Nedl B SMV Semester 3
Module 1: je eigen schrijfvaardigheid
aanscherpen
Het schrijfproces
Schrijven= een aaneenschakeling van beslissingen die je neem tijdens het schrijven
- Om je boodschap via een tekst aan een ander over te dragen
Verschillende vaardigheden van schrijven:
- Communicatieve vaardigheden
- Schrijfstrategische vaardigheden
o Verzamelen
o Selecteren
o Ordenen
o Uitschrijven
o Verzorgen
o Nalezen
o Herschrijven
- Schrijftechnische vaardigheden
- Taalvaardigheden en taalbeschouwelijke vaardigheden
- Spellingsvaardigheden
In het model gaat men uit van 3 deeltaken: plannen, schrijven en reviseren.
Schrijven is namelijk geen lineair proces, maar een cyclisch. De fasen lopen dus kriskras door
elkaar, ze onderbreken elkaar en wisselen af.
Een tekst moet stapsgewijs opgebouwd worden en groeien. Hiervoor hanteer je een bepaalde werkwijze.
JULIE DE PAEPE 1
,Nedl B SMV Semester 3
1. Oriënteren
9 vragen van het communicatiemodel:
1. Wie schrijft?
Welke relatie heb je tot de lezer?
2. Waarover?
3. Wat?
4. Voor wie?
5. Waarom?
6. Hoe?
7. Langs welke weg?
8. In welke omstandigheden?
9. Met welk effect?
2. Plannen
Verzamel informatie:
- Eigen voorkennis
- Personen bevragen
- Iets observeren
- Schriftelijke bronnen raadplegen
ð Ga na of de bronnen wel relevant en betrouwbaar zijn
Selecteer informatie:
- Wat vind jij belangrijk?
- Welke info heeft de lezer nodig?
- Wat vindt de lezer belangrijk?
JULIE DE PAEPE 2
,Nedl B SMV Semester 3
Orden informatie: mogelijke structuren
- Probleemstructuren:
o Wat is het probleem? Waarom? Voor wie?
o Wat zijn de gevolgen?
o Oorzaak?
o Oplossingen?
o Conclusie?
- Evaluatiestructuren:
o Waarover evaluatie?
o Positieve punten?
o Negatieve punten?
o Eindoordeel?
- Vergelijkende structuren:
o Welke zaken vergelijken? Bedoeling?
o Verschillen en gelijkenissen per criterium?
o Conclusie?
- Evolutiestructuren:
o Evolutie van wat weergeven? Waarom?
o Situatie in begin?
o Hoe situatie geëvolueerd? Waardoor?
o Conclusie?
- Onderzoeksstructuren:
o Wat onderzoeken? Onderzoeksvraag?
o Welke manier onderzocht? Door wie?
o Bevindingen of resultaten onderzoek?
o Conclusie?
ð Op basis van de structuur maak je een schrijfplan.
JULIE DE PAEPE 3
, Nedl B SMV Semester 3
3. Formuleren -> schrijf je tekst uit
- Titel
o Trekt de aandacht
o Idee van het onderwerp
- Terwijl je schrijft: schrijfplan invullen, tekst meer vorm
- Inleiding, kern en slot
o Inleiding: geeft aan wat de lezer in de tekst mag verwachten
§ En nieuwsgierig maken
o Kern: formuleren alle noodzakelijke informatie die je wil meegeven op een
gestructureerde manier, aangepast aan je schrijfdoel
§ Vaak opgedeeld in alinea’s bij lange teksten
§ Schrijfplan als basis
§ 1 kernzin, rest verdere toelichting
§ Tussentitels
o Slot: om geheel af te ronden
§ Kan met 1 zin
§ Geen nieuwe informatie
- Bronvermelding: volgens APA-norm
JULIE DE PAEPE 4
Module 1: je eigen schrijfvaardigheid
aanscherpen
Het schrijfproces
Schrijven= een aaneenschakeling van beslissingen die je neem tijdens het schrijven
- Om je boodschap via een tekst aan een ander over te dragen
Verschillende vaardigheden van schrijven:
- Communicatieve vaardigheden
- Schrijfstrategische vaardigheden
o Verzamelen
o Selecteren
o Ordenen
o Uitschrijven
o Verzorgen
o Nalezen
o Herschrijven
- Schrijftechnische vaardigheden
- Taalvaardigheden en taalbeschouwelijke vaardigheden
- Spellingsvaardigheden
In het model gaat men uit van 3 deeltaken: plannen, schrijven en reviseren.
Schrijven is namelijk geen lineair proces, maar een cyclisch. De fasen lopen dus kriskras door
elkaar, ze onderbreken elkaar en wisselen af.
Een tekst moet stapsgewijs opgebouwd worden en groeien. Hiervoor hanteer je een bepaalde werkwijze.
JULIE DE PAEPE 1
,Nedl B SMV Semester 3
1. Oriënteren
9 vragen van het communicatiemodel:
1. Wie schrijft?
Welke relatie heb je tot de lezer?
2. Waarover?
3. Wat?
4. Voor wie?
5. Waarom?
6. Hoe?
7. Langs welke weg?
8. In welke omstandigheden?
9. Met welk effect?
2. Plannen
Verzamel informatie:
- Eigen voorkennis
- Personen bevragen
- Iets observeren
- Schriftelijke bronnen raadplegen
ð Ga na of de bronnen wel relevant en betrouwbaar zijn
Selecteer informatie:
- Wat vind jij belangrijk?
- Welke info heeft de lezer nodig?
- Wat vindt de lezer belangrijk?
JULIE DE PAEPE 2
,Nedl B SMV Semester 3
Orden informatie: mogelijke structuren
- Probleemstructuren:
o Wat is het probleem? Waarom? Voor wie?
o Wat zijn de gevolgen?
o Oorzaak?
o Oplossingen?
o Conclusie?
- Evaluatiestructuren:
o Waarover evaluatie?
o Positieve punten?
o Negatieve punten?
o Eindoordeel?
- Vergelijkende structuren:
o Welke zaken vergelijken? Bedoeling?
o Verschillen en gelijkenissen per criterium?
o Conclusie?
- Evolutiestructuren:
o Evolutie van wat weergeven? Waarom?
o Situatie in begin?
o Hoe situatie geëvolueerd? Waardoor?
o Conclusie?
- Onderzoeksstructuren:
o Wat onderzoeken? Onderzoeksvraag?
o Welke manier onderzocht? Door wie?
o Bevindingen of resultaten onderzoek?
o Conclusie?
ð Op basis van de structuur maak je een schrijfplan.
JULIE DE PAEPE 3
, Nedl B SMV Semester 3
3. Formuleren -> schrijf je tekst uit
- Titel
o Trekt de aandacht
o Idee van het onderwerp
- Terwijl je schrijft: schrijfplan invullen, tekst meer vorm
- Inleiding, kern en slot
o Inleiding: geeft aan wat de lezer in de tekst mag verwachten
§ En nieuwsgierig maken
o Kern: formuleren alle noodzakelijke informatie die je wil meegeven op een
gestructureerde manier, aangepast aan je schrijfdoel
§ Vaak opgedeeld in alinea’s bij lange teksten
§ Schrijfplan als basis
§ 1 kernzin, rest verdere toelichting
§ Tussentitels
o Slot: om geheel af te ronden
§ Kan met 1 zin
§ Geen nieuwe informatie
- Bronvermelding: volgens APA-norm
JULIE DE PAEPE 4