HFST 1 INLEIDING
Psychologie: studie van menselijk gedrag (intern: denken, voelen
extern: agressie)
Ontwikkelingspsychologie: tak vd psychologie en bestudeert gedrag
doorheen levensfasen vd mens
Levenslooppsychologie: levenslange verandering in gedrag: groei en
verandering
1.2 Theoretische modellen
Voor & nadelen fase theorieën en continue theorieën
Fase/ discontinue theorieën: fase waarbinnen het kind bepaalde
kenmerken gaat vertonen en stabiel blijft, tot het naar andere fase
overgaat (freud, erikson,piaget)
Continue ontwikkeling: beste benadering, stadia theorieën (zijn
construct en beter hanteerbaar en inzichtelijker dan continue: (vygotski)
1.3 wat heeft allemaal invloed op de ontwikkeling
1. Universele invloeden
o Concentreren op factoren die mensen gemeenschappelijk hebben
doorheen levensloop, los van tijd en ruimte
2. Normatieve invloeden (eenzelfde tijdsperiode/cult/sociale context
opgroeien)
- historisch bepaalde invloeden vb. cohoreffecten
o Cohoreffect: verschil in ontw tussen groepen van mensen uit versch
tijdsperken
o Gebeurtenissen/omstandigheden die hele generatie vormen.
(WO,internet,Covid)
- Soc.-culturele invloeden
o Ervaringen die men binnen bep soc.-culturele groep delen
3. Unieke invloeden
o Persoonlijke ervaringen die niet gedeeld worden met groep unieke
factoren die ontw beïnvloeden
1.4 enkele onderzoeksmethodes
, 1. Longitudinaal onderzoek: groep mensen volgen doorheen de tijd
en kijken naar verandereningen. Vb volgen effect sociale media
tieners ND: tijdsintensief/onhaalbaar
2. Cross-sectioneel/ dwarsdoornedeonderzoek: tegelijkertijd
mensen van verschillende leeftijdscat onderzoeken. gevonden
verschillen toeschrijven aan ontwikkelingND: gevonden verschil ter wijten
aan cohoreffect, onjuiste conclusies
HST 2: PRENATALE ONTWIKKELING
2.2 hersenontwikkeling
=> in het derde trimester zijn alle neuronen aanwezig, deze ontstaan
centraal in de hersenen en moeten nog migreren naar de juiste plaats in
de hersenen, waar ze hun def vorm aannemen en verbindingen/synapsen
beginnen leggen. 6 maand:EEG hersenactiviteit zichtbaar 8 maand: slaap-
waakpatroon, anatomisch & functioneel organiseren
2.3 Cognitieve ontwikkeling
- Auditieve waarneming: voorgelezen tekst na geboorte herkennen
(toenname zuiggedrag)
- Impliciete geheugenprocessen: stemgeluiden van eigen moeder
onderscheiden met andere vrouw.
- Smaaksensatie: toegenomen zuiggedrag bij zoetstof ih
vruchtwater
- Pijnwaarneming
2.4 hechting en stress tijdens de zwangerschap
vanaf 5 maand ontstaat hechting
hechting beïnvloeden, wanneer moeder negatieve gevoelens heeft
naar kind (risicogedrag en stresshormoon worden doorgegeen via
navelstreng
1000 dagen: (tot 2 jaar
- kind extreem gevoelig voor omgevingsinvloeden
- positief ondersteunende omg belangrijk
HST 3. BABYTIJD (0-2 JAAR)
3.1 inleiding
, fysiologische vroeggeboorte: mensenbaby eig te vroeg geboren,
ademhalingssystemen, spijsvertering, temperatuurbehoud,
overleven in buitenwereld.
psychologische geboorte: ontwikkelen van waarneming, spieren,
voortbeweging, hechting en taalwerving. Zo drastisch gaan
ontwikkelen
3.2 fysieke en motorische ontwikkeling
3.2.1 De babyhersenen
- grote hoeveelheid neuronen (40% meer dan later nodig)
- moet de eerste levensjaren nog sterk groeien in gewicht en
complexiteit.
- Komt door 2 processen namelijk:
Aanmaken verbindingen/synapsen tussen neuronen en myelinisatie
1. Groeien van synapsen/vebindingen: eerste 2 jaar worden veel
meer aangemaakt dan nodig. Overproductie is nuttig: biedt brein de kans
om aanpassen aan omgeving. Hoe vaker verbinding gebruikt wordt ->
sterker het wordt. Ongebruikte/zwak geactiveerde verbindingen verdwijnen
= snoeien
2. Myelinisatie: de axonen (uitlopers zenuwcellen) worden geleidelijk aan
omhuld met myeline,= vlottere doorstroming elektrochemische signalen ->
verwerken complexere info
3.2.3 Motorische ontwikkeling
- Reflexen = niet- aangeleerde, onvrijwillige responsen die
automatisch optreden bij aanwezigheid van bepaalde prikkels
- BLIJVEND: vitale functie, waarneming, motoriek
o niezen, hoesten, braken, slikken, pupil- en buigreflex
- VOORBIJGAAND: vitaal belang, restanten evolutie, hechting
o zoek- en zuigreflex, mororeflex, grijpreflex (enkel eerste
maanden)
2 principes van groei
1. principe van cefalocaudale groei: groei van kop toot staart
(boven naar onder)
o groei verloopt van hoofd-> bovenste lm-> onderste lm
o hoofd groter dan rest lichaam
o gebruik lichaamsdelen = volgens zelfde principe
o eerst hoofdspieren -> spieren romp -> spieren onderste lm