OPLEIDING
1. ONDERDELEN BINNEN DE STATISTIEK
- Logopedie = gedragswetenschap
- Gedrag kan gewijzigd worden door er op systematisch wijze mee om te gaan
- Gestandaardiseerde tests en therapieprogramma’s
- Klinische situaties doorgronden en algemeenheden standaardiseren door
onderzoek
- Uitspraken doen over grote groepen patiënten/cliënten
1.1. TWEE TYPEN VAN STATISTIEK
- Beschrijvende statistiek (fase 1)
o Gegevens van een steekproef voorgesteld worden voorgesteld zodat ze
verder geïnterpreteerd kunnen worden naar spreiding
o Via grafieken, frequentietabellen of kengetallen (centrummaten en
spreidingsmaten)
- Inductieve statistiek (fase 2)
o Resultaten van steekproeven in relatie gebracht tot de populatie en
andere steekproeven
o Via verschillen en verbanden
2. KLINISCH DOEL
Onderzoek en Logopedisten gebruiken statistiek voor onderzoek naar spraak-,
evidence-based taal-, gehoor- en slikstoornissen en om behandelingseffectiviteit
te evalueren. Statistische analyses helpen hen conclusies te
practice trekken uit onderzoeksgegevens, wat leidt tot evidence-based
praktijken in behandelingen
Diagnostiek en Logopedisten gebruiken statistiek om spraak-, taal-, gehoor- en
evaluatie slikstoornissen te beoordelen. Ze gebruiken normatieve gegevens
en statistische tests om bijvoorbeeld de taalontwikkeling van een
kind te vergelijken of de ernst van een stoornis te bepalen
Behandelings- Logopedisten gebruiken statistiek om de effectiviteit van
evaluatie behandelingen te evalueren, bijvoorbeeld door te testen of een
behandeling significante verbeteringen in spraak, taal, gehoor of
slikken heeft veroorzaakt
Klinische Statistiek helpt logopedisten bij het nemen van klinische
besluitvorming beslissingen, zoals het kiezen van interventiestrategieën of het
interpreteren van testresultaten
Risicobeoordeli Statistiek helpt logopedisten risicofactoren voor stoornissen te
ng identificeren, zodat ze preventieve maatregelen kunnen nemen
en vroege interventie bieden
1
,3. ONDERZOEKSDOEL
3.1. ONDERZOEKSKENMERKEN
- Goed onderzoek voldoen voor evidence based handelen
- Het resultaat: een uitspraak, een bewering waarin een of meerdere objecten
een eigenschap wordt toegeschreven
o Bv.: kinderen met taalontwikkelingsproblemen vertonen in het 1 ste leerjaar
ook leesproblemen
- Wetenschappelijk verantwoord onderzoek moet voldoen aan de volgende
voorwaarden:
Objectief - Geen vooroordelen van de onderzoekers maar pure observatie
van de werkelijkheid
- Het resultaat is een vaststelling, geen beoordeling
Controleerba - Door duidelijk te zijn over hoe de uitspraak gevonden werd en
ar hoe er te werk gegaan werd kan éénieder het resultaat
controleren
Herhaalbaar - Door de duidelijkheid over de werkwijze is het dan ook te allen
tijde mogelijk om het volledige onderzoek in exacte
omstandigheden te herhalen
Systematisc - Het onderzoek is een opeenvolging van logische doordachte
h stappen die een lijn vormen
3.2. ONDERZOEKSFASEN
3.2.1. FASE 1: DE PROBLEEMSTELLING: VRAAGSTELLING EN DE
HYPOTHESE
- De vraagstelling vloeit voort uit de theorie ofwel uit een concreet probleem
(werkelijkheid = waarneming)
o Afhankelijk van type onderzoek vraagstelling op één van de 2
problemen gericht zijn:
1. Fundamenteel onderzoek
Gericht op uitwerken van theorieën en wetmatigheden.
Gericht op het uitbreiden van kennis zonder een directe
praktische toepassing
Voorbeelden:
o Onderzoek naar de neurologische basis van
taalverwerking in de hersenen
o Studie van de biologische mechanismen achter
gehoorverlies
2. Toegepast onderzoek
Gericht op het oplossen van specifieke, praktische
problemen o.b.v. waarnemingen
Gericht op het oplossen van specifieke problemen met
directe praktische toepassingen
Voorbeelden:
2
, o Ontwikkeling van nieuwe therapieën voor mensen
met spraakstoornissen
o Onderzoek naar efficiënte instelling van
hoortoestellen voor mensen met gehoorverlies
- Vraag stellen naar…
o Primaire gegevens:
Statische analyse is steeds van toepassing
Kan gaan over:
Relatie tussen omgeving en gedrag/vaardigheden
o Bv.: heeft achtergrondlawaai een invloed op de
articulatie van jonge kinderen?
Een wijziging in meting in de tijd
o Bv.: heeft de therapie na 2 weken een gunstig effect
op het slikgedrag?
Het voorkomen van een kenmerk in een groep
o Bv.: hoeveel procent van de logopedisten volgt
bijscholing?
Verschillen tussen diverse groepen
o Bv.: hebben jongens meer kans op dyslexie dan
meisjes?
De samenhang tussen variabelen
o Bv.: is er een samenhang tussen articulatie en
sociale betrokkenheid?
o Secundaire gegevens:
Statische analyse is niet van toepassing
Onderzoeker gaat na wat andere onderzoekers al vastgesteld
hebben rond het thema (= literatuurstudie)
- Onderzoeksvraag voldoen aan aantal voorwaarden (duidelijk + objectief te zijn):
o Specifieke termen bevatten
Bv.: Hebben kinderen een uitgebreide woordenschat?
Wees concreter over wat “uitgebreid is”
o Vraagvorm hebben
Bijv.: Mannen zijn beter in rekenen dan vrouwen
Dit is een hypothese en geen vraag
o Niet oordelend vragen
Bijv.: Halen Vlaamse kinderen voldoende op de leestest
Wat is goed, geef een concrete score
o Mag wel een richting aangeven
Bijv.: Hebben kinderen meer blokkeringen als ze onder tijdsdruk
moeten praten?
- Vraagstelling aanleiding tot uitspreken van een hypothese als uitspraak. Zo
komen we tot een opeenvolging als volgt:
1. Probleemstelling Bijv.: de audioloog vraagt zich af of er toevallig
meer mensen uit de buurt van een industriële zone op consultatie komen
2. Vraagstelling = onderzoeksvraag Bijv.: heeft de leefomgeving
(industrie) een significante invloed op het gehoor?
3. Hypothese Bijv.: de leefomgeving heeft een significant effect op het
gehoor
3
, 3.2.2. FASE 2: DE OPERATIONALISERING
- Onderzoekshypothese wordt gesteld in termen van meetbare kenmerken,
variabelen.
- Operationaliseren is het transformeren van een begrip tot een meetbare variabele
- Meer informatie volgt in hoofdstuk 3
3.2.3. FASE 3: STEEKPROEFOPZET
- Zie onderzoeksvaardigheden
3.2.4. FASE 4: VERZAMELEN VAN DE GEGEVENS
- Afhankelijk van de vraag en het soort variabelen zal dit neerkomen om één van
de volgende methodieken
o Uitvoeren van een experiment
Toets afnemen
Bijv.: rekentest
Observeren van een gedrag
Bijv.: hoe vaak kucht de leerkracht in 1 uur
Tellen (turven)
o Vragenlijst laten invullen (survey- of enquêteonderzoek):
Antwoorden verzamelen via een likertschaal
Bijv.: ik lees graag voor in de klas:
o Helemaal niet akkoord
o Niet akkoord
o Neutraal
o Akkoord
o Helemaal akkoord
- Deze gegevens worden systematisch weergegeven in een datamatrix
o Gebruik van Excel: zeer beperkte mogelijkheden voor inductieve
statistiek
o Gebruik van software: zeer handig (Jamovi)
3.2.5. FASE 5: BESCHRIJVEN EN ANALYSE VAN DE GEGEVENS
- Na het invoeren van resultaten in databank gegevens overzichtelijk voorstellen
binnen descriptieve statistiek
- Verschillende manieren:
o Middels een frequentieverdeling
o Middels een grafische voorstelling van de resultaten
o Middels bepaling van centrale tendens en variabiliteit
Gemiddelde, mediaan, modus
SD, variantie, interkwartiel
Percentiel, z-scores
Kruistabellen en andere
3.2.5.1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK
4