Week 1C3 Tractus digestivus: lever en darmepitheel
HC 1 Structuur en functie van de lever
Lever is enigste parenchym weefsel dat kan regenereren.
Acinus loopt van ene centrale vene naar andere. 3 zones; 1ste krijgt meeste zuurstof
(gluconeogenese). 3de zone meest gevoelig voor ziekte, want krijgt al minste zuurstof. Bloed
diffundeert vanaf portale driehoek/portal tract door verschillende sinusoïden naar centrale
vene.
Lobulus = één hepatocyt.
Hepatocyten geranschikt op een cellaag dikte(leverplaten). Polygonale cellen met 1 of
meerdere kernen. Eosinofiel granulair en glycogeen-rijk cytoplasma.
Galgangen liggen tussen hepatocyten in. Gal stroomt tegenovergesteld van bloed.
Kanaaltjes van Hering: deels hepatocyten, deels galgang epitheel. Overgang portale veld.
Bevat progenitorcellen; kunnen differentiëren naar hepatocyt en naar galductuli.
Bij cholestasesnel nieuwe galgangvorming.
Gal-ductuli: kubisch/laag cilindrisch epitheel. Omgeven door basaal membraan
(=bindweefsel).
Gal canaliculi liggen tussen 2 hepatocyten in en hebben microvilli.
Hoekpunten lobulus(portale driehoek): galgang, poortader(v. portae) en arterie hepatica.
Ingebed in bindweefsel met enkele lymfocyten en mestcellen.
Sinusoidiaal systeem = ruimte waar bloedvaten lopen. Aan luminale zijde kupffercellen
(=macrofagen) en T-lymfocyten. Bekleding met gespecialiseerd hyper gefenestreerd epitheel.
Ruimte van Disse = tussen endotheel en hepatocyt. Bevat hepatic stellate cellen(HSC); zijn
myofibroblasten tbv fibro-neo-genese, bloeddoorstroming, antigenpresentatie en vit. A opslag.
Extracellulaire matrix(collageen). Alleen zichtbaar op microscopie bij vit. A toxicatie.
Kinderlever: extra-medullaire hematopoiëse tot enkele weken na geboorte. Leverplaten eerste
10 jaar 2 cellagen dik, daarna 1. Tot 20 jaar weinig/geen lipofuchsine pigment.
Oudere lever: grotere hepatocyten, meer lipofuchsine pigment met name rond centrale vene.
Bloedvoorziening:
Aanvoer; truncus coeliacusa. hepatica propriasinusoidenafvoer centrale venen.
v. portae hepatissinusoidenafvoer centrale venen.
Afvoer: vv. Hepaticae v. cava superiorrechter ventrikel.
Lever onderverdeelt 8 segmenten met eigen bloedvoorziening.
1
,.
Systemische ziektes: ziekte elders in lichaam uit zich vaak ook in lever.
Circulatie probleem: hart met R/L decompensatie(R decompensatiebloed blijft in
sinusoïden staan; L decompensatiete weinig zuurstof aanvoer), trombose v. portae,
instroom obstructie.
Hepatocyten worden ziek: levervirus, metabool, congenitaal, degeneratief, ontsteking,
medicamenteus, systemisch. Virale ontsteking alleen in portale gebieden. Alcohol en
medicatie lobulair.
Galgangen worden ziek: cholestase, obstructie, steen, ontsteking; autoimmuun,
transportmechanisme, medicamenteus(antibiotica kunnen galgangen beschadigen),
congenitaal, systemisch.
Steatose: vetstapeling; ipv. gluconeogenese lipogenese.
Leverfibrose begint met verval en ontstekingactivatie stellate cellenfibroneogenese en
productie collageeninductie regeneratie levercellenregeneratie noduli, bindweefselsepta
met galgangen zonder goede aan- en afvoer bloedcirrose. Fibroseringsproces stopt op den
duur niet meer.
Alle onbehandelde ontstekingen leidt tot fibrosering.
Ijzer stapelt vooral langs apicale membraan hepatocyt.
Koper is niet aantoonbaar in lever, alleen koper bindend eiwit.
Galzouten door hepatocyten geproduceerd, via galwegen in dunne darm tbv vetvertering.
Eiwit synthese van albumine, transferrine, stollingsfactoren(fibrinogeen, PT, VII, X),
imuungobulinen.
Steatose = vetstapeling.
Cholestase = galstapeling.
Piece meal necrose = alleen portale necrose.
Hemochromatose = erfelijke ijzerstapeling.
Hemosiderose = ijzerstapeling tgv. Bloedtransfusie of verhoogde intake.
Lipiden verpakt in chylomicrons uit darm via v. portae systeem naar lever.
Afbraaktriglyceriden en cholesterol. Cholesterol in lever omgezet tbv. inbouw
celmembraan eiwitten, vit. D, steroiden etc.
HC 2 Functies van de lever
Symptomen acuut levertrauma:
- Jaundice.
- Hypothermie.
- Hypoglycemie.
- Nierfalen en lactaat acidose.
- Signalen van systemische infectie.
- Bloedingsneiging.
- Metabole encephalopathie en coma.
Zonder lever binnen 24 uur dood.
Gezonde levers regenereren functioneel.
Functies lever:
- metabolisme; koolhydraat, lipiden, aminozuur, hormoon.
- Eiwitsecretie; albumine. Stollingsfactoren, overige plasma eiwitten.
- Detoxificatie; opname, oxydatieve fosforylering, conjugatie, uitscheiding gal.
- Opslag; vetoplosbare vit. A,D,E,K. B12. metalen(koper, ijzer).
- Afweer; fagocytose, opname endotoxinen uit darm, bloedvormende elementen.
Enorme bloedflow door lever.
2
, Zowel exocrien als endocrien.
Glucose o.i.v. insulineglycogeen. Insuline gemaakt in βcellen van eilandjes van
Langerhans.
Glycogeen o.i.v. glucagon en adrenalineglucose. Glucagon gemaakt in αcellen van
eilandjes van Langerhans.
Gluconeogenese(kan alleen lever): overtollig aminozurendeaminoseringureum en
pyruvaat. Pyruvaat omgezet in glucose. Overtollige vettenhydrolysevetzuren, glycerol.
Glycerol omgezet in glucose. Lever bepaalt plasma glucose levels.
Afbraak hemoglobineheem en globuline. Heem afgebroken tot bilirubine en ijzer.
Hereditaire sferocytose:
- hoog bilirubine.
- Intravasculaire hemolyse.
- Galstenen.
- Splenomegalie.
- Sferocyten(=doornappelcellen) in perifere differentatie.
Detoxificatie:
- Fase 1; oxidatie/hydroxylering door CYPs. Overgangsfase.
- Fase 2; conjugatie door glutathion, sulfaat of glucuronides.
Bij te veel van toxische stof raakt gluthation/sulfaat/glucuronides verzadigd meer fase 1
meer toxische stoffen door oxidatie/hydroxylering.
Stijging bilirubine zonder leverziekte Gilbert, verhoogd aanbod(hemolyse/hematoom),
neonatale icterus, Crigler Najjar.
Gilbert: verminderde UGT activiteitmeer bilirubine.
Uitlokkende factoren: hemolysen, vasten, koorts, toediening nicotinezuur, menstruatie.
Diagnosering: ongeconjugeerde hyperbilirubinaemie, normaal bloedbeeld, normale
leverfunctie testen. twijfelgenetica.
Crigler Najjar: geen UGT activiteit. Zeer zeldzaam.
Lever produceert alle stollingsfactoren behalve Von Willebrand factor.
Cholesterol geproduceerd in lever nodig voor galproductie.
Water in canaliculi via osmose.
Reticulo-endotheliale functie/mononucleaire phagocyte systeem(MPS): voornamelijk
monocyten en macrofagen(Kupffer cellen). Tolerantie darmbacterïen.
HC 3 Fysiologie van gal.
Galzouten vormen micellen met cholesterol en fosfolipiden. Emulgeren en transporteren dieet
lipide. Solubilisatie vit. A, D, E, K, B12.
Cholesterol via galgang enige excretie.,
Fosfolipide beschermt tegen toxiciteit galzouten en lost cholesterol op.
Geconjugeerd bilirubine zorgt voor afvoer metaboliet.
Primaire galzouten: galzouten die lever zelf produceert vanuit cholesterol.
Synthese primaire galzouten in hepatocyt: cholesterolgalzuur.
- hydroxylering C-7; snelheidsbeperkende factor.
- Hydroxylering C-12; alleen bij cholaat.
- Stereospecifieke reductie dubbele binding ring.
- Epimerisatie 3-β OH3-α OH.
- Oxydatie en verkorting zijketen.
Isopeptide binding: resistent tegen carboxypeptidases uit pancreas.
Amfoteer molecuul = gemengd lipofiel – hydrofiel.
3
HC 1 Structuur en functie van de lever
Lever is enigste parenchym weefsel dat kan regenereren.
Acinus loopt van ene centrale vene naar andere. 3 zones; 1ste krijgt meeste zuurstof
(gluconeogenese). 3de zone meest gevoelig voor ziekte, want krijgt al minste zuurstof. Bloed
diffundeert vanaf portale driehoek/portal tract door verschillende sinusoïden naar centrale
vene.
Lobulus = één hepatocyt.
Hepatocyten geranschikt op een cellaag dikte(leverplaten). Polygonale cellen met 1 of
meerdere kernen. Eosinofiel granulair en glycogeen-rijk cytoplasma.
Galgangen liggen tussen hepatocyten in. Gal stroomt tegenovergesteld van bloed.
Kanaaltjes van Hering: deels hepatocyten, deels galgang epitheel. Overgang portale veld.
Bevat progenitorcellen; kunnen differentiëren naar hepatocyt en naar galductuli.
Bij cholestasesnel nieuwe galgangvorming.
Gal-ductuli: kubisch/laag cilindrisch epitheel. Omgeven door basaal membraan
(=bindweefsel).
Gal canaliculi liggen tussen 2 hepatocyten in en hebben microvilli.
Hoekpunten lobulus(portale driehoek): galgang, poortader(v. portae) en arterie hepatica.
Ingebed in bindweefsel met enkele lymfocyten en mestcellen.
Sinusoidiaal systeem = ruimte waar bloedvaten lopen. Aan luminale zijde kupffercellen
(=macrofagen) en T-lymfocyten. Bekleding met gespecialiseerd hyper gefenestreerd epitheel.
Ruimte van Disse = tussen endotheel en hepatocyt. Bevat hepatic stellate cellen(HSC); zijn
myofibroblasten tbv fibro-neo-genese, bloeddoorstroming, antigenpresentatie en vit. A opslag.
Extracellulaire matrix(collageen). Alleen zichtbaar op microscopie bij vit. A toxicatie.
Kinderlever: extra-medullaire hematopoiëse tot enkele weken na geboorte. Leverplaten eerste
10 jaar 2 cellagen dik, daarna 1. Tot 20 jaar weinig/geen lipofuchsine pigment.
Oudere lever: grotere hepatocyten, meer lipofuchsine pigment met name rond centrale vene.
Bloedvoorziening:
Aanvoer; truncus coeliacusa. hepatica propriasinusoidenafvoer centrale venen.
v. portae hepatissinusoidenafvoer centrale venen.
Afvoer: vv. Hepaticae v. cava superiorrechter ventrikel.
Lever onderverdeelt 8 segmenten met eigen bloedvoorziening.
1
,.
Systemische ziektes: ziekte elders in lichaam uit zich vaak ook in lever.
Circulatie probleem: hart met R/L decompensatie(R decompensatiebloed blijft in
sinusoïden staan; L decompensatiete weinig zuurstof aanvoer), trombose v. portae,
instroom obstructie.
Hepatocyten worden ziek: levervirus, metabool, congenitaal, degeneratief, ontsteking,
medicamenteus, systemisch. Virale ontsteking alleen in portale gebieden. Alcohol en
medicatie lobulair.
Galgangen worden ziek: cholestase, obstructie, steen, ontsteking; autoimmuun,
transportmechanisme, medicamenteus(antibiotica kunnen galgangen beschadigen),
congenitaal, systemisch.
Steatose: vetstapeling; ipv. gluconeogenese lipogenese.
Leverfibrose begint met verval en ontstekingactivatie stellate cellenfibroneogenese en
productie collageeninductie regeneratie levercellenregeneratie noduli, bindweefselsepta
met galgangen zonder goede aan- en afvoer bloedcirrose. Fibroseringsproces stopt op den
duur niet meer.
Alle onbehandelde ontstekingen leidt tot fibrosering.
Ijzer stapelt vooral langs apicale membraan hepatocyt.
Koper is niet aantoonbaar in lever, alleen koper bindend eiwit.
Galzouten door hepatocyten geproduceerd, via galwegen in dunne darm tbv vetvertering.
Eiwit synthese van albumine, transferrine, stollingsfactoren(fibrinogeen, PT, VII, X),
imuungobulinen.
Steatose = vetstapeling.
Cholestase = galstapeling.
Piece meal necrose = alleen portale necrose.
Hemochromatose = erfelijke ijzerstapeling.
Hemosiderose = ijzerstapeling tgv. Bloedtransfusie of verhoogde intake.
Lipiden verpakt in chylomicrons uit darm via v. portae systeem naar lever.
Afbraaktriglyceriden en cholesterol. Cholesterol in lever omgezet tbv. inbouw
celmembraan eiwitten, vit. D, steroiden etc.
HC 2 Functies van de lever
Symptomen acuut levertrauma:
- Jaundice.
- Hypothermie.
- Hypoglycemie.
- Nierfalen en lactaat acidose.
- Signalen van systemische infectie.
- Bloedingsneiging.
- Metabole encephalopathie en coma.
Zonder lever binnen 24 uur dood.
Gezonde levers regenereren functioneel.
Functies lever:
- metabolisme; koolhydraat, lipiden, aminozuur, hormoon.
- Eiwitsecretie; albumine. Stollingsfactoren, overige plasma eiwitten.
- Detoxificatie; opname, oxydatieve fosforylering, conjugatie, uitscheiding gal.
- Opslag; vetoplosbare vit. A,D,E,K. B12. metalen(koper, ijzer).
- Afweer; fagocytose, opname endotoxinen uit darm, bloedvormende elementen.
Enorme bloedflow door lever.
2
, Zowel exocrien als endocrien.
Glucose o.i.v. insulineglycogeen. Insuline gemaakt in βcellen van eilandjes van
Langerhans.
Glycogeen o.i.v. glucagon en adrenalineglucose. Glucagon gemaakt in αcellen van
eilandjes van Langerhans.
Gluconeogenese(kan alleen lever): overtollig aminozurendeaminoseringureum en
pyruvaat. Pyruvaat omgezet in glucose. Overtollige vettenhydrolysevetzuren, glycerol.
Glycerol omgezet in glucose. Lever bepaalt plasma glucose levels.
Afbraak hemoglobineheem en globuline. Heem afgebroken tot bilirubine en ijzer.
Hereditaire sferocytose:
- hoog bilirubine.
- Intravasculaire hemolyse.
- Galstenen.
- Splenomegalie.
- Sferocyten(=doornappelcellen) in perifere differentatie.
Detoxificatie:
- Fase 1; oxidatie/hydroxylering door CYPs. Overgangsfase.
- Fase 2; conjugatie door glutathion, sulfaat of glucuronides.
Bij te veel van toxische stof raakt gluthation/sulfaat/glucuronides verzadigd meer fase 1
meer toxische stoffen door oxidatie/hydroxylering.
Stijging bilirubine zonder leverziekte Gilbert, verhoogd aanbod(hemolyse/hematoom),
neonatale icterus, Crigler Najjar.
Gilbert: verminderde UGT activiteitmeer bilirubine.
Uitlokkende factoren: hemolysen, vasten, koorts, toediening nicotinezuur, menstruatie.
Diagnosering: ongeconjugeerde hyperbilirubinaemie, normaal bloedbeeld, normale
leverfunctie testen. twijfelgenetica.
Crigler Najjar: geen UGT activiteit. Zeer zeldzaam.
Lever produceert alle stollingsfactoren behalve Von Willebrand factor.
Cholesterol geproduceerd in lever nodig voor galproductie.
Water in canaliculi via osmose.
Reticulo-endotheliale functie/mononucleaire phagocyte systeem(MPS): voornamelijk
monocyten en macrofagen(Kupffer cellen). Tolerantie darmbacterïen.
HC 3 Fysiologie van gal.
Galzouten vormen micellen met cholesterol en fosfolipiden. Emulgeren en transporteren dieet
lipide. Solubilisatie vit. A, D, E, K, B12.
Cholesterol via galgang enige excretie.,
Fosfolipide beschermt tegen toxiciteit galzouten en lost cholesterol op.
Geconjugeerd bilirubine zorgt voor afvoer metaboliet.
Primaire galzouten: galzouten die lever zelf produceert vanuit cholesterol.
Synthese primaire galzouten in hepatocyt: cholesterolgalzuur.
- hydroxylering C-7; snelheidsbeperkende factor.
- Hydroxylering C-12; alleen bij cholaat.
- Stereospecifieke reductie dubbele binding ring.
- Epimerisatie 3-β OH3-α OH.
- Oxydatie en verkorting zijketen.
Isopeptide binding: resistent tegen carboxypeptidases uit pancreas.
Amfoteer molecuul = gemengd lipofiel – hydrofiel.
3