Samenvatting Behandelmethoden
Tilburg University
2025/2026
Samenvatting Behandelmethoden.................................................................................................................... 1
Onderwerp 1: Biases in research: risk factors for non-replicability in psychotherapy and
pharmacotherapy research........................................................................................................................... 2
Onderwerp 2: Common Factors in Psychotherapie (Wampold, 2015).......................................3
Onderwerp 3: Klassieke en operante conditionering + basis schematherapie
(modusmodel).................................................................................................................................................... 4
Klassieke conditionering: leren van betekenissen...........................................................................4
Operante conditionering: leren via gevolgen van gedrag..............................................................5
Schematherapie: het modusmodel......................................................................................................... 5
Koppeling naar klinische praktijk........................................................................................................... 6
Onderwerp 4: H14 Basisbegrippen Systeemtherapie (Van Lawick & Savenije)......................6
Onderwerp 4: H15 Methoden en technieken Systeemtherapie......................................................7
Onderwerp 5: Luyten (Psychodynamische benadering psychopathologie)..............................9
, Onderwerp 1: Biases in research: risk factors for non-replicability in
psychotherapy and pharmacotherapy research
Dit artikel bespreekt waarom onderzoeksresultaten binnen psychotherapie en farmacotherapie
soms moeilijk te repliceren zijn. Repliceerbaarheid (het opnieuw vinden van hetzelfde resultaat in
nieuwe studies) is essentieel voor betrouwbare wetenschappelijke conclusies. Toch laat
onderzoek zien dat in psychologie en klinisch onderzoek een relatief laag percentage studies
succesvol wordt gerepliceerd.
Een belangrijke oorzaak hiervan zijn biases (vertekeningen) in onderzoek. Bias wordt
gedefinieerd als factoren in design, uitvoering, analyse of rapportage die ertoe kunnen leiden dat
resultaten worden gevonden terwijl ze eigenlijk niet bestaan.
Het artikel beschrijft dertien belangrijke risicofactoren voor slechte repliceerbaarheid. Een
centrale categorie zijn allegiance-effecten. Dit verwijst naar voorkeuren van onderzoekers,
therapeuten, supervisors, reviewers of editors voor een bepaalde behandelvorm. Onderzoek laat
bijvoorbeeld zien dat voorkeur van onderzoekers een groot deel van de variantie in
behandeluitkomsten kan verklaren.
Daarnaast spelen therapist-effecten een rol: verschillen tussen therapeuten kunnen soms meer
invloed hebben op behandeluitkomst dan de behandeling zelf. Wanneer hier statistisch geen
rekening mee wordt gehouden, kan dit leiden tot overschatting van behandel-effecten.
Een andere belangrijke bias, verminderde treatment integrity. Dit betekent dat behandelingen
niet worden uitgevoerd zoals bedoeld, of dat vergelijkingsbehandelingen bewust of onbewust
zwakker worden uitgevoerd (“strawman treatments”). Hierdoor kunnen effectverschillen
kunstmatig worden vergroot.
Ook methodologische factoren dragen bij aan slechte repliceerbaarheid, zoals:
Kleine steekproeven
Kleine effectgroottes die statistisch significant maar klinisch weinig relevant zijn
Flexibiliteit in design en uitkomstmaten
Selectieve rapportage van resultaten
Publicatiebias (voornamelijk significante resultaten worden gepubliceerd)
Daarnaast kunnen meta-analyses vertekend raken wanneer studies selectief worden geïncludeerd
of geëxcludeerd, bijvoorbeeld wanneer niet-volwaardige behandelingen worden meegenomen of
juist goede studies worden weggelaten.
Het artikel stelt verschillende oplossingen voor om repliceerbaarheid te verbeteren, zoals:
Adversarial collaboration (onderzoekers met verschillende theoretische voorkeuren laten
samenwerken)
Tilburg University
2025/2026
Samenvatting Behandelmethoden.................................................................................................................... 1
Onderwerp 1: Biases in research: risk factors for non-replicability in psychotherapy and
pharmacotherapy research........................................................................................................................... 2
Onderwerp 2: Common Factors in Psychotherapie (Wampold, 2015).......................................3
Onderwerp 3: Klassieke en operante conditionering + basis schematherapie
(modusmodel).................................................................................................................................................... 4
Klassieke conditionering: leren van betekenissen...........................................................................4
Operante conditionering: leren via gevolgen van gedrag..............................................................5
Schematherapie: het modusmodel......................................................................................................... 5
Koppeling naar klinische praktijk........................................................................................................... 6
Onderwerp 4: H14 Basisbegrippen Systeemtherapie (Van Lawick & Savenije)......................6
Onderwerp 4: H15 Methoden en technieken Systeemtherapie......................................................7
Onderwerp 5: Luyten (Psychodynamische benadering psychopathologie)..............................9
, Onderwerp 1: Biases in research: risk factors for non-replicability in
psychotherapy and pharmacotherapy research
Dit artikel bespreekt waarom onderzoeksresultaten binnen psychotherapie en farmacotherapie
soms moeilijk te repliceren zijn. Repliceerbaarheid (het opnieuw vinden van hetzelfde resultaat in
nieuwe studies) is essentieel voor betrouwbare wetenschappelijke conclusies. Toch laat
onderzoek zien dat in psychologie en klinisch onderzoek een relatief laag percentage studies
succesvol wordt gerepliceerd.
Een belangrijke oorzaak hiervan zijn biases (vertekeningen) in onderzoek. Bias wordt
gedefinieerd als factoren in design, uitvoering, analyse of rapportage die ertoe kunnen leiden dat
resultaten worden gevonden terwijl ze eigenlijk niet bestaan.
Het artikel beschrijft dertien belangrijke risicofactoren voor slechte repliceerbaarheid. Een
centrale categorie zijn allegiance-effecten. Dit verwijst naar voorkeuren van onderzoekers,
therapeuten, supervisors, reviewers of editors voor een bepaalde behandelvorm. Onderzoek laat
bijvoorbeeld zien dat voorkeur van onderzoekers een groot deel van de variantie in
behandeluitkomsten kan verklaren.
Daarnaast spelen therapist-effecten een rol: verschillen tussen therapeuten kunnen soms meer
invloed hebben op behandeluitkomst dan de behandeling zelf. Wanneer hier statistisch geen
rekening mee wordt gehouden, kan dit leiden tot overschatting van behandel-effecten.
Een andere belangrijke bias, verminderde treatment integrity. Dit betekent dat behandelingen
niet worden uitgevoerd zoals bedoeld, of dat vergelijkingsbehandelingen bewust of onbewust
zwakker worden uitgevoerd (“strawman treatments”). Hierdoor kunnen effectverschillen
kunstmatig worden vergroot.
Ook methodologische factoren dragen bij aan slechte repliceerbaarheid, zoals:
Kleine steekproeven
Kleine effectgroottes die statistisch significant maar klinisch weinig relevant zijn
Flexibiliteit in design en uitkomstmaten
Selectieve rapportage van resultaten
Publicatiebias (voornamelijk significante resultaten worden gepubliceerd)
Daarnaast kunnen meta-analyses vertekend raken wanneer studies selectief worden geïncludeerd
of geëxcludeerd, bijvoorbeeld wanneer niet-volwaardige behandelingen worden meegenomen of
juist goede studies worden weggelaten.
Het artikel stelt verschillende oplossingen voor om repliceerbaarheid te verbeteren, zoals:
Adversarial collaboration (onderzoekers met verschillende theoretische voorkeuren laten
samenwerken)