Week 1
Paragraaf 2.4
“Kinderwetje van Houten”
Eerste sociale wet (sociale wetten hebben betrekking op het verbeteren van gezondheid, welzijn en
leefomstandigheden) die in Nederland werd aangenomen.
Sociale zekerheid betekent dat de overheid garandeert dat burgers inkomen krijgen of verzorgd
worden.
Verzorgingsstaat heeft 4 functies: verzekeren, verzorgen, verheGen en verbinden:
• Verzekert je van inkomen: bijv. ook als je ziek, oud of werkloos bent
• Verzorgt door gezondheidszorg te bieden: bijv. als je ziek bent en psychische of fysieke hulp
nodig hebt
• Verheft door onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken: zonder onderscheid te maken
tussen rijk of arm heeft iedereen toegang tot onderwijs
• Verbindt mensen: door investeren in sociale contacten ontstaat neer verbinding en sociale
cohesie
De verzorgingsstaat is gestoeld op solidariteit, waarbij we als burgers voor elkaar zorgen. Dit ‘voor
elkaar zorgen’ doen we door belasting te betalen en onze bijdrage te leveren aan het meefinancieren.
Dit is in wetten vastgelegd. Je doet eraan mee, of je dat wilt of niet. Vanwege dit formele karakter
wordt dit ook wel de formele solidariteit genoemd.
In een verzorgingsstaat zijn we voor onze bestaanszekerheid minder afhankelijk van de
arbeidsmarkt. Zo hoeven we niet te werken als we ziek of oud zijn en hebben we toch genoeg
inkomen om ons te voorzien van levensonderhoud.
Deze afhankelijkheid van de arbeidsmarkt noemen we commodificatie.
Als mensen niet afhankelijk zijn van de arbeidsmarkt noemen we dat decommodificatie.
Kritiek op verzorgingsstaat
Critici geven aan dat de functies verzekeren en verzorgen te duur zijn en de samenleving veel geld
kosten. Mensen moeten meer verantwoordelijkheid nemen en minder leunen op de overheid.
,De grootste aanpassing van de verzorgingsstaat heeft in 2015 plaatsgevonden. Toen is de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ingevoerd. Deze wet vormt de basis van de
participatiesamenleving. Dit is een visie op de verzorgingsstaat waarbij de overheid niet alles zelf
organiseert, maar juist veel overlaat aan de burgers.
-> gedachte dat burger initiatiefnemer moet zijn en actief bijdraagt aan zijn/haar leefomgeving en dat
de overheid vooral ondersteunt.
Veranderingen na nieuwe visie verzorgingsstaat:
• Decentralisatie: veel zorgtaken worden niet meer centraal vanuit het Rijk in Den Haag
betaald en landelijk georganiseerd, maar vanuit de gemeenten.
• Meer zelfredzaamheid burgers: mensen moeten zichzelf zo lang mogelijk zonder
professionele hulp kunnen redden
• Meer burgerparticipatie: overheid verwacht actieve houding en meer betrokkenheid van de
burger
Kritiek op participartiesamenleving
• Door decentralisatie hebben de gemeenten veel meer verantwoordelijkheden gekregen om
zorg te faciliteren, maar hebben niet altijd de kennis daarvoor.
• Zelfredzaamheid klinkt op papier goed, maar is eigenlijk helemaal niet haalbaar. Hoe
realistisch is het om van sociale netwerken te vragen om altijd zorg te verlenen? Dit maakt de
positie van kwetsbare mensen nog kwetsbaarder.
• Burgerparticipatie wordt over het algemeen gedaan door witte, hoogopgeleide Nederlanders.
Hierdoor ontstaat een tweedeling in de maatschappij.
• Vermarkting van de zorg: steeds meer bedrijven die zorgtaken tegen commerciële prijzen
aanbieden, daardoor wordt zorg juist duurder en ontstaat er ongelijkheid.
Omdat er discussie is rondom de verzorgingsstaat, komen er veel nieuwe inzichten bij zoals:
• Basisinkomen.
Idee is dat er periodiek geld uitgekeerd wordt aan alle volwassenen, zonder dat er
voorwaardes aan worden gesteld. -> Zo zou je een deel van de sociale zekerheden niet meer
nodig hebben, bevordert de kwaliteit van het leven en zijn mensen minder afhankelijk van
elkaar.
• Participatie-inkomen.
Niet onvoorwaardelijk extra inkomen, maar alleen als ze participeren in de samenleving en
zich hiervoor inzetten. -> Zo worden mensen financieel geprikkeld om weer te gaan werken of
op een andere manier bij te dragen aan de samenleving.
, Armenwet 1854
Overheid nam kleine rol voor zichzelf, kerken werden verplicht om hulp te verlenen aan de armen.
Paragraaf 7.3
Het opvangen en ondersteunen van kwetsbare wijkbewoners wordt ook wel de wijkgerichte aanpak
genoemd.
Inclusie
Mensen die moeite hebben om mee te kunnen doen, ook laten participeren in de samenleving.
Naast zelfredzaamheid en eigen kracht wordt er in de participatiesamenleving ook een groter beroep
gedaan op het sociale netwerk van mensen. Onder sociaal netwerk verstaan we een web van
betekenisvolle personen die gebruikt kunnen worden als ondersteuningsbron van het eigen welzijn.
Het voordeel daarvan is dat je netwerk jou vaak goed kent.
Het belangrijkste nadeel is dat kwetsbare burgers vaak een zeer klein sociaal netwerk hebben.
Intramuralisering: opvang en behandeling van cliënten vindt plaats binnen de muren van een
instelling
Extramuralisering: het verlenen van zorg aan mensen met een beperking of kwetsbare ouderen
buiten de muren van een instelling
De verschuiving binnen de zorg, waarbij wordt gestreefd om mensen met een beperking, chronische
zieken en kwetsbare ouderen een plek te geven binnen de samenleving, wordt
vermaatschappelijking genoemd. Om ervoor te zorgen dat dit lukt, wordt er van de bewoners in de
wijk verwacht dat zij ook hun steentje bijdragen. Dit sluit weer aan bij het idee van de
participatiesamenleving.
Als sociaal werker ga je kwetsbare burgers steeds meer ondersteunen en begeleiden in de wijk. Je
moet daarom inzicht hebben in wat dit voor de kwetsbare burgers betekent.
Outreachend werken: als sociaal werker probeer je zelf in contact te komen met geïsoleerde groepen
mensen om problematiek te signaleren die vaak verborgen blijft voor reguliere hulpverlening.
Week 2
Paragraaf 2.4
“Kinderwetje van Houten”
Eerste sociale wet (sociale wetten hebben betrekking op het verbeteren van gezondheid, welzijn en
leefomstandigheden) die in Nederland werd aangenomen.
Sociale zekerheid betekent dat de overheid garandeert dat burgers inkomen krijgen of verzorgd
worden.
Verzorgingsstaat heeft 4 functies: verzekeren, verzorgen, verheGen en verbinden:
• Verzekert je van inkomen: bijv. ook als je ziek, oud of werkloos bent
• Verzorgt door gezondheidszorg te bieden: bijv. als je ziek bent en psychische of fysieke hulp
nodig hebt
• Verheft door onderwijs voor iedereen toegankelijk te maken: zonder onderscheid te maken
tussen rijk of arm heeft iedereen toegang tot onderwijs
• Verbindt mensen: door investeren in sociale contacten ontstaat neer verbinding en sociale
cohesie
De verzorgingsstaat is gestoeld op solidariteit, waarbij we als burgers voor elkaar zorgen. Dit ‘voor
elkaar zorgen’ doen we door belasting te betalen en onze bijdrage te leveren aan het meefinancieren.
Dit is in wetten vastgelegd. Je doet eraan mee, of je dat wilt of niet. Vanwege dit formele karakter
wordt dit ook wel de formele solidariteit genoemd.
In een verzorgingsstaat zijn we voor onze bestaanszekerheid minder afhankelijk van de
arbeidsmarkt. Zo hoeven we niet te werken als we ziek of oud zijn en hebben we toch genoeg
inkomen om ons te voorzien van levensonderhoud.
Deze afhankelijkheid van de arbeidsmarkt noemen we commodificatie.
Als mensen niet afhankelijk zijn van de arbeidsmarkt noemen we dat decommodificatie.
Kritiek op verzorgingsstaat
Critici geven aan dat de functies verzekeren en verzorgen te duur zijn en de samenleving veel geld
kosten. Mensen moeten meer verantwoordelijkheid nemen en minder leunen op de overheid.
,De grootste aanpassing van de verzorgingsstaat heeft in 2015 plaatsgevonden. Toen is de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ingevoerd. Deze wet vormt de basis van de
participatiesamenleving. Dit is een visie op de verzorgingsstaat waarbij de overheid niet alles zelf
organiseert, maar juist veel overlaat aan de burgers.
-> gedachte dat burger initiatiefnemer moet zijn en actief bijdraagt aan zijn/haar leefomgeving en dat
de overheid vooral ondersteunt.
Veranderingen na nieuwe visie verzorgingsstaat:
• Decentralisatie: veel zorgtaken worden niet meer centraal vanuit het Rijk in Den Haag
betaald en landelijk georganiseerd, maar vanuit de gemeenten.
• Meer zelfredzaamheid burgers: mensen moeten zichzelf zo lang mogelijk zonder
professionele hulp kunnen redden
• Meer burgerparticipatie: overheid verwacht actieve houding en meer betrokkenheid van de
burger
Kritiek op participartiesamenleving
• Door decentralisatie hebben de gemeenten veel meer verantwoordelijkheden gekregen om
zorg te faciliteren, maar hebben niet altijd de kennis daarvoor.
• Zelfredzaamheid klinkt op papier goed, maar is eigenlijk helemaal niet haalbaar. Hoe
realistisch is het om van sociale netwerken te vragen om altijd zorg te verlenen? Dit maakt de
positie van kwetsbare mensen nog kwetsbaarder.
• Burgerparticipatie wordt over het algemeen gedaan door witte, hoogopgeleide Nederlanders.
Hierdoor ontstaat een tweedeling in de maatschappij.
• Vermarkting van de zorg: steeds meer bedrijven die zorgtaken tegen commerciële prijzen
aanbieden, daardoor wordt zorg juist duurder en ontstaat er ongelijkheid.
Omdat er discussie is rondom de verzorgingsstaat, komen er veel nieuwe inzichten bij zoals:
• Basisinkomen.
Idee is dat er periodiek geld uitgekeerd wordt aan alle volwassenen, zonder dat er
voorwaardes aan worden gesteld. -> Zo zou je een deel van de sociale zekerheden niet meer
nodig hebben, bevordert de kwaliteit van het leven en zijn mensen minder afhankelijk van
elkaar.
• Participatie-inkomen.
Niet onvoorwaardelijk extra inkomen, maar alleen als ze participeren in de samenleving en
zich hiervoor inzetten. -> Zo worden mensen financieel geprikkeld om weer te gaan werken of
op een andere manier bij te dragen aan de samenleving.
, Armenwet 1854
Overheid nam kleine rol voor zichzelf, kerken werden verplicht om hulp te verlenen aan de armen.
Paragraaf 7.3
Het opvangen en ondersteunen van kwetsbare wijkbewoners wordt ook wel de wijkgerichte aanpak
genoemd.
Inclusie
Mensen die moeite hebben om mee te kunnen doen, ook laten participeren in de samenleving.
Naast zelfredzaamheid en eigen kracht wordt er in de participatiesamenleving ook een groter beroep
gedaan op het sociale netwerk van mensen. Onder sociaal netwerk verstaan we een web van
betekenisvolle personen die gebruikt kunnen worden als ondersteuningsbron van het eigen welzijn.
Het voordeel daarvan is dat je netwerk jou vaak goed kent.
Het belangrijkste nadeel is dat kwetsbare burgers vaak een zeer klein sociaal netwerk hebben.
Intramuralisering: opvang en behandeling van cliënten vindt plaats binnen de muren van een
instelling
Extramuralisering: het verlenen van zorg aan mensen met een beperking of kwetsbare ouderen
buiten de muren van een instelling
De verschuiving binnen de zorg, waarbij wordt gestreefd om mensen met een beperking, chronische
zieken en kwetsbare ouderen een plek te geven binnen de samenleving, wordt
vermaatschappelijking genoemd. Om ervoor te zorgen dat dit lukt, wordt er van de bewoners in de
wijk verwacht dat zij ook hun steentje bijdragen. Dit sluit weer aan bij het idee van de
participatiesamenleving.
Als sociaal werker ga je kwetsbare burgers steeds meer ondersteunen en begeleiden in de wijk. Je
moet daarom inzicht hebben in wat dit voor de kwetsbare burgers betekent.
Outreachend werken: als sociaal werker probeer je zelf in contact te komen met geïsoleerde groepen
mensen om problematiek te signaleren die vaak verborgen blijft voor reguliere hulpverlening.
Week 2