Marketing: onderzoekt de behoeften van mensen en vertaalt die in een product of dienst. Vervolgens wordt de
verkoop gemaximaliseerd door een marketingstrategie te gebruiken.
Marketing doelen:
- Nieuwe klanten lokken
- Relatie met de bestaande klanten onderhouden
- Naamsbekendheid vergroten
Doelgroep: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, … (belangrijk omdat het de klanten zijn aan wie je wilt verkopen)
Marketingmix : de 4P’s, ze hangen samen aan elkaar en vertrekken vanuit de onderneming om zo de consument te
bereiken. (product staat centraal)
Product oriëntatie 4P model:
- Product: waaraan moet het product voldoen? (1)
- Prijs: hoe duur wordt het product? (2)
- Plaats: waar ga je het product verkopen? (3)
- Promotie: hoe maak je reclame? (4)
Maatschappelijke marketing oriëntatie 4C model:
- Customer value: klantwaarde, welke waarde heeft het product voor de klant? (1)
- Cost model: verdien model, welke prijs wilt de klant betalen zodat je zoveel mogelijk verdient aan de klant? (2)
- Convenience: gemak, producten moeten zo makkelijk mogelijk te koop zijn via zoveel mogelijke methodes. (3)
- Communication: communicatie, kom in cc met je doelgroep om te weten wat de klanten willen.
Uitgebreide 4P’s:
- Personeel: goed personeel is belangrijk, wie krijgt welke taak (talenten; )
- Periferie (omgeving): omgevingsfactoren zoals de buurt waar -in de onderneming is gevestigd
- Packaging (verpakking): de keuze van de verpakking is belangrijk voor de verkoop (vorm, kleur; )
- Presentatie: de presentatie bepaald het belang van de imago (looks van de winkel; )
Interruptie: vroeger, er komt ineens een reclame spot die je niet kan doorspoelen
Online marketing: nu, als de reclame je niet boeit scrol je verder
Product ui:
- Fysieke product: kernproduct, je kijkt naar het product zoals het is en waarvoor het dient. (primaire
eigenschappen)
- Uitgebreide product: kenmerken van het product, je telt de
toegevoegde eigenschappen op zodat het product gescheiden van
worden van concurrerende producten ( functionele eigenschappen)
- Instrumentele eigenschappen: kwaliteit, design, merknaam,…
- Emotionele eigenschappen: status, persoonlijkheid en imago
- Totale product: afgeleide eigenschappen, de consument ervaart voor- en nadelen bij het product (symbolische
eigenschappen)
verkoop gemaximaliseerd door een marketingstrategie te gebruiken.
Marketing doelen:
- Nieuwe klanten lokken
- Relatie met de bestaande klanten onderhouden
- Naamsbekendheid vergroten
Doelgroep: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, … (belangrijk omdat het de klanten zijn aan wie je wilt verkopen)
Marketingmix : de 4P’s, ze hangen samen aan elkaar en vertrekken vanuit de onderneming om zo de consument te
bereiken. (product staat centraal)
Product oriëntatie 4P model:
- Product: waaraan moet het product voldoen? (1)
- Prijs: hoe duur wordt het product? (2)
- Plaats: waar ga je het product verkopen? (3)
- Promotie: hoe maak je reclame? (4)
Maatschappelijke marketing oriëntatie 4C model:
- Customer value: klantwaarde, welke waarde heeft het product voor de klant? (1)
- Cost model: verdien model, welke prijs wilt de klant betalen zodat je zoveel mogelijk verdient aan de klant? (2)
- Convenience: gemak, producten moeten zo makkelijk mogelijk te koop zijn via zoveel mogelijke methodes. (3)
- Communication: communicatie, kom in cc met je doelgroep om te weten wat de klanten willen.
Uitgebreide 4P’s:
- Personeel: goed personeel is belangrijk, wie krijgt welke taak (talenten; )
- Periferie (omgeving): omgevingsfactoren zoals de buurt waar -in de onderneming is gevestigd
- Packaging (verpakking): de keuze van de verpakking is belangrijk voor de verkoop (vorm, kleur; )
- Presentatie: de presentatie bepaald het belang van de imago (looks van de winkel; )
Interruptie: vroeger, er komt ineens een reclame spot die je niet kan doorspoelen
Online marketing: nu, als de reclame je niet boeit scrol je verder
Product ui:
- Fysieke product: kernproduct, je kijkt naar het product zoals het is en waarvoor het dient. (primaire
eigenschappen)
- Uitgebreide product: kenmerken van het product, je telt de
toegevoegde eigenschappen op zodat het product gescheiden van
worden van concurrerende producten ( functionele eigenschappen)
- Instrumentele eigenschappen: kwaliteit, design, merknaam,…
- Emotionele eigenschappen: status, persoonlijkheid en imago
- Totale product: afgeleide eigenschappen, de consument ervaart voor- en nadelen bij het product (symbolische
eigenschappen)