Nederlands: deel 2
Les 9
Motief
Een motief is een klein, maar belangrijk element dat geregeld terugkeert in een verhaal. Het kan een
kleur zijn, een naam, een zin ... Een motief kan de betekenis van een verhaal versterken of
veranderen. Bepaalde motieven komen vaak voor in verhalen.
dubbelgangersmotief, het onbewoonde eiland, de femme fatale, de
broedermoord ..
Thema
Het thema is de kortst mogelijke omschrijving van waar het verhaal over gaat. Een thema formuleer
je steeds in een of enkele woorden.
bekende thema’s: groei naar volwassenheid, eenzaamheid, de strijd tussen
goed en kwaad …
De gebeurtenissen in een verhaal, de tijd, de plaats, de personages ... geven vorm aan dat thema. In
jeugd- en adolescentenromans is het thema vaak het probleem waarmee het hoofdpersonage
worstelt of een maatschappelijk probleem. De grote klassiekers gaan vaak over levensvragen
waarmee mensen worstelen. Soms heeft een boek verschillende thema’s. Het thema van een verhaal
benoemen, is ook een persoonlijke interpretatie. Niet iedereen ervaart bij een verhaal immers
hetzelfde thema. Belangrijk is dan dat je jouw keuze kunt onderbouwen met voorbeelden en
argumenten.
Les 11
Soorten humor
Situatiehumor is humor die meestal op een toevallige manier voortvloeit uit een specifieke situatie.
Iemand glijdt uit over een bananenschil.
Taalhumor is humor die ontstaat door bewust van het algemene taalgebruik af te wijken, zoals bij
woordspelingen.
Is het goed als ik gras eet? Of wil je dat ik Moskou?
Ironie is een manier om op bedekte, milde wijze de spot te drijven met iets of iemand, bijvoorbeeld
door het tegenovergestelde te zeggen van wat je bedoelt, of door sterk te overdrijven.
(als het hard regent) Ideaal strandweertje!
Die huistaak maken, dat duurt een jaar!
Bij bijtende spot spreek je van sarcasme. Bij sarcasme is de toon scherper en de houding kritischer
dan bij ironie, al is de grens niet altijd goed te trekken. Of iets als milde of als bijtende spot wordt
ervaren, wordt sterk bepaald door de context en de toon van de uiting, en door de persoonlijke
gevoeligheden en opvattingen van de spreker en de ontvanger.
Een muziekleraar zegt tegen zijn leerling die vals zingt: ‘Je bent klaar om
deel te nemen aan
een talentenjacht!’
Absurde humor is humor die ingaat tegen alle logica.
Wat is het verschil tussen een vogeltje? Het middelste pootje.
Les 9
Motief
Een motief is een klein, maar belangrijk element dat geregeld terugkeert in een verhaal. Het kan een
kleur zijn, een naam, een zin ... Een motief kan de betekenis van een verhaal versterken of
veranderen. Bepaalde motieven komen vaak voor in verhalen.
dubbelgangersmotief, het onbewoonde eiland, de femme fatale, de
broedermoord ..
Thema
Het thema is de kortst mogelijke omschrijving van waar het verhaal over gaat. Een thema formuleer
je steeds in een of enkele woorden.
bekende thema’s: groei naar volwassenheid, eenzaamheid, de strijd tussen
goed en kwaad …
De gebeurtenissen in een verhaal, de tijd, de plaats, de personages ... geven vorm aan dat thema. In
jeugd- en adolescentenromans is het thema vaak het probleem waarmee het hoofdpersonage
worstelt of een maatschappelijk probleem. De grote klassiekers gaan vaak over levensvragen
waarmee mensen worstelen. Soms heeft een boek verschillende thema’s. Het thema van een verhaal
benoemen, is ook een persoonlijke interpretatie. Niet iedereen ervaart bij een verhaal immers
hetzelfde thema. Belangrijk is dan dat je jouw keuze kunt onderbouwen met voorbeelden en
argumenten.
Les 11
Soorten humor
Situatiehumor is humor die meestal op een toevallige manier voortvloeit uit een specifieke situatie.
Iemand glijdt uit over een bananenschil.
Taalhumor is humor die ontstaat door bewust van het algemene taalgebruik af te wijken, zoals bij
woordspelingen.
Is het goed als ik gras eet? Of wil je dat ik Moskou?
Ironie is een manier om op bedekte, milde wijze de spot te drijven met iets of iemand, bijvoorbeeld
door het tegenovergestelde te zeggen van wat je bedoelt, of door sterk te overdrijven.
(als het hard regent) Ideaal strandweertje!
Die huistaak maken, dat duurt een jaar!
Bij bijtende spot spreek je van sarcasme. Bij sarcasme is de toon scherper en de houding kritischer
dan bij ironie, al is de grens niet altijd goed te trekken. Of iets als milde of als bijtende spot wordt
ervaren, wordt sterk bepaald door de context en de toon van de uiting, en door de persoonlijke
gevoeligheden en opvattingen van de spreker en de ontvanger.
Een muziekleraar zegt tegen zijn leerling die vals zingt: ‘Je bent klaar om
deel te nemen aan
een talentenjacht!’
Absurde humor is humor die ingaat tegen alle logica.
Wat is het verschil tussen een vogeltje? Het middelste pootje.