rasa (Aristoteles)
=het idee dat mensen worden geboren als onbeschreven blad, zonder kennis, vaardigheid en
persoonlijkheid & volledig afhankelijk zijn van waarneming om de geest te vormen
DAVID HUME
- (1711-1776):
- Associaties tussen ideeën worden bepaald door:
o Gelijkenis
o Samen voorkomen in tijd en ruimte (=contiguïteit)
- Scepticisme: Is het mogelijk causaliteit vast te stellen?
= een denkhouding van universele twijfel waarbij men ervan uitgaat dat betrouwbare
kennis onmogelijk is en van geen enkele waarheid kan verzekeren
DARWIN’S EVOLUTIELEER ; CHARLES DARWIN (1809-1882)
, - The Origin of Species (1859)
- Natuurlijke selectie
=Wanneer de omgeving verandert, bieden sommige trekken van een organisme meer voordeel dan andere
trekken
- Survival of the fittest
=Dieren passen zich over langere periodes aan, aan de lokale omgeving
➔ Hoe beter je je kan aanpassen aan je omgeving, hoe meer overlevingskans je
hebt
Vb. vinken
- In droge periode: Kleine vinken zijn in nadeel, er zijn hardere zaden
o Gevolg: Volgende generatie is zo’n 4% groter
- In natte periode: Kleine vinken zijn in het voordeel, Grote zaden worden overwoekerd door eenjarige planten
o Gevolg: volgende generatie is zo’n 2,5% kleiner
➔Besluit: afhankelijk van situatie tot situatie zijn dieren/mensen in staat om zich aan te passen en voordeel
te hebben
HERMAN VON HELMHOLTZ (1821-1894):
- Alle krachten in de mens zijn lichamelijk en chemisch
- Hij heeft gedaan: meten van snelheid waarmee impulsen zich voortplanten in het zenuwstelsel (het gaat dus
NIET om de geest!)
- Een vd eerste onderzoeker die gebruik maken van een experiment
GUSTAV FECHNER (1801-1887)
- Elemente der Psychophysik (1860)
o platfond met verschillende lichten en men plaatst er een nieuwe lamp bij, daardoor gaat men een
verschil in intentietijd opmerken
o Hoeveel lichten moeten we toevoegen om het verschil op te merken?
=Psychofysica
PSYCHOFYSICA ZELF
- Absolute drempel:
o Hoe sterk moet een stimulus zijn om waargenomen te kunnen worden?
o De absolute drempel ligt lager voor zintuigen die heel gevoelig zijn dan voor zintuigen die minder
gevoelig zijn
- Differentiële drempel:
o Het kleinste waardeverschil dat er moet zijn tussen 2 prikkels opdat dit verschil waargenomen kan
worden
DE WET VAN WEBER (1830)
- De differentiële drempel is niet voor alle intensiteiten van een stimulus dezelfde:
Hoe groter de stimulusintensiteit, hoe meer er moet bijkomen voordat de proefpersoon het verschil merkt
- MAW de differentiële drempel voor een stimulusintensiteit is een bepaald percentage van die intensiteit.
Vb. Als aan het gewicht van 50 gram 1 gram moet toegevoegd worden om het verschil te merken, dan moet aan 500
gram 10 gram toegevoegd worden