Inhoudsopgave
Wet op de Omzetbelasting (OB)................................................................2
Erfbelasting- en schenkbelasting............................................................20
Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (BRV).........................................25
Invorderingswet......................................................................................28
Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB)..................................................31
Internationaal Belastingrecht..................................................................40
Leidraad Toezicht Grote Ondernemingen................................................44
Belastingrecht
1
,Wet op de Omzetbelasting (OB)
Ondernemer (art. 7 wet OB)
De omzetbelasting is een algemene, niet cumulatieve, indirecte verbruiksbelasting die wordt
geheven in de EU. De term ‘algemeen’ houdt in dat de belasting niet op een specifiek goed
drukt. ‘Niet-cumulatief’ houdt in dat het niet uitmaakt hoe vaak een goed wordt verkocht
voordat het aan de consument geleverd wordt. Indirecte verbruiksbelasting geeft aan dat de
belasting wordt geheven over het verbruik van consumenten maar dat de belasting niet door
de consument, maar door de ondernemer, wordt voldaan.
Om te weten te komen wie omzetbelasting moet voldoen (belastingplichtig is), moet er
bepaald worden of iemand als ondernemer kan worden aangemerkt. Een ondernemer is
eenieder die een bedrijf of beroep zelfstandig uitoefent (art. 7 Wet OB). ‘Eenieder’ omvat
zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Diegene die zich in het economische verkeer
presenteert als degene met wie zaken wordt gedaan, is dé ondernemer voor de Wet OB.
Ook samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid kunnen ondernemer zijn voor
de OB, zolang zij als eenheid of entiteit naar buiten treden. ‘Eenieder’ kan zich dus voordoen
in allerlei soorten rechtsvormen.
De nationaliteit van de ondernemer is niet van belang en de onderneming hoeft evenmin in
Nederland te zijn gevestigd. Als een buitenlandse ondernemer in Nederland belaste
prestaties verricht, is hij ondernemer voor de Wet OB.
Het begrip ‘bedrijf of beroep’ geeft aan dat het een ondernemer moet zijn die een
zelfstandig uitgeoefend beroep uitvoert. Een bedrijf, (hieronder wordt ook beroep verstaan),
is als volgt te omschrijven: ‘een organisatie van kapitaal en arbeid die erop gericht is om in
een duurzaam streven deel te nemen aan het economische verkeer.’ Wat onder ‘kapitaal’
verstaan kan worden hangt af van het bedrijf of beroep. Een journalist kan al volstaan met
een kladblok en een pen en een tandarts heeft een tandartsstoel met toebehoren nodig. Het
begrip ‘arbeid’ spreekt voor zich.
Tot slot het begrip ‘zelfstandig.’ Met dit begrip wordt bedoeld dat mensen in
ondergeschiktheid, bijvoorbeeld die in dienstbetrekking werken, niet als ondernemer
worden aangemerkt.
Overig
Volgens art. 7 lid 2 letter b Wet OB is ook sprake van een bedrijf bij de exploitatie van een
vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen (quasi-
ondernemerschap). Denk hierbij aan het verhuren van gebouwen, machines, auto’s, etc.
Daarnaast mag voor het ondernemerschap geen sprake zijn van een incidentele prestatie. Er
moet regelmatig worden deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer. Bij de prestatie in
het maatschappelijk verkeer is het van essentieel belang dat in ruil voor de prestatie een
vergoeding wordt ontvangen. Uit de jurisprudentie is gebleken dat er geen sprake is van
2
,deelname aan het economisch verkeer als alle prestaties ‘om niet’ worden verricht. Een
winststreven is hierbij niet vereist. Ook als voor de prestaties een symbolische vergoeding
verkregen wordt, is er geen sprake van ondernemerschap voor de Wet OB.
Als een ondernemer naast zijn prestaties die hij verricht in het kader van de onderneming,
nevenwerkzaamheden verricht, vallen deze alleen onder de Wet OB als zij verband houden
met de activiteiten van de onderneming.
In art. 7 lid 3 Wet OB staan de lichamen opgesomd die op grond van de definitie in de wet
geen ondernemer zijn, maar toch als ondernemer worden aangemerkt. De Rijksoverheid
wordt als ondernemer aangemerkt wanneer zij in concurrentie treedt met andere
ondernemers. De overheid moet dan wel voldoen aan alle voorwaarden voor het
ondernemerschap voor de Wet OB. Als de overheid enkel optreedt als overheid, is de
overheid geen ondernemer.
Fiscale eenheid
3
, De jurisprudentie heeft bepaald dat ook een fiscale eenheid valt onder de voorwaarden van
het begrip ‘eenieder.’ Dit betekent dat onder bepaalde voorwaarden twee of meer juridisch
zelfstandige ondernemers als één ondernemer voor de Wet OB worden aangemerkt. Een
fiscale eenheid tussen meerdere ondernemers is alleen mogelijk als cumulatief sprake is van:
a. financiële verwevenheid
Onder financiële verwevenheid wordt verstaan dat ten minste een meerderheid van de
aandelen in elk van de vennootschappen, direct of indirect in dezelfde handen is. Een belang
van 50% is niet voldoende om te worden aangemerkt als fiscale eenheid. Vereist is dat de
ene onderneming de andere in financieel opzicht overheerst.
b. organisatorische verwevenheid
Er is sprake van organisatorische verwevenheid als eenzelfde personen of dezelfde groep
personen de bestuursfuncties in de verschillende ondernemingen vervult.
c. economische verwevenheid
Van een economische verwevenheid is sprake als:
- De activiteiten van de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot de verwezenlijking
van eenzelfde economisch doel, of
- de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak worden verricht ten behoeve
van de andere onderneming. In hoofdzaak wil zeggen: niet incidenteel, en voor meer
dan de helft van de prestaties.
Wordt aan de voorwaarden voldaan, dan kunnen de betrokken ondernemers bij de
Belastingdienst een verzoek indienen om als fiscale eenheid te worden aangemerkt. Er is
sprake van een fiscale eenheid vanaf het tijdstip waarop ondernemingen financieel,
organisatorisch en economisch met elkaar zijn verbonden. Het gevolg hiervan is dat de fiscale
eenheid één nieuw btw nummer krijgt om één aangifte omzetbelasting in te dienen.
Daarnaast zijn alle ondernemers binnen de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de
omzetbelastingschuld.
Wanneer een fiscale eenheid niet meer aan alle drie de vereisten voldoet, dan is zij van
rechtswege ontbonden. De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de omzetbelastingschulden
blijft echter bestaan totdat aan de inspecteur van de Belastingdienst is gemeld dat de fiscale
eenheid niet meer aan alle eisen voldoet.
Belastbaar feit 1: de levering van goederen
4
Wet op de Omzetbelasting (OB)................................................................2
Erfbelasting- en schenkbelasting............................................................20
Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (BRV).........................................25
Invorderingswet......................................................................................28
Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB)..................................................31
Internationaal Belastingrecht..................................................................40
Leidraad Toezicht Grote Ondernemingen................................................44
Belastingrecht
1
,Wet op de Omzetbelasting (OB)
Ondernemer (art. 7 wet OB)
De omzetbelasting is een algemene, niet cumulatieve, indirecte verbruiksbelasting die wordt
geheven in de EU. De term ‘algemeen’ houdt in dat de belasting niet op een specifiek goed
drukt. ‘Niet-cumulatief’ houdt in dat het niet uitmaakt hoe vaak een goed wordt verkocht
voordat het aan de consument geleverd wordt. Indirecte verbruiksbelasting geeft aan dat de
belasting wordt geheven over het verbruik van consumenten maar dat de belasting niet door
de consument, maar door de ondernemer, wordt voldaan.
Om te weten te komen wie omzetbelasting moet voldoen (belastingplichtig is), moet er
bepaald worden of iemand als ondernemer kan worden aangemerkt. Een ondernemer is
eenieder die een bedrijf of beroep zelfstandig uitoefent (art. 7 Wet OB). ‘Eenieder’ omvat
zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Diegene die zich in het economische verkeer
presenteert als degene met wie zaken wordt gedaan, is dé ondernemer voor de Wet OB.
Ook samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid kunnen ondernemer zijn voor
de OB, zolang zij als eenheid of entiteit naar buiten treden. ‘Eenieder’ kan zich dus voordoen
in allerlei soorten rechtsvormen.
De nationaliteit van de ondernemer is niet van belang en de onderneming hoeft evenmin in
Nederland te zijn gevestigd. Als een buitenlandse ondernemer in Nederland belaste
prestaties verricht, is hij ondernemer voor de Wet OB.
Het begrip ‘bedrijf of beroep’ geeft aan dat het een ondernemer moet zijn die een
zelfstandig uitgeoefend beroep uitvoert. Een bedrijf, (hieronder wordt ook beroep verstaan),
is als volgt te omschrijven: ‘een organisatie van kapitaal en arbeid die erop gericht is om in
een duurzaam streven deel te nemen aan het economische verkeer.’ Wat onder ‘kapitaal’
verstaan kan worden hangt af van het bedrijf of beroep. Een journalist kan al volstaan met
een kladblok en een pen en een tandarts heeft een tandartsstoel met toebehoren nodig. Het
begrip ‘arbeid’ spreekt voor zich.
Tot slot het begrip ‘zelfstandig.’ Met dit begrip wordt bedoeld dat mensen in
ondergeschiktheid, bijvoorbeeld die in dienstbetrekking werken, niet als ondernemer
worden aangemerkt.
Overig
Volgens art. 7 lid 2 letter b Wet OB is ook sprake van een bedrijf bij de exploitatie van een
vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen (quasi-
ondernemerschap). Denk hierbij aan het verhuren van gebouwen, machines, auto’s, etc.
Daarnaast mag voor het ondernemerschap geen sprake zijn van een incidentele prestatie. Er
moet regelmatig worden deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer. Bij de prestatie in
het maatschappelijk verkeer is het van essentieel belang dat in ruil voor de prestatie een
vergoeding wordt ontvangen. Uit de jurisprudentie is gebleken dat er geen sprake is van
2
,deelname aan het economisch verkeer als alle prestaties ‘om niet’ worden verricht. Een
winststreven is hierbij niet vereist. Ook als voor de prestaties een symbolische vergoeding
verkregen wordt, is er geen sprake van ondernemerschap voor de Wet OB.
Als een ondernemer naast zijn prestaties die hij verricht in het kader van de onderneming,
nevenwerkzaamheden verricht, vallen deze alleen onder de Wet OB als zij verband houden
met de activiteiten van de onderneming.
In art. 7 lid 3 Wet OB staan de lichamen opgesomd die op grond van de definitie in de wet
geen ondernemer zijn, maar toch als ondernemer worden aangemerkt. De Rijksoverheid
wordt als ondernemer aangemerkt wanneer zij in concurrentie treedt met andere
ondernemers. De overheid moet dan wel voldoen aan alle voorwaarden voor het
ondernemerschap voor de Wet OB. Als de overheid enkel optreedt als overheid, is de
overheid geen ondernemer.
Fiscale eenheid
3
, De jurisprudentie heeft bepaald dat ook een fiscale eenheid valt onder de voorwaarden van
het begrip ‘eenieder.’ Dit betekent dat onder bepaalde voorwaarden twee of meer juridisch
zelfstandige ondernemers als één ondernemer voor de Wet OB worden aangemerkt. Een
fiscale eenheid tussen meerdere ondernemers is alleen mogelijk als cumulatief sprake is van:
a. financiële verwevenheid
Onder financiële verwevenheid wordt verstaan dat ten minste een meerderheid van de
aandelen in elk van de vennootschappen, direct of indirect in dezelfde handen is. Een belang
van 50% is niet voldoende om te worden aangemerkt als fiscale eenheid. Vereist is dat de
ene onderneming de andere in financieel opzicht overheerst.
b. organisatorische verwevenheid
Er is sprake van organisatorische verwevenheid als eenzelfde personen of dezelfde groep
personen de bestuursfuncties in de verschillende ondernemingen vervult.
c. economische verwevenheid
Van een economische verwevenheid is sprake als:
- De activiteiten van de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot de verwezenlijking
van eenzelfde economisch doel, of
- de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak worden verricht ten behoeve
van de andere onderneming. In hoofdzaak wil zeggen: niet incidenteel, en voor meer
dan de helft van de prestaties.
Wordt aan de voorwaarden voldaan, dan kunnen de betrokken ondernemers bij de
Belastingdienst een verzoek indienen om als fiscale eenheid te worden aangemerkt. Er is
sprake van een fiscale eenheid vanaf het tijdstip waarop ondernemingen financieel,
organisatorisch en economisch met elkaar zijn verbonden. Het gevolg hiervan is dat de fiscale
eenheid één nieuw btw nummer krijgt om één aangifte omzetbelasting in te dienen.
Daarnaast zijn alle ondernemers binnen de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de
omzetbelastingschuld.
Wanneer een fiscale eenheid niet meer aan alle drie de vereisten voldoet, dan is zij van
rechtswege ontbonden. De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de omzetbelastingschulden
blijft echter bestaan totdat aan de inspecteur van de Belastingdienst is gemeld dat de fiscale
eenheid niet meer aan alle eisen voldoet.
Belastbaar feit 1: de levering van goederen
4