BM2 – Questions With Fully Solved Solutions
Save
Students also studied
Lessons 1 - 9 Combined Crispin Vocab Change Over Time V
Teacher 190 terms Teacher 26 terms Teacher 15 terms
barensen Preview Autumn_Choi2 Preview Rebecca_Welsh30
Terms in this set (112)
Relatie tussen oefenprikkel en adaptatie van
weefsels?
rek formule
Groter oppervlak → minder vervorming (dikke pees rekt minder dan dunne
pees)
Grotere lengte → meer vervorming (lange ligamenten rekken meer dan
korte)
Rek is ook afhankelijk van: Inwerkende kracht
Inwerkende kracht Materiaaleigenschappen (stijf, soepel, bros…)
Materiaaleigenschappen (stijf, soepel,
bros…)
Spanning Klein oppervlak → grote spanning → sneller risico op schade
Klein oppervlak → Groot oppervlak → lagere spanning → veiliger
Groot oppervlak →
pannings‑rekrelatie spanning = kracht per opp van de dwarsdoorsnede
rek = maat voor relatieve hoeveelheid vervorming
De relatie hangt af van het materiaal
→ bepaald via een trektest
,Elasticiteitsmodulus (Young’s modulus, E)
Hoge E →
Lage E → Hoge E → stijf materiaal
Voor dezelfde spanning: weinig rek
Voorbeelden: bot, pees
Lage E → compliant materiaal
Voor dezelfde spanning: veel rek
Voorbeelden: ligamenten, spier
Let op ! Spanning – Niet kracht! Immers afhankelijk van het
oppervlak waarop kracht inwerk
Rekgrens (yield point / vloeigrens) punt waar elastische vervorming stopt
Vanaf hier → plastische vervorming
Voor dezelfde extra spanning krijg je veel meer rek
Plastische vervorming Blijvende vervorming
Materiaal keert niet terug naar oorspronkelijke lengte
wanneer kracht wegvalt
Breekpunt Maximale spanning die het materiaal aankan
Hierna → ruptuur / breuk
Sterkte De hoogste spanning vóór breuk
Maat voor hoe “sterk” het materiaal is
Spannings-rek relatie vr metaal glas en bot
Stijfheid hoeveel spanning nodig is om een bepaalde vervorming te
veroorzaken.
Wiskundig: E-modulus (Young’s modulus)
Sterkte De hoogste spanning die een materiaal aankan vóór het
breekt.
Taai vs. broos taai materiaal
Kan veel plastische vervorming ondergaan vóór breuk
Na breuk passen de stukken niet mooi terug in elkaar
Voorbeeld: metaal, trabeculair bot
Broos materiaal
Breekt plots, bijna zonder plastische vervorming
Breukvlakken passen netjes in elkaar
Voorbeeld: glas, corticaal bot bij hoge belastingssnelheid
Weefsels gedragen zich stijver en sterker bij Omdat biologische weefsels visco-elastisch zijn.
snelle belasting dan bij trage belasting. Snelle belasting → vloeistof in het weefsel kan niet weg →
materiaal gedraagt zich stijver → hogere spanning nodig →
sterker
Trage belasting → vloeistof kan wegstromen → materiaal
gedraagt zich soepeler → lagere spanning → zwakker
, Visco-elasticiteit Biologische weefsels bestaan uit:
Vaste componenten (collageen, elastine) → elastisch gedrag
Vloeibare componenten (interstitiële vloeistof) → viskeus
gedrag
Daarom zijn ze visco-elastisch: combinatie van elasticiteit +
viscositeit.
Elasticiteit (vaste stof) Onmiddellijke vervorming bij belasting
Volledig herstel na ontlasting
Geen tijdsafhankelijkheid
Viscositeit (vloeistof) Snelheidsafhankelijk
Hoe sneller je vervormt, hoe groter de weerstand
Tijdsafhankelijk gedrag
normaalspanning Kracht loodrecht op oppervlak
Afschuiving (shear) Kracht parallel aan het oppervlak
Kracht parallel aan het oppervlak
Schuifspanning:
Afschuiving (hoekvervorming)
afbeelding Schuifspanning en afschuiving
Verband tussen τ en γ
Belastingsmodaliteiten - BUIGING • Structuur ondergaat combinatie van trek en druk
Save
Students also studied
Lessons 1 - 9 Combined Crispin Vocab Change Over Time V
Teacher 190 terms Teacher 26 terms Teacher 15 terms
barensen Preview Autumn_Choi2 Preview Rebecca_Welsh30
Terms in this set (112)
Relatie tussen oefenprikkel en adaptatie van
weefsels?
rek formule
Groter oppervlak → minder vervorming (dikke pees rekt minder dan dunne
pees)
Grotere lengte → meer vervorming (lange ligamenten rekken meer dan
korte)
Rek is ook afhankelijk van: Inwerkende kracht
Inwerkende kracht Materiaaleigenschappen (stijf, soepel, bros…)
Materiaaleigenschappen (stijf, soepel,
bros…)
Spanning Klein oppervlak → grote spanning → sneller risico op schade
Klein oppervlak → Groot oppervlak → lagere spanning → veiliger
Groot oppervlak →
pannings‑rekrelatie spanning = kracht per opp van de dwarsdoorsnede
rek = maat voor relatieve hoeveelheid vervorming
De relatie hangt af van het materiaal
→ bepaald via een trektest
,Elasticiteitsmodulus (Young’s modulus, E)
Hoge E →
Lage E → Hoge E → stijf materiaal
Voor dezelfde spanning: weinig rek
Voorbeelden: bot, pees
Lage E → compliant materiaal
Voor dezelfde spanning: veel rek
Voorbeelden: ligamenten, spier
Let op ! Spanning – Niet kracht! Immers afhankelijk van het
oppervlak waarop kracht inwerk
Rekgrens (yield point / vloeigrens) punt waar elastische vervorming stopt
Vanaf hier → plastische vervorming
Voor dezelfde extra spanning krijg je veel meer rek
Plastische vervorming Blijvende vervorming
Materiaal keert niet terug naar oorspronkelijke lengte
wanneer kracht wegvalt
Breekpunt Maximale spanning die het materiaal aankan
Hierna → ruptuur / breuk
Sterkte De hoogste spanning vóór breuk
Maat voor hoe “sterk” het materiaal is
Spannings-rek relatie vr metaal glas en bot
Stijfheid hoeveel spanning nodig is om een bepaalde vervorming te
veroorzaken.
Wiskundig: E-modulus (Young’s modulus)
Sterkte De hoogste spanning die een materiaal aankan vóór het
breekt.
Taai vs. broos taai materiaal
Kan veel plastische vervorming ondergaan vóór breuk
Na breuk passen de stukken niet mooi terug in elkaar
Voorbeeld: metaal, trabeculair bot
Broos materiaal
Breekt plots, bijna zonder plastische vervorming
Breukvlakken passen netjes in elkaar
Voorbeeld: glas, corticaal bot bij hoge belastingssnelheid
Weefsels gedragen zich stijver en sterker bij Omdat biologische weefsels visco-elastisch zijn.
snelle belasting dan bij trage belasting. Snelle belasting → vloeistof in het weefsel kan niet weg →
materiaal gedraagt zich stijver → hogere spanning nodig →
sterker
Trage belasting → vloeistof kan wegstromen → materiaal
gedraagt zich soepeler → lagere spanning → zwakker
, Visco-elasticiteit Biologische weefsels bestaan uit:
Vaste componenten (collageen, elastine) → elastisch gedrag
Vloeibare componenten (interstitiële vloeistof) → viskeus
gedrag
Daarom zijn ze visco-elastisch: combinatie van elasticiteit +
viscositeit.
Elasticiteit (vaste stof) Onmiddellijke vervorming bij belasting
Volledig herstel na ontlasting
Geen tijdsafhankelijkheid
Viscositeit (vloeistof) Snelheidsafhankelijk
Hoe sneller je vervormt, hoe groter de weerstand
Tijdsafhankelijk gedrag
normaalspanning Kracht loodrecht op oppervlak
Afschuiving (shear) Kracht parallel aan het oppervlak
Kracht parallel aan het oppervlak
Schuifspanning:
Afschuiving (hoekvervorming)
afbeelding Schuifspanning en afschuiving
Verband tussen τ en γ
Belastingsmodaliteiten - BUIGING • Structuur ondergaat combinatie van trek en druk