Samenvatting LP1:
Inleiding in de radiologie en de radiologische technieken
Inleidingsles
Inleiding
- Diagnostische radiologie
- Interventionele radiologie
—> Vasculair (= in een bloedbaan)
—> Niet-vasculair
Met röntgenstralen: RX (‘conventionele radiografie’), CT (computer tomografie)
Zonder röntgenstralen: Echografie, MR (magnetische resonantie)
—> elk heeft zijn eigen waarde!
Röntgenstralen: +/- 130 jaar oud
Conventionele radiografie
Stap 1: Filament van de kathode verhitten, hierdoor komen elektronen vrij door
thermionische emissie. Die vormen dan een wolk rond het filament van de kathode.
Stap 2: Deze elektronen moeten nu versneld worden en dus een hogere kinetische
energie krijgen, dat gebeurt via elektrische spanning (kilovoltpotentiaal, parameter die
gebruikt wordt bij beeldvorming). We krijgen nu een zeer negatief geladen wolk die zich
voelt aangetrokken tot de positieve anode.
Stap 3: Door deze aantrekking vallen de elektronen op de anode, en bij deze stap
vertragen we de elektronen. Dit noemen we vertraging of deceleratie. Door de
vertraging zullen de elektronen hun energie vrijgeven onder de vorm van hitte en
röntgenstralen.
,De data die we dan verkrijgen wordt uitgelezen via de detector en op die manier
verkrijgen we ook beeld.
DNA-schade:
• Direct = dubbelstrengbreuken door straling
• Indirect = er ontstaan vrije radicalen, die zorgen voor chemische reacties
—> Correct herstel?
—> Foutief herstel?
• celdood of apoptose —> deterministische effecten = effecten die een grote kans
hebben om op te treden vanaf een bepaalde drempelwaarde
• Abnormale celdeling —> stochastische effecten = effecten waarop je een verhoogd
risico hebt vanaf het moment dat je in contact komt met straling
==> RADIOPROTECTIE!!
• ALARA = As Low As Reasonably Achievable
• Justificatie = voordeel > Nadeel
• Optimalisatie = hoeveelheid straling in functie van de kwaliteit
, Röntgenstralen
• Conventionele radiografie
1. RX
2. X-stralen
3. ‘Foto’
• Computer Tomografie
1. CT-Scan
Densiteit (= # massa aanwezig)
Fluoroscopie
= radiologische techniek, die bewegende beelden geeft
• Digestieve onderzoeken (gebruik contrastvloeistof) —> real-time visualisatie!
• Interventionele radiologie (gedurende een operatie)
• Hoge(re) straling
Belangrijk!
• Röntgenstraling ≠ radio-actieve straling
• Röntgenstraling = ioniserende straling
• Geen foto = geen straling
Inleiding in de radiologie en de radiologische technieken
Inleidingsles
Inleiding
- Diagnostische radiologie
- Interventionele radiologie
—> Vasculair (= in een bloedbaan)
—> Niet-vasculair
Met röntgenstralen: RX (‘conventionele radiografie’), CT (computer tomografie)
Zonder röntgenstralen: Echografie, MR (magnetische resonantie)
—> elk heeft zijn eigen waarde!
Röntgenstralen: +/- 130 jaar oud
Conventionele radiografie
Stap 1: Filament van de kathode verhitten, hierdoor komen elektronen vrij door
thermionische emissie. Die vormen dan een wolk rond het filament van de kathode.
Stap 2: Deze elektronen moeten nu versneld worden en dus een hogere kinetische
energie krijgen, dat gebeurt via elektrische spanning (kilovoltpotentiaal, parameter die
gebruikt wordt bij beeldvorming). We krijgen nu een zeer negatief geladen wolk die zich
voelt aangetrokken tot de positieve anode.
Stap 3: Door deze aantrekking vallen de elektronen op de anode, en bij deze stap
vertragen we de elektronen. Dit noemen we vertraging of deceleratie. Door de
vertraging zullen de elektronen hun energie vrijgeven onder de vorm van hitte en
röntgenstralen.
,De data die we dan verkrijgen wordt uitgelezen via de detector en op die manier
verkrijgen we ook beeld.
DNA-schade:
• Direct = dubbelstrengbreuken door straling
• Indirect = er ontstaan vrije radicalen, die zorgen voor chemische reacties
—> Correct herstel?
—> Foutief herstel?
• celdood of apoptose —> deterministische effecten = effecten die een grote kans
hebben om op te treden vanaf een bepaalde drempelwaarde
• Abnormale celdeling —> stochastische effecten = effecten waarop je een verhoogd
risico hebt vanaf het moment dat je in contact komt met straling
==> RADIOPROTECTIE!!
• ALARA = As Low As Reasonably Achievable
• Justificatie = voordeel > Nadeel
• Optimalisatie = hoeveelheid straling in functie van de kwaliteit
, Röntgenstralen
• Conventionele radiografie
1. RX
2. X-stralen
3. ‘Foto’
• Computer Tomografie
1. CT-Scan
Densiteit (= # massa aanwezig)
Fluoroscopie
= radiologische techniek, die bewegende beelden geeft
• Digestieve onderzoeken (gebruik contrastvloeistof) —> real-time visualisatie!
• Interventionele radiologie (gedurende een operatie)
• Hoge(re) straling
Belangrijk!
• Röntgenstraling ≠ radio-actieve straling
• Röntgenstraling = ioniserende straling
• Geen foto = geen straling