1 Hoorapparaten deel 1 7
1.1 Introductie 7
1.1.1 Auditieve problemen als gevolg van slechthorendheid 7
1.1.2 Doel hoorapparaten 7
1.2 Systeem overzicht 7
1.2.1 Vormfactoren 7
1.2.1.1 Introductie 7
1.2.1.2 Botverankerd hoortoestel (BAHA) 7
1.2.1.3 Cochleair implantaat (CI) 8
1.2.2 Basiscomponenten 8
1.2.2.1 Block diagram 8
1.2.2.2 Componenten 9
1.2.3 Fitting 9
1.2.3.1 Definitie 9
1.2.3.2 Fitting controls 10
1.2.3.3 User controls 10
1.3 Karakteristieken 10
1.3.1 Meten 10
1.3.1.1 Coupling 10
1.3.2 Statische karakteristieken 10
1.3.2.1 Maximale output niveau 10
1.3.2.2 Nominale frequentie karakteristiek 11
1.3.2.3 Maximale versterking (full-on gain) 11
1.3.3 Dynamische karakteristieken 12
1.3.4 Data sheet 12
1.4 Compressie 12
1.4.1 Definitie 12
1.4.1.1 Introductie 12
1.4.1.2 Recruitment 12
1.4.1.3 Compressie 12
1.4.2 Peak clipping 13
1.4.2.1 Lineair hoorapparaat 13
1.4.2.2 Effect van volume control 13
1.4.3 Statische karakteristieken peak limiting 14
1.4.3.1 Compressiedrempel, compressieratio en IO diagram 14
1.4.3.2 Aantal banden 15
1.4.3.3 AGC-I vs AGC-O 15
1.4.4 Dynamische karakteristieken 16
1.4.4.1 Distorsie vermijden 16
1.4.4.2 Attack en releasetijd: definitie 17
1.4.4.3 Attack en releasetijd: illustratie en voorbeelden 17
1
, 1.4.5 Voorbeelden 18
1.4.5.1 Compressie limiting 18
1.4.5.2 Spraak in stilte 18
1.4.5.3 Spraak in ruis 19
1.4.6 Besluit 19
2 Hoorapparaten deel 2 19
2.1 Geluidsbronnen 19
2.1.1 Microfoons 19
2.1.1.1 Elektrische microfoons: principe 19
2.1.1.2 Omnidirectionele microfoon: polar diagram 20
2.1.2 Directionele microfoons 21
2.1.2.1 Rationale 21
2.1.2.2 Principe: fixed directional microphone = hardware directional microphone 21
2.1.2.3 Illustratie 22
Illustratie 100Hz 22
Illustratie 1000 Hz en 4000 Hz 22
Illustratie: 10 000 Hz 23
2.1.2.4 Directionele karakteristieken 24
2.1.2.5 Parameters 24
2.1.2.6 Toepassingen 25
2.1.2.7 Uitbreidingen 25
2.1.2.8 Voorbeeld: phonak beamformers 25
2.1.2.9 Resultaten 26
2.1.3 Actieve ruisonderdrukking 26
2.1.3.1 Introductie 26
2.1.3.2 Adaptieve straalvorming 26
2.1.3.3 Samenvatting 27
2.1.3.4 Resultaten 27
2.1.4 Contralaterale routering: CROS/BICROS 28
2.1.5 Audio input: direct audio input (DI/DAI) 28
2.1.6 Draadloze transmissie 28
2.1.6.1 Inductie ("luisterspoel") 29
1. Setup en werking 29
3. Voordelen en nadelen 29
2.1.6.2 Radiofrequentie-overdracht 30
1. Frequentie Modulatie (FM) 30
2. Digitaal: Bluetooth 30
3. Eigendomsrecht (bv. 2.4 GHz band, 900 Mhz band) 31
2.1.7 Hulp- en luisterapparatuur 31
2.2 Signaalverwerking 32
2.2.1 Multibandverwerking 32
2.2.1.1 Block diagram 32
2
, 2.2.1.2 Frequentiekarakteristieken 32
2.2.2 Feedback-onderdrukking 33
2.2.2.1 Factoren die feedback beïnvloeden 33
2.2.2.2 Feedbackpad 33
2.2.2.3 Strategieën om feedback te onderdrukken 34
2.2.2.4 Definities 34
2.2.2.5 Resultaten 34
2.2.3 Frequentiecompressie 35
2.3 Oorvormen 35
2.3.1 Introductie 35
2.3.2 Soorten 36
2.3.2.1 Achter het oor 36
2.3.2.2 Receiver in the ear (RITE) 36
2.3.2.3 In het oor: MIHO, ITE en CIC 36
2.3.3 Frequentiebereik 36
2.3.3.1 Open fit 37
2.3.4 Occlusie-effect 38
2.3.4.1 Effect van verluchting/venting 38
2.3.4.2 Samenvatting 38
2.4 Fitting 38
2.4.1 Patiëntenparameters 38
2.4.2 Keuze van het apparaat 38
2.4.2.1 Keuze hoorapparaat 39
2.4.2.2 Counseling 39
2.4.3 Aanpasregels 39
2.4.3.1 Introductie 39
2.4.3.2 Vuistregels 39
2.4.3.3 National Acoustics Laboratory (NAL) 40
2.4.3.4 NAL revised (NAL-R) 40
2.4.3.5 Compressiehoorapparaten 40
2.4.4 In de praktijk 40
2.4.4.1 NOAH software platform 40
2.4.4.2 Auricular measurement system 41
2.4.5 Meervoudige programma's 41
2.4.5.1 Relevantie van meervoudige programma’s 41
2.5 Uitkomsten 41
2.5.1 Factoren voor het niet dragen van het hoorapparaat 41
3 Evaluatie van hoortoestellen 42
3.1 Inleiding 42
3.1.1 Waarom en wanneer evalueren 42
3.1.1.1 Waarom evalueren? 42
3.1.1.2 Evaluatieproces 42
3
, 3.1.2 RIZIV-criteria 42
3.1.2.1 Gehoorwinst berekenen 42
3.2 Fysieke metingen 43
3.2.1 Introductie 43
3.2.2 Couplermetingen 43
3.2.3 Real ear metingen 43
3.2.3.1 Stadia van geluidsoverdracht 43
3.2.3.2 Procedure REM 44
3.2.3.3 REM-meetpunten 44
3.2.3.4 Positionering probe 45
3.2.3.5 RECD 46
3.2.3.6 RETSPL 46
3.2.4 Uitkomsten 46
3.2.4.1 REAG: wat te verwachten? 46
3.2.4.2 Hoe REM resultaten gebruiken? 47
3.2.5 Samenvatting 47
3.3 Gedragsmetingen 47
3.3.1 Functionele versterking 47
3.3.1.1 Functionele versterking vs insertie versterking 47
3.3.1.2 Conclusies 47
3.3.2 Spraakaudiometrie 48
3.3.2.1 Waarom? 48
3.3.2.2 Types spraakmateriaal en tests 48
3.3.2.3 Analytische tests 48
3.3.3 Significantieniveaus 49
3.3.3.1 Introductie 49
3.3.3.2 Berekening van SL 49
3.3.3.3 Betekenis 49
3.3.3.4 Voorbeeld 50
3.3.4 Lokalisatie 50
3.3.4.1 Waarom testen? 50
3.3.4.2 Testen van lokalisatieprestaties 50
3.3.4.3 Resultaten: verwarringsmatrix 51
3.3.4.4 Foutberekening 51
3.3.5 Geluidskwaliteit 51
3.3.5.1 Introductie 51
3.3.5.2 ITU methodes 52
3.3.5.3 Voorbeeld resultaten 52
3.3.5.4 Samenvatting 52
3.3.6 Luisterinspanning 53
3.3.6.1 Introductie 53
3.3.6.2 Luisterinspanning meten 53
4
, 3.3.6.3 Dual task: procedures 53
3.3.6.4 Samenvatting 53
3.4 Zelfrapportage 53
3.4.1 APHAB 54
3.4.2 SSQ 54
3.4.3 COSI 54
3.4.4 Samenvatting 54
3.5 In de praktijk 55
4 Gehoorbescherming 55
4.1 Schadelijk geluid 55
4.2 Gevolgen 55
4.3 Hoe voorkomen? 55
4.3.1 Sensibiliseren 55
4.3.2 Wetgeving 55
4.3.3 Gehoorbescherming of hearing protection device (HPD) 56
4.3.3.1 Welke bescherming? 56
1. Oorkappen 56
2. Oordopjes 56
3. Combinatie 56
4. Actief of passief 57
4.3.3.2 Filter 57
4.3.3.3 Kwaliteit HPD 57
4.3.3.4 Kwaliteit HPD meten 58
1. Acoustical Test Fixtures (ATF) 58
2. Microphone In Real Ear (MIRE) 59
3. REAT: Real Ear Attenuation Threshold 60
4. Loudness Balance 60
5 Cochleaire implantaten 61
5.1 Extern deel 61
5.1.1 Kast type 61
5.1.2 Achter het oor type 61
5.1.3 Algemene componenten 61
5.2 Spraakprocessor 62
5.2.1 Block diagram 62
5.2.2 Feature extraction systemen 62
5.2.3 Filterbank systemen 62
5.2.3.1 De filterbank 62
5.2.3.2 SAS 63
5.2.3.3 CIS 63
5.2.3.4 n-of-m 63
5.2.3.5 Experimentele systemen 63
5.2.4 Compressie 65
5
, 5.2.5 Omzetting naar binaire code 65
5.2.6 RF transmissie 65
5.2.7 Extra verwerking 66
5.3 Intern deel 66
5.3.1 Electrodeconfiguratie 66
5.3.2 Pulsvormen 66
5.3.3 Stroombronnen 67
5.4 Parameters van het hele systeem 67
5.5 Fitting 67
5.6 Implantatiecriteria 68
5.7 Praktische aspecten 68
5.7.1 Voorbereiding 68
5.7.2 Configuraties 68
5.7.3 Trivia 68
5.8 Resultaten 68
5.9 Concrete systemen 68
6
, Samenvatting gehoortechnologie
1 Hoorapparaten deel 1
1.1 Introductie
1.1.1 Auditieve problemen als gevolg van slechthorendheid
● Verminderde frequentie- en tijdsresolutie
● Verminderd dynamische bereik
○ Verschil tussen luidste (comfortabel) en zachtste geluid dat je kan waarnemen
○ Bij normaalhorenden = 100 dB HL
● Verminderde hoorbaarheid
○ Gehoordrempels = verschoven -> zachtste geluiden niet meer horen
○ Aller luidste geluiden klinken nog dezelfde
○ Drempels liggen hoger
● HA = grootte bereik van werkelijke geluiden in een kleiner dynamische bereik van iemand
met gehoorverlies krijgen
1.1.2 Doel hoorapparaten
● Functioneel: Herstel van gehoor en communicatie
● In de praktijk
○ Geluiden aanpassen binnen dynamisch bereik
○ Geluiden voorbewerken om andere tekortkomingen te compenseren
○ Zorgen voor een comfortabele draag ervaring
1.2Systeem overzicht
1.2.1 Vormfactoren
1.2.1.1 Introductie
● Opties
○ Behind the ear (BTE)
○ Receiver in the oor (RIE)
○ In het oor (ITE)
○ In the canal (ITC)
○ Completely in canal (CIC)
● Hoe wordt de keuze gemaakt?
○ Fysisch: niet willen dat het zichtbaar is
■ vb. Paratympanisch = nieuwe technologie
● Heel diep in GG en je ziet het absoluut niet zitten
● Zeer duur + lage power
○ Hoe comfortabel is het om te dragen vb. kleintjes niet perse beter want blokkeren GG
○ Hoe hard er moet versterkt worden = vermogen/power van apparaat
■ Iemand met ernstig GV = HA nodig dat zeer luid kan gaan -> grotere
toestellen hiervoor
■ In het oor: kan minder luid, minder power
1.2.1.2 Botverankerd hoortoestel (BAHA)
● Softband: Systeem dat tegen mastoïd wordt geduwd
○ Niet comfortabel om te dragen en huid zit ertussen dus ook niet zo efficiënt
● Middenoor overslagen
● Van toepassing als:
○ Hoortoestel dat het oor afsluit om medische redenen niet wordt verdragen
○ Groot geleidingsverlies: beengeleiding kan meer vermogen leveren
● Percutane koppeling = invasief
7
, ○ BAHA connect
○ Vijsje dat in het bot doorheen de huid waar hoorapparaat tegen klikt
○ Nadeel: bacteriën kunnen beter binnen want geen beschermlaag meer
● Transcutane koppeling = niet-invasief
○ BAHA attract
○ Oplossing voor percutane en ook geen hoofdband -> magnetische connectie
○ Uitproberen is mogelijk + weghalen als het niet goed is
○ MAAR minder power bereik want je moet ook door huid gaan
1.2.1.3 Cochleair implantaat (CI)
● Directe elektrische stimulatie van de gehoorzenuw
● Laatste redmiddel als akoestische stimulatie niet voldoende is
● HC werken niet meer voldoende
● Heel duur en invasief
1.2.2 Basiscomponenten
1.2.2.1 Block diagram
● Essentiële signaal processing
○ Versterking / compressie (dynamisch bereik kleiner maken)
○ Feedback suppressie (fluittoon als je te dicht bij luidspreker staat)
■ Stem wordt versterkt en opnieuw en opnieuw, microfoon en luidspreker
zitten heel dicht bij elkaar
■ Je krijgt een fluittoon
● Analoge signaalbewerking
o HA = analoog
o Continu -> kan alle waarden aannemen
8
, o Op elk moment een signaal en kan alle groottes hebben
o Geluid -> microfoon -> versterker -> luidspreker -> geluid
● Digitale signaalbewerking
○ A/D: analoog -> digitaal
■ Kwantiseren: vaste niveaus (horizontaal)
■ Sampling/bemonstering (verticaal)
● Op regelmatige tijdstippen kijken hoe groot geluidsdruk is
● Niet alle mogelijke waardes bijhouden (wel in discrete stappen doen)
● Hierop kan digitale verwerking toegepast worden
○ DSP: digitale signaalverwerking vb. ruisonderdrukking
○ D/A: digitaal -> analoog
1.2.2.2 Componenten
● Algemeen:
○ Receiver waar geluid uitkomt
■ Via receiver buisje in de richting van gehoorgang geluid van applicatie tot in
gehoorgang
■ Microfoons die geluid oppikken: bij achter het oor 2 microfoons
○ Volume knop
○ Programming socket: om kabel op aan te sluiten om in te stellen (meestal draadloos
tegenwoordig)
○ Batterij (grootste deel)
○ Versterker
● Bovenste = in oor
○ Vent: gat om lucht in het oor binnen te laten
■ vb. lage frequenties op die manier natuurlijk laten horen
■ Verluchting oor vb. om ontstekingen te voorkomen
■ Occlusie-effect vermijden
● Onderste = achter oor
○ Aan/uit knop
○ Oorhaak: mechanisch op de plaats houden
○ Knopje voor programma’s
1.2.3 Fitting
1.2.3.1 Definitie
● Audicien past HA aan individuele P aan op basis van
o Audiogram (drempels)
o Onaangename luidheidsniveau (LDL = loudness
discomfort level)
of Meest Comfortabel Niveau (MCL = most
comfortable level)
9
, o Spraakverstaanbaarheid (eerder op einde als finetuning)
o Voorkeur
1.2.3.2 Fitting controls
● Frequentiekarakteristieken
○ Minimaal: stel lage/middelhoge/hoge versterking in
○ Volgens aanpasregel (NAL, DSL, fabrikant specifiek), gebaseerd op audiogram
○ Comfortabel voor patiënt
● Andere functies in-/uitschakelen
○ Ruisonderdrukking
○ Programma's
○ Accessoires, etc
1.2.3.3 User controls
● User controls: ingeschakeld door audioloog, bediend door gebruiker
● Volumeregeling
o Knop op toestel
o Via afstandsbediening
o Smartphone
● O-M-T schakelaar: uit-microfoon-telecoil (publieke plekken)
● Programma selectie: als audicien kan je programma’s maken met andere instellingen: tv
kijken, vergaderingen -> switchen tussen programma's
● Meer en meer HA werken met een app en niet met knopjes
o HA wel meest door ouderen gebruikt -> andere manier met elektronica omgaan
1.3Karakteristieken
1.3.1 Meten
1.3.1.1 Coupling
● Stel er werkt iets niet? -> kijken of het effectief aan HA ligt
o Je wil weten wat voor geluid er in GG geproduceerd wordt, liefst geluidsdruk bij TV
o Manier om hoorapparaten op te meten
● Gestandaardiseerde koppelstukken -> simuleren fysica van GG vb gemiddelde volume in GG
als HA er in zit = 2 cc
● HA1: caviteit, gat, lucht, ongeveer zoals gehoorgang
1.3.2 Statische karakteristieken
1.3.2.1 Maximale output niveau
● OSPL90: output bij maximale versterking met 90dBSPL input niveau
10
1.1 Introductie 7
1.1.1 Auditieve problemen als gevolg van slechthorendheid 7
1.1.2 Doel hoorapparaten 7
1.2 Systeem overzicht 7
1.2.1 Vormfactoren 7
1.2.1.1 Introductie 7
1.2.1.2 Botverankerd hoortoestel (BAHA) 7
1.2.1.3 Cochleair implantaat (CI) 8
1.2.2 Basiscomponenten 8
1.2.2.1 Block diagram 8
1.2.2.2 Componenten 9
1.2.3 Fitting 9
1.2.3.1 Definitie 9
1.2.3.2 Fitting controls 10
1.2.3.3 User controls 10
1.3 Karakteristieken 10
1.3.1 Meten 10
1.3.1.1 Coupling 10
1.3.2 Statische karakteristieken 10
1.3.2.1 Maximale output niveau 10
1.3.2.2 Nominale frequentie karakteristiek 11
1.3.2.3 Maximale versterking (full-on gain) 11
1.3.3 Dynamische karakteristieken 12
1.3.4 Data sheet 12
1.4 Compressie 12
1.4.1 Definitie 12
1.4.1.1 Introductie 12
1.4.1.2 Recruitment 12
1.4.1.3 Compressie 12
1.4.2 Peak clipping 13
1.4.2.1 Lineair hoorapparaat 13
1.4.2.2 Effect van volume control 13
1.4.3 Statische karakteristieken peak limiting 14
1.4.3.1 Compressiedrempel, compressieratio en IO diagram 14
1.4.3.2 Aantal banden 15
1.4.3.3 AGC-I vs AGC-O 15
1.4.4 Dynamische karakteristieken 16
1.4.4.1 Distorsie vermijden 16
1.4.4.2 Attack en releasetijd: definitie 17
1.4.4.3 Attack en releasetijd: illustratie en voorbeelden 17
1
, 1.4.5 Voorbeelden 18
1.4.5.1 Compressie limiting 18
1.4.5.2 Spraak in stilte 18
1.4.5.3 Spraak in ruis 19
1.4.6 Besluit 19
2 Hoorapparaten deel 2 19
2.1 Geluidsbronnen 19
2.1.1 Microfoons 19
2.1.1.1 Elektrische microfoons: principe 19
2.1.1.2 Omnidirectionele microfoon: polar diagram 20
2.1.2 Directionele microfoons 21
2.1.2.1 Rationale 21
2.1.2.2 Principe: fixed directional microphone = hardware directional microphone 21
2.1.2.3 Illustratie 22
Illustratie 100Hz 22
Illustratie 1000 Hz en 4000 Hz 22
Illustratie: 10 000 Hz 23
2.1.2.4 Directionele karakteristieken 24
2.1.2.5 Parameters 24
2.1.2.6 Toepassingen 25
2.1.2.7 Uitbreidingen 25
2.1.2.8 Voorbeeld: phonak beamformers 25
2.1.2.9 Resultaten 26
2.1.3 Actieve ruisonderdrukking 26
2.1.3.1 Introductie 26
2.1.3.2 Adaptieve straalvorming 26
2.1.3.3 Samenvatting 27
2.1.3.4 Resultaten 27
2.1.4 Contralaterale routering: CROS/BICROS 28
2.1.5 Audio input: direct audio input (DI/DAI) 28
2.1.6 Draadloze transmissie 28
2.1.6.1 Inductie ("luisterspoel") 29
1. Setup en werking 29
3. Voordelen en nadelen 29
2.1.6.2 Radiofrequentie-overdracht 30
1. Frequentie Modulatie (FM) 30
2. Digitaal: Bluetooth 30
3. Eigendomsrecht (bv. 2.4 GHz band, 900 Mhz band) 31
2.1.7 Hulp- en luisterapparatuur 31
2.2 Signaalverwerking 32
2.2.1 Multibandverwerking 32
2.2.1.1 Block diagram 32
2
, 2.2.1.2 Frequentiekarakteristieken 32
2.2.2 Feedback-onderdrukking 33
2.2.2.1 Factoren die feedback beïnvloeden 33
2.2.2.2 Feedbackpad 33
2.2.2.3 Strategieën om feedback te onderdrukken 34
2.2.2.4 Definities 34
2.2.2.5 Resultaten 34
2.2.3 Frequentiecompressie 35
2.3 Oorvormen 35
2.3.1 Introductie 35
2.3.2 Soorten 36
2.3.2.1 Achter het oor 36
2.3.2.2 Receiver in the ear (RITE) 36
2.3.2.3 In het oor: MIHO, ITE en CIC 36
2.3.3 Frequentiebereik 36
2.3.3.1 Open fit 37
2.3.4 Occlusie-effect 38
2.3.4.1 Effect van verluchting/venting 38
2.3.4.2 Samenvatting 38
2.4 Fitting 38
2.4.1 Patiëntenparameters 38
2.4.2 Keuze van het apparaat 38
2.4.2.1 Keuze hoorapparaat 39
2.4.2.2 Counseling 39
2.4.3 Aanpasregels 39
2.4.3.1 Introductie 39
2.4.3.2 Vuistregels 39
2.4.3.3 National Acoustics Laboratory (NAL) 40
2.4.3.4 NAL revised (NAL-R) 40
2.4.3.5 Compressiehoorapparaten 40
2.4.4 In de praktijk 40
2.4.4.1 NOAH software platform 40
2.4.4.2 Auricular measurement system 41
2.4.5 Meervoudige programma's 41
2.4.5.1 Relevantie van meervoudige programma’s 41
2.5 Uitkomsten 41
2.5.1 Factoren voor het niet dragen van het hoorapparaat 41
3 Evaluatie van hoortoestellen 42
3.1 Inleiding 42
3.1.1 Waarom en wanneer evalueren 42
3.1.1.1 Waarom evalueren? 42
3.1.1.2 Evaluatieproces 42
3
, 3.1.2 RIZIV-criteria 42
3.1.2.1 Gehoorwinst berekenen 42
3.2 Fysieke metingen 43
3.2.1 Introductie 43
3.2.2 Couplermetingen 43
3.2.3 Real ear metingen 43
3.2.3.1 Stadia van geluidsoverdracht 43
3.2.3.2 Procedure REM 44
3.2.3.3 REM-meetpunten 44
3.2.3.4 Positionering probe 45
3.2.3.5 RECD 46
3.2.3.6 RETSPL 46
3.2.4 Uitkomsten 46
3.2.4.1 REAG: wat te verwachten? 46
3.2.4.2 Hoe REM resultaten gebruiken? 47
3.2.5 Samenvatting 47
3.3 Gedragsmetingen 47
3.3.1 Functionele versterking 47
3.3.1.1 Functionele versterking vs insertie versterking 47
3.3.1.2 Conclusies 47
3.3.2 Spraakaudiometrie 48
3.3.2.1 Waarom? 48
3.3.2.2 Types spraakmateriaal en tests 48
3.3.2.3 Analytische tests 48
3.3.3 Significantieniveaus 49
3.3.3.1 Introductie 49
3.3.3.2 Berekening van SL 49
3.3.3.3 Betekenis 49
3.3.3.4 Voorbeeld 50
3.3.4 Lokalisatie 50
3.3.4.1 Waarom testen? 50
3.3.4.2 Testen van lokalisatieprestaties 50
3.3.4.3 Resultaten: verwarringsmatrix 51
3.3.4.4 Foutberekening 51
3.3.5 Geluidskwaliteit 51
3.3.5.1 Introductie 51
3.3.5.2 ITU methodes 52
3.3.5.3 Voorbeeld resultaten 52
3.3.5.4 Samenvatting 52
3.3.6 Luisterinspanning 53
3.3.6.1 Introductie 53
3.3.6.2 Luisterinspanning meten 53
4
, 3.3.6.3 Dual task: procedures 53
3.3.6.4 Samenvatting 53
3.4 Zelfrapportage 53
3.4.1 APHAB 54
3.4.2 SSQ 54
3.4.3 COSI 54
3.4.4 Samenvatting 54
3.5 In de praktijk 55
4 Gehoorbescherming 55
4.1 Schadelijk geluid 55
4.2 Gevolgen 55
4.3 Hoe voorkomen? 55
4.3.1 Sensibiliseren 55
4.3.2 Wetgeving 55
4.3.3 Gehoorbescherming of hearing protection device (HPD) 56
4.3.3.1 Welke bescherming? 56
1. Oorkappen 56
2. Oordopjes 56
3. Combinatie 56
4. Actief of passief 57
4.3.3.2 Filter 57
4.3.3.3 Kwaliteit HPD 57
4.3.3.4 Kwaliteit HPD meten 58
1. Acoustical Test Fixtures (ATF) 58
2. Microphone In Real Ear (MIRE) 59
3. REAT: Real Ear Attenuation Threshold 60
4. Loudness Balance 60
5 Cochleaire implantaten 61
5.1 Extern deel 61
5.1.1 Kast type 61
5.1.2 Achter het oor type 61
5.1.3 Algemene componenten 61
5.2 Spraakprocessor 62
5.2.1 Block diagram 62
5.2.2 Feature extraction systemen 62
5.2.3 Filterbank systemen 62
5.2.3.1 De filterbank 62
5.2.3.2 SAS 63
5.2.3.3 CIS 63
5.2.3.4 n-of-m 63
5.2.3.5 Experimentele systemen 63
5.2.4 Compressie 65
5
, 5.2.5 Omzetting naar binaire code 65
5.2.6 RF transmissie 65
5.2.7 Extra verwerking 66
5.3 Intern deel 66
5.3.1 Electrodeconfiguratie 66
5.3.2 Pulsvormen 66
5.3.3 Stroombronnen 67
5.4 Parameters van het hele systeem 67
5.5 Fitting 67
5.6 Implantatiecriteria 68
5.7 Praktische aspecten 68
5.7.1 Voorbereiding 68
5.7.2 Configuraties 68
5.7.3 Trivia 68
5.8 Resultaten 68
5.9 Concrete systemen 68
6
, Samenvatting gehoortechnologie
1 Hoorapparaten deel 1
1.1 Introductie
1.1.1 Auditieve problemen als gevolg van slechthorendheid
● Verminderde frequentie- en tijdsresolutie
● Verminderd dynamische bereik
○ Verschil tussen luidste (comfortabel) en zachtste geluid dat je kan waarnemen
○ Bij normaalhorenden = 100 dB HL
● Verminderde hoorbaarheid
○ Gehoordrempels = verschoven -> zachtste geluiden niet meer horen
○ Aller luidste geluiden klinken nog dezelfde
○ Drempels liggen hoger
● HA = grootte bereik van werkelijke geluiden in een kleiner dynamische bereik van iemand
met gehoorverlies krijgen
1.1.2 Doel hoorapparaten
● Functioneel: Herstel van gehoor en communicatie
● In de praktijk
○ Geluiden aanpassen binnen dynamisch bereik
○ Geluiden voorbewerken om andere tekortkomingen te compenseren
○ Zorgen voor een comfortabele draag ervaring
1.2Systeem overzicht
1.2.1 Vormfactoren
1.2.1.1 Introductie
● Opties
○ Behind the ear (BTE)
○ Receiver in the oor (RIE)
○ In het oor (ITE)
○ In the canal (ITC)
○ Completely in canal (CIC)
● Hoe wordt de keuze gemaakt?
○ Fysisch: niet willen dat het zichtbaar is
■ vb. Paratympanisch = nieuwe technologie
● Heel diep in GG en je ziet het absoluut niet zitten
● Zeer duur + lage power
○ Hoe comfortabel is het om te dragen vb. kleintjes niet perse beter want blokkeren GG
○ Hoe hard er moet versterkt worden = vermogen/power van apparaat
■ Iemand met ernstig GV = HA nodig dat zeer luid kan gaan -> grotere
toestellen hiervoor
■ In het oor: kan minder luid, minder power
1.2.1.2 Botverankerd hoortoestel (BAHA)
● Softband: Systeem dat tegen mastoïd wordt geduwd
○ Niet comfortabel om te dragen en huid zit ertussen dus ook niet zo efficiënt
● Middenoor overslagen
● Van toepassing als:
○ Hoortoestel dat het oor afsluit om medische redenen niet wordt verdragen
○ Groot geleidingsverlies: beengeleiding kan meer vermogen leveren
● Percutane koppeling = invasief
7
, ○ BAHA connect
○ Vijsje dat in het bot doorheen de huid waar hoorapparaat tegen klikt
○ Nadeel: bacteriën kunnen beter binnen want geen beschermlaag meer
● Transcutane koppeling = niet-invasief
○ BAHA attract
○ Oplossing voor percutane en ook geen hoofdband -> magnetische connectie
○ Uitproberen is mogelijk + weghalen als het niet goed is
○ MAAR minder power bereik want je moet ook door huid gaan
1.2.1.3 Cochleair implantaat (CI)
● Directe elektrische stimulatie van de gehoorzenuw
● Laatste redmiddel als akoestische stimulatie niet voldoende is
● HC werken niet meer voldoende
● Heel duur en invasief
1.2.2 Basiscomponenten
1.2.2.1 Block diagram
● Essentiële signaal processing
○ Versterking / compressie (dynamisch bereik kleiner maken)
○ Feedback suppressie (fluittoon als je te dicht bij luidspreker staat)
■ Stem wordt versterkt en opnieuw en opnieuw, microfoon en luidspreker
zitten heel dicht bij elkaar
■ Je krijgt een fluittoon
● Analoge signaalbewerking
o HA = analoog
o Continu -> kan alle waarden aannemen
8
, o Op elk moment een signaal en kan alle groottes hebben
o Geluid -> microfoon -> versterker -> luidspreker -> geluid
● Digitale signaalbewerking
○ A/D: analoog -> digitaal
■ Kwantiseren: vaste niveaus (horizontaal)
■ Sampling/bemonstering (verticaal)
● Op regelmatige tijdstippen kijken hoe groot geluidsdruk is
● Niet alle mogelijke waardes bijhouden (wel in discrete stappen doen)
● Hierop kan digitale verwerking toegepast worden
○ DSP: digitale signaalverwerking vb. ruisonderdrukking
○ D/A: digitaal -> analoog
1.2.2.2 Componenten
● Algemeen:
○ Receiver waar geluid uitkomt
■ Via receiver buisje in de richting van gehoorgang geluid van applicatie tot in
gehoorgang
■ Microfoons die geluid oppikken: bij achter het oor 2 microfoons
○ Volume knop
○ Programming socket: om kabel op aan te sluiten om in te stellen (meestal draadloos
tegenwoordig)
○ Batterij (grootste deel)
○ Versterker
● Bovenste = in oor
○ Vent: gat om lucht in het oor binnen te laten
■ vb. lage frequenties op die manier natuurlijk laten horen
■ Verluchting oor vb. om ontstekingen te voorkomen
■ Occlusie-effect vermijden
● Onderste = achter oor
○ Aan/uit knop
○ Oorhaak: mechanisch op de plaats houden
○ Knopje voor programma’s
1.2.3 Fitting
1.2.3.1 Definitie
● Audicien past HA aan individuele P aan op basis van
o Audiogram (drempels)
o Onaangename luidheidsniveau (LDL = loudness
discomfort level)
of Meest Comfortabel Niveau (MCL = most
comfortable level)
9
, o Spraakverstaanbaarheid (eerder op einde als finetuning)
o Voorkeur
1.2.3.2 Fitting controls
● Frequentiekarakteristieken
○ Minimaal: stel lage/middelhoge/hoge versterking in
○ Volgens aanpasregel (NAL, DSL, fabrikant specifiek), gebaseerd op audiogram
○ Comfortabel voor patiënt
● Andere functies in-/uitschakelen
○ Ruisonderdrukking
○ Programma's
○ Accessoires, etc
1.2.3.3 User controls
● User controls: ingeschakeld door audioloog, bediend door gebruiker
● Volumeregeling
o Knop op toestel
o Via afstandsbediening
o Smartphone
● O-M-T schakelaar: uit-microfoon-telecoil (publieke plekken)
● Programma selectie: als audicien kan je programma’s maken met andere instellingen: tv
kijken, vergaderingen -> switchen tussen programma's
● Meer en meer HA werken met een app en niet met knopjes
o HA wel meest door ouderen gebruikt -> andere manier met elektronica omgaan
1.3Karakteristieken
1.3.1 Meten
1.3.1.1 Coupling
● Stel er werkt iets niet? -> kijken of het effectief aan HA ligt
o Je wil weten wat voor geluid er in GG geproduceerd wordt, liefst geluidsdruk bij TV
o Manier om hoorapparaten op te meten
● Gestandaardiseerde koppelstukken -> simuleren fysica van GG vb gemiddelde volume in GG
als HA er in zit = 2 cc
● HA1: caviteit, gat, lucht, ongeveer zoals gehoorgang
1.3.2 Statische karakteristieken
1.3.2.1 Maximale output niveau
● OSPL90: output bij maximale versterking met 90dBSPL input niveau
10