Eigen sv bloed 2
INHOUDSTAFEL
Inleiding kwaadaardige aandoeningen hemato p2-3
Acute leukemie p4-8
Chronische leukemie p9-11
Myelodysplastische neoplasie (MDS) p12-13
Maligne lymfomen p14-20
Monoklonale gammopathie p21-24
Myeloproliferatieve neoplasieën p25-28
Anemie: op punt stelling p29-32
Microcytaire anemie p33-36
Macrocytaire anemie p37-40
Hemolytische anemie p41-47
Leukocytose en leukopenie p48-50
Pancytopenie p51-54
, 2
Inleiding kwaadaardige aandoeningen hemato
Groepen kwaadaardige hematologische
- Leukemie: kwaadaardigheid uitgaande van hematopoëtische stamcellen
- Lymfoom: kwaadaardige tumor van lymfoïde organen
- Myelomen: proliferatie van plasmacellen, voornamelijk in het beenmerg
- Myelodisplastische syndromen of neoplasiën
o Groep van verworven neoplastische aandoeningen in het BM
o Kwantitatieve en kwalitatieve afwijkingen van verschillende hematologische reeksen
o Door ineffectieve hematopoëse en toenemende BM insufficiëntie
- Myeloproliferatieve neoplasiën
o Monoklonale ziekte van hematopoëtische stamcel (HSC)
o Kan granulocytaire, monocytaire, erythroïde en megakaryocytaire reeksen aantasten
o Trage proliferatie, mengvormen zijn mogelijk
o polycythaemia (rubra) vera of primaire polycythemie:
EPO onafhankelijke toename van RBC
o Essentiële trombocythemie: wordt gekenmerkt door een stijging van trombocyten
o CML: wordt gekenmerkt door vooral leukocytose en neutrofilie
o Primaire myelofibrose: snelle fibrose die secundair is aan een hematopoietische
proliferatie die geleidelijk de functie van het BM belemmert
Eigenschappen kwaadaardige hematologische aandoeningen
1) Monoklonaliteit: aandoening ontstaat vanuit 1 cel
2) Klonale progressie: de kwaadaardige cel blijft groeien
3) Klonale dominatnie: de kwaadaardige cel heeft een dominant voordeel tov andere cellen
4) Onderdrukking van normale klonen/cellen
5) Genetische instabiliteit
Gevolgen kwaadaardige hematologische aandoeningen
- Beenmerginsufficiëntie: zieke cel neemt heel het beenmerg in
- Orgaaninfiltratie
o Vooral in lymfeklieren, milt en beenmerg
o Je kan obstructieverschijnselen zien (oedeem door lymfadenopathie)
o Pijn bij rekking van orgaankapsels (bv milt)
o Tekenen van CZS invasie (intracraniële overdruk, menigeale prikkeling)
- Immunologische afwijkingen
- Effecten van tumorcelproducten
o Hoge urinezuurspiegel met kans op jucht (uraat arthropathie)
o Hyperuricemie kan je behandelen met allopurinol (xanthine oxidase inhibitor)
o Osteoporose, osteolytische letsels, pathologische fracturen en hyperCa
o Hyperviscosciteitssyndroom
Meer cellen = meer viskeus bloed, kan de circulatie belemmeren
Gevolgen: duizeligheid, syncope, coma, visusstoornissen, dyspneu, hartfalen,
abnormale bloedingen, …
Behandel door de oorzakelijke factor aan te pakken
Ziekte van Waldenström plasmaferese
Leukostase leukaferese
Polycythemia vera aderlating, evt fysiologische zoutoplossing
, 3
Ontstaanmechanisme van hematologische tumoren
- Herriditaire aandoeningen (bv downsyndroom)
- Blootstelling aan chemische stoffen (ook chemotherapie zelf)
- Bestraling
- Ontwikkeling uit bestaande hematologische ziekten
- Virussen
o Retrovirussen: hebben virale oncogenen
o HTLV1 = human T-lymphotropic virus type I geeft acute T-cel leukemie
o HIV 1 lymfomen
o EBV Burkit lymfomen (hoog-agressieve lymfomen van het B-cel type)
Kan ook (non)- hodgkin lymfomen geven
o Kaposi sarcoma = HHV8 primaire effusielymfomen
- Bacteriën: H. pylori kan non hodgkinlymfoom van de maag geven
Moleculaire basis van kanker
1) Chromosomale translocaties en herschikkingen
- Proto-oncogenen reguleert in een normale cel de celgroei, -deling, en -proliferatie
o Deze kunnen oncogeen worden door een gain of function mutation
- Tumorsupressorgenen inhiberen de celgroei
o Bij een loss of function mutatie kan je kanker krijgen
- De volgende dingen kunnen hiervoor zorgen
o Chromosomale translocatie waardoor proto-oncogen op een andere plek komt te
liggen, hierdoor kan er meer expressie van het gen optreden kanker
o Bv burkitt B-cel lymfomen hebben bijna altijd t(2;8), t(8;14) of t(8;22) mutaties
Het oncogeen komt te liggen achter een codon voor immunoglobulines
Deze worden heel veel aangemaakt, dus het proto-oncogen nu ook
o Bv ‘Philadelphia-chromosoom’ bij CML
o Bv Folliculaire non-Hodgkin lymfomen (85%) en CLL t(14 ;18)
o Bv Mantelcellymfoom: t(11,14)
Is een vorm van non-Hidgkinlymfoom met een slechte prognose
2) Puntmutaties
- Komt minder frequent voor
- Typisch mutaties thv de RAS oncogenen
- Bv Tyrosine kinase Janus (JAK2)
o Door een puntmutatie word er een ander AZ gevormd
o Hierdoor gaat tyrokinase zijn eigen activiteit niet meer kunnen inhiberen
o Er is continue activatie van het JAK 2 gen, terwijl dit normaal enkel door EPO is
o continue, EPO onafhankelijke proliferatie van erythroïde progenitoren
3) Amplificatie van oncogenen
- Bepaalde maligniteiten worden gekenmerkt door winst of verlies van chromosomen
- Meer chromosoom van een proto-oncogeen = meer expressie van dit proto-oncogeen
4) Promoter insertie
- Promotor controleert de expressie van een gen
- Een promotor regio bij een oncogen kan aanleiding geven tot verhoogde activatie van dit
oncogen (zie je vooral bij retrovirussen)
, 4
Acute leukemie
ACUTE VS CHRONISCHE LEUKEMIE
- Beiden zijn kwaadaardig met een overmaat aan witte bloedcellen
- Acute leukemie:
o Verloopt over weken tot maanden is een medische urgentie
o Ontstaan uit vroege voorlopers van WBC (blasten)
o Geeft vaak aanleiding tot BM insufficiëntie
o 2 soorten
Acute lymfoblastische leukemie (ALL): neoplasie uit lymfoblasten
Komt vaker voor op jonge leeftijd (kinderen en jongvolwassenen
Acute myeloblastische leukemie (AML): proliferatie van myeloïde blasten
= myeloblasten, monoblasten, erytroblasten of megakaryoblasten
Kunnen soms zels stamcellen of hematologische progenitoren zijn
Komt meer voor op oudere leeftijd
- Chronische leukemie:
o Verloopt over maanden tot jaren
o Ontstaan uit meer uitgerijpte WBC, die nog kunnen differentiëren
o BM insufficiëntie treed pas in late fase op
o 2 soorten
Chronische lymfocytaire leukemie (CLL)
Traag groeiende maligne proliferatie van rijpe lymfocyten
Er is dus een rijper differentiatie stadium dan een ALL
Chronische myeloïde leukemie (CML)
Er is neoplasie vanuit hematopoietische stamcellen
proliferatie over heel de granulocytaire reeks
Er is geen verlies van differentiatie vermogen tot rijpe granulocyten
KLINIEK ACUTE LEUKEMIE
Typische bloedkenmerken
- ALL
o Anemie
o Trombocytopenie, Neutropenie
o Leukocytose, Lymfocytose
o Veel blasten in het bloed
o De leukocyten zijn klein met weinig cytoplasma
- AML
o Proliferatie van weinig uitgerijpte blasten
o Myeloblasten, monoblasten, erytroblasten, megakaryoblasten (te veel)
o Anemie, trombocytopenie, vaak ook een neutropenie
o Leukocytose
- CLL:
o Traaggroeiende proliferatie van de granulocytaire reeks
o De differentiatie is in een verder stadium dan bij ALL
o Verwanten aan CLL hairy cell leukemie (HCL), prolymfocytaire leukemie (PLL)
- CML:
o Proliferatie uit de granulocytaire reeks