1.1. HOE KOMT INTERNATIONAAL RECHT TOT STAND? WAAR
VINDEN WE INTERNATIONAAL RECHT?
BRONNEN
Formele betekenis
o Vertelt iets over de regelproducent: voornamelijk staten, in mindere mate
internationale organisaties.
o Geeft inzicht in ontstaan van internationaal recht en de processen waardoor het
ontstaat.
o Geeft informatie over de vindplaats van internationaal recht.
Artikel 38 Statuut Internationaal Gerechtshof (IGH)
o Belangrijkste bron van internationaal recht.
o Regelt het functioneren van het Internationaal Gerechtshof (hoogste juridische orgaan
van de VN, opvolger van het Permanent Hof van Internationale Justitie).
o Neemt bijna woordelijk het statuut over van PHIJ.
o Historisch: eerste keer dat de internationale gemeenschap een permanent hof
creëerde; er was wantrouwen tegenover een dergelijk hof → rechters kregen duidelijke
instructies om recht te spreken volgens deze regels.
Inhoud van lid 1:
o Onderscheid tussen primaire bronnen:
Verdragen
Internationaal gewoonterecht
Algemene rechtsbeginselen
o Primaire bronnen scheppen bindend internationaal recht.
o Secundaire of aanvullende bronnen:
Rechtspraak/jurisprudentie
Rechtsleer/doctrine
o Secundaire bronnen helpen bij interpretatie en bewijs, maar scheppen geen bindend
recht.
Lid 2:
o Gaat over billijkheid, rechtvaardigheid, eerlijkheid.
o Staten kunnen aan het hof vragen hiermee rekening te houden, mits toestemming van
betrokken staten.
o Rechter mag hier niet buiten treden zonder toestemming van de staten in geschil →
bevestigt wantrouwen.
VERHOUDINGEN EN INTERACTIES VAN BRONNEN
Proces van ontstaan van rechtsregels (International Law Making)
o Fase 1: klassieke bronnen
Internationaal gewoonterecht
Verdragen
Algemene rechtsbeginselen
Rechtspraak
Rechtsleer
o Fase 2: nieuwe bronnen (niet opgenomen in artikel 38)
Besluiten van internationale organisaties
Eenzijdige handelingen en verklaringen
Ius cogens (dwingend recht)
Verplichtingen erga omnes
1
, KENNISCLIPS EN OPNAMENS INTERNATIONAAL RECHT I
KENMERKEN VAN INTERNATIONAAL RECHT
Twee verschillende rechtsordes
o Internationaal recht: gedecentraliseerde, horizontale rechtsorde.
o Nationaal recht: gecentraliseerde, verticale (piramidale) rechtsorde.
Afwezigheid van centrale wetgever
o Geen internationale constitutie die bevoegdheden van wetgever bepaalt.
o Staten zijn zowel wetgever als rechtsonderhorige.
o Gevolg van het bestaan van gelijke en soevereine entiteiten → geen hiërarchie tussen
staten.
o Consensualisme: staten gebonden aan regels van internationaal recht alleen door hun
instemming.
VOORBEELD VAN CONSENSUALISME: LOTUS-ZAAK (1927, PHIJ)
Feiten: 1924, botsing van Frans en Turks schip op volle zee → 8 doden.
Turkije: officier van wacht aangehouden, beredeneert dat eigen rechtbanken buitenlandse
burgers kunnen vervolgen voor misdrijven tegen Turkse onderdanen.
Frankrijk: feiten op volle zee, Frans schip → alleen Frankrijk kan vervolgen.
PHIJ uitspraak: internationale wet regelt relaties tussen onafhankelijke staten; regels binden
staten omdat ze hun vrije wil hebben uitgedrukt in verdragen en algemeen aanvaarde
gebruiken.
o Citaat: “International law governs relations between independent states… restrictions
upon independence of state cannot therefore be presumed.”
Deze structuur maakt duidelijk:
o Bronnen (formeel + artikel 38)
o Relaties tussen bronnen / law making
o Kenmerken internationaal recht
o Illustratie met Lotus-zaak
2
, KENNISCLIPS EN OPNAMENS INTERNATIONAAL RECHT I
1.2. INTERNATIONAAL GEWOONTERECHT (INTERNATIONAL
CUSTOMARY LAW)
ALGEMEEN
Oudste bron van internationaal recht.
Internationaal recht heeft zich ontwikkeld op basis hiervan in eerste instantie: in de praktijk
naleven van bepaalde mondelinge regels die op een afspraak rusten.
Toepasbaar in alle soorten domeinen: internationaal humanitair recht, luchtrecht, ruimterecht,
diplomatiek recht.
ONTSTAAN VAN REGELS
Wanneer een bepaalde handelswijze geacht wordt genomen, kan er op een gegeven moment
– omdat men altijd op dezelfde manier gehandeld heeft – een overtuiging ontstaan dat men
op die manier moet handelen, omdat men anders een rechtsregel zou schenden.
Zo ontstaan regels van gewoonterecht.
Op internationaal niveau: staten dragen bij tot creëren van regels van gewoonterecht,
internationale organisaties ook in mindere mate.
TWEE ELEMENTEN VOOR REGEL VAN GEWOONTERECHT
Eerste element: gebruik/praktijk (objectief) – usus, iets wat men herhaaldelijk doet.
Tweede element: overtuiging (subjectief) dat je zo hoort te handelen omdat je anders een
rechtsregel zou schenden.
Zie artikel 38, lid 1, §2 Statuut IGH: internationaal gewoonterecht als “blijk van een als
rechtsaanvaarde algemene praktijk” = objectief element, werkelijk waarneembaar (‘staat doet
iets’).
Opinio juris sive necessitatis: de overtuiging dat handelen rechtsregel weerspiegelt, de
overtuiging dat een bepaalde praktijk verplicht is omdat het recht dat voorschrijft. Het is het
subjectieve element van internationaal gewoonterecht: staten handelen niet enkel uit
gewoonte, maar omdat ze menen dat ze juridisch verplicht zijn.
PROBLEEM VAN ORGANISCH KARAKTER
Gewoonterecht ontstaat organisch en niet met de bedoeling te binden.
Pas later, wanneer men meer op gelijkaardige manier gehandeld heeft, ontstaat overtuiging
dat je zo moet handelen.
Wanneer precies dat proces zich consolideert in het creëren of ontstaan van regels of nieuwe
regels van internationaal recht, is moeilijk te bepalen.
VASTSTELLEN VAN PRAKTIJK
Hoe weet men dat er een praktijk is, dus dat die praktijk berust op een opinio juris?
Daarvoor moet men op zoek gaan naar statenpraktijk, omschreven als alle soorten vormen
van handelen door een staat:
o Verklaringen via minister van Buitenlandse Zaken, staatshoofd, regeringsleider etc.
o Protest tegenover gedraging van andere staat.
o Deelname aan diplomatieke conferentie en discussie opgenomen waarin staten
duidelijk standpunt verdedigen.
o Wetgeving/verdragen, soms zelfs nationale rechtspraak.
Men moet nagaan of dit voldoet aan een aantal regels (wijd verspreid zijn en zekere
uniformiteit hebben), zodat daaruit een regel van internationaal recht kan worden afgeleid.
Probleem: dit is niet makkelijk te definiëren. Wat is uniform? Wat is wijd verspreid?
3
, KENNISCLIPS EN OPNAMENS INTERNATIONAAL RECHT I
JURISPRUDENTIE
Internationaal Gerechtshof is ook met die vraag geconfronteerd geweest: North Sea
Continental Shelf Case (beste voorbeeld)
o Twee zaken samengevoegd (feiten en argumentatie hetzelfde): Nederland en
Denemarken vs. Bondsrepubliek Duitsland.
o Staten moesten hun continentaal plat afbakenen (deel van continent dat onder
zeebodem ligt): Nederland en Denemarken stellen voor om dit o.b.v. equidistantielijn,
want regel van internationaal gewoonterecht zogezegd. Duitsland betwist dit.
o Het Hof moet nagaan of dit een regel is van internationaal gewoonterecht en omschrijft
welke redenering het zal volgen om te bepalen wat al dan niet onder internationaal
gewoonterecht valt (extensive and virtually uniform in the sens of the provision in
volkt: wijdverspreide statenpraktijk zijn en zekere vorm van uniformiteit bevatten).
Vereisten volgens het Hof
o Wijd verspreid
Door vele staten gevolgd (staten over de hele wereld), in dit geval zeerecht →
door de belanghebbende (kust-)staten (omvangrijke statenpraktijk).
Bv. Nederland, België, China, Brazilië, India, Groot-Brittannië, Nigeria, maar niet
Oostenrijk of Zwitserland.
Bv. ruimterecht: staten met capaciteit om ruimtetuigen in ruimte te sturen (=
belanghebbende staten).
o Voldoende consistent
Niet noodzakelijk dat alle staten altijd deze praktijk toepassen.
Nigeruaka zaak ’80
▫ hun vs. VS, verkiezingen,
▫ links regime komt aan de macht, Amerikanen niet blij, proberen links
regime omver te werpen door bv. handelssancties, rebellenbewegingen
bewapenen en trainen…
▫ zij schenden internationaal recht, omdat VS is tussengekomen in
internationale aangelegenheden en gebruik van geweld. Beide kunnen
niet volgens internationaal recht.
▫ Hof zegt: court deems it sufficient that the conduct of state should in
general be consistent with such rule.
Tijdsduur
o Hoelang moet die uniforme en wijde praktijk er zijn? Over het algemeen lang.
o ‘The passage of only a short period of time was not necessary a bar to the formation of
new rule of customary international law’ m.a.w. in sommige gevallen kunnen regels
van internarionaal recht onstaan en ontwikkelen op zeer korte termijn.
o In rechtsleer ‘instant custome’: regels van int gewoonterecht die zich bewijzen van
spreken in fractie van seconde ontstaan.
o Bv. Truman proclamation 1945
na WOII heeft VS capaciteit om grondstoffen in continentaal plat te ontginnen
(vele natuurlijke grondstoffen zoals olie, aardgas…), want van ons en wij
bepalen wie dat kan ontginnen
(= in strijd met regel internationaal gewoonterecht: volle zee behoort aan
iedereen toe, dus iedereen kan deze grondstoffen exploreren en exploiteren).
Buitenland volgde VS met als gevolg een nieuw regel van internationaal recht,
nl. ‘continentaal plat exploreren of exploiteren is het recht van een kuststaat’
en dat was een instant regel.
4