Samenvatting Minor
Voeding
Vertering: omzetten van voedingsstoffen die niet door de darmwand kunnen naar voedingsstoffen
die dat wel kunnen. Dit gebeurt altijd buiten het lichaam.
Stofwisseling: Het totaal van chemische omzettingen die optreden in een levend organisme. Denk
aan aanvoer van bouwstoffen en afvoer van afvalstoffen.
Energiebalans
Voedingsinname BMR (rustmetabolisme)
TEA (Thermisch effect activiteit)
TEF (thermisch effect voeding)
1 gram koolhydraten 4kcal 17 kJ 40-50%
1 gram eiwitten 4 kcal 17 kJ 15-25%
1 gram vetten 9 kcal 37 Kj 30%
1 kcal= 4,2 kJ
1 kg lichaamsgewicht= 7700 kcal
6.
7.
8. 9.
1. 2. 3. 11.
12. 13.
4. 10.
5.
1. Lipogenese
2. Lipolyse
3. Gluconeogenese
4. Beta-oxidatie
5. Lipogense
6. Glycogenese
7. Glucogenolyse
8. Gluconeogenese
9. Glycolyse
10. Hoort bij glycolyse
11. Gluconeogenese
12. Eiwitafbraak
13. Eiwitopbouw
,Een risicofactor geeft een verhoogde kans op een aandoening
Een oorzaak is de reden voor de aandoening
Dit is NIET hetzelfde
Risicofactoren overgewicht
• Energierijke en dichte voeding
• Fysieke inactiviteit
• Hoge inname van vloeibare koolhydraten
• Weinig groente- en fruitconsumptie
• Weinig vezelconsumptie
• Obesogene omgeving
• Genetische aanleg
Risicofactoren Diabetes Mellitus II
• Overgewicht (voornamelijk buikvet)
• Leeftijd (oud)
• Hoog cholesterol (Veel LDL, weinig HDL)
• Hoge bloeddruk
• Roken
• Erfelijkheid
Hormonen beïnvloeden de stofwisseling
Anabole hormonen: bouwen stoffen op (insuline)
Katabole hormonen: zorgen voor afbraak (glucagon, adrenaline, noradrenaline)
Te hoge bloedsuiker:
1.) Insuline wordt door alvleesklier afgegeven
2.) Cellen nemen glucose direct op of slaan het op als glycogeen
Te lage bloedsuiker:
1.) Glucagon wordt afgegeven door de alvleesklier
2.) Leverglycogeen wordt afgebroken tot glucose
3.) Glycogeen in spieren afgebroken tot glucose
4.) Vet wordt als vetzuren afgegeven aan het bloed
Adrenaline: Bevordert de afgifte van glucose aan het bloed
Afgifte van vet als vetzuren aan het bloed
Noradrenaline: Nagenoeg zelfde functie als adrenaline
Hyperglycaemie: Te hoge bloedglucose
insuline ongevoeligheid
Hypoglycaemie: Te lage bloedglucose
als men te veel insuline spuit
Met Diabetes Mellitus Type 2 heeft men een verhoogde kans op verschillende micro- en
macrovasculaire aandoeningen:
Macrovasculair Microvasculair
Hart- en vaatziekten Nefropathie: nieraandoening
Retinopathie: oogaandoening
, Perifere neuropathie: Zenuwaandoening
Wanneer iemand lange tijd een verhoogde bloedglucosespiegel heeft verharden de bloedvaten
waardoor en schade aan de vaatwanden ontstaat.
Koolhydraatarm dieet
Voordelen Nadelen
• Minder glucose inname - Koolhydraatarm betekent vaak vetrijk
• Minder glucose opgeslagen als vet - Tekort aan vitamines, mineralen en vezels
• Minder kans op hart-en vaatziekten -Iemand met DM2 krijgt een hypo en als er
• Meer HDL en minder LDL geen insuline gespoten wordt een hyper
• Stabiliseert de bloedglucose
• Verlaagt de bloeddruk
Processen bij een positieve energiebalans: gluconeogenese, glycogenese, lipogenese, eiwitopbouw
Processen bij een negatieve energiebalans: glycogenolyse, lipolyse, eiwitafbraak, glycolyse
Bij een iemand die moet afvallen wordt een verhoogde eiwitinname aangeraden:
• Eiwit remt honger
• Eiwit zorgt voor verhogen basaalmetabolisme
• Eiwit gaat spierafbraak tegen
• Eiwit heeft een hoge TEV
Koolhydraten
• Koolhydraten worden omgezet tot glucose en dienen als brandstof
• Koolhydraten verminderen het hongergevoel
• Koolhydraten leveren energie voor de hersenen
Monosachariden: glucose, fructose, galactose
Disachariden: maltose: GLUC-GLUC
Sucrose: GLUC-FRUC (tafelsuiker)
Lactose: GLUC-GALAC
Polysachariden: glycogeen:
Zetmeel: GLUC-GLUC-GLUC (amylose)
Vertering van polysachariden (voorbeeld zetmeel)
Amylase werkt het best bij een pH van 6,5-7,5
Maagzuur heeft een lage pH
Bicarbonaat verhoogt de pH
Voedsel komt niet in alvleesklier maar alvleesklier geeft producten uit aan dunne darm
Orgaan Product Effect
Mond Speeksel-amylase Veel amylose beetje glucose
Slokdarm --- ---
Maag Maagzuur Vertering stopt
Alvleesklier Bicarbonaat, amylase AmyloseMaltose en glucose
Dunne darm Amylase, disacharidase=maltase Glucose
Koolhydraten in voeding:
• Aardappelen
Voeding
Vertering: omzetten van voedingsstoffen die niet door de darmwand kunnen naar voedingsstoffen
die dat wel kunnen. Dit gebeurt altijd buiten het lichaam.
Stofwisseling: Het totaal van chemische omzettingen die optreden in een levend organisme. Denk
aan aanvoer van bouwstoffen en afvoer van afvalstoffen.
Energiebalans
Voedingsinname BMR (rustmetabolisme)
TEA (Thermisch effect activiteit)
TEF (thermisch effect voeding)
1 gram koolhydraten 4kcal 17 kJ 40-50%
1 gram eiwitten 4 kcal 17 kJ 15-25%
1 gram vetten 9 kcal 37 Kj 30%
1 kcal= 4,2 kJ
1 kg lichaamsgewicht= 7700 kcal
6.
7.
8. 9.
1. 2. 3. 11.
12. 13.
4. 10.
5.
1. Lipogenese
2. Lipolyse
3. Gluconeogenese
4. Beta-oxidatie
5. Lipogense
6. Glycogenese
7. Glucogenolyse
8. Gluconeogenese
9. Glycolyse
10. Hoort bij glycolyse
11. Gluconeogenese
12. Eiwitafbraak
13. Eiwitopbouw
,Een risicofactor geeft een verhoogde kans op een aandoening
Een oorzaak is de reden voor de aandoening
Dit is NIET hetzelfde
Risicofactoren overgewicht
• Energierijke en dichte voeding
• Fysieke inactiviteit
• Hoge inname van vloeibare koolhydraten
• Weinig groente- en fruitconsumptie
• Weinig vezelconsumptie
• Obesogene omgeving
• Genetische aanleg
Risicofactoren Diabetes Mellitus II
• Overgewicht (voornamelijk buikvet)
• Leeftijd (oud)
• Hoog cholesterol (Veel LDL, weinig HDL)
• Hoge bloeddruk
• Roken
• Erfelijkheid
Hormonen beïnvloeden de stofwisseling
Anabole hormonen: bouwen stoffen op (insuline)
Katabole hormonen: zorgen voor afbraak (glucagon, adrenaline, noradrenaline)
Te hoge bloedsuiker:
1.) Insuline wordt door alvleesklier afgegeven
2.) Cellen nemen glucose direct op of slaan het op als glycogeen
Te lage bloedsuiker:
1.) Glucagon wordt afgegeven door de alvleesklier
2.) Leverglycogeen wordt afgebroken tot glucose
3.) Glycogeen in spieren afgebroken tot glucose
4.) Vet wordt als vetzuren afgegeven aan het bloed
Adrenaline: Bevordert de afgifte van glucose aan het bloed
Afgifte van vet als vetzuren aan het bloed
Noradrenaline: Nagenoeg zelfde functie als adrenaline
Hyperglycaemie: Te hoge bloedglucose
insuline ongevoeligheid
Hypoglycaemie: Te lage bloedglucose
als men te veel insuline spuit
Met Diabetes Mellitus Type 2 heeft men een verhoogde kans op verschillende micro- en
macrovasculaire aandoeningen:
Macrovasculair Microvasculair
Hart- en vaatziekten Nefropathie: nieraandoening
Retinopathie: oogaandoening
, Perifere neuropathie: Zenuwaandoening
Wanneer iemand lange tijd een verhoogde bloedglucosespiegel heeft verharden de bloedvaten
waardoor en schade aan de vaatwanden ontstaat.
Koolhydraatarm dieet
Voordelen Nadelen
• Minder glucose inname - Koolhydraatarm betekent vaak vetrijk
• Minder glucose opgeslagen als vet - Tekort aan vitamines, mineralen en vezels
• Minder kans op hart-en vaatziekten -Iemand met DM2 krijgt een hypo en als er
• Meer HDL en minder LDL geen insuline gespoten wordt een hyper
• Stabiliseert de bloedglucose
• Verlaagt de bloeddruk
Processen bij een positieve energiebalans: gluconeogenese, glycogenese, lipogenese, eiwitopbouw
Processen bij een negatieve energiebalans: glycogenolyse, lipolyse, eiwitafbraak, glycolyse
Bij een iemand die moet afvallen wordt een verhoogde eiwitinname aangeraden:
• Eiwit remt honger
• Eiwit zorgt voor verhogen basaalmetabolisme
• Eiwit gaat spierafbraak tegen
• Eiwit heeft een hoge TEV
Koolhydraten
• Koolhydraten worden omgezet tot glucose en dienen als brandstof
• Koolhydraten verminderen het hongergevoel
• Koolhydraten leveren energie voor de hersenen
Monosachariden: glucose, fructose, galactose
Disachariden: maltose: GLUC-GLUC
Sucrose: GLUC-FRUC (tafelsuiker)
Lactose: GLUC-GALAC
Polysachariden: glycogeen:
Zetmeel: GLUC-GLUC-GLUC (amylose)
Vertering van polysachariden (voorbeeld zetmeel)
Amylase werkt het best bij een pH van 6,5-7,5
Maagzuur heeft een lage pH
Bicarbonaat verhoogt de pH
Voedsel komt niet in alvleesklier maar alvleesklier geeft producten uit aan dunne darm
Orgaan Product Effect
Mond Speeksel-amylase Veel amylose beetje glucose
Slokdarm --- ---
Maag Maagzuur Vertering stopt
Alvleesklier Bicarbonaat, amylase AmyloseMaltose en glucose
Dunne darm Amylase, disacharidase=maltase Glucose
Koolhydraten in voeding:
• Aardappelen