Academiejaar 2025 – 2026
Inleiding
1. Wat is sociale zekerheid
Sociale zekerheid in enge zin (= sociale zekerheid)
Het geheel van voorzieningen die bescherming bieden tegen de nadelige inkomensgevolgen van welbepaalde
omstandigheden, de zgn. “sociale risico’s” => risico dat verband houdt met het feit dat we werken
7 risico’s dus 7 takken
Sociale zekerheid in ruime zin (= sociale bijstand)
Het geheel van voorzieningen die eenieder bestaanszekerheid moeten waarborgen (=> geen link met werk!!)
Minimumvoorzieningen – residuaire stelsels
Voorbeeld
o Leefloon
o Tegemoetkoming aan personen met een handicap (= IVT)
o Inkomensgarantie voor ouderen (= IGO)
o Gewaarborgde gezinsbijslag
De vergelijking
SOCIALE ZEKERHEID SOCIALE BIJSTAND
VB: werkloosheid VB: Leefloon
Werkstatus Burgerschap
Verzekering: Solidariteit
premie = RSZ-bijdrage behoefte middelentoets
% loon >< plafond Forfaitaire bedrag op minimumniveau
Middelentoets
Behoeftigheid wordt gecontroleerd a.d.h.v. een middelentoets – evaluatie vd middelen waarover iemand beschikt
Kijken naar je eigen vermogen, wie groot vermogend is gaat géén leefloon krijgen
Een forfaitair bedrag, want het doet er niet toe hoeveel je (ooit) verdient (hebt), het is afhankelijk van je situatie,
zoals alleenstaande/kinderen ten laste, MAAR er wordt géén rekening gehouden met het aantal kinderen
Dit is een taak die toebehoort aan het OCMW; zij doen onderzoek en kennen het leefloon toe
Pagina 1 van 62
,2. Basisprincipes van onze sociale zekerheid
Verzekering en solidariteit
Verzekering
Je betaalt een premie (= RSZ-bijdrage) en als een afgesproken risico zich voordoet, dan krijg je een uitkering
Solidariteit
Verplicht karakter, herverdeling, gedeeltelijke overheidsfinanciering:
Verplicht karakter; want je kan niet kiezen voor sociale zekerheid, dit werd verplicht opgelegd in het
besluit van 1949
Herverdeling; puur langs de financiële/inkomsten kant gezien, de inkomsten vd RSZ-bijdrage (13,07%)
Solidariteit van de werkenden
Solidariteit van de burgers
Soorten uitkeringen
1. Inkomensvervangende uitkeringen of vervangingsinkomens
Uitkeringen die in de plaats komen van je arbeidsinkomen
Voorbeeld:
Werkloosheidsuitkering
Pensioen
Ziekte-uitkering of zwangerschapsuitkering
2. Inkomensaanvullingen of kosten vergoedingen
Wanneer je met je gewone inkomen niet toekomt omwille van sociaal risico
Voorbeeld:
Kinderbijslag
Voor wanneer je in het ziekenhuis ligt/dokters- of medicijnenkosten
Werkt onze sociale zekerheid?
In plaats van 40% dat in armoede leeft => 14%
In plaats van 91,5% vd 65+ in armoede => 23,2%
In plaats van 55,3% waarvan het gezinshoofd in armoede leeft => 31,2%
Pagina 2 van 62
,3. Structuur van onze sociale zekerheid
Organisatie op basis van drie socio-professionele categorieën
Stelsel van de werknemers (= loontrekkenden)
Zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst
Bijdragen voor:
1. Ziekte en invaliditeit
Sector gezondheidszorgen
Sector uitkeringen
2. Gezinsbijslag
3. Pensioenen
4. Arbeidsongevallen
5. Beroepsziekten
6. Werkloosheid
7. Jaarlijkse vakantie
Pagina 3 van 62
, Stelsel van de zelfstandigen
Professionals die niet werken in een gezagsrelatie
Bijdragen voor:
1. Ziekte en invaliditeit
Sector gezondheidszorgen
Sector uitkering
2. Gezinsbijslag
3. Pensioenen
4. Overbruggingsrecht
Stelsel van de ambtenaren (= vast benoemd)
Bescherming via personeelsstatuut (RPR)
Zelfde risico’s als werknemers, behalve…
Heel wat uitkeringen rechtstreeks door de tewerkstellende overheid betaald en niet via de RSZ
Lagere RSZ-bijdrage
De instanties
RIZIV = Rijksdienst voor ziekte en invaliditeitsverzekeringen
RVA = Rijksdienst voor arbeidsvoorzieningen
FDP = Federale pensioendienst
VUTG = Vlaamse Ag. Uitbetaling Toegelaten Gezinsbeleid
FONS = Vlaamse Uitbater Groeipakket
Fedris = Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s
RSZV = Rijksdienst voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
Pagina 4 van 62