De korte en middellange termijn
Hoofdstuk 7: het samenbrengen van al de markten (AS-
AD model)
Het verschil met hoofdstuk 6 is dat we niet veronderstellen dat P = P e.
Totaal aanbod ( aggregate supply AS)
We gaan de relatie tussen P, Y en P e afleiden. We gaan kijken naar het gedrag van
de lonen en de prijzen. We vertrekken van een verandering in Y.
Stap 1: Elimineer het nominale loon
P= Pe(1 + m)F(u,z)
P hangt af van Pe en u (veronderstelt dat m en z constant zijn)
Stap 2: Druk u uit in termen van Y
U L−N N Y
u= = =1− =1−
L L L L
omvormingen:
1. werkloosheidsgraad
2. definitie van werkloosheid
3. productie functie: om 1 eenheid te produceren heb je 1 werknemer
nodig.
Als L gegeven is, hoe hoger Y, hoe lager u.
Stap 3: u in stap 1 vervangen
Y
de AS-relatie P= Pe(1 + m)F( 1− L ,z)
P hangt af van Pe en Y (veronderstelt dat m, z en L constant zijn)
Twee belangrijke eigenschappen:
1. Een stijging van Y leidt tot een stijging van P
reden: Y ↑ N ↑ u ↓ W ↑ P ↑
2. Een stijging in Pe leidt tot, een voor een, tot een stijging in P
reden: Pe ↑ W ↑ P ↑ (door stijging van de kosten)
kort zoals in de les: Y ↑ u ↓ W ↑ Pe ↑ P ↑
Figuur 7.1: grafisch
Het gaat hier om een stijgende functie, want een stijging van Y leidt tot een
stijging van P.
De curve gaat door punt A, waar Y = Yn en P = Pe. Wat impliceert dat wanneer Y
< Yn en P < Pe
en wanneer Y > Yn en P > Pe.
, Figuur 7.2:
Een stijging van Pe verschuift de AS curve naar boven en een daling verschuift ze
naar beneden.
De totale vraag (aggregate demand AD)
We gaan de relatie tussen P en Y afleiden. We gaan kijken naar de
evenwichtscondities in de goederenmarkt en de financiële markt. (IS en LM) We
vertrekken van een verandering in P.
M
de AD relatie Y = Y( P ,G,T)
( +, +, -)
Y hangt af van P (veronderstelt dat M, T en G constant zijn)
Figuur 7.3:
Afleiden:
We tekenen de IS-LM curve en laten het snijpunt neervallen op onze grafiek. We
laten deze Y samenvallen met een willekeurige P.
Bij een daling van het reëel geldaanbod, zal LM naar boven verschuiven. Ook het
nieuwe snijpunt laten we zakken.
Bij een verschuiving in het IS-LM model, verschuift AD.
Er is duidelijk een negatieve relatie tussen Y en P, dus een dalende functie.
Ms
Economisch intuïtief: P↑ P ↓i↑I↓Y↓
Figuur 7.4: Wanneer verschuift de AD –curve
De AD curve verschuift bij veranderingen van elke variabele behalve P.
1. Een expansief budgettair beleid (G stijgt en/of T daalt)
De IS curve verschuift naar rechts.
Wanneer Y stijgt, zal i stijgen om een evenwicht te hebben tussen de
goederenmarkt
en de financiële markt.
uitleg: G ↑ Z ↑ Z > Y Y ↑ Md ↑ Md > M i ↑ I ↓ Z
↓ - Y ↓
De AD curve verschuift naar rechts.
Bij elke P zal Y stijgen om een evenwicht tussen beide markten te
bereiken.
2. Een restrictief monetair beleid (Ms daalt)
LM verschuift naar boven.
Hoofdstuk 7: het samenbrengen van al de markten (AS-
AD model)
Het verschil met hoofdstuk 6 is dat we niet veronderstellen dat P = P e.
Totaal aanbod ( aggregate supply AS)
We gaan de relatie tussen P, Y en P e afleiden. We gaan kijken naar het gedrag van
de lonen en de prijzen. We vertrekken van een verandering in Y.
Stap 1: Elimineer het nominale loon
P= Pe(1 + m)F(u,z)
P hangt af van Pe en u (veronderstelt dat m en z constant zijn)
Stap 2: Druk u uit in termen van Y
U L−N N Y
u= = =1− =1−
L L L L
omvormingen:
1. werkloosheidsgraad
2. definitie van werkloosheid
3. productie functie: om 1 eenheid te produceren heb je 1 werknemer
nodig.
Als L gegeven is, hoe hoger Y, hoe lager u.
Stap 3: u in stap 1 vervangen
Y
de AS-relatie P= Pe(1 + m)F( 1− L ,z)
P hangt af van Pe en Y (veronderstelt dat m, z en L constant zijn)
Twee belangrijke eigenschappen:
1. Een stijging van Y leidt tot een stijging van P
reden: Y ↑ N ↑ u ↓ W ↑ P ↑
2. Een stijging in Pe leidt tot, een voor een, tot een stijging in P
reden: Pe ↑ W ↑ P ↑ (door stijging van de kosten)
kort zoals in de les: Y ↑ u ↓ W ↑ Pe ↑ P ↑
Figuur 7.1: grafisch
Het gaat hier om een stijgende functie, want een stijging van Y leidt tot een
stijging van P.
De curve gaat door punt A, waar Y = Yn en P = Pe. Wat impliceert dat wanneer Y
< Yn en P < Pe
en wanneer Y > Yn en P > Pe.
, Figuur 7.2:
Een stijging van Pe verschuift de AS curve naar boven en een daling verschuift ze
naar beneden.
De totale vraag (aggregate demand AD)
We gaan de relatie tussen P en Y afleiden. We gaan kijken naar de
evenwichtscondities in de goederenmarkt en de financiële markt. (IS en LM) We
vertrekken van een verandering in P.
M
de AD relatie Y = Y( P ,G,T)
( +, +, -)
Y hangt af van P (veronderstelt dat M, T en G constant zijn)
Figuur 7.3:
Afleiden:
We tekenen de IS-LM curve en laten het snijpunt neervallen op onze grafiek. We
laten deze Y samenvallen met een willekeurige P.
Bij een daling van het reëel geldaanbod, zal LM naar boven verschuiven. Ook het
nieuwe snijpunt laten we zakken.
Bij een verschuiving in het IS-LM model, verschuift AD.
Er is duidelijk een negatieve relatie tussen Y en P, dus een dalende functie.
Ms
Economisch intuïtief: P↑ P ↓i↑I↓Y↓
Figuur 7.4: Wanneer verschuift de AD –curve
De AD curve verschuift bij veranderingen van elke variabele behalve P.
1. Een expansief budgettair beleid (G stijgt en/of T daalt)
De IS curve verschuift naar rechts.
Wanneer Y stijgt, zal i stijgen om een evenwicht te hebben tussen de
goederenmarkt
en de financiële markt.
uitleg: G ↑ Z ↑ Z > Y Y ↑ Md ↑ Md > M i ↑ I ↓ Z
↓ - Y ↓
De AD curve verschuift naar rechts.
Bij elke P zal Y stijgen om een evenwicht tussen beide markten te
bereiken.
2. Een restrictief monetair beleid (Ms daalt)
LM verschuift naar boven.