Rechtspraak
- Fouten deeltest:
Methode van wetgeving volgen:
1. Begrijpen van de vraag: analyse en situering feiten: juridisch probleem noteren + bepalen
welk rechtsgebied aan bod komt.
2. Wetgeving zoeken: methodologische verantwoording maken hierna
3. Lijst van wetgeving maken.
4. Verder advies uitschrijven. + verwijzen in voetnoten.
5. Citaten
- Bij inleiding v analyse: 1st wetgeving geven en deze uitleggen, daarna verder verwijzen naar
rechtspraak door: ‘We zullen naar de rechtspraak moeten kijken om duidelijk te maken’
- Bij eerste bron rechtspraak: wetgeving en rechspraak linken aan elkaar. Uitleggen waarom
relevant en hoe op elkaar volgen. Bijvoorbeeld:
o Uit het arrest van het Arbeidshof van Antwerpen van 11 oktober 19932 1 leiden we af
dat een zware fout wordt gedefinieerd als een niet intentionele fout die zo
buitenmatig is dat ze niet te verontschuldigen is door de persoon die ze begaat.
o De vrachtwagenchauffeur heeft een zware fout begaan in de zin van artikel 18 2 door
niet op te merken dat zijn vrachtwagen te hoog was voor de tunnel en daardoor
ernstige schade heeft berokkend. De chauffeur is door zijn aansprakelijkheid
verplicht de veroorzaakte schade te vergoeden
- Midden analyse: 3 bronnen rechtspraak inleiden, uitleggen waarover ze gaan en verwijzen in
voetnoot en dan toepassen op de concrete situatie. Bijvoorbeeld
o Het vonnis van de politierechtbank van West-Vlaanderen van 26 november 20145 3
stelt dat een verkeersinbreuk niet altijd een zware fout in de zin van artikel 18
impliceert. Ook dedodelijke afloop wilt niet zozeer zeggen dat er sprake is van een
zware fout. Indien er enkel sprake is van een aandachtfout en een gebrek aan
voorzorg zonder opzettelijk karakter is er geen sprake van een zware fout.
Als we dit toepassen voor Peter zouden we kunnen zeggen dat Peter het feit dat hij
onaandachtig was en geen opzettelijke bedoelingen had, kan aanhalen om de
aansprakelijkheid te verwerpen. Peter beging een verkeersinbreuk door het
verkeersbord niet te volgen, maar dat houdt niet altijd met zekerheid de
aansprakelijkheid in.
- Conclusie: wetgeving nog eens uitleggen + hoe drie bronnen rechtspraak hier op volgen
- Citaat: relevantie uitleggen + toepassen op casus.
Oefeningen:
1
Arbh. Antwerpen 11 oktober 1993, Soc.Kron. 1994, 354 en TSR 1993, 431.
2
Art. 18 Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978, err. BS 30 augustus 1978
3
Pol. West-Vlaanderen (afd. Brugge) (9e k.) 26 november 2014, 2014/11850, RW 2015-2016/2, 74, TGR-TWVR
2015/2, 111 en VAV 2015/2, 33.
- Fouten deeltest:
Methode van wetgeving volgen:
1. Begrijpen van de vraag: analyse en situering feiten: juridisch probleem noteren + bepalen
welk rechtsgebied aan bod komt.
2. Wetgeving zoeken: methodologische verantwoording maken hierna
3. Lijst van wetgeving maken.
4. Verder advies uitschrijven. + verwijzen in voetnoten.
5. Citaten
- Bij inleiding v analyse: 1st wetgeving geven en deze uitleggen, daarna verder verwijzen naar
rechtspraak door: ‘We zullen naar de rechtspraak moeten kijken om duidelijk te maken’
- Bij eerste bron rechtspraak: wetgeving en rechspraak linken aan elkaar. Uitleggen waarom
relevant en hoe op elkaar volgen. Bijvoorbeeld:
o Uit het arrest van het Arbeidshof van Antwerpen van 11 oktober 19932 1 leiden we af
dat een zware fout wordt gedefinieerd als een niet intentionele fout die zo
buitenmatig is dat ze niet te verontschuldigen is door de persoon die ze begaat.
o De vrachtwagenchauffeur heeft een zware fout begaan in de zin van artikel 18 2 door
niet op te merken dat zijn vrachtwagen te hoog was voor de tunnel en daardoor
ernstige schade heeft berokkend. De chauffeur is door zijn aansprakelijkheid
verplicht de veroorzaakte schade te vergoeden
- Midden analyse: 3 bronnen rechtspraak inleiden, uitleggen waarover ze gaan en verwijzen in
voetnoot en dan toepassen op de concrete situatie. Bijvoorbeeld
o Het vonnis van de politierechtbank van West-Vlaanderen van 26 november 20145 3
stelt dat een verkeersinbreuk niet altijd een zware fout in de zin van artikel 18
impliceert. Ook dedodelijke afloop wilt niet zozeer zeggen dat er sprake is van een
zware fout. Indien er enkel sprake is van een aandachtfout en een gebrek aan
voorzorg zonder opzettelijk karakter is er geen sprake van een zware fout.
Als we dit toepassen voor Peter zouden we kunnen zeggen dat Peter het feit dat hij
onaandachtig was en geen opzettelijke bedoelingen had, kan aanhalen om de
aansprakelijkheid te verwerpen. Peter beging een verkeersinbreuk door het
verkeersbord niet te volgen, maar dat houdt niet altijd met zekerheid de
aansprakelijkheid in.
- Conclusie: wetgeving nog eens uitleggen + hoe drie bronnen rechtspraak hier op volgen
- Citaat: relevantie uitleggen + toepassen op casus.
Oefeningen:
1
Arbh. Antwerpen 11 oktober 1993, Soc.Kron. 1994, 354 en TSR 1993, 431.
2
Art. 18 Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978, err. BS 30 augustus 1978
3
Pol. West-Vlaanderen (afd. Brugge) (9e k.) 26 november 2014, 2014/11850, RW 2015-2016/2, 74, TGR-TWVR
2015/2, 111 en VAV 2015/2, 33.