Religie, atheïsme en cultuur
1
,Inhoud
H1: Introductie ......................................................................................................... 4
1.1 Het triumviraat: Gillis, Erasmus en More ............................................................ 4
1.2 Religie zit in ons ............................................................................................... 4
H2: Religie: Nature of nurture? .................................................................................. 5
2.1 Wat is de evolutionaire oorsprong van moraal? .................................................. 5
2.2 Biologische en culturele evolutie ...................................................................... 5
2.3 Cognitive science of religion (CSR) ............................................................... 5
H3: Het levensbeschouwelijke landschap van de wereld ............................................. 7
3.1 Het ontstaan van religies .................................................................................. 7
3.2 De wereldgodsdiensten in cijfers ...................................................................... 8
H4: De monotheïstische godsdiensten ...................................................................... 9
4.1 Het Jodendom ................................................................................................. 9
4.2 Het christendom ........................................................................................... 11
4.3 De Islam ...................................................................................................... 21
H5: Oosterse tradities ............................................................................................. 30
5.1 Hindoeïsme .................................................................................................. 30
5.2 Boeddhisme.................................................................................................. 33
5.3 Sikhisme .................................................................................................. 35
5.4 Jaïnisme .................................................................................................. 36
H6: Atheïsme ......................................................................................................... 36
6.1 Niet-geaffileerden..................................................................................... 36
6.2 Terminologische verheldering .................................................................... 37
6.3 Hedendaags atheïsme .............................................................................. 40
6.4 Is atheïsme een levensbeschouwing? ........................................................ 42
Deel 2: Gastcolleges ............................................................................................... 42
1.De invloed van de Arabische filosofie op het Europese denken ............................ 42
1.1 De geschiedenis van de filosofie en de renaissance ...................................... 42
1.2 Invloeden op de Westerse filosofie .............................................................. 43
1.3 De Arabische filosofie................................................................................. 44
1.4 Belangrijke filosofische denkers .................................................................. 45
1.5 Duplex veritas of dubbele waarheid ............................................................. 47
2
, 1.5 Waarom kent in Europa niemand Averroes, Al-Farabi, en Ibn Tufay? ............... 48
1.6 Belangrijkste lessen ................................................................................... 49
2.De figuur van de Muze ...................................................................................... 49
2.1 Wie is de Muze? .................................................................................... 49
2.2 Hoe ontstond de muze? ......................................................................... 49
2.3 De gelijkenis tussen de muze en artificiële intelligentie ............................ 49
2.4 De muze in de kunst .............................................................................. 50
2.5 Boeken over de muze ............................................................................ 50
2.6 De muze en de sirenen .............................................................................. 53
3. De figuur van de duivel ................................................................................. 54
3.1 Het ontstaan van de duivel..................................................................... 54
3.2 Monisme of dualisme? De verklaring voor het probleem van het kwade ..... 55
3.3 De duivel heeft diverse namen ............................................................... 59
3.4 De duivel in het christendom: alomtegewoordig ...................................... 60
3.5 Demonisering van volkeren .................................................................... 61
4. Job en Mendel Singer: Over literatuur en lijden ............................................... 62
4.1 Het probleem van het kwaad en het lijden ............................................... 62
4.2 Het boek Job volgens het oude testament ............................................... 62
4.3 De versie van Job door Joseph Roth ........................................................ 62
5. René Girard ..................................................................................................... 64
5.1 Wie is René Girard?................................................................................... 64
5.2 Hoe moeten we omgaan met onze mimmetische begeerte? ........................ 66
5.3 Girard als denker van de Make America Great Again (MAGA)- beweging? ...... 68
Examen-info ....................................................................................................... 68
3
,H1: Introductie
1.1 Het triumviraat: Gillis, Erasmus en More
= kring van humanistische vrienden (16de E), die elkaar beïnvloedden en ondersteunden
Pieter Gillis (Antwerpen, Desiderius Erasmus Thomas More (Londen,
1486–1533) (Rotterdam, ca. 1466–1536) 1478–1535)
-boekdrukker en reformist: Als -boek: Moriae encomium = Lof der -boek: utopia
drukker en intellectueel hielp hij de zotheid
verspreiding van nieuwe ideeën
-Hij deelde de idealen van het
humanisme: tolerantie,
onderwijs, kritisch denken en de
leuze “ad fontes”
-breed opvoedingsideaal (homo
universalis)
-boek: ‘de verloren droom van
Pieter Gillis’
1.2 Religie zit in ons
- Religie = ambivalent: Als je het van buitenaf bekijkt zijn er altijd mooie en lelijke kantjes, maar intern zeggen
mensen steeds dat religie mooi, vrede,… is
- Religie laat mensen dingen doen die ze anders nooit zouden doen bv. Een maand vasten, zz verwonden, …
- Religie is divers: binnen de Islam zijn er bv.sjijiten en soenniten --> je kunt niet zeggen ‘dat is dé Islam’
- er is discrepantie tussen de ‘expert religion’ , ‘governed religion’ en de ‘lived religion’.
4
,H2: Religie: Nature of nurture?
Over de evolutionaire oorsprong en culturele invulling van religie
2.1 Wat is de evolutionaire oorsprong van moraal?
Darwin vs. Thomas Huxley
Thomas Huxley was het volledig eens met de evolutietheorie van Darwin, maar verschilde van mening op één
punt: volgens Huxley was moraliteit niet het gevolg van nature maar van nurture.
-->Cfr. Vernistheorie
Nature = bv. Graag eten, seks hebben,… anders zaten wij hier nu niet
Nurture = bepaald door de cultuur/opvoeding
Bv. Alle mensen eten graag (nature) maar wat je graag eet is cultureel bepaald (nurture)
Frans de Waal: protomoraliteit
= bioloog die het gedrag van apen (primaten) bestudeerde
o Zijn idee over protomoraliteit staat lijnrecht tegenover de vernistheorie:
o Kernidee: Moraal is geen menselijk uitvindsel, maar heeft evolutionaire wortels in het
sociale gedrag van primaten; empathie, rechtvaardigheid en wederkerigheid zijn sociale instincten.
o Waarnemingen: Chimpansees en bonobo’s tonen empathie, rechtvaardigheidsgevoel, verzoening en
samenwerking (ze eten bv. Elkaars vlooien op)
o bv. Het is een natuurlijke reflex dat het je iets doet om iemand te zien wenen
2.2 Biologische en culturele evolutie
Genen vs. memen
- Mensen geven niet alleen hun genen door, maar ook hun memen
- Memen kunnen tegen genen ingaan
-->Dawkins: er is geen soort die zich zo hevig tegen de tirannie van de zelfzuchtige genen kan verzetten (celibaat,
kinderloosheid, …)
Bv. We zijn van nature vleeseters, maar we kunnen daar vanuit cultureel perspectief onze eigen keuzes over
maken door onze instincten tegen te gaan en vegetariër te worden.
o David Hume: Is/ought kloof
2.3 Cognitive science of religion (CSR)
In het kort: De Cognitive Science of Religion is een interdisciplinair onderzoeksveld dat cognitieve psychologie,
antropologie, neurowetenschappen en evolutionaire biologie combineert om te verklaren waarom religie
wereldwijd voorkomt (nature) en bepaalde kenmerken vertoont. Enkele kernpunten:
5
, • Religie als cognitief bijproduct: CSR stelt dat religieuze ideeën voortkomen uit normale mentale
processen zoals theologisch denken.
• Minimally counterintuitive concepts: Religieuze ideeën zijn vaak net vreemd genoeg om op te vallen
(zoals een alwetende god), maar niet zo vreemd dat ze onbegrijpelijk zijn.
• Hyperactive Agency Detection Device (HADD): Mensen zijn geneigd om intenties en bewustzijn toe te
kennen aan natuurlijke fenomenen (bv. wind, geluiden), wat kan leiden tot geloof in bovennatuurlijke
wezens.
Hoe ons cognitief systeem werkt is dus evolutionair verklaarbaar en een samenloop van
#omstandigheden, en hier kon religie zich goed op enten. (Eens aanwezig wordt het gemakkelijk
overgedragen ‘besmettelijk’)
-->Wat ligt aan de basis van het feit dat mensen er in nagenoeg alle culturen religieuze denkbeelden op
nahouden?
Zoektocht naar één enkele oorsprong van religie
1. Religie is houvast en antwoord op angst
2. Religie biedt verklaringen
3. Religie verschaft troost (lijden, eindigheid)
4. Religie zorgt voor sociale orde
o Religieuze overtuigingen en praktijken zijn het resultaat van normaal functionerende menselijke
cognitieve processen, niet enkel van cultuur.
o CSR gaat in tegen gedachten zoals:
1) Cristhopher Hitchens: ‘Schaf de godsdienstlessen op school af, want dat maakt
mensen religieus, maar je wordt niet religieus geboren.’
2) We are all atheists, until someone starts telling us lies.
Wij hebben een aanleg voor theologisch denken
o We zijn heel vatbaar voor doeloorzakelijk (= theologisch) denken: We zoeken en zien bedoelingen, ook
als die er niet zijn. “Dat kan toch geen toeval zijn”
o Pas in de 17de eeuw werd dit vervangen door het zoeken naar wetenschappelijke verklaringen.
Bv. Was de gigantische overstroming in Lissabon veroorzaakt als straf van de goden (iemand had
gezondigt), of kwam het doordat de platentektoniek een tsunami had veroorzaakt?
o Wetenschap en atheïsme zijn contra-intuïtief
o We denken dat er ook een plan zit achter de reden dat we op aarde zijn en moeten de planmaker (God)
vragen hoe we ons leven op aarde zo goed mogelijk moeten laten verlopen.
o Religie ziet overal patronen alsof de dingen op voorhand bedacht zijn, wij zien in alles een maker.
o Wij zijn enorm vatbaar voor complottheorieën want we hebben graag dat er een verhaal achter zit en dat
alle puzzelstukjes in elkaar vallen.
Mensen zijn geneigd om intenties en bewustzijn toe te schrijven aan
dingen die dat niet hebben
o Bv. We zien overal gezichten in voorwerpen, kunnen kwaad worden op dingen (bv. Kapotte laptop,…)
o We kunnen heel gemakkelijk dualistisch denken: mens-geest
6