, Inleiding + H1: Sociale systemen
Kernconcepten systeemperspectief (p. 5) Sociaal systeem School: sociaal systeem.
Gedrag: in functie van interactie v. factoren:
Leiderschap vs. management Rationale systemen Sociaal systeem
- Structuur: formele autoriteit: bureaucratische
- Leiderschap à innovatie: uitkijken voor en - Open en gesloten = systeem van sociale interacties tussen
(formele) verwachtingen vanuit organisatie
promoten van nieuwe keuzes - Open: afhankelijk van externe factoren persoonlijkheden in organische relaties
- Individueel: expertise autoriteit: aspecten
- Management à goed beleid: uitvoeren van - Gesloten: verwaarloost externe factoren
van WN die werkgedrag beïnvloeden (noden,
bestaande keuzes - Doel: organisatiedoelen behalen Assumpties
doelen, waarden, normen, cognitie, ..-
- Formele structuren - Open systeem: invloed externe factoren
- Cultureel: informele autoriteit: identiteit van
Strategische sturing - Negeren indiv. behoeftes en sociale relaties (VOCA: vluchtig, onzeker, complex, ambigu)
de organisatie
= link tussen leiderschap en management - Onderling afhankelijke onderdelen: inspelen
- Politiek: informele macht: volledig informeel,
= visie vertalen naar LT-doelstellingen Natuurlijke systemen op elkaar en de omgeving (holistisch)
vaak in voordeel van individu/groep, niet org.
- Open en gesloten - Bevolkt: draait op mensen met eigen taken,
- (Pedagogische)
- Open: afhankelijk van externe factoren noden en behoeften
Theorie - Gesloten: verwaarloost externe factoren
- Doel: sociale groepen die proberen overleven
- Doelgericht: contingent (situationeel) en
onderhandelend
à Beperkt door omgeving!
- Interne terugkoppelingslussen =
verwachtingen binnen organisatie (formeel/
- Informele structuren, menselijke behoeften - Structureel: specialisaties en hiërarchie
Elementen van theorie informeel)
- Geen rekening houden met formele structuur - Cultureel en normatief: informele en formele
- Externe terugkoppelingslussen =
regels, voorgeschreven en afgedwongen
Theorie en werkelijkheid verwachtingen buiten de organisatie
- Sanctionerend: informeel en formeel
Theorie en onderzoek: hypothesen
Geïntegreerd open systeem - Specifieke culturen: dominante en gedeelde
waarden die gedrag beïnvloeden
Geïntegreerd open systeem - Conceptueel en relatief: bestaan op
Theorie en praktijk als… - Benadrukt invloed en afh. externe factoren verschillende niveaus, relatief: afh. van
- Referentiekader - Aandacht voor zowel formele als informele vertrekpunt kan je anders bekijken
- Analysekader - Voor zowel mensen als structuur - Politiek: kennen machtsrelaties
- Besluitvormingskader
Eigenschappen
3 perspectieven op organisatie - Input: mensen, grondstoffen, geld, …
- Rationeel systeem: open en gesloten - Transformatie: input bewerken
- Natuurlijk systeem: open en gesloten - Output: waardevols uit transformatie
- Geïntegreerd open systeem - Feedback: systeeminfo om zichzelf te
verbeteren (formeel en informeel)
- Grenzen: onderscheid van omgeving = keuze
van organisatie!
- Omgeving: alles buiten grenzen organisatie
- Homeostase: evenwicht behouden als org.
- Entropie: neiging van org. om af te nemen
- Gelijkheid (equifinaliteit): eenzelfde doel
behalve via verschillende wegen en met
andere beginsituaties à geen universeel
beste pad