SAMENVATTING ANATOMIE
Onderste extremiteiten
De enkel
De voet
De knie
De heup
, DE ENKEL 1
Anatomisch perspectief: je ziet de verbinding tussen de botten van het onderbeen en de talus
Functioneel perspectief: het bewegen centraal stellen (zo bestaat de enkel uit twee gewrichten)
Art. talocruralis (Bovenste Sprong Gewricht BSG)
Vind je op de overgang van onderbeen naar voet
Talo= van talus (sprongbeen)
Crualis=van cruris (onderbeen)
Distale uiteinden van fibula en tibia articuleren met de bovenzijde van de talus
Art. talotarsalis (Onderste Sprong Gewricht OSG) vormt samen met BSG een functionele eenheid.
Bewegen in het bovenste spronggewricht betekent ook bewegen in het onderste spronggewricht en
omgekeerd.
De beide spronggewrichten bevinden zich proximaal en distaal van de talus (sprongbeen).
De talus heeft een bijzondere vorm:
Caput tali (kop)
Collum tali (hals)
Corpus tali (lichaam)
Trochlea tali: katrolvormig uitsteeksel dat het gewrichtsvlak vormt voor de botten van het
onderbeen
Er is geen enkele spier bevestigd aan de talus.
De art. talocruralis wordt gevormd door:
Kop: trochlea tali
Kom: enkelvork (distale uiteinde van de tibia en fibula)
Art. composita: het is een samengesteld gewricht: scharniergewricht met een goede
vormsluiting (tibia, fibula, talus)
Onderste extremiteiten
De enkel
De voet
De knie
De heup
, DE ENKEL 1
Anatomisch perspectief: je ziet de verbinding tussen de botten van het onderbeen en de talus
Functioneel perspectief: het bewegen centraal stellen (zo bestaat de enkel uit twee gewrichten)
Art. talocruralis (Bovenste Sprong Gewricht BSG)
Vind je op de overgang van onderbeen naar voet
Talo= van talus (sprongbeen)
Crualis=van cruris (onderbeen)
Distale uiteinden van fibula en tibia articuleren met de bovenzijde van de talus
Art. talotarsalis (Onderste Sprong Gewricht OSG) vormt samen met BSG een functionele eenheid.
Bewegen in het bovenste spronggewricht betekent ook bewegen in het onderste spronggewricht en
omgekeerd.
De beide spronggewrichten bevinden zich proximaal en distaal van de talus (sprongbeen).
De talus heeft een bijzondere vorm:
Caput tali (kop)
Collum tali (hals)
Corpus tali (lichaam)
Trochlea tali: katrolvormig uitsteeksel dat het gewrichtsvlak vormt voor de botten van het
onderbeen
Er is geen enkele spier bevestigd aan de talus.
De art. talocruralis wordt gevormd door:
Kop: trochlea tali
Kom: enkelvork (distale uiteinde van de tibia en fibula)
Art. composita: het is een samengesteld gewricht: scharniergewricht met een goede
vormsluiting (tibia, fibula, talus)