3 GENETISCHE VERSCHIJNSELEN OP NIVEAU VAN CEL
KWALITATIEVE VARIATIE
INLEIDING
- Willen we evolutie begrijpen, dan moeten we iets over DNA, genen en het genoom
kennen. (mensen tussen 21 en 23 duizend genen)
- Waarom genen bestuderen?
- Genetische variatie is immers de grondstof voor evolutie. Genen zijn de grondstof
voor alle variatie en evolutie
De complexiteit staat niet in relatie met het aantal genen
GENETICA: EEN VLAG MET VELE LADINGEN
- Voor Mendel: veel foutieve ideeën
- G. Mendel: ‘eenheidsdeeltjes’
- W. Johannsen: begrip ‘gen’ (tijdens jaren 30 van de 20ste eeuw)
- Crick & Watson (en co) Dubbele helix (de precieze werking van het gen; het kopiëren
van zichzelf en doorgeven aan nakomelingen)
- KEY CONCEPT: Genen als ‘replicatoren’ (R. Dawkins)
(a) Cellulaire en moleculaire genetica
- Genetica op niveau van de cel en molecule.
(b) Klassieke en Mendeliaanse genetica
- Stamboom (‘pedigree’) van verwante individuen
- Nagaan hoe kenmerken doorgegeven worden van de ene op de
andere generatie.
- ‘Mendeliaans’ : kruisingsexperimenten van eenvoudige
eigenschappen (Mendel).
Uit de kruisingsexperimenten vormen een paar belangrijke wetten
,(c) Populatiegenetica
Het beschrijven van een populaties in genetische
termen.
(d) Fylogenetica
- Het bepalen van evolutionaire (=fylogenetische) genetische relaties tussen soorten,
bv met dendrogrammen (boomdiagrammen).
- Gelijkenissen in het ‘bouwplan’ van organismen.
(e) Gedragsgenetica (‘behavioral genetics’)
- Bestudeert hoe variatie in gedrag (van dieren) door genetische kenmerken verklaard
wordt (op populatieniveau).
- Opgelet: dit zegt NIKS over welke genen het gedrag van een individu beïnvloeden.
- Levenswerk van Robert Plomin
, GENEN LIGGEN OP CHROMOSOMEN
Verschillende soorten en aantallen chromosomen
Karyotype Mens: 46, 23 paar.
- 44 chromosomen in 22 homologe paren: de autosomen.
- Geslachtschromosomen zijn het 23ste paar (XX en XY komen vaakst voor, variatie
bestaat, zoals XO, XXY, XYY,…).
- Bij chimpanzees zijn er 24 haploïde chromosomen en 48 diploïde chromosomen.
KWALITATIEVE VARIATIE
INLEIDING
- Willen we evolutie begrijpen, dan moeten we iets over DNA, genen en het genoom
kennen. (mensen tussen 21 en 23 duizend genen)
- Waarom genen bestuderen?
- Genetische variatie is immers de grondstof voor evolutie. Genen zijn de grondstof
voor alle variatie en evolutie
De complexiteit staat niet in relatie met het aantal genen
GENETICA: EEN VLAG MET VELE LADINGEN
- Voor Mendel: veel foutieve ideeën
- G. Mendel: ‘eenheidsdeeltjes’
- W. Johannsen: begrip ‘gen’ (tijdens jaren 30 van de 20ste eeuw)
- Crick & Watson (en co) Dubbele helix (de precieze werking van het gen; het kopiëren
van zichzelf en doorgeven aan nakomelingen)
- KEY CONCEPT: Genen als ‘replicatoren’ (R. Dawkins)
(a) Cellulaire en moleculaire genetica
- Genetica op niveau van de cel en molecule.
(b) Klassieke en Mendeliaanse genetica
- Stamboom (‘pedigree’) van verwante individuen
- Nagaan hoe kenmerken doorgegeven worden van de ene op de
andere generatie.
- ‘Mendeliaans’ : kruisingsexperimenten van eenvoudige
eigenschappen (Mendel).
Uit de kruisingsexperimenten vormen een paar belangrijke wetten
,(c) Populatiegenetica
Het beschrijven van een populaties in genetische
termen.
(d) Fylogenetica
- Het bepalen van evolutionaire (=fylogenetische) genetische relaties tussen soorten,
bv met dendrogrammen (boomdiagrammen).
- Gelijkenissen in het ‘bouwplan’ van organismen.
(e) Gedragsgenetica (‘behavioral genetics’)
- Bestudeert hoe variatie in gedrag (van dieren) door genetische kenmerken verklaard
wordt (op populatieniveau).
- Opgelet: dit zegt NIKS over welke genen het gedrag van een individu beïnvloeden.
- Levenswerk van Robert Plomin
, GENEN LIGGEN OP CHROMOSOMEN
Verschillende soorten en aantallen chromosomen
Karyotype Mens: 46, 23 paar.
- 44 chromosomen in 22 homologe paren: de autosomen.
- Geslachtschromosomen zijn het 23ste paar (XX en XY komen vaakst voor, variatie
bestaat, zoals XO, XXY, XYY,…).
- Bij chimpanzees zijn er 24 haploïde chromosomen en 48 diploïde chromosomen.