Functionele anatomie: De knie
Het art. Genus bestaat uit de volgende gewrichten:
- Patello-femorale gewricht
- Menisco-femorale gewricht
- Menisco-tibiale gewricht
In de knie bevindt zich ook eenvetweefsel, genaamd het vetlichaam van Hofa, om de knie te
beschermen. Het zit voor en tegen het gewrichtskapsel. Dit vetweefsel is niet afankeliik van
de hoeveelheid lichaamsvet en moet altiid aanwezig ziin.
Er is geen rechtstreeks botcontact tussen de femur en tibia, want de
menisci ziten ertussen. De laterale meniscus heef een O-vorm (=>
aanhechtingsplaatsen liggen dicht bii elkaar) en de mediale heef een
C-vorm (=> aanhechtingsplaatsen liggen verder uit elkaar). Beide
bevinden zich binnen het kapsel. Het tibia-plateau is een zeer vlakke,
ondiepe kom. De menisci gaan deze kom uitvergroten.
De kruisbanden bevinden zich beide extra-capsulair. De ventrale kruisband (LCA) ligt meer
mediaal tussen beide menisci. De dorsale kruisband (LCP) ligt meer lateraal tussen beide.
Het gewrichtskapsel rond de femur is zeer ruim. Hierdoor is er veel ruimte voor vocht (bv bii
een infectie). Het kapsel is vele malen kleiner op de tibia.
Binnen het kapsel vind ie ook meerdere bursas terug. Bii een pathologie (bv.
Ontstoken knie) gaan deze opzwellen. Op foto’s worden deze meestal verdikt
aangegeven maar ze ziin in werkeliikheid redeliik plat. De bursas ziin aanwezig
om de wriiving tussen de structuren binnen het gewricht te verminderen.
Er ziin er 3 grote:
- Boven de patella
- Voor de patella
- Onder de patella
Er ziten tot wel 30 bursas in de knie!
Het kniegewricht is eigenliik een zeer discongruente verbinding. Het tibiaplateau is heel
oppervlakkig en de femurcondylen ziin te groot om er in te passen. Het tibiaplateau kan dus
de condylen niet omvaten. Hierdoor is er veel nood aan heel veel stabiliserende structuren.
, Opdracht 1
1. Welke passieve structuren zorgen voor stabiliteit in de achterwaartse richtng
(beperken de hyperextensie)?
- Het gewrichtskapsel
o Vooraan zit het gewrichtskapsel los en wordt versterkt door
ligamentaire structuren.
o Achteraan zit het gewrichtskapsel strak.
- Lig. Popliteum obliquum en lig. Popliteum arcuatum: Deze lopen als
een kruis over het dorsale gewrichtskapsel.
- Lig. Cruciatum posterius
- Ligamenta collateralia (zowel laterale als mediale)
Bij extensie (zie foto) komt er spanning op het lig. Cruciatum posterius en de
collaterale banden. Een scheur in de achterste kruisbanden komt zelden
voor.
Bij het rechtopstaan wordt de knie in (hyper)extensie geduwd door
het lichaamsgewicht. Door de passieve stabilisate (ligamenten en
achterste kapsel) is er weinig tot geen spieractviteit vereist. Er is dus
geen contracte van de M. Quadriceps nodig.
Door deze werking kunnen mensen met een quadriceps verlamming
nog wandelen!
Wanneer men staat met een lichte fexie in de knie (dus de fexie-
extensie-as valt achter de knie) is er een statsche contracte nodig
van de quadriceps.
2. Bespreek de rol van de kruisbanden in de stabiliteit in het saggitale vlak aan de hand
van onderstaande tekening.
- Lig. Cruciatum anterior (zie foto 2, 155):
o Dit ligament scheurt het makkelijkst en het vaakst.
o Zorgt voor stabiliteit.
o Zorgt ook voor onze manier van intra-artculair bewegen.
o Als dit ligament niet aanwezig zou zijn, is er een versnelde kans tot arthrose
ontwikkeling.
Bij een fexie van de knie is de voorste kruisband verantwoordelijk voor het naar
voor/anterieur glijden van de femur bij het naar dorsaal rollen. (Convex-concaaf regel: Rol
Glij, Zie eerste semester)
- Lig. Cruciatum posterior(zie foto 2, 156):
Bij een extensie van de knie is de achterste kruisband
verantwoordelijk voor het naar achter/dorsaal glijden van
de femur bij het naar ventraal rollen. (Convex-concaaf
regel: Rol Glij, Zie eerste semester)
Het art. Genus bestaat uit de volgende gewrichten:
- Patello-femorale gewricht
- Menisco-femorale gewricht
- Menisco-tibiale gewricht
In de knie bevindt zich ook eenvetweefsel, genaamd het vetlichaam van Hofa, om de knie te
beschermen. Het zit voor en tegen het gewrichtskapsel. Dit vetweefsel is niet afankeliik van
de hoeveelheid lichaamsvet en moet altiid aanwezig ziin.
Er is geen rechtstreeks botcontact tussen de femur en tibia, want de
menisci ziten ertussen. De laterale meniscus heef een O-vorm (=>
aanhechtingsplaatsen liggen dicht bii elkaar) en de mediale heef een
C-vorm (=> aanhechtingsplaatsen liggen verder uit elkaar). Beide
bevinden zich binnen het kapsel. Het tibia-plateau is een zeer vlakke,
ondiepe kom. De menisci gaan deze kom uitvergroten.
De kruisbanden bevinden zich beide extra-capsulair. De ventrale kruisband (LCA) ligt meer
mediaal tussen beide menisci. De dorsale kruisband (LCP) ligt meer lateraal tussen beide.
Het gewrichtskapsel rond de femur is zeer ruim. Hierdoor is er veel ruimte voor vocht (bv bii
een infectie). Het kapsel is vele malen kleiner op de tibia.
Binnen het kapsel vind ie ook meerdere bursas terug. Bii een pathologie (bv.
Ontstoken knie) gaan deze opzwellen. Op foto’s worden deze meestal verdikt
aangegeven maar ze ziin in werkeliikheid redeliik plat. De bursas ziin aanwezig
om de wriiving tussen de structuren binnen het gewricht te verminderen.
Er ziin er 3 grote:
- Boven de patella
- Voor de patella
- Onder de patella
Er ziten tot wel 30 bursas in de knie!
Het kniegewricht is eigenliik een zeer discongruente verbinding. Het tibiaplateau is heel
oppervlakkig en de femurcondylen ziin te groot om er in te passen. Het tibiaplateau kan dus
de condylen niet omvaten. Hierdoor is er veel nood aan heel veel stabiliserende structuren.
, Opdracht 1
1. Welke passieve structuren zorgen voor stabiliteit in de achterwaartse richtng
(beperken de hyperextensie)?
- Het gewrichtskapsel
o Vooraan zit het gewrichtskapsel los en wordt versterkt door
ligamentaire structuren.
o Achteraan zit het gewrichtskapsel strak.
- Lig. Popliteum obliquum en lig. Popliteum arcuatum: Deze lopen als
een kruis over het dorsale gewrichtskapsel.
- Lig. Cruciatum posterius
- Ligamenta collateralia (zowel laterale als mediale)
Bij extensie (zie foto) komt er spanning op het lig. Cruciatum posterius en de
collaterale banden. Een scheur in de achterste kruisbanden komt zelden
voor.
Bij het rechtopstaan wordt de knie in (hyper)extensie geduwd door
het lichaamsgewicht. Door de passieve stabilisate (ligamenten en
achterste kapsel) is er weinig tot geen spieractviteit vereist. Er is dus
geen contracte van de M. Quadriceps nodig.
Door deze werking kunnen mensen met een quadriceps verlamming
nog wandelen!
Wanneer men staat met een lichte fexie in de knie (dus de fexie-
extensie-as valt achter de knie) is er een statsche contracte nodig
van de quadriceps.
2. Bespreek de rol van de kruisbanden in de stabiliteit in het saggitale vlak aan de hand
van onderstaande tekening.
- Lig. Cruciatum anterior (zie foto 2, 155):
o Dit ligament scheurt het makkelijkst en het vaakst.
o Zorgt voor stabiliteit.
o Zorgt ook voor onze manier van intra-artculair bewegen.
o Als dit ligament niet aanwezig zou zijn, is er een versnelde kans tot arthrose
ontwikkeling.
Bij een fexie van de knie is de voorste kruisband verantwoordelijk voor het naar
voor/anterieur glijden van de femur bij het naar dorsaal rollen. (Convex-concaaf regel: Rol
Glij, Zie eerste semester)
- Lig. Cruciatum posterior(zie foto 2, 156):
Bij een extensie van de knie is de achterste kruisband
verantwoordelijk voor het naar achter/dorsaal glijden van
de femur bij het naar ventraal rollen. (Convex-concaaf
regel: Rol Glij, Zie eerste semester)