PEDAGOGISCHE
WETENSCHAPPEN
HOOFDSTUK 1
Pedagogische wetenschappen: de wetenschappelijke studie over opvoeding.(Aanleren
van kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen om in de samenleving te overleven.)
Onderwijskunde: de wetenschapen die leren, opleiden en ontwikkelen in onderwijs wil
beschrijven, begrijpen en verklaren.
Didactiek: de wetenschap die zich bezighoudt met de vraag hoe kennis, vaardigheden
en attitudes door een leerkracht kunnen worden aangeleerd aan kinderen.
Didactisch handelen: Het proces van begeleiden en leiden van de ontwikkeling van
kinderen.
- Begeleidend onderwijs is een intermenselijk gebeuren: het gebeurt in
tussenmenselijke situaties. Begeleiden en omgaan lopen dicht bij elkaar.
Onderwijs gebeurt in een sociaal-maatschappelijke context. Er is een wisselwerking.
Onderwijs speelt in op de maatschappelijke ontwikkeling en anderzijds wordt de inrichting
van de maatschappij mee gestalte gegeven door het effect van de nagestreefde
onderwijsdoelen.
HOOFDSTUK 2 – IK WIL LEERKRACHT WORDEN!
STARTBEKWAAM
Basiscompetenties
= Geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die de startende leerkracht moet
bezitten
- Kennis: weten
- Vaardigheden: kunnen
- Attitudes: zijn (hoe je bent)
Bepaald door de Vlaamse overheid en gebaseerd op het beroepsprofiel
- Beroepsprofiel: geeft de kern weer van het beroep en omschrijft de
beroepsactiviteit zoals die plaats vinden in de praktijk van de ervaren
beroepsbeoefenaar.
ACCENTEN EN VERRUIMDE PROFESSIONALITEIT
- Nu leren voor wat er binnen 20 jaar afkomt
- Veranderende maatschappij => veranderende opdracht
- Veranderende inzichten in psychologie en onderwijskunde
Nood: zelfverantwoordelijk en permanent leren
BASISCOMPETENTIES
,10: functionele gehelen
1) Begeleider van de leer- en ontwikkelingsprocessen
o Maximale ontwikkelingswinst nastreven
o Ondersteunen door altijd de verschillende deelstappen in kleine stukken
opdelen
Deelstappen luidop formuleren
Later: oefening wordt een hoekje gaan elkaar coachen stappen
worden interne zaken
2) Opvoeder
o Waarden/normen bijbrengen
o Interactie creëren
o Passende kordaatheid
3) Inhoudelijk expert
o Kennis over elk vakgebied
4) Organisator
o Kan wel lastig zijn
o Overgangsmomenten
o Niet gezegd telt niet voor kleuters
o Veilig verloop
5) Innovator – onderzoekers
o Bachelor proef in 3de jaar
o Onderzoeker: in staat zijn om terug te blikken op je handelen en dat
analyseren
Afspraken, timing, te lief, tempo…
Je moet doorheen heel je carrière in evolutie blijven
6) Partner van ouders/verzorgers
7) Lid van een schoolteam
8) Partner van externen
9) Lid van de onderwijsgemeenschap
10) Cultuurparticipant
(6 – 10 komen pas in 3de fase)
Activiteit: Zelf salade maken en eten (mss zelf niet altijd eten)
Let op hygiëne
HOOFDSTUK 3: HET BELANG VAN LEERKRACHT-LEERLING RELATIES
1. RELATIES OP KLASNIVEAU
Hangt vaak samen met het klasklimaat (de sfeer). De band tussen de leerkrachten en de
band tussen leerlingen onderling bepalen het klasklimaat.
Relaties op klasniveau geeft de relatie weer tussen de leerkracht en de hele klas, of de
gehele klas als geheel.
2. RELATIES OP DYADISCH NIVEAU
Jij en de leerling in overleg met elkaar.
Beïnvloedt klasmanagement
- Goed klasmanagement heeft goede relaties.
, o Helpt bij het aandachtig houden.
- Moeilijk klasmanagement geeft minder tijd om 1 op 1 bezig te zijn.
3. LEERKRACHT-LEERLINGRELATIE EN KLASMANAGEMENT OF
GEDRAGSMANAGEMENT
Leerkracht-leerlingrelatie is verschillend van klasmanagement.
Goed klasmanagement is nodig om goede relaties te kunnen opbouwen.
4. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE LEERLING-LEERKRACHTRELATIE
3 grootste effecten op het leren van leerlingen:
- Goede thuisdynamiek
- Socio-economische status
- Leerkracht-leerlingrelatie
4.1. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE RELATIE VOOR KLEUTERS
- Gedragsmatige betrokkenheid
o Goede relatie kinderen zijn meer betrokken
- Schoolprestaties
- Taakbetrokkenheid
o Geen storend gedrag, intrinsieke motivatie…
- Motivatie
- Verkennende houding en onderzoekend gedrag
o Kinderen gaan meer willen leren
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Geloof in eigen kunnen
o Bevestiging door leerkracht zorgt voor meer zelfgeloof
- Relaties met klasgenoten en peers
- Positieve attitude tegenover school
4.2. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE RELATIE VOOR DE LEERKRACHT
- Positieve emoties
- Zelf-effectiviteit in de klas
o Bereiken wat je wil bereiken
- Job tevredenheid
- Minder burn-out symptomen
5. DE GEVOLGEN VAN EEN NEGATIEVE LEERKRACHT-LEERLINGRELATIE
- Minder goede attitude tegenover school
- Minder betrokkenheid op school
- Meer probleemgedrag
o Jij bent geïrriteerd kind is geïrriteerd jij bent geïrriteerd …
- Minder geloof in eigen kunnen
- Minder goede schoolprestaties
- Meer emotionele problemen
6. ACTIEPUNTEN EN AANDACHTSPUNTEN BIJ NEGATIEVE RELATIES
WETENSCHAPPEN
HOOFDSTUK 1
Pedagogische wetenschappen: de wetenschappelijke studie over opvoeding.(Aanleren
van kennis, inzichten, vaardigheden en houdingen om in de samenleving te overleven.)
Onderwijskunde: de wetenschapen die leren, opleiden en ontwikkelen in onderwijs wil
beschrijven, begrijpen en verklaren.
Didactiek: de wetenschap die zich bezighoudt met de vraag hoe kennis, vaardigheden
en attitudes door een leerkracht kunnen worden aangeleerd aan kinderen.
Didactisch handelen: Het proces van begeleiden en leiden van de ontwikkeling van
kinderen.
- Begeleidend onderwijs is een intermenselijk gebeuren: het gebeurt in
tussenmenselijke situaties. Begeleiden en omgaan lopen dicht bij elkaar.
Onderwijs gebeurt in een sociaal-maatschappelijke context. Er is een wisselwerking.
Onderwijs speelt in op de maatschappelijke ontwikkeling en anderzijds wordt de inrichting
van de maatschappij mee gestalte gegeven door het effect van de nagestreefde
onderwijsdoelen.
HOOFDSTUK 2 – IK WIL LEERKRACHT WORDEN!
STARTBEKWAAM
Basiscompetenties
= Geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die de startende leerkracht moet
bezitten
- Kennis: weten
- Vaardigheden: kunnen
- Attitudes: zijn (hoe je bent)
Bepaald door de Vlaamse overheid en gebaseerd op het beroepsprofiel
- Beroepsprofiel: geeft de kern weer van het beroep en omschrijft de
beroepsactiviteit zoals die plaats vinden in de praktijk van de ervaren
beroepsbeoefenaar.
ACCENTEN EN VERRUIMDE PROFESSIONALITEIT
- Nu leren voor wat er binnen 20 jaar afkomt
- Veranderende maatschappij => veranderende opdracht
- Veranderende inzichten in psychologie en onderwijskunde
Nood: zelfverantwoordelijk en permanent leren
BASISCOMPETENTIES
,10: functionele gehelen
1) Begeleider van de leer- en ontwikkelingsprocessen
o Maximale ontwikkelingswinst nastreven
o Ondersteunen door altijd de verschillende deelstappen in kleine stukken
opdelen
Deelstappen luidop formuleren
Later: oefening wordt een hoekje gaan elkaar coachen stappen
worden interne zaken
2) Opvoeder
o Waarden/normen bijbrengen
o Interactie creëren
o Passende kordaatheid
3) Inhoudelijk expert
o Kennis over elk vakgebied
4) Organisator
o Kan wel lastig zijn
o Overgangsmomenten
o Niet gezegd telt niet voor kleuters
o Veilig verloop
5) Innovator – onderzoekers
o Bachelor proef in 3de jaar
o Onderzoeker: in staat zijn om terug te blikken op je handelen en dat
analyseren
Afspraken, timing, te lief, tempo…
Je moet doorheen heel je carrière in evolutie blijven
6) Partner van ouders/verzorgers
7) Lid van een schoolteam
8) Partner van externen
9) Lid van de onderwijsgemeenschap
10) Cultuurparticipant
(6 – 10 komen pas in 3de fase)
Activiteit: Zelf salade maken en eten (mss zelf niet altijd eten)
Let op hygiëne
HOOFDSTUK 3: HET BELANG VAN LEERKRACHT-LEERLING RELATIES
1. RELATIES OP KLASNIVEAU
Hangt vaak samen met het klasklimaat (de sfeer). De band tussen de leerkrachten en de
band tussen leerlingen onderling bepalen het klasklimaat.
Relaties op klasniveau geeft de relatie weer tussen de leerkracht en de hele klas, of de
gehele klas als geheel.
2. RELATIES OP DYADISCH NIVEAU
Jij en de leerling in overleg met elkaar.
Beïnvloedt klasmanagement
- Goed klasmanagement heeft goede relaties.
, o Helpt bij het aandachtig houden.
- Moeilijk klasmanagement geeft minder tijd om 1 op 1 bezig te zijn.
3. LEERKRACHT-LEERLINGRELATIE EN KLASMANAGEMENT OF
GEDRAGSMANAGEMENT
Leerkracht-leerlingrelatie is verschillend van klasmanagement.
Goed klasmanagement is nodig om goede relaties te kunnen opbouwen.
4. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE LEERLING-LEERKRACHTRELATIE
3 grootste effecten op het leren van leerlingen:
- Goede thuisdynamiek
- Socio-economische status
- Leerkracht-leerlingrelatie
4.1. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE RELATIE VOOR KLEUTERS
- Gedragsmatige betrokkenheid
o Goede relatie kinderen zijn meer betrokken
- Schoolprestaties
- Taakbetrokkenheid
o Geen storend gedrag, intrinsieke motivatie…
- Motivatie
- Verkennende houding en onderzoekend gedrag
o Kinderen gaan meer willen leren
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Geloof in eigen kunnen
o Bevestiging door leerkracht zorgt voor meer zelfgeloof
- Relaties met klasgenoten en peers
- Positieve attitude tegenover school
4.2. DE INVLOED VAN EEN POSITIEVE RELATIE VOOR DE LEERKRACHT
- Positieve emoties
- Zelf-effectiviteit in de klas
o Bereiken wat je wil bereiken
- Job tevredenheid
- Minder burn-out symptomen
5. DE GEVOLGEN VAN EEN NEGATIEVE LEERKRACHT-LEERLINGRELATIE
- Minder goede attitude tegenover school
- Minder betrokkenheid op school
- Meer probleemgedrag
o Jij bent geïrriteerd kind is geïrriteerd jij bent geïrriteerd …
- Minder geloof in eigen kunnen
- Minder goede schoolprestaties
- Meer emotionele problemen
6. ACTIEPUNTEN EN AANDACHTSPUNTEN BIJ NEGATIEVE RELATIES