(Hoofdstukken 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21)
Hoofdstuk 15 – Expressie
Expressie:
Belangrijk om assertief te reageren
MOHAB beoordelen (zie les 8) + lichaamstaal onderbouwen
Tableau vivant:
I. Theatraal of artistieke performance
II. Mensen in kostuums staan stil
III. Uitbeelden van bijvoorbeeld een scè ne uit een schilderij, historische gebeurtenis,
Bijbelverhaal…
IV. Niet bewegen of praten mimiek en lichaamstaal spelen belangrijke rol
Hoofd- en neventekst:
In toneeltekst: onderscheid tussen hoofdtekst en neventekst
Hoofdtekst Tekst die door spelers moet worden uitgesproken
Neventekst Regieaanwijzingen, stuurt acteurs in hun verbale spel of non-
verbale spel
Hoofdstuk 16 – Het sprookje
Doelgroep sprookje:
In oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt
Eerst volwassen (door gewelddadige en erotische passages)
Later kinderen (door diverse bewerkingen en vertalingen aangepast)
Voorbeelden:
Roodkapje werd oorspronkelijk verkracht
Later aangepast naar berooft
Doornroosje valt in een diepe slaap en ze wordt verkracht door een prins
Later aangepast naar wakker gekust
, Kenmerken:
Onbepaalde plaats ‘In een land ver ven hier…’
Onbepaalde tijd ‘Er was eens…’
Magie Kabouters, heksen, feeë n, prinsen en prinsessen
Fantasie
Vlakke personages Uiterlijk verwijst naar het innerlijk
Heksen zijn lelijk en slecht, prinsessen mooi en goed
Happy end Slecht personage afgestraft andere leven ‘nog lang en
gelukkig’
Veel herhalingen ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand’
Veel formuleringen Sneeuwwitje (sneeuw is al wit)
Zinsconstructie is erg eenvoudig
Getallensymboliek Drie biggetjes, de zeven dwergen
Soorten:
Volkssprookje Erg oud en werden mondeling overgeleverd. Gevolg: veel
varianten en veel herhaling in zulke sprookjes. Deze werden
uiteindelijk verzameld en opgetekend o.a. door Duitse
gebroeders Grimm.
(Hans en Grietje, Roodkapje, Doornroosje, Sneeuwwitje…)
Cultuursprookje Geschreven door é én persoon en zijn veel recenter: populair
in de romantiek (19de eeuw)
(De kleine zeemeermin van Deen Hans Christian Andersen)
Sprookjesbewerkingen:
I. Populair
II. Teken ilms en prentenboeken
III. Soms blijft de auteur trouw aan origineel, maar vaak niet
IV. Soms terugkeren naar oude versie juist voor volwassenen
Hoofdstuk 17 – Bronnen gebruiken
Onderzoeken:
Kern van vragen:
I. Is de informatie betrouwbaar?
II. Is de informatie juist?
III. Is de informatie volledig?
IV. Is de informatie actueel?