HOOFDSTUK 6: ILLUSTRATIE VAN BIODIVERSITEIT: ONTSTAAN EN EVOLUTIE VAN
DEUTEROSTOMIA
Opmerkingen bij dia’s:
Spoelworm
Rondworm
dorsale zenuwstreng
kan alleen in dorso-ventraal vlak bewegen
darm
ventrale zenuwstreng
samentrekken bovenste spieren
samentrekken onderste spieren
Mollusca
- 2-schelpigen
- Inktvissen, octopus
- Naaktslakken en huisjesslakken
- Coeloom beperkt tot ruimte rond het hart
- Segmentatie vh excretiestelsel (gemeenschappelijke afkomst Annelida)
Arthropoda
Crustacea: gesegmenteerde organisatie (aanhangsels)
Hexapoda: insecten (3 paar poten)
Tekeningen: zie notities
- Schizocoelomata: coeloom aan de basis vd antenne
- Excretieorganen aan basis vd antenne: antennale of groene klier
- Open bloedcirculatie: hemocoel
- Aan overgang midden- einddarm: buisjes van Malpighi (excretie)
- Leven op het land: cuticula
- Hyponeurii, ‘touwladder’ zenuwstelsel
- Ademhaling via tracheeënsysteem
Chemicerata (spinachtigen)
- 4 paar poten
- Ademhaling via tracheeën of boeklongen !!! leven op het land
- ook schorpioenen
, 6.1 Ontstaan van enterocoeloom - Deuterostomia
Bij alle coelomata ontstaat het coeloom uit het mesoderm.
Protostomia: schizo-coeloom: ontstaan door splijting van het mesoderm → het mesoderm omlijnt
endo- en ectodermale zijde. Het mesoderm staat in voor de vorming van de spieren, het
bindweefsel van de darm- en de huidspierzak.
Echinodermata en chordata (Deuterostomia): mesodermcellen komen samen met het endoderm
aan de binnenzijde van het embryo te liggen als begrenzing van het archenteron.
→ afsnoering linker en rechter coeloomzakje uit het endoderm.
Bij Echinodermata: niet gesegmenteerd
Bij Chordata wel segmentatie bij het ontstaan van het somieten mesoderm
→ Segmentatie is twee keer ontstaan in de evolutie
Deuterostomia ontstaan uit Protostomia die al coeloom hadden?
3 mariene fyla: - Ectopracta (mosdiertjes)
- Brachiopoda
- Phoronida
Gemeenschappelijke kenmerken: mondopening is omgeven met holle van cilia voorziene tentakels
ter vorming van een lofofoor voedselopname en gasuitwisseling
Verder kenmerken van zowel protostomia als deuterostomia:
Protostomia: coeloomvorming (niet bij Ectopracta)
Phoronida: blastophorus → mond
Deuterostomia: radiale klievingsdelingen
Ectopracta en Brachiopoda: blastophorus → anus
Echinodermata hebben gemeenschappelijke kenmerken met Chordata, maar ook unieke
primitieve kenmerken → Protostomia en Deuterostomia zijn ontstaan uit 1 vooroudertype en zijn
verder onafhankelijk geëvolueerd.
6.2 Fylum Echinodermata (Stekelhuidigen)
• Mariene organismen
• Bodembewoners
• Adulte vormen: radiale symmetrie
• Larve: bilaterale symmetrie
• Epidermis met grote aantallen neurosensorische cellen
• Kalkachtig endoskelet bestaande uit talloze van stekels voorziene kalkplaatjes in een
regelmatig patroon bijeen gehouden door bindwfs en spiervezels
• Openingen in skelet waardoor ambulacraalvoetjes van het watervatenstelsel uitsteken
• 5-stralig bouwplan
• Geen kop of hersenen, geen centrale verwerking van informatie, geen cephalisatie
• Zenuwring heeft aftakkingen naar de armen
• Spijsvertering: blindeindigende zak met niet functionele anus, maag is uitstulpbaar voor
uitwendige vertering waarna de vertering verder wordt gezet in de 5 paar
middendarmklieren. De voedingsstoffen komen in de coeloomvloeistof terecht.
• Gasuitwisseling en excretie via de dunwandige papulae (coeloomuitstulpingen)
• Gesloten circulatie aanwezig als ring rond de mond en een aftakking in elke arm onder het
radiaal kanaal van het watervatenstelsel
• Watervatenstelsel ligt onder het coeloom en wordt gevormd door de voorste helft van de
oorspronkelijke coeloomholte. De achterste helft vormt het uiteindelijke coeloom
DEUTEROSTOMIA
Opmerkingen bij dia’s:
Spoelworm
Rondworm
dorsale zenuwstreng
kan alleen in dorso-ventraal vlak bewegen
darm
ventrale zenuwstreng
samentrekken bovenste spieren
samentrekken onderste spieren
Mollusca
- 2-schelpigen
- Inktvissen, octopus
- Naaktslakken en huisjesslakken
- Coeloom beperkt tot ruimte rond het hart
- Segmentatie vh excretiestelsel (gemeenschappelijke afkomst Annelida)
Arthropoda
Crustacea: gesegmenteerde organisatie (aanhangsels)
Hexapoda: insecten (3 paar poten)
Tekeningen: zie notities
- Schizocoelomata: coeloom aan de basis vd antenne
- Excretieorganen aan basis vd antenne: antennale of groene klier
- Open bloedcirculatie: hemocoel
- Aan overgang midden- einddarm: buisjes van Malpighi (excretie)
- Leven op het land: cuticula
- Hyponeurii, ‘touwladder’ zenuwstelsel
- Ademhaling via tracheeënsysteem
Chemicerata (spinachtigen)
- 4 paar poten
- Ademhaling via tracheeën of boeklongen !!! leven op het land
- ook schorpioenen
, 6.1 Ontstaan van enterocoeloom - Deuterostomia
Bij alle coelomata ontstaat het coeloom uit het mesoderm.
Protostomia: schizo-coeloom: ontstaan door splijting van het mesoderm → het mesoderm omlijnt
endo- en ectodermale zijde. Het mesoderm staat in voor de vorming van de spieren, het
bindweefsel van de darm- en de huidspierzak.
Echinodermata en chordata (Deuterostomia): mesodermcellen komen samen met het endoderm
aan de binnenzijde van het embryo te liggen als begrenzing van het archenteron.
→ afsnoering linker en rechter coeloomzakje uit het endoderm.
Bij Echinodermata: niet gesegmenteerd
Bij Chordata wel segmentatie bij het ontstaan van het somieten mesoderm
→ Segmentatie is twee keer ontstaan in de evolutie
Deuterostomia ontstaan uit Protostomia die al coeloom hadden?
3 mariene fyla: - Ectopracta (mosdiertjes)
- Brachiopoda
- Phoronida
Gemeenschappelijke kenmerken: mondopening is omgeven met holle van cilia voorziene tentakels
ter vorming van een lofofoor voedselopname en gasuitwisseling
Verder kenmerken van zowel protostomia als deuterostomia:
Protostomia: coeloomvorming (niet bij Ectopracta)
Phoronida: blastophorus → mond
Deuterostomia: radiale klievingsdelingen
Ectopracta en Brachiopoda: blastophorus → anus
Echinodermata hebben gemeenschappelijke kenmerken met Chordata, maar ook unieke
primitieve kenmerken → Protostomia en Deuterostomia zijn ontstaan uit 1 vooroudertype en zijn
verder onafhankelijk geëvolueerd.
6.2 Fylum Echinodermata (Stekelhuidigen)
• Mariene organismen
• Bodembewoners
• Adulte vormen: radiale symmetrie
• Larve: bilaterale symmetrie
• Epidermis met grote aantallen neurosensorische cellen
• Kalkachtig endoskelet bestaande uit talloze van stekels voorziene kalkplaatjes in een
regelmatig patroon bijeen gehouden door bindwfs en spiervezels
• Openingen in skelet waardoor ambulacraalvoetjes van het watervatenstelsel uitsteken
• 5-stralig bouwplan
• Geen kop of hersenen, geen centrale verwerking van informatie, geen cephalisatie
• Zenuwring heeft aftakkingen naar de armen
• Spijsvertering: blindeindigende zak met niet functionele anus, maag is uitstulpbaar voor
uitwendige vertering waarna de vertering verder wordt gezet in de 5 paar
middendarmklieren. De voedingsstoffen komen in de coeloomvloeistof terecht.
• Gasuitwisseling en excretie via de dunwandige papulae (coeloomuitstulpingen)
• Gesloten circulatie aanwezig als ring rond de mond en een aftakking in elke arm onder het
radiaal kanaal van het watervatenstelsel
• Watervatenstelsel ligt onder het coeloom en wordt gevormd door de voorste helft van de
oorspronkelijke coeloomholte. De achterste helft vormt het uiteindelijke coeloom