BESTUURSRECHT
Door Charlotte Wilmotte
Universiteit Antwerpen
Prof. Stéphanie De Somer
1
,DEEL 1: Bestuursrecht: begrip, indeling, functies, kenmerken &
bronnen
H1: Begrip bestuursrecht
Onderscheid publiek- & privaatrecht -> MAAR onderscheid vervaagt
• privaatrecht
= rechtsregels die betrekking hebben op de relaties tussen private personen
• publiekrecht
= rechtsregels die betrekking hebben op de organisatie vd OH & op de relatie tussen de OH & de
burgers & tussen de OH’en onderling
bestuursrecht = onderdeel vh publiekrecht
Binnen publiekrecht: onderscheid grondwettelijk recht – bestuursrecht
• grondwettelijk recht
= R dat de vestiging, de structuur & de uitoefening vh overheidsgezag, de inrichting vd
staatsmachten & hun onderlinge verhoudingen, & de fundamentele rechten & vrijheden vd burgers
bestudeert
• bestuursrecht
3 mogelijke wijzen van omschrijving
• formeel-juridische definitie
vertrekt vanuit SDM
• definitie vanuit de relaties die w beheerst door het bestuursrecht
• omschrijving vanuit de materiële BH vh bestuur: het begrip openbare dienst
1. Formeel-juridische omschrijving vanuit organiek & functioneel oogpunt
Vertrekt vanuit een organieke benadering: focus op de organen/instellingen die w gereguleerd R vd UM
idee: besturen = tenuitvoerlegging van beleid & wetgeving
Leidt tot definitie vanuit driemachtenleer
“Het bestuursrecht omvat het geheel aan rechtsregels m.b.t. de organisatie, de BH’en & de werking vd
organen die met UM zijn bekleed.”
MAAR definitie roept vragen op
- veronderstelt dat we scherp kunnen omschrijven wie ‘organen die met UM zijn bekleed’ zijn
- klassieke driemachtenleer roept een te eenvoudig beeld op van uitoefening taken in een moderne
staat
- ook de bestuursrechters w gereguleerd door het bestuursrecht
2
,1.1. Veronderstelt dat we scherp kunnen omschrijven wie ‘organen die met UM zijn bekleed’ zijn
Probleem: Gw. & BWHI brengen slechts een zeer beperkt aantal organen onder de noemer ‘UM’, terwijl er
veel méér organen belast zijn met taken van tenuitvoerlegging
volgens Gw.: Koning
volgens BWHI: regeringen
Bv: gemeenten & provincies
Bv: functioneel gedecentraliseerde besturen (zie deel 4) (= parastatalen)
Bv: Sciensano in tijd van corona -> federale parastaal m.b.t. volksgezondheid ook bv bij festivals als er
drugs w gevonden (eigen RP, los vd Be Staat & bekleed deel vd UM)
Bv: RSZ
Bv: Agentschap Opgroeien
1.2. Klassieke driemachtenleer roept een te eenvoudig beeld op van uitoefening taken in een moderne
staat
Staatsmacht Rol/functie
WM Wetgevende/normatieve functie
UM Tenuitvoerleggingsfunctie
RM Rechtsprekende functie
organieke benadering moet w aangevuld met functionele benadering
Functionele benadering
= erkenning dat instellingen/organen die organiek tot de UM w gerekend, niet alleen een rol spelen binnen
de tenuitvoerleggingsfunctie, maar tevens binnen de wetgevende/normatieve functie EN voor de
rechtshandhaving & geschiloplossing
UM: taken van tenuitvoerlegging s.s.
• van wetgeving & van beleid
• soms ook via reglementen/verordening (= normen; wetgeving in de materiële zin vh woord) (art. 108
Gw. & art. 20 BWHI)
Koning voert wetten uit & hij moet dat doen via reglementen -> krijgt BH om in concreet geval te
zeggen “om deze wet goed ten uitvoer te leggen, moet ik extra regels in KB gieten” (moet dat niet
restrictief interpreteren) (arrest HvC vlak na WO1: bevolkingsregisters -> koning: koppelde
verplichting daaraan om identiteitskaart te hebben = via KB -> HvC: dat mag, Koning mag o.b.v. art.
108 zijn BH ruim interpreteren)
spiegelbepaling: art. 20 BWHI
UM: normatieve taken
• kunnen verder gaan dan normatieve taken die verband houden met uitvoering van wetgeving
• delegatie normatieve BH los van uitvoering wetgeving (art. 105 Gw. & art. 78 BWHI)
omdat wetgever hen die BH gaf
• steeds meer aandacht voor ‘rule-making powers’ UM
gebeurt steeds vaker & vaker
reden
regering bestaat uit ministers, die w bijgestaan door kabinetten (w gekozen o.w.v. kennis van
zaken) + administratie (toenemende specialisatie)
+ in tijden van crisis: ondoenbaar om alles te laten voorbereiden door parlement
3
, efficiëntie <-> parlemntair proces = lang proces
UM: taken van (rechts)handhaving & geschiloplossing
• via kennisname van georganiseerde bestuurlijke beroepen
• regulatoren in de nutssectoren
autorités administratives indépendantes (AAI)
= parastatalen waarop nauwelijks enige vorm van controle w uitgeoefend vanuit politieke UM
vaak BH om geschillen tussen bedrijven die op die markten van nutssectoren te beslechten + kunnen
boetes opleggen (kunnen soms heel hoog oplopen)
Bv: telecom, spoorwegen, elektriciteit
Bv: CREG
Bv: gegevensbeschermingsautoriteit: bijzondere onafhankelijkheid -> kan aan bedrijven die het niet te
nauw nemen met privacywetgeving: kunnen hoge boetes opleggen
• groeiende trend administratieve sancties
Bv: GAS-boetes door GAS-ambtenaar (ambtenaar die specifiek is aangeduid)
• etc.
UM: zuiver commerciële/industriële taken
Bv: Bpost (zelfde activiteit als PostNL) -> levert nog altijd brieven aan huis + aantal klassieke taken van
openbare dienst (sommige mensen krijgen hun pensioen aan de deur betaalt)
Bv: NMBS (federaal economisch OHbedrijf): maar voor grootste deel nog steeds bezig met openbare dienst
(want: vervoer personen over bestuur = niet geliberaliseerd, monopolie van NMBS) -> wel
geliberaliseerd: vervoer goederen (als NMBS goederen vervoert, dan zuiver commerciële taak)
2 petjes
Bv: Proximus -> eerst nog openbare diensttaken, bv: telefoonboek maken, telefoonhokjes plaatsen &
onderhouden -> maar eigenlijk nu gewoon zoals Orange, Telenet, etc. zuiver commerciële taak
uitvoeren
geschil met Proximus omdat tarieven onterecht naar boven -> niet naar RvS, maar naar gewone
rechtscolleges, want relatie consument-bedrijf
Bv: Belfius
WM & RM: taken van ‘bestuurlijke aard’
• naturalisaties door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
• beslissingen inzake personeel, overheidsopdrachten, etc.
Bv: schoonmaaksters, renoveren gebouwen, aankoop computers -> bestuursrecht
4
Door Charlotte Wilmotte
Universiteit Antwerpen
Prof. Stéphanie De Somer
1
,DEEL 1: Bestuursrecht: begrip, indeling, functies, kenmerken &
bronnen
H1: Begrip bestuursrecht
Onderscheid publiek- & privaatrecht -> MAAR onderscheid vervaagt
• privaatrecht
= rechtsregels die betrekking hebben op de relaties tussen private personen
• publiekrecht
= rechtsregels die betrekking hebben op de organisatie vd OH & op de relatie tussen de OH & de
burgers & tussen de OH’en onderling
bestuursrecht = onderdeel vh publiekrecht
Binnen publiekrecht: onderscheid grondwettelijk recht – bestuursrecht
• grondwettelijk recht
= R dat de vestiging, de structuur & de uitoefening vh overheidsgezag, de inrichting vd
staatsmachten & hun onderlinge verhoudingen, & de fundamentele rechten & vrijheden vd burgers
bestudeert
• bestuursrecht
3 mogelijke wijzen van omschrijving
• formeel-juridische definitie
vertrekt vanuit SDM
• definitie vanuit de relaties die w beheerst door het bestuursrecht
• omschrijving vanuit de materiële BH vh bestuur: het begrip openbare dienst
1. Formeel-juridische omschrijving vanuit organiek & functioneel oogpunt
Vertrekt vanuit een organieke benadering: focus op de organen/instellingen die w gereguleerd R vd UM
idee: besturen = tenuitvoerlegging van beleid & wetgeving
Leidt tot definitie vanuit driemachtenleer
“Het bestuursrecht omvat het geheel aan rechtsregels m.b.t. de organisatie, de BH’en & de werking vd
organen die met UM zijn bekleed.”
MAAR definitie roept vragen op
- veronderstelt dat we scherp kunnen omschrijven wie ‘organen die met UM zijn bekleed’ zijn
- klassieke driemachtenleer roept een te eenvoudig beeld op van uitoefening taken in een moderne
staat
- ook de bestuursrechters w gereguleerd door het bestuursrecht
2
,1.1. Veronderstelt dat we scherp kunnen omschrijven wie ‘organen die met UM zijn bekleed’ zijn
Probleem: Gw. & BWHI brengen slechts een zeer beperkt aantal organen onder de noemer ‘UM’, terwijl er
veel méér organen belast zijn met taken van tenuitvoerlegging
volgens Gw.: Koning
volgens BWHI: regeringen
Bv: gemeenten & provincies
Bv: functioneel gedecentraliseerde besturen (zie deel 4) (= parastatalen)
Bv: Sciensano in tijd van corona -> federale parastaal m.b.t. volksgezondheid ook bv bij festivals als er
drugs w gevonden (eigen RP, los vd Be Staat & bekleed deel vd UM)
Bv: RSZ
Bv: Agentschap Opgroeien
1.2. Klassieke driemachtenleer roept een te eenvoudig beeld op van uitoefening taken in een moderne
staat
Staatsmacht Rol/functie
WM Wetgevende/normatieve functie
UM Tenuitvoerleggingsfunctie
RM Rechtsprekende functie
organieke benadering moet w aangevuld met functionele benadering
Functionele benadering
= erkenning dat instellingen/organen die organiek tot de UM w gerekend, niet alleen een rol spelen binnen
de tenuitvoerleggingsfunctie, maar tevens binnen de wetgevende/normatieve functie EN voor de
rechtshandhaving & geschiloplossing
UM: taken van tenuitvoerlegging s.s.
• van wetgeving & van beleid
• soms ook via reglementen/verordening (= normen; wetgeving in de materiële zin vh woord) (art. 108
Gw. & art. 20 BWHI)
Koning voert wetten uit & hij moet dat doen via reglementen -> krijgt BH om in concreet geval te
zeggen “om deze wet goed ten uitvoer te leggen, moet ik extra regels in KB gieten” (moet dat niet
restrictief interpreteren) (arrest HvC vlak na WO1: bevolkingsregisters -> koning: koppelde
verplichting daaraan om identiteitskaart te hebben = via KB -> HvC: dat mag, Koning mag o.b.v. art.
108 zijn BH ruim interpreteren)
spiegelbepaling: art. 20 BWHI
UM: normatieve taken
• kunnen verder gaan dan normatieve taken die verband houden met uitvoering van wetgeving
• delegatie normatieve BH los van uitvoering wetgeving (art. 105 Gw. & art. 78 BWHI)
omdat wetgever hen die BH gaf
• steeds meer aandacht voor ‘rule-making powers’ UM
gebeurt steeds vaker & vaker
reden
regering bestaat uit ministers, die w bijgestaan door kabinetten (w gekozen o.w.v. kennis van
zaken) + administratie (toenemende specialisatie)
+ in tijden van crisis: ondoenbaar om alles te laten voorbereiden door parlement
3
, efficiëntie <-> parlemntair proces = lang proces
UM: taken van (rechts)handhaving & geschiloplossing
• via kennisname van georganiseerde bestuurlijke beroepen
• regulatoren in de nutssectoren
autorités administratives indépendantes (AAI)
= parastatalen waarop nauwelijks enige vorm van controle w uitgeoefend vanuit politieke UM
vaak BH om geschillen tussen bedrijven die op die markten van nutssectoren te beslechten + kunnen
boetes opleggen (kunnen soms heel hoog oplopen)
Bv: telecom, spoorwegen, elektriciteit
Bv: CREG
Bv: gegevensbeschermingsautoriteit: bijzondere onafhankelijkheid -> kan aan bedrijven die het niet te
nauw nemen met privacywetgeving: kunnen hoge boetes opleggen
• groeiende trend administratieve sancties
Bv: GAS-boetes door GAS-ambtenaar (ambtenaar die specifiek is aangeduid)
• etc.
UM: zuiver commerciële/industriële taken
Bv: Bpost (zelfde activiteit als PostNL) -> levert nog altijd brieven aan huis + aantal klassieke taken van
openbare dienst (sommige mensen krijgen hun pensioen aan de deur betaalt)
Bv: NMBS (federaal economisch OHbedrijf): maar voor grootste deel nog steeds bezig met openbare dienst
(want: vervoer personen over bestuur = niet geliberaliseerd, monopolie van NMBS) -> wel
geliberaliseerd: vervoer goederen (als NMBS goederen vervoert, dan zuiver commerciële taak)
2 petjes
Bv: Proximus -> eerst nog openbare diensttaken, bv: telefoonboek maken, telefoonhokjes plaatsen &
onderhouden -> maar eigenlijk nu gewoon zoals Orange, Telenet, etc. zuiver commerciële taak
uitvoeren
geschil met Proximus omdat tarieven onterecht naar boven -> niet naar RvS, maar naar gewone
rechtscolleges, want relatie consument-bedrijf
Bv: Belfius
WM & RM: taken van ‘bestuurlijke aard’
• naturalisaties door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
• beslissingen inzake personeel, overheidsopdrachten, etc.
Bv: schoonmaaksters, renoveren gebouwen, aankoop computers -> bestuursrecht
4