1
KINE HANDELEN: WERVELZUIL
H1: KLINISCH REDENEREN
proces is niet enkel lineair, vaak moet
je teruggaan naar vorige stappen
klinisch redeneringsproces stopt als
patiënt na de laatste behandeling de
deur uitwandelt
hypothese= primaire hypothese en
differentiële hypothese vormen
data-interpretatie= klinisch onderzoek
interpreteren, kijken naar de parallelle
denkpistes
conclusie= hypothese gaan
bevestigen of verwerpen
evidence based practice
Educatie + manuele therapie +
oefentherapie
PARALELLE DENKPISTES
, 2
rode vlaggen = tekenen en symptomen die kunnen wijzen op een pathologie of
aandoening waarvoor doorverwijzing noodzakelijk is.
Algemene rode vlaggen Regio-specifieke rode vlaggen
(= onafhankelijke van de plaats van de
klacht) wervelslagpijn (= pijn bij het lichtjes
kloppen op een wervel wervelfractuur)
…
Onverklaarbaar gewichtsverlies
Koorts
Malaise
Voorgeschiedenis van kanker
Niet-mechanische pijn (= pijn die
niet beïnvloedt wordt door houding
of beweging)
Vermoeidheid
Nachtelijke pijn (! wervelpijn ’s nachts ≠
nachtelijke pijn)
Verminderde eetlust
Trauma
Intraveneus druggebruik
Immunodeficiëntie of gebruik van
immunodepressieve medicatie
Systematisch gebruik van
corticosteroïden
wijdverspreide sensorische
klachten
! rood licht komt bijna nooit voor omdat men enkel kinesitherapie kan volgen na
doorverwijzing door een arts, deze kunnen de hoog risico-profielen al eruit halen
, 3
Pijn = een alarmsignaal die optreed vooraleer er effectieve weefselschade is
Nociceptoren
= hoogdrempelige gevaar-receptoren (=sturen pas signaal door bij voldoende sterke stimulus) die
deel uitmaken van het perifeer somatosensorisch zenuwstel en zitten in perifere weefsels
(vb huid).
Types: Uitzondering: inflammatie
Mechanische ontstekingsmediatoren ontladingsdrempel
Thermische nociceptoren ↓ (= perifere sensitisatie) ↑afferente
Chemische nociceptieve input
Polymodaal
Afferente info kan
anders
geïnterpreteerd
worden naargelang
de context (vb
spijker in schoen)
= pijn te wijten aan activatie van = pijn die komt door gewijzigde = pijn te wijten aan schade aan
nociceptoren bij eigenlijke of nociceptie (facilitatie > inhibitie van het somatosensorisch
dreigende weefselschade dalende baan) terwijl er geen eigenlijke zenuwstelsel (voor musculoskeletale
of dreigende weefselschade is klachten is het perifere neuropathische
! of voldoende sterke stimulus (vb pijn)
hand boven kaars)
Brandende, schietende of
scherpe pijn
Pijnprovocatie door
bewegingen die
neurogene structuren op
spanning of compressie
brengen
Pijn gaat gepaard met
sensorische klachten
Duidelijke provocatie of Pijn is disproportioneel aan de
reductie bij bepaalde belasting Pijn ≠
mechanische belasting op
KINE HANDELEN: WERVELZUIL
H1: KLINISCH REDENEREN
proces is niet enkel lineair, vaak moet
je teruggaan naar vorige stappen
klinisch redeneringsproces stopt als
patiënt na de laatste behandeling de
deur uitwandelt
hypothese= primaire hypothese en
differentiële hypothese vormen
data-interpretatie= klinisch onderzoek
interpreteren, kijken naar de parallelle
denkpistes
conclusie= hypothese gaan
bevestigen of verwerpen
evidence based practice
Educatie + manuele therapie +
oefentherapie
PARALELLE DENKPISTES
, 2
rode vlaggen = tekenen en symptomen die kunnen wijzen op een pathologie of
aandoening waarvoor doorverwijzing noodzakelijk is.
Algemene rode vlaggen Regio-specifieke rode vlaggen
(= onafhankelijke van de plaats van de
klacht) wervelslagpijn (= pijn bij het lichtjes
kloppen op een wervel wervelfractuur)
…
Onverklaarbaar gewichtsverlies
Koorts
Malaise
Voorgeschiedenis van kanker
Niet-mechanische pijn (= pijn die
niet beïnvloedt wordt door houding
of beweging)
Vermoeidheid
Nachtelijke pijn (! wervelpijn ’s nachts ≠
nachtelijke pijn)
Verminderde eetlust
Trauma
Intraveneus druggebruik
Immunodeficiëntie of gebruik van
immunodepressieve medicatie
Systematisch gebruik van
corticosteroïden
wijdverspreide sensorische
klachten
! rood licht komt bijna nooit voor omdat men enkel kinesitherapie kan volgen na
doorverwijzing door een arts, deze kunnen de hoog risico-profielen al eruit halen
, 3
Pijn = een alarmsignaal die optreed vooraleer er effectieve weefselschade is
Nociceptoren
= hoogdrempelige gevaar-receptoren (=sturen pas signaal door bij voldoende sterke stimulus) die
deel uitmaken van het perifeer somatosensorisch zenuwstel en zitten in perifere weefsels
(vb huid).
Types: Uitzondering: inflammatie
Mechanische ontstekingsmediatoren ontladingsdrempel
Thermische nociceptoren ↓ (= perifere sensitisatie) ↑afferente
Chemische nociceptieve input
Polymodaal
Afferente info kan
anders
geïnterpreteerd
worden naargelang
de context (vb
spijker in schoen)
= pijn te wijten aan activatie van = pijn die komt door gewijzigde = pijn te wijten aan schade aan
nociceptoren bij eigenlijke of nociceptie (facilitatie > inhibitie van het somatosensorisch
dreigende weefselschade dalende baan) terwijl er geen eigenlijke zenuwstelsel (voor musculoskeletale
of dreigende weefselschade is klachten is het perifere neuropathische
! of voldoende sterke stimulus (vb pijn)
hand boven kaars)
Brandende, schietende of
scherpe pijn
Pijnprovocatie door
bewegingen die
neurogene structuren op
spanning of compressie
brengen
Pijn gaat gepaard met
sensorische klachten
Duidelijke provocatie of Pijn is disproportioneel aan de
reductie bij bepaalde belasting Pijn ≠
mechanische belasting op