EXAMEN PEPF 2025-2026
Organische ideologie: de staat is het hart van de samenleving en samenleving primeert
boven het individu (zij zijn slechts onderdelen met rol als onderdeel vd samenleving bv.
Noord-Korea.
Mechanistische ideologie: de overheid is gecreëerd voor individuen en moet individuen
dienen. Hier heb je republikeinen vs. sociaaldemocraten.
=> Organisatie van overheidsinkomsten en uitgaven wordt beïnvloed door deze standpunten!
Deficit: verschil tussen ontvangsten en uitgaven DIT jaar=> STROOM begrip, loopt van jaar
tot jaar (vaak uitgedrukt in % vh BBP) <> Schuld: Het totale bedrag dat op een specifiek
moment verschuldigd is aan schuldeisers => VOORRAAD begrip
Structureel saldo: saldo gezuiverd voor conjuncturele invloed en eenmalige maatregelen
Rentesneeuwbal: mechanisme waarbij de overheidsschuld automatisch toeneemt doordat
er rente op de bestaande schuld betaald moet worden, en die rente vaak zelf weer moet
worden gefinancierd door nieuwe schulden. België heeft een hoge overheidsschuld (meer
dan 100% van het bbp).
Als de rente op die schuld stijgt dan nemen de jaarlijkse rentelasten sterk toe. Als de
overheid geen begrotingsoverschotten boekt, moet ze lenen om die rente te betalen → de
schuld groeit nog sneller. Dat kan leiden tot een sneeuwbaleffect: hogere schuld → hogere
rente → nog meer schuld.
Interestlasten (𝑖𝑡𝐷𝑡−1) staan vast, bijv. schulduitgiftes waarbij rentevoet bepaald is door de
markt. Beleidsmakers controleren enkel het primair saldo (𝐵𝑃t). Bijgevolg, drie
mogelijkheden: Inkomsten verhogen door belastingverhoging, Primaire uitgaven verlagen
door besparingen of deficit neemt verder toe waardoor situatie verslechtert.
,Is schuld slecht?
Abba Lerner: er wordt geen last verschoven naar toekomstige generaties want binnenlandse
schuld is een schuld v/e generatie (iedereen die op hetzelfde moment leeft) onder elkaar.
Naast schuld erven jongeren immers ook schuldtitels bijv. als de overheid geld is er een
transfer van kopers van staatsobligaties naar belastingbetalers, maar later is er een
omgekeerde verschuiving. Enkel bij externe schuld een burden.
<> Overlapping generations: Generatie = iedereen die ongeveer op hetzelfde moment
geboren wordt. Onderscheid tussen interne en externe schuld is niet van belang, bij zowel
interne- als externe schuld een burden. In plaats van het primair saldo uit te rekenen per
periode, kan men het doen per generatie (generational accounting)
Ricardiaanse Equivalentietheorema: voor gegeven stroom van overheidsuitgaven speelt het
geen rol of die uitgaven met schuld of met belastingen gefinancierd worden: "schuld nu zijn
belastingen later". Als de overheid nu geld leent om de belastingen laag te houden, begrijpen
burgers dat die schuld + rente ooit terugbetaald zal moeten worden.
Kritieken:
- Beperkte rationaliteit: Mensen overzien de complexe gevolgen van staatsschuld op lange
termijn niet.
-Consumptiegedrag: Mensen baseren hun uitgaven vaak op wat ze nú verdienen, niet op hun
inkomen over hun hele leven.
-Eindige horizon: Als de belasting pas na je overlijden wordt geheven (en je hebt geen
erfgenamen), heb je geen reden om nu te sparen.
-Geldgebrek (Liquiditeit): Mensen die nu krap bij kas zitten en niet kunnen lenen, zullen een
belastingvoordeel direct uitgeven aan noodzakelijke zaken.
, Dynamic scoring: methode om de budgettaire impact van belastingmaatregelen te
berekenen waarbij ook rekening wordt gehouden met economische gedragsreacties, zoals
veranderingen in groei, werkgelegenheid, prijzen en lonen. Het toont meestal aan dat
belastingverlagingen slechts gedeeltelijk worden terugverdiend en zelden volledig zelf-
financierend zijn.
Eerste fundamentele theorema van de welvaartseconomie:
Het competitief marktevenwicht is pareto efficiënt onder de volgende voorwaarden:
er bestaat een markt voor elk goed
de markt is perfect competitief, m.a.w. geen van de consumenten of producenten
heeft marktmacht
de nutsfunctie hangt enkel af van de eigen consumptie
de productie hangt enkel af van eigen inputs en outputs
Indien niet aan de voorwaarden voldaan? Marktfalingen
Het eerste welvaartstheorema toont dat (onder voorwaarden) de markt tot een
efficiënte uitkomst op de utility possibility curve zal leiden. Echter, deze uitkomst
maximiliseert niet noodzakelijk het sociale welzijn=> Ondanks de Pareto efficiëntie
kan overheidsinterventie wenselijk zijn voor een billijkere/eerlijkere verdeling van het
nut/welzijn.
Tweede fundamentele theorema van de welvaartseconomie
De maatschappij kan elke Pareto efficiënte allocatie bereiken door een geschikte toewijzing
van de initiële endowments (met welke bezittingen elk individu start) en individuën
vervolgens te laten ruilen => Dus bekomt men equity zonder efficiëntie te belemmeren. De
overheid heeft wel nood aan een manier om middelen te her-alloceren. Dit kan tot
problemen leiden indien de manieren daartoe zelf inefficiënties veroorzaken, bijv.
belastingen.
Publieke goederen:
Niet-rivaliteit in consumptie: de bijkomende kost van een extra gebruiker/consument
is nihil, m.a.w. marginale kost is nul
Niet uitsluitbaar: het is ofwel onmogelijk ofwel tegen prohibitief hoge kosten dat
consumptie van het goed wordt tegen gegaan.
Organische ideologie: de staat is het hart van de samenleving en samenleving primeert
boven het individu (zij zijn slechts onderdelen met rol als onderdeel vd samenleving bv.
Noord-Korea.
Mechanistische ideologie: de overheid is gecreëerd voor individuen en moet individuen
dienen. Hier heb je republikeinen vs. sociaaldemocraten.
=> Organisatie van overheidsinkomsten en uitgaven wordt beïnvloed door deze standpunten!
Deficit: verschil tussen ontvangsten en uitgaven DIT jaar=> STROOM begrip, loopt van jaar
tot jaar (vaak uitgedrukt in % vh BBP) <> Schuld: Het totale bedrag dat op een specifiek
moment verschuldigd is aan schuldeisers => VOORRAAD begrip
Structureel saldo: saldo gezuiverd voor conjuncturele invloed en eenmalige maatregelen
Rentesneeuwbal: mechanisme waarbij de overheidsschuld automatisch toeneemt doordat
er rente op de bestaande schuld betaald moet worden, en die rente vaak zelf weer moet
worden gefinancierd door nieuwe schulden. België heeft een hoge overheidsschuld (meer
dan 100% van het bbp).
Als de rente op die schuld stijgt dan nemen de jaarlijkse rentelasten sterk toe. Als de
overheid geen begrotingsoverschotten boekt, moet ze lenen om die rente te betalen → de
schuld groeit nog sneller. Dat kan leiden tot een sneeuwbaleffect: hogere schuld → hogere
rente → nog meer schuld.
Interestlasten (𝑖𝑡𝐷𝑡−1) staan vast, bijv. schulduitgiftes waarbij rentevoet bepaald is door de
markt. Beleidsmakers controleren enkel het primair saldo (𝐵𝑃t). Bijgevolg, drie
mogelijkheden: Inkomsten verhogen door belastingverhoging, Primaire uitgaven verlagen
door besparingen of deficit neemt verder toe waardoor situatie verslechtert.
,Is schuld slecht?
Abba Lerner: er wordt geen last verschoven naar toekomstige generaties want binnenlandse
schuld is een schuld v/e generatie (iedereen die op hetzelfde moment leeft) onder elkaar.
Naast schuld erven jongeren immers ook schuldtitels bijv. als de overheid geld is er een
transfer van kopers van staatsobligaties naar belastingbetalers, maar later is er een
omgekeerde verschuiving. Enkel bij externe schuld een burden.
<> Overlapping generations: Generatie = iedereen die ongeveer op hetzelfde moment
geboren wordt. Onderscheid tussen interne en externe schuld is niet van belang, bij zowel
interne- als externe schuld een burden. In plaats van het primair saldo uit te rekenen per
periode, kan men het doen per generatie (generational accounting)
Ricardiaanse Equivalentietheorema: voor gegeven stroom van overheidsuitgaven speelt het
geen rol of die uitgaven met schuld of met belastingen gefinancierd worden: "schuld nu zijn
belastingen later". Als de overheid nu geld leent om de belastingen laag te houden, begrijpen
burgers dat die schuld + rente ooit terugbetaald zal moeten worden.
Kritieken:
- Beperkte rationaliteit: Mensen overzien de complexe gevolgen van staatsschuld op lange
termijn niet.
-Consumptiegedrag: Mensen baseren hun uitgaven vaak op wat ze nú verdienen, niet op hun
inkomen over hun hele leven.
-Eindige horizon: Als de belasting pas na je overlijden wordt geheven (en je hebt geen
erfgenamen), heb je geen reden om nu te sparen.
-Geldgebrek (Liquiditeit): Mensen die nu krap bij kas zitten en niet kunnen lenen, zullen een
belastingvoordeel direct uitgeven aan noodzakelijke zaken.
, Dynamic scoring: methode om de budgettaire impact van belastingmaatregelen te
berekenen waarbij ook rekening wordt gehouden met economische gedragsreacties, zoals
veranderingen in groei, werkgelegenheid, prijzen en lonen. Het toont meestal aan dat
belastingverlagingen slechts gedeeltelijk worden terugverdiend en zelden volledig zelf-
financierend zijn.
Eerste fundamentele theorema van de welvaartseconomie:
Het competitief marktevenwicht is pareto efficiënt onder de volgende voorwaarden:
er bestaat een markt voor elk goed
de markt is perfect competitief, m.a.w. geen van de consumenten of producenten
heeft marktmacht
de nutsfunctie hangt enkel af van de eigen consumptie
de productie hangt enkel af van eigen inputs en outputs
Indien niet aan de voorwaarden voldaan? Marktfalingen
Het eerste welvaartstheorema toont dat (onder voorwaarden) de markt tot een
efficiënte uitkomst op de utility possibility curve zal leiden. Echter, deze uitkomst
maximiliseert niet noodzakelijk het sociale welzijn=> Ondanks de Pareto efficiëntie
kan overheidsinterventie wenselijk zijn voor een billijkere/eerlijkere verdeling van het
nut/welzijn.
Tweede fundamentele theorema van de welvaartseconomie
De maatschappij kan elke Pareto efficiënte allocatie bereiken door een geschikte toewijzing
van de initiële endowments (met welke bezittingen elk individu start) en individuën
vervolgens te laten ruilen => Dus bekomt men equity zonder efficiëntie te belemmeren. De
overheid heeft wel nood aan een manier om middelen te her-alloceren. Dit kan tot
problemen leiden indien de manieren daartoe zelf inefficiënties veroorzaken, bijv.
belastingen.
Publieke goederen:
Niet-rivaliteit in consumptie: de bijkomende kost van een extra gebruiker/consument
is nihil, m.a.w. marginale kost is nul
Niet uitsluitbaar: het is ofwel onmogelijk ofwel tegen prohibitief hoge kosten dat
consumptie van het goed wordt tegen gegaan.