H1: Evaluatie 3
1.1 Nederlandstalige spraakverstaantests 3
1.1.1 Methodologische aspecten 3
1.1.1.1 Type materiaal 3
1.1.1.2 Procedure 3
1.1.2 Overzicht testen 6
1.1.2.1 Zinnentests: HINT vs Matrix 6
1.1.2.2 Lijstequivalentie van LIST 7
1.1.2.3 LINT 8
1.1.2.4 HINT-achtig 9
1.1.2.5 Matrix type sentences (Hagerman) 9
1.1.2.6 Woorden: NVA (Vlaamse lijsten) 9
1.1.2.7 Spraakverstaantests 10
1. Kinderen: CVC, Gottinger (3-4 jaar en 5-6 jaar) 10
2. Lilliput: Leuven Intelligibility Peuter test -> open-set, CVC-test (4-6 jr) 11
1.1.3 Meer realistisch? 13
1.1.4 Conclusie 13
1.2 Vragenlijsten 14
1.2.1 Inleiding 14
1.2.2 Subjectieve ‘outcomes’ ivm auditief functioneren 14
1.2.2.1 IOI-HA: International Outcome Inventory for Hearing Aids 14
1.2.2.2 APHAB: Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit, Cox and Alexander (1995) 15
1.2.2.3 COSI: Client Oriented Scale of Improvement 16
1.2.2.4 SSQ: Speech, Spatial and Qualities of Hearing scale, Gatehouse/Noble 16
1.2.3 Conclusies 17
1.3 Screening en preventie 18
1.3.1 Neonatale gehoorscreening 18
1.3.1.1 Rapport gehoorscreening 19
1.3.1.2 Sensitiviteit en specificiteit: kenmerken van een procedure 20
1.3.2 GV en onderwijs 21
1.3.3 Digit triplet test 21
1.3.4 Sound ear check (SEC): adaptive sounds-in-noise test 22
1.3.5 Op middelbare leeftijd 22
1.3.6 Screening bij ouderen 23
1.3.7 Gehoorschade en preventie 23
H2: Zorgtraject kinderen 24
2.1 Voorspellers van gesproken taal: bilateraal dove kinderen met CI 25
2.1.1 Taalquotients van Reynell en Schlichting 25
2.1.2 Lokalisatie 25
2.1.3 Neurocognitieve factoren 26
2.1.4 Woordjes nazeggen in stilte en in ruis 26
2.1.5 Luistermoeite (studie Benson Hsu e.a) 27
2.2 Horen met een oor 27
1
, 2.2.1 Taalbegrip 28
2.2.2 Vocabulaire scores 28
2.2.3 Gramatica en morphosyntaxis 28
2.2.4 Spraakverstaan in ruis en lokalisatie 28
2.3 Evenwichts- en motorische problemen bij kinderen met GV 30
2.3.1 Motorische ontwikkeling 30
2.3.2 Rol van het evenwichtsorgaan in de motorische ontwikkeling 31
2.3.3 Impact van GV op de vestibulaire functie en motorische ontwikkeling 31
2.3.4 Vestibulaire screening bij kinderen met GV 32
2.3.5 Vestibulaire & motorische revalidatie bij kinderen met GV 32
H3: Gehoorverlies volwassenen 33
3.1 Dynamieke van spraakklanken 33
3.2 Conductie - perceptief - NIHL 34
3.3 Cochleair implantaat 34
3.4 Ouderen 35
3.5 Perifeer gehoorverlies 35
3.6 Central temporal processing abilities 35
3.7 Cognitie 36
3.8 MOCA bij NH en CI ouderen 37
H4: Tinnitus 37
4.1 Inleiding 37
4.2 Diagnostiek 38
4.2.1 Classificatie 38
4.2.2 Vragenlijsten 38
4.2.3 Audiologisch onderzoek 39
4.3 Behandeling & begeleiding 39
2
, Basis gehoorbegeleiding
H1: Evaluatie
1.1 Nederlandstalige spraakverstaantests
1.1.1 Methodologische aspecten
1.1.1.1 Type materiaal
Continuüm: van analytisch tot redundant -> we meten iets anders
● Analytisch materiaal:
○ Meer op foneemniveau
○ Geen invloed van de context: vb. /s/ hoogfrequente info, /m/ laagfrequente info,
korte of lange klanken…
■ Vb. hoge tonenverlies: 2de formant niet goed waarnemen -> /oe/ en /ie/
nauwelijks te onderscheiden
○ Alle klanken hebben kenmerken: temporele info, spectrale info, lengte, …
○ Om te weten welke kenmerken van spraakklanken waar worden verwerkt vb. cortex
○ Inzicht krijgen in het type fouten dat de cliënt maakt met analytisch materiaal
○ Maar dit is niet het dagelijks leven
● Redundant materiaal: zinnentest -> context meenemen
○ Bevatten veel info als je klank niet opgepikt hebt kan je via context wel meekrijgen
○ Taalkundige kennis vereist
● Tussenstappen:
○ Pseudowoorden:
■ Geen betekenis maar het zijn wel spraakklanken
■ Alle individuele klanken nodig (meer dan die ene foneem want is een woord)
om het juist te kunnen nazeggen
○ Monosyllaben: NVA (Nederlandse vereniging voor audiologie), CVC woorden
○ Getallen: ook een betekenis
○ Bisyllaben: 2 syllaben (BLU woordjes = brugse leuven utrecht) vb. handdoek
● Beslissing nemen obv vraagstelling: herbruikbaarheid afhankelijk van redundantie
○ Zinnen: maar 1x aanbieden over periode van enkele maanden (vaker aanbieden ->
context) => veel zinnen nodig om een test te ontwikkelen
○ Fonemen: dezelfde test meerdere keren afnemen zonder invloed context
1.1.1.2 Procedure
SRT en helling:
● SRT= spraakdrempel = Speech Reception Threshold (50%)
○ FIGUUR 1: opgemeten bij NH
■ Spraakniveau gemiddeld in het dagelijks leven: 60 dB SPL ongeveer
■ Woorden aanbieden of zinnen aanbieden op een goed niveau (rond 65 dB
SPL) en dan ook op 50 of op 40 en bij 20 ongeveer de drempel
■ Spraakaudiometriecurve:
● X-as: dB SPL
● Y-as: aantal correct geïdentificeerde zinnen
■ Naarmate niveau afneemt: curve wordt lager
● Bij 20 dB SPL: ongeveer 50% (SRT)
● Daar ligt meestal de drempel: net wel of net niet horen
● Drempel geeft aan wanneer je iets 50% wel of 50% niet hoort
● 20 dB SPL is gemiddelde drempel bij NH
○ FIGUUR 2:
■ 50% punt ongeveer -8 dB SNR -> ruis 8 dB hoger dan spraak
3
, ■ Doorgetrokken lijn: gesimuleerde lijn
■ Puntenlijn: echte metingen
● Helling: mate waarin iets toeneemt of afneemt met toename van intensiteit of SNR
○ Waarden staan aan rechterkant op eerste figuur (NVA woordjes -> per foneem
scoren of per woord scoren)
○ In % per dB:
■ Woorden: ~ 5%/dB
■ Zinnen in stilte: 8-12%/dB
■ Zinnen in ruis: 15-20%/dB
■ Getallen in ruis: 15-20%/dB
○ Hoe steiler de helling des te preciezer en efficiënter de test
■ Vb. 2 HA vergelijken (welke is beter?) waarbij model A een beter
spraakverstaan in ruis verzorgt dan B
■ Veel beter is nooit meer dan 1 of 2 dB
■ Klein verschil in dB brengt groot verschil in performantie mee
■ Zinnen gebruiken: spraakmateriaal dat zeer precies is
■ Stel algoritme van HA A beter -> vb. 30% beter scoren met A en dan met B
■ Vlakkere helling van vb. 4% per dB
● HA kan qua algoritme veel beter zijn in vergelijking met B maar je
kan dat nooit meten want het materiaal kan dat niet aan
● Als je hoger scoort moet je 4 à 5 dB verschil geven voordat je in
performantie een echt effect gaat zien
● Daarom streven om helling zo steil mogelijk te maken
● Waarom is helling zo steil bij een zin: lexicale kennis heb je nog -> als je hoort ‘de kinderen
gaan naar …’ je hoeft ‘school’ niet te horen
Vaste niveau versus adaptieve methode:
● Vaste niveaus: niveau van ruis blijft constant, verschillende niveaus voor spraakmateriaal
○ Taak: herhaal wat je hoort
○ Voordeel: volledige PI curve
● Adaptieve procedure: niveau hangt af van respons proefpersoon (Plomp and Mimpen, 1979)
○ Het geluidsniveau is constant (of spraakniveau constant)
○ Het niveau van de stimulus wordt met een vast bedrag verhoogd of verlaagd,
afhankelijk van het vermogen van de luisteraar om correct te reageren
● Procedure Plomp and Mimpen: houd het geluidsniveau op 65 dB SPL
○ Vanaf 55 dB SPL wordt het niveau verhoogd van de eerste zin van elke lijst totdat de
zin correct is geïdentificeerd
○ Varieer het intensiteitsniveau binnen een lijst met zinnen in stappen van 2 dB
adaptief in een 1-down, 1-up-procedure om het 50%-snijpunt te targeten
○ Voor 10 tokens in 1 lijst: na het bepalen van het niveau van de (denkbeeldige) 11e
wordt de SRT berekend als het gemiddelde van de laatste 6 tokenniveaus
○ -> Functie, eenvoudig SRT en hellingen bepalen, kost meer tijd dan adaptief
4
,Effect van ruis:
● Ruis hebben we dagdagelijks mee te maken, is iets dat stoort
● Naarmate je ouder wordt, heb je er steeds meer last van
○ Gehoor in hoge frequenties is minder
○ Belangrijke cognitieve processen (executieve functies) nemen af vanaf een zekere
leeftijd als je met iemand praat:
■ Gaat naar brein, je moet het onthouden
■ Formuleren en uit geheugen halen (werkgeheugen)
■ Lawaai onderdrukken -> inhibitie
■ Weten wie er aan het praten is en switchen
○ Dus luisteren niet enkel een sensorische maar ook cognitieve component
● Verschillende soorten ruis: verstaanbaarheid van een zin is afhankelijk van type ruis
○ Meest voorkomende ruis: stationaire spraakgewogen ruis
○ KICRA ruis: bevat veel gaten -> gemakkelijker -> 50% punt ligt hier ongeveer bij -14
dB SNR voor LIST zinnen
Stationaire en fluctuerende ruis:
● NH: fluctuerende ruis -> SNR kan moeilijker gemaakt worden om 50% punt te bereiken
○ Temporele info gebruiken om nog snel wat uit spraaksignaal te halen
○ Enkel NH kunnen dit
● SHe personen: SRT slechter
○ Kunnen geen gebruik maken van die gaps = glimpsing
○ Spectrale info en temporele info moeilijker eruit te halen
○ Niet op te lossen met HA
5
,Respons format:
● Open set: proefpersoon herhaalt wat hij/zij hoort -> meer conform met dagelijks leven
● Gesloten set: kies uit n-alternatieven
○ Want bij 1 foneem aanbieden, wil je niet als antwoord een woord krijgen
○ Bepalen aan de hand van kans niveau!
● SRT verschilt -> pen set doet mogelijks meer beroep op talig geheugen?
Calibratie:
● Enkel dan is men zeker dat het ingestelde geluidsniveau ook daadwerkelijk het juiste
uitgangsniveau is
● Het is noodzakelijk dat we volgende zaken noteren:
○ Gebruikte woordenlijst/spraakmateriaal
○ Manier van scoren
○ Aangeboden via CD of microfoon
○ Koptelefoon of vrij veld
○ Met of zonder hoorapparaat
○ Met of zonder spraakafzien
○ Met of zonder maskering
1.1.2 Overzicht testen
#Lists x Format
Type Language #items O/C Gender Age Q N
NVA CVC Fl/Du 15x11 O m >7 x x
Göttingr 10x10 &
monosyll Fl/Du 10x10 C f 3-4 & 5-6 x x
LIST sentences Fl/Du 35x10 O f adult x x
LIST-m sentences Fl/Du 38x10 O m adult x x
LINT numbers Fl/Du 10x10 O/C 2f+2m adult x
1-100
FIST sentences French 14x10 O f adult x
EWIN monosyll Estonian 14x10 O f adult x x
EWINc monosyll Estonian 14x10 O f 7-9 x x
MATRIX sentences French 10^5 C f adult x
MATRIX sentences Fl/Du 10^5 C f adult x
LILLIPUT CVC Fl/Du 20x11 O/C f >4 x x
1.1.2.1 Zinnentests: HINT vs Matrix
● HINT = hearing in noise test -> betekenisvolle zinnen die je in de krant kan lezen
○ Stationaire spraakgewogen ruis
○ Je bepaalt van tevoren wat de kernwoorden zijn die 100% correct moeten zijn
○ Als ze zeggen ‘de kinderen gaan met school’ = goed want ‘naar’ is geen kernwoord
■ Score 1 als je alle woorden goed hebt
■ Score 0 als je één woord fout hebt
○ Je kan zinscore doen, 3 kernwoorden moeten goed zijn om 1 te halen
○ Kan ook met kernwoordscore werken: mensen die heel zwak zijn en nooit een goede
zin volledig kunnen benoemen
● Onthouden:
6
, ○ LIST ongeveer -8 dB is ongeveer de normwaarde
○ Helling is ongeveer 16%/dB
1.1.2.2 Lijstequivalentie van LIST
● 35 lijsten -> betrouwbaarheid van de SRT is 1.2 dB (averaged square within-subject standard
deviation of repeated measurements)
● Effect van leeftijd (en type ruis):
○ Norm van de LIST in spraakgewogen ruis = -7.8 dB SNR voor jongeren
○ Minder gunstige SNRs bij toenemende leeftijd ondanks zeer goede gehoordrempels!
○ Ouder worden: minder goed kunnen verstaan van spraak
■ Normwaarde voor kinderen moet niet dezelfde zijn als bij oudere personen
want er veranderen veel dingen op cognitief vlak, centraal auditief…)
○ Afleiden door 4-5 stemmen door elkaar aan te bieden (jonge mensen hebben hier
minder moeite mee)
■ Geen audiologische factoren maar het gaat voorbij de cochlea naar het brein
■ Zeer goede gehoordrempels maar spraakverstaan is niet enkel daarvan
afhankelijk vb. Cognitie
● LIST spraakverstaanbaarheid in stilte (% correct) and SRT in ruis (dB) van 16 personen met
cochleair inplant
○ Elk datapunt is gebaseerd op 5 waardes, elk puntje is een persoon
○ Figuur 1: % in functie van SRT in ruis (dB)
■ CI gebruikers -> in stilte en in ruis het 50% punt zoeken
● In stilte: bijna allemaal 100%
● In ruis: variatie in performantie is veel groter
■ Ook een aantal die in stilte 100% behalen maar in ruis toch veel meer signaal
nodig hebben
■ Niet enkel in stilte testen, zeker de ruiscondities meenemen want dan zie je
pas wie moeite heeft met spraakverstaan in alledaagse situaties
● Geen 1-op-1 relatie
7
, ○ Figuur 2: Wat is de oorzaak van een bepaalde moeilijkheid bij communicatie?
■ Niet zozeer kijken naar SRT alleen maar ook naar waar de oorzaken liggen
van moeilijkheden bij communicatie
■ Sommigen kunnen CI hebben en goed spraakverstaan maar een andere niet
● Een aantal die zelfs een SRT halen van -4 dB SNR = heel goed
● Maar ook mensen die nog veel moeite hebben in ruis vb. 12 dB SNR
● Niveau van spraak en ruis kunnen even sterk zijn en dan kan je nog
50% halen
■ Mediaan ligt rond de 0 dB SNR
■ Op welk niveau start je dan bij mensen met CI te testen? -> 0 of -5
■ Hoe slechter je presteert in stilte, hoe moeilijker om te presteren in ruis
1.1.2.3 LINT
● LINT in stilte en in ruis (nummers)
○ SRT -9 dB en 15%/dB in ruis, 8,5 %/dB in stilte
○ Nummer: 1 -100
■ Identificeren van getallen, hele hoge helling
■ Getallen gebruiken we vaak wanneer mensen taal niet beheersen
○ 4 sprekers (2 mannen, 2 vrouwen)
○ Spraakgewogen ruis
○ Perceptieve evaluatie na bijstelling RMS niveaus
○ Scoringswijze: herhaal nummer
○ Adaptieve methode
● LINT in stilte (% correct) and SRT in ruis (dB) van 24 personen met CI
○ Elk datapunt is gemiddelde van 5 waardes
○ Twee personen identieke resultaten (100% in stilte, -1.5 dB in ruis)
○ Getallen: nog veel minder spreiding in stilte maar zeer veel spreiding in ruis
8
,1.1.2.4 HINT-achtig
● FIST = French sentence test for speech intelligibility in noise
1.1.2.5 Matrix type sentences (Hagerman)
● Matrix zinnen: andere categorie zinnen
● Oorspronkelijk ontwikkeld door een zweed -> in het Zweeds
● Voordeel van matrix: gebruik van hetzelfde materiaal
○ Vb. met collega’s in het buitenland hoortraining of 2 algoritmen testen
○ Zelfde type materiaal en dezelfde soort ruis -> over talen heen moeten we kunnen
vergelijken
○ Opbouw van talen verschillen (syntactisch)
○ Altijd te maken met een naam, voornaam, ww, kleur, zn = vaste structuur
○ Combi van klanken hoeven geen semantische inhoud te hebben maar wel
syntactische
■ vb. ‘Ellen eet 3 blauwe schoenen’
■ Semantisch niet plausibel, syntactisch zit die wel correct
■ Veel meer combi's maken
■ Niet semantisch voorspellend -> moeilijker om context te gebruiken
● Training van 1ste 2 lijsten is noodzakelijk
○ 2 lijsten van 10 zinnen nodig om het concept te begrijpen, voor je doorhebt hoe het
werkt, is niet zo eenvoudig, niet veel gebruikt in de kliniek
○ Door bepaalde combinaties van woorden kunnen er distorties ontstaan
○ Eerst worden alle zn opgenomen, dan alle ww,… en daarna combinaties maken
○ Belangrijk dat we zien dat ze natuurlijk klinken zonder distorsies
● Vrij steile helling vb. 15%/dB
1.1.2.6 Woorden: NVA (Vlaamse lijsten)
● NVA = veelgebruikt
● Helling niet zo steil maar je kan wel inzicht krijgen in fonemen en in woorden
● Hele jonge kinderen zouden klanknabootsingen kunnen gebruiken (bv sss voor slang) ->
kijken of ze klank kennen
9
, ● In hoorcentrum vaak BLU-lijst gebruiken: 2 syllabes
○ Bij BLU-lijst: helling is wat steiler want ligt tussen CVC-woordjes en zin
● !! Bewust zijn als we testen ontwikkelen voor kinderen dat ze de koppeling kunnen maken
tussen klank en beeld
1.1.2.7 Spraakverstaantests
Kinderen (< 6 jaar)
● Vroege diagnose gehoorverlies (weten al van geboorte of kind doof of slechthorend is)
● Vroege interventie (enorm verschoven naar zeer jong MAAR dus voldoende materiaal nodig!)
● Woorden in stilte en in ruis
○ Open set: NVA for children -> beperkt aantal lijstjes
■ Gelijkgesteld per lijstje
■ Niet gevalideerd bij zeer jonge kinderen
■ Pas vanaf 4 jaar gedragsmatige meting
○ Gesloten set (Göttinger I en II); woordscore
○ Lilliput: open set CVC, PI curve per word; foneemscore en woordscore mogelijk
● Analytisch: Onomatopoeia = klanknabootsing (vb. ssss voor de slang)
○ Niet zo een voorstander van:
■ Moet weten wat de kinderen kennen van geluiden
■ Kunnen ze koppeling maken tussen klank en beeld?
○ Voor heel jonge kinderen kan je soms niet anders
● Uitdaging om klank- en spraakmateriaal te ontwikkelen voor zeer jonge kinderen
1. Kinderen: CVC, Gottinger (3-4 jaar en 5-6 jaar)
● 4-AFC
● Woordscore, 10 lijsten
● Frequent gebruikt
● Niet alle woorden zijn CVC (woorden hier: kam, vlieg, teen, haar)
● Twee manieren om te testen:
○ Nazeggen
■ Niet goed weten wanneer ze iets verkeerd zeggen of dat ze de klank niet
goed gehoor hebben
■ OPL: medeklinkers bewaren en vocalen verwisselen -> afleiders
○ Aanduiden: identificeren figuren is niet zo gemakkelijk
● In stilte: bij 15 dB SPL ligt score heel laag (onder 10%) terwijl we zouden verwachten dat ze
niet lager komt dan 25% door de keuze uit 4 alternatieven
○ Plafond effect in stilte, beperkt aantal woorden
○ Score in stile heel goed
10
1.1 Nederlandstalige spraakverstaantests 3
1.1.1 Methodologische aspecten 3
1.1.1.1 Type materiaal 3
1.1.1.2 Procedure 3
1.1.2 Overzicht testen 6
1.1.2.1 Zinnentests: HINT vs Matrix 6
1.1.2.2 Lijstequivalentie van LIST 7
1.1.2.3 LINT 8
1.1.2.4 HINT-achtig 9
1.1.2.5 Matrix type sentences (Hagerman) 9
1.1.2.6 Woorden: NVA (Vlaamse lijsten) 9
1.1.2.7 Spraakverstaantests 10
1. Kinderen: CVC, Gottinger (3-4 jaar en 5-6 jaar) 10
2. Lilliput: Leuven Intelligibility Peuter test -> open-set, CVC-test (4-6 jr) 11
1.1.3 Meer realistisch? 13
1.1.4 Conclusie 13
1.2 Vragenlijsten 14
1.2.1 Inleiding 14
1.2.2 Subjectieve ‘outcomes’ ivm auditief functioneren 14
1.2.2.1 IOI-HA: International Outcome Inventory for Hearing Aids 14
1.2.2.2 APHAB: Abbreviated Profile of Hearing Aid Benefit, Cox and Alexander (1995) 15
1.2.2.3 COSI: Client Oriented Scale of Improvement 16
1.2.2.4 SSQ: Speech, Spatial and Qualities of Hearing scale, Gatehouse/Noble 16
1.2.3 Conclusies 17
1.3 Screening en preventie 18
1.3.1 Neonatale gehoorscreening 18
1.3.1.1 Rapport gehoorscreening 19
1.3.1.2 Sensitiviteit en specificiteit: kenmerken van een procedure 20
1.3.2 GV en onderwijs 21
1.3.3 Digit triplet test 21
1.3.4 Sound ear check (SEC): adaptive sounds-in-noise test 22
1.3.5 Op middelbare leeftijd 22
1.3.6 Screening bij ouderen 23
1.3.7 Gehoorschade en preventie 23
H2: Zorgtraject kinderen 24
2.1 Voorspellers van gesproken taal: bilateraal dove kinderen met CI 25
2.1.1 Taalquotients van Reynell en Schlichting 25
2.1.2 Lokalisatie 25
2.1.3 Neurocognitieve factoren 26
2.1.4 Woordjes nazeggen in stilte en in ruis 26
2.1.5 Luistermoeite (studie Benson Hsu e.a) 27
2.2 Horen met een oor 27
1
, 2.2.1 Taalbegrip 28
2.2.2 Vocabulaire scores 28
2.2.3 Gramatica en morphosyntaxis 28
2.2.4 Spraakverstaan in ruis en lokalisatie 28
2.3 Evenwichts- en motorische problemen bij kinderen met GV 30
2.3.1 Motorische ontwikkeling 30
2.3.2 Rol van het evenwichtsorgaan in de motorische ontwikkeling 31
2.3.3 Impact van GV op de vestibulaire functie en motorische ontwikkeling 31
2.3.4 Vestibulaire screening bij kinderen met GV 32
2.3.5 Vestibulaire & motorische revalidatie bij kinderen met GV 32
H3: Gehoorverlies volwassenen 33
3.1 Dynamieke van spraakklanken 33
3.2 Conductie - perceptief - NIHL 34
3.3 Cochleair implantaat 34
3.4 Ouderen 35
3.5 Perifeer gehoorverlies 35
3.6 Central temporal processing abilities 35
3.7 Cognitie 36
3.8 MOCA bij NH en CI ouderen 37
H4: Tinnitus 37
4.1 Inleiding 37
4.2 Diagnostiek 38
4.2.1 Classificatie 38
4.2.2 Vragenlijsten 38
4.2.3 Audiologisch onderzoek 39
4.3 Behandeling & begeleiding 39
2
, Basis gehoorbegeleiding
H1: Evaluatie
1.1 Nederlandstalige spraakverstaantests
1.1.1 Methodologische aspecten
1.1.1.1 Type materiaal
Continuüm: van analytisch tot redundant -> we meten iets anders
● Analytisch materiaal:
○ Meer op foneemniveau
○ Geen invloed van de context: vb. /s/ hoogfrequente info, /m/ laagfrequente info,
korte of lange klanken…
■ Vb. hoge tonenverlies: 2de formant niet goed waarnemen -> /oe/ en /ie/
nauwelijks te onderscheiden
○ Alle klanken hebben kenmerken: temporele info, spectrale info, lengte, …
○ Om te weten welke kenmerken van spraakklanken waar worden verwerkt vb. cortex
○ Inzicht krijgen in het type fouten dat de cliënt maakt met analytisch materiaal
○ Maar dit is niet het dagelijks leven
● Redundant materiaal: zinnentest -> context meenemen
○ Bevatten veel info als je klank niet opgepikt hebt kan je via context wel meekrijgen
○ Taalkundige kennis vereist
● Tussenstappen:
○ Pseudowoorden:
■ Geen betekenis maar het zijn wel spraakklanken
■ Alle individuele klanken nodig (meer dan die ene foneem want is een woord)
om het juist te kunnen nazeggen
○ Monosyllaben: NVA (Nederlandse vereniging voor audiologie), CVC woorden
○ Getallen: ook een betekenis
○ Bisyllaben: 2 syllaben (BLU woordjes = brugse leuven utrecht) vb. handdoek
● Beslissing nemen obv vraagstelling: herbruikbaarheid afhankelijk van redundantie
○ Zinnen: maar 1x aanbieden over periode van enkele maanden (vaker aanbieden ->
context) => veel zinnen nodig om een test te ontwikkelen
○ Fonemen: dezelfde test meerdere keren afnemen zonder invloed context
1.1.1.2 Procedure
SRT en helling:
● SRT= spraakdrempel = Speech Reception Threshold (50%)
○ FIGUUR 1: opgemeten bij NH
■ Spraakniveau gemiddeld in het dagelijks leven: 60 dB SPL ongeveer
■ Woorden aanbieden of zinnen aanbieden op een goed niveau (rond 65 dB
SPL) en dan ook op 50 of op 40 en bij 20 ongeveer de drempel
■ Spraakaudiometriecurve:
● X-as: dB SPL
● Y-as: aantal correct geïdentificeerde zinnen
■ Naarmate niveau afneemt: curve wordt lager
● Bij 20 dB SPL: ongeveer 50% (SRT)
● Daar ligt meestal de drempel: net wel of net niet horen
● Drempel geeft aan wanneer je iets 50% wel of 50% niet hoort
● 20 dB SPL is gemiddelde drempel bij NH
○ FIGUUR 2:
■ 50% punt ongeveer -8 dB SNR -> ruis 8 dB hoger dan spraak
3
, ■ Doorgetrokken lijn: gesimuleerde lijn
■ Puntenlijn: echte metingen
● Helling: mate waarin iets toeneemt of afneemt met toename van intensiteit of SNR
○ Waarden staan aan rechterkant op eerste figuur (NVA woordjes -> per foneem
scoren of per woord scoren)
○ In % per dB:
■ Woorden: ~ 5%/dB
■ Zinnen in stilte: 8-12%/dB
■ Zinnen in ruis: 15-20%/dB
■ Getallen in ruis: 15-20%/dB
○ Hoe steiler de helling des te preciezer en efficiënter de test
■ Vb. 2 HA vergelijken (welke is beter?) waarbij model A een beter
spraakverstaan in ruis verzorgt dan B
■ Veel beter is nooit meer dan 1 of 2 dB
■ Klein verschil in dB brengt groot verschil in performantie mee
■ Zinnen gebruiken: spraakmateriaal dat zeer precies is
■ Stel algoritme van HA A beter -> vb. 30% beter scoren met A en dan met B
■ Vlakkere helling van vb. 4% per dB
● HA kan qua algoritme veel beter zijn in vergelijking met B maar je
kan dat nooit meten want het materiaal kan dat niet aan
● Als je hoger scoort moet je 4 à 5 dB verschil geven voordat je in
performantie een echt effect gaat zien
● Daarom streven om helling zo steil mogelijk te maken
● Waarom is helling zo steil bij een zin: lexicale kennis heb je nog -> als je hoort ‘de kinderen
gaan naar …’ je hoeft ‘school’ niet te horen
Vaste niveau versus adaptieve methode:
● Vaste niveaus: niveau van ruis blijft constant, verschillende niveaus voor spraakmateriaal
○ Taak: herhaal wat je hoort
○ Voordeel: volledige PI curve
● Adaptieve procedure: niveau hangt af van respons proefpersoon (Plomp and Mimpen, 1979)
○ Het geluidsniveau is constant (of spraakniveau constant)
○ Het niveau van de stimulus wordt met een vast bedrag verhoogd of verlaagd,
afhankelijk van het vermogen van de luisteraar om correct te reageren
● Procedure Plomp and Mimpen: houd het geluidsniveau op 65 dB SPL
○ Vanaf 55 dB SPL wordt het niveau verhoogd van de eerste zin van elke lijst totdat de
zin correct is geïdentificeerd
○ Varieer het intensiteitsniveau binnen een lijst met zinnen in stappen van 2 dB
adaptief in een 1-down, 1-up-procedure om het 50%-snijpunt te targeten
○ Voor 10 tokens in 1 lijst: na het bepalen van het niveau van de (denkbeeldige) 11e
wordt de SRT berekend als het gemiddelde van de laatste 6 tokenniveaus
○ -> Functie, eenvoudig SRT en hellingen bepalen, kost meer tijd dan adaptief
4
,Effect van ruis:
● Ruis hebben we dagdagelijks mee te maken, is iets dat stoort
● Naarmate je ouder wordt, heb je er steeds meer last van
○ Gehoor in hoge frequenties is minder
○ Belangrijke cognitieve processen (executieve functies) nemen af vanaf een zekere
leeftijd als je met iemand praat:
■ Gaat naar brein, je moet het onthouden
■ Formuleren en uit geheugen halen (werkgeheugen)
■ Lawaai onderdrukken -> inhibitie
■ Weten wie er aan het praten is en switchen
○ Dus luisteren niet enkel een sensorische maar ook cognitieve component
● Verschillende soorten ruis: verstaanbaarheid van een zin is afhankelijk van type ruis
○ Meest voorkomende ruis: stationaire spraakgewogen ruis
○ KICRA ruis: bevat veel gaten -> gemakkelijker -> 50% punt ligt hier ongeveer bij -14
dB SNR voor LIST zinnen
Stationaire en fluctuerende ruis:
● NH: fluctuerende ruis -> SNR kan moeilijker gemaakt worden om 50% punt te bereiken
○ Temporele info gebruiken om nog snel wat uit spraaksignaal te halen
○ Enkel NH kunnen dit
● SHe personen: SRT slechter
○ Kunnen geen gebruik maken van die gaps = glimpsing
○ Spectrale info en temporele info moeilijker eruit te halen
○ Niet op te lossen met HA
5
,Respons format:
● Open set: proefpersoon herhaalt wat hij/zij hoort -> meer conform met dagelijks leven
● Gesloten set: kies uit n-alternatieven
○ Want bij 1 foneem aanbieden, wil je niet als antwoord een woord krijgen
○ Bepalen aan de hand van kans niveau!
● SRT verschilt -> pen set doet mogelijks meer beroep op talig geheugen?
Calibratie:
● Enkel dan is men zeker dat het ingestelde geluidsniveau ook daadwerkelijk het juiste
uitgangsniveau is
● Het is noodzakelijk dat we volgende zaken noteren:
○ Gebruikte woordenlijst/spraakmateriaal
○ Manier van scoren
○ Aangeboden via CD of microfoon
○ Koptelefoon of vrij veld
○ Met of zonder hoorapparaat
○ Met of zonder spraakafzien
○ Met of zonder maskering
1.1.2 Overzicht testen
#Lists x Format
Type Language #items O/C Gender Age Q N
NVA CVC Fl/Du 15x11 O m >7 x x
Göttingr 10x10 &
monosyll Fl/Du 10x10 C f 3-4 & 5-6 x x
LIST sentences Fl/Du 35x10 O f adult x x
LIST-m sentences Fl/Du 38x10 O m adult x x
LINT numbers Fl/Du 10x10 O/C 2f+2m adult x
1-100
FIST sentences French 14x10 O f adult x
EWIN monosyll Estonian 14x10 O f adult x x
EWINc monosyll Estonian 14x10 O f 7-9 x x
MATRIX sentences French 10^5 C f adult x
MATRIX sentences Fl/Du 10^5 C f adult x
LILLIPUT CVC Fl/Du 20x11 O/C f >4 x x
1.1.2.1 Zinnentests: HINT vs Matrix
● HINT = hearing in noise test -> betekenisvolle zinnen die je in de krant kan lezen
○ Stationaire spraakgewogen ruis
○ Je bepaalt van tevoren wat de kernwoorden zijn die 100% correct moeten zijn
○ Als ze zeggen ‘de kinderen gaan met school’ = goed want ‘naar’ is geen kernwoord
■ Score 1 als je alle woorden goed hebt
■ Score 0 als je één woord fout hebt
○ Je kan zinscore doen, 3 kernwoorden moeten goed zijn om 1 te halen
○ Kan ook met kernwoordscore werken: mensen die heel zwak zijn en nooit een goede
zin volledig kunnen benoemen
● Onthouden:
6
, ○ LIST ongeveer -8 dB is ongeveer de normwaarde
○ Helling is ongeveer 16%/dB
1.1.2.2 Lijstequivalentie van LIST
● 35 lijsten -> betrouwbaarheid van de SRT is 1.2 dB (averaged square within-subject standard
deviation of repeated measurements)
● Effect van leeftijd (en type ruis):
○ Norm van de LIST in spraakgewogen ruis = -7.8 dB SNR voor jongeren
○ Minder gunstige SNRs bij toenemende leeftijd ondanks zeer goede gehoordrempels!
○ Ouder worden: minder goed kunnen verstaan van spraak
■ Normwaarde voor kinderen moet niet dezelfde zijn als bij oudere personen
want er veranderen veel dingen op cognitief vlak, centraal auditief…)
○ Afleiden door 4-5 stemmen door elkaar aan te bieden (jonge mensen hebben hier
minder moeite mee)
■ Geen audiologische factoren maar het gaat voorbij de cochlea naar het brein
■ Zeer goede gehoordrempels maar spraakverstaan is niet enkel daarvan
afhankelijk vb. Cognitie
● LIST spraakverstaanbaarheid in stilte (% correct) and SRT in ruis (dB) van 16 personen met
cochleair inplant
○ Elk datapunt is gebaseerd op 5 waardes, elk puntje is een persoon
○ Figuur 1: % in functie van SRT in ruis (dB)
■ CI gebruikers -> in stilte en in ruis het 50% punt zoeken
● In stilte: bijna allemaal 100%
● In ruis: variatie in performantie is veel groter
■ Ook een aantal die in stilte 100% behalen maar in ruis toch veel meer signaal
nodig hebben
■ Niet enkel in stilte testen, zeker de ruiscondities meenemen want dan zie je
pas wie moeite heeft met spraakverstaan in alledaagse situaties
● Geen 1-op-1 relatie
7
, ○ Figuur 2: Wat is de oorzaak van een bepaalde moeilijkheid bij communicatie?
■ Niet zozeer kijken naar SRT alleen maar ook naar waar de oorzaken liggen
van moeilijkheden bij communicatie
■ Sommigen kunnen CI hebben en goed spraakverstaan maar een andere niet
● Een aantal die zelfs een SRT halen van -4 dB SNR = heel goed
● Maar ook mensen die nog veel moeite hebben in ruis vb. 12 dB SNR
● Niveau van spraak en ruis kunnen even sterk zijn en dan kan je nog
50% halen
■ Mediaan ligt rond de 0 dB SNR
■ Op welk niveau start je dan bij mensen met CI te testen? -> 0 of -5
■ Hoe slechter je presteert in stilte, hoe moeilijker om te presteren in ruis
1.1.2.3 LINT
● LINT in stilte en in ruis (nummers)
○ SRT -9 dB en 15%/dB in ruis, 8,5 %/dB in stilte
○ Nummer: 1 -100
■ Identificeren van getallen, hele hoge helling
■ Getallen gebruiken we vaak wanneer mensen taal niet beheersen
○ 4 sprekers (2 mannen, 2 vrouwen)
○ Spraakgewogen ruis
○ Perceptieve evaluatie na bijstelling RMS niveaus
○ Scoringswijze: herhaal nummer
○ Adaptieve methode
● LINT in stilte (% correct) and SRT in ruis (dB) van 24 personen met CI
○ Elk datapunt is gemiddelde van 5 waardes
○ Twee personen identieke resultaten (100% in stilte, -1.5 dB in ruis)
○ Getallen: nog veel minder spreiding in stilte maar zeer veel spreiding in ruis
8
,1.1.2.4 HINT-achtig
● FIST = French sentence test for speech intelligibility in noise
1.1.2.5 Matrix type sentences (Hagerman)
● Matrix zinnen: andere categorie zinnen
● Oorspronkelijk ontwikkeld door een zweed -> in het Zweeds
● Voordeel van matrix: gebruik van hetzelfde materiaal
○ Vb. met collega’s in het buitenland hoortraining of 2 algoritmen testen
○ Zelfde type materiaal en dezelfde soort ruis -> over talen heen moeten we kunnen
vergelijken
○ Opbouw van talen verschillen (syntactisch)
○ Altijd te maken met een naam, voornaam, ww, kleur, zn = vaste structuur
○ Combi van klanken hoeven geen semantische inhoud te hebben maar wel
syntactische
■ vb. ‘Ellen eet 3 blauwe schoenen’
■ Semantisch niet plausibel, syntactisch zit die wel correct
■ Veel meer combi's maken
■ Niet semantisch voorspellend -> moeilijker om context te gebruiken
● Training van 1ste 2 lijsten is noodzakelijk
○ 2 lijsten van 10 zinnen nodig om het concept te begrijpen, voor je doorhebt hoe het
werkt, is niet zo eenvoudig, niet veel gebruikt in de kliniek
○ Door bepaalde combinaties van woorden kunnen er distorties ontstaan
○ Eerst worden alle zn opgenomen, dan alle ww,… en daarna combinaties maken
○ Belangrijk dat we zien dat ze natuurlijk klinken zonder distorsies
● Vrij steile helling vb. 15%/dB
1.1.2.6 Woorden: NVA (Vlaamse lijsten)
● NVA = veelgebruikt
● Helling niet zo steil maar je kan wel inzicht krijgen in fonemen en in woorden
● Hele jonge kinderen zouden klanknabootsingen kunnen gebruiken (bv sss voor slang) ->
kijken of ze klank kennen
9
, ● In hoorcentrum vaak BLU-lijst gebruiken: 2 syllabes
○ Bij BLU-lijst: helling is wat steiler want ligt tussen CVC-woordjes en zin
● !! Bewust zijn als we testen ontwikkelen voor kinderen dat ze de koppeling kunnen maken
tussen klank en beeld
1.1.2.7 Spraakverstaantests
Kinderen (< 6 jaar)
● Vroege diagnose gehoorverlies (weten al van geboorte of kind doof of slechthorend is)
● Vroege interventie (enorm verschoven naar zeer jong MAAR dus voldoende materiaal nodig!)
● Woorden in stilte en in ruis
○ Open set: NVA for children -> beperkt aantal lijstjes
■ Gelijkgesteld per lijstje
■ Niet gevalideerd bij zeer jonge kinderen
■ Pas vanaf 4 jaar gedragsmatige meting
○ Gesloten set (Göttinger I en II); woordscore
○ Lilliput: open set CVC, PI curve per word; foneemscore en woordscore mogelijk
● Analytisch: Onomatopoeia = klanknabootsing (vb. ssss voor de slang)
○ Niet zo een voorstander van:
■ Moet weten wat de kinderen kennen van geluiden
■ Kunnen ze koppeling maken tussen klank en beeld?
○ Voor heel jonge kinderen kan je soms niet anders
● Uitdaging om klank- en spraakmateriaal te ontwikkelen voor zeer jonge kinderen
1. Kinderen: CVC, Gottinger (3-4 jaar en 5-6 jaar)
● 4-AFC
● Woordscore, 10 lijsten
● Frequent gebruikt
● Niet alle woorden zijn CVC (woorden hier: kam, vlieg, teen, haar)
● Twee manieren om te testen:
○ Nazeggen
■ Niet goed weten wanneer ze iets verkeerd zeggen of dat ze de klank niet
goed gehoor hebben
■ OPL: medeklinkers bewaren en vocalen verwisselen -> afleiders
○ Aanduiden: identificeren figuren is niet zo gemakkelijk
● In stilte: bij 15 dB SPL ligt score heel laag (onder 10%) terwijl we zouden verwachten dat ze
niet lager komt dan 25% door de keuze uit 4 alternatieven
○ Plafond effect in stilte, beperkt aantal woorden
○ Score in stile heel goed
10