NEDERLANDS
Taal leren van kleuters tot volwassenen
, Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen
Nederlands sprekende (rijk) ====➔ Turks sprekende (arm)
KLOOF
2 stijlen van lesgeven
ACTIEFPRODUCTIEVE STIJL NON-PRODUCTIEVE STIJL
→ veel open vragen: → gesloten vragen: juist/fout
denk ontwikkelende vragen
➔ veel inbreng van het kind → neemt de inbreng van kinderen op, maar
doet er niets mee
→ reageert op inbreng van kinderen
→ visuele ondersteuning:
→betekenisonderhandeling om het verwachte antwoord te verkrijgen
(“jullie vinden dat ook een goed idee?”,
onderhandelen over betekenis over een woord, → kind ≠ gelijkwaardige gesprekspartner
bv ‘er moet nog een dak op’ ‘ wat is een dak’…) Leerkracht wil niet afwijken van onderwerp
→ nieuwe kennis & ervaringen relateren aan
het gemeenschappelijke referentiekader vd klas
→ benoemen van de behoeften v/h kind → leren minder taal
(“ah jullie willen dat zo?”) → maken minste vooruitgang
→ visuele ondersteuning:
Om het denken stimuleren
→ kind = gelijkwaardige gesprekspartner
PASSIEF-PRODUCTIEF
→ impliciet verbeteren → lkr registreert inbreng van leerling,
= herformulering met de verbetering maar doet er niets mee
Bv. “ja, ok” of “we zijn nu niet bezig met auto’s”
→ stimuleert & bemoedigt de lln
→ veel interactie → maken vooruitgang
→ belangrijk voor de identiteitsvorming kind
Niet Nederlandstaligen: leren al doende Ned.
→ leren meer taal
→ beter voor taalverwerving & welbevinden
→ maken grootste vooruitgang
Nodig:
1) Veel ruimte voor eigen inbreng kinderen
2) Open vragen stellen
3) Veel ruimte voor
betekenisonderhandeling
MAAR: gesloten vragen zijn goed als controle
Taal leren van kleuters tot volwassenen
, Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen
Nederlands sprekende (rijk) ====➔ Turks sprekende (arm)
KLOOF
2 stijlen van lesgeven
ACTIEFPRODUCTIEVE STIJL NON-PRODUCTIEVE STIJL
→ veel open vragen: → gesloten vragen: juist/fout
denk ontwikkelende vragen
➔ veel inbreng van het kind → neemt de inbreng van kinderen op, maar
doet er niets mee
→ reageert op inbreng van kinderen
→ visuele ondersteuning:
→betekenisonderhandeling om het verwachte antwoord te verkrijgen
(“jullie vinden dat ook een goed idee?”,
onderhandelen over betekenis over een woord, → kind ≠ gelijkwaardige gesprekspartner
bv ‘er moet nog een dak op’ ‘ wat is een dak’…) Leerkracht wil niet afwijken van onderwerp
→ nieuwe kennis & ervaringen relateren aan
het gemeenschappelijke referentiekader vd klas
→ benoemen van de behoeften v/h kind → leren minder taal
(“ah jullie willen dat zo?”) → maken minste vooruitgang
→ visuele ondersteuning:
Om het denken stimuleren
→ kind = gelijkwaardige gesprekspartner
PASSIEF-PRODUCTIEF
→ impliciet verbeteren → lkr registreert inbreng van leerling,
= herformulering met de verbetering maar doet er niets mee
Bv. “ja, ok” of “we zijn nu niet bezig met auto’s”
→ stimuleert & bemoedigt de lln
→ veel interactie → maken vooruitgang
→ belangrijk voor de identiteitsvorming kind
Niet Nederlandstaligen: leren al doende Ned.
→ leren meer taal
→ beter voor taalverwerving & welbevinden
→ maken grootste vooruitgang
Nodig:
1) Veel ruimte voor eigen inbreng kinderen
2) Open vragen stellen
3) Veel ruimte voor
betekenisonderhandeling
MAAR: gesloten vragen zijn goed als controle