Thema 11: interacties tussen organismen van een zelfde soort
1. Concurrentie en coöperatie
I. Leven in groepen
Voordelen van een leven in een groep:
Jagen in groep
Ze werken samen om hun prooi te vangen.
Waakzaamheid delen en elkaar beschermen
Pooidieren kunnen zo hun jagers sneller opmerken en elkaar een seintje geven bij
gevaar.
In groep voedsel verzamelen
Door samenwerking kan er meer voedsel verzameld worden.
Nakomelingen samen verzorgen
De jongen van één soort worden vaak ook door meerdere soortgenoten gevoed.
Samen energiezuinig leven
Trekkende vogels kunnen op een energiezuinige manier vliegen bij een lange vlucht: in V-
formatie (dit is om de luchtweerstand te minderen).
Een territorium in groep verdedigen of veroveren
Als je in groep samenwerkt, kan je een naburige groep gemakkelijk afhouden.
Nadelen van een leven in een groep:
De grotere kans op overdracht van ziekten
Jaarlijks verspreiden zich terugkerende griepvirussen erg snel op plaatsen waar veel
mensen samenkomen (scholen, drukke winkels,…)
Voedselgebrek door de groepsomvang
Een groot aantal soortgenoten dat op een beperkt oppervlak samenwoont à
voedselschaarste ontstaan.
II. Concurrentie 0
III. Intensiteit en vormen van coöperatie
Aggregatie en associatie
Aggregatie: samenlevingsvorm waarbij dieren alleen toevallig samenleven, omdat ze zijn
aangewezen op hetzelfde voedsel, dezelfde beschutting of dezelfde leefomstandigheden.
Associatie: samenlevingsvorm waarbij dieren voordeel halen uit de aanwezigheid van
soortgenoten. Wanneer organismen in groep samenwerken, spreken we van een coöperatie.
Samenstelling en duur van coöperatie
Broedzorg: een samenlevingsvorm waarbij één of beide ouders de jongen verzorgen,
beschermen en voeden.
Kudde: groep samenlevende (meestal grazend) zoogdieren.
à één duidelijke leider
à rangorde bepaalt plek en gedrag van individuen in de groep.
Sociale staat = groep met grote arbeidsverdeling.
Elk individu heeft een specifieke taak in dienst van de hele gemeenschap.
Groep individuen met dezelfde vorm en taak = Kaste.
(Lezen onderaan HB p. 274 en bovenaan HB p. 275)
, IV. Lichamelijke aanpassingen en de rol in de groep
Voor sommige samenlevingsvormen geldt dat de lichaamsbouw van het individu is aangepast
aan de rol en de taak die het opneemt binnen de groep.
Bijengemeenschap:
Een koningin staat in voor het zorgvuldig leggen van bevruchte eieren in de cellen van de
raten. In die cellen ontwikkelen de eieren zich over larven tot volwassen bijen.
Werksters verzamelen voedsel, houden het nest schoon, voeden de larven en verdedigen de
korf (= broedzorg). Daarnaast de werksters ook de koningin, en de wat minder productieve
mannelijke dieren: de darren.
De darren dienen allen voor het bevruchten van de eicellen van de koningin.
1. Concurrentie en coöperatie
I. Leven in groepen
Voordelen van een leven in een groep:
Jagen in groep
Ze werken samen om hun prooi te vangen.
Waakzaamheid delen en elkaar beschermen
Pooidieren kunnen zo hun jagers sneller opmerken en elkaar een seintje geven bij
gevaar.
In groep voedsel verzamelen
Door samenwerking kan er meer voedsel verzameld worden.
Nakomelingen samen verzorgen
De jongen van één soort worden vaak ook door meerdere soortgenoten gevoed.
Samen energiezuinig leven
Trekkende vogels kunnen op een energiezuinige manier vliegen bij een lange vlucht: in V-
formatie (dit is om de luchtweerstand te minderen).
Een territorium in groep verdedigen of veroveren
Als je in groep samenwerkt, kan je een naburige groep gemakkelijk afhouden.
Nadelen van een leven in een groep:
De grotere kans op overdracht van ziekten
Jaarlijks verspreiden zich terugkerende griepvirussen erg snel op plaatsen waar veel
mensen samenkomen (scholen, drukke winkels,…)
Voedselgebrek door de groepsomvang
Een groot aantal soortgenoten dat op een beperkt oppervlak samenwoont à
voedselschaarste ontstaan.
II. Concurrentie 0
III. Intensiteit en vormen van coöperatie
Aggregatie en associatie
Aggregatie: samenlevingsvorm waarbij dieren alleen toevallig samenleven, omdat ze zijn
aangewezen op hetzelfde voedsel, dezelfde beschutting of dezelfde leefomstandigheden.
Associatie: samenlevingsvorm waarbij dieren voordeel halen uit de aanwezigheid van
soortgenoten. Wanneer organismen in groep samenwerken, spreken we van een coöperatie.
Samenstelling en duur van coöperatie
Broedzorg: een samenlevingsvorm waarbij één of beide ouders de jongen verzorgen,
beschermen en voeden.
Kudde: groep samenlevende (meestal grazend) zoogdieren.
à één duidelijke leider
à rangorde bepaalt plek en gedrag van individuen in de groep.
Sociale staat = groep met grote arbeidsverdeling.
Elk individu heeft een specifieke taak in dienst van de hele gemeenschap.
Groep individuen met dezelfde vorm en taak = Kaste.
(Lezen onderaan HB p. 274 en bovenaan HB p. 275)
, IV. Lichamelijke aanpassingen en de rol in de groep
Voor sommige samenlevingsvormen geldt dat de lichaamsbouw van het individu is aangepast
aan de rol en de taak die het opneemt binnen de groep.
Bijengemeenschap:
Een koningin staat in voor het zorgvuldig leggen van bevruchte eieren in de cellen van de
raten. In die cellen ontwikkelen de eieren zich over larven tot volwassen bijen.
Werksters verzamelen voedsel, houden het nest schoon, voeden de larven en verdedigen de
korf (= broedzorg). Daarnaast de werksters ook de koningin, en de wat minder productieve
mannelijke dieren: de darren.
De darren dienen allen voor het bevruchten van de eicellen van de koningin.