2.1 Stoffen indelen
Metalen
Moleculen die bestaan uit metaalatomen
Geleiden stroom in de vaste- en vloeibare fase
Voorbeeld: Zink, ijzer, natrium, magnesium etc.
Zouten
Moleculen die bestaan uit metaalatomen en niet-metaalatomen
Geleiden alleen stroom in de vloeibare fase
Voorbeeld: Keukenzout (NaCl), Magnesiumsulfide (MgS)
Moleculaire stoffen
Moleculen die bestaan uit niet-metaalatomen
Geleiden geen stroom
Voorbeeld: Kaarsvet (C18H36O2), water (H2O), koolstofdioxide (CO2
2.2 Stroomgeleiding
2.3 Atoombinding
Een intramoleculaire aantrekkingskracht tussen twee atomen in een moleculaire
stof
De atomen delen twee valentie-elektronen met elkaar.
Een ander woord voor atoombinding is een covalente binding
Elk niet-metaal kan een maximaal aantal atoombindingen maken, dit heet de
covalentie
De twee fluor atomen delen nu een valentie-elektron met elkaar
waardoor beide een gevulde elektronenschil hebben
Covalentie
Elke moleculaire stof moet voldoen aan de covalentie. Om dit te laten kloppen bestaan
dubbele- en driedubbele atoombindingen. Elk niet-metaal heeft zijn eigen covalentie
Covalentie 1 Covalentie 2 Covalentie 3 Covalentie 4
H O N C
F S P
Cl
Br
I
2.4 Elektronegativiteit