• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's
Samenvatting

Samenvatting BuiteNLand havo 5 hoofdstuk 2.1 t/m 2.8

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's

Word document gevuld met samenvattingen van het aardrijkskunde boek van havo 5. Belangrijke termen zijn gemarkeerd en begrippen zijn uitgelegd. Hoofdstuk 2.1 tot en met 2.8 wordt hier in uitgelegd.

Voorbeeld van de inhoud

AARDRIJKSKUNDE

Havo 5
Hoofdstuk 2.1
Binnenkant van de aarde is endogene krachten, voorbeelden hiervan is
vulkanisme, en aardbevingen. Door endogene krachten wordt de aarde
gevormd. Reliëf is ook een voorbeeld van endogene krachten, de letterlijke
betekenis van reliëf zijn de hoogtes en laagtes in een gebied, zoals bergen
en dalen.

Buitenkant van de aarde is exogene krachten, voorbeelden hiervan zijn
wind, regen, vorst, sneeuw etc. Door die wind of regen ontstaat weer
verwering, erosie en sedimentatie. Dit zijn dus ook voorbeelden van
exogene krachten.

Opbouw van de aarde:
1. Kern: bestaat uit een vaste buitenkant en vloeibare binnenkant, zijn
voornamelijk metalen en mineralen en is radioactief.
2. Mantel: de mantel ligt op een tientallen kilometers verwijderd van de
aardkorst. In de mantel zijn er convectiestromen, die bestaan
voornamelijk uit vloeibaar gesteente. Als dat warm wordt stijgt het
op en zodra het hoog genoeg is koelt het weer af en zakt het naar
beneden. Door deze stromen gaat de aardkorst bewegen en dit
veroorzaakt: vulkanen, bergen, aardbevingen etc.
3. Aardkorst: op de aardkorst leven wij. Deze korst drijft als het ware
op de mantel en beweegt dus ook.

Er zijn 2 typen aardkorsten:
1. Oceanische aardkorst: deze korst ligt voor het grootste deel onder de
oceaan. Is ongeveer 10 kilometer dik en bestaat uit basalt (erg
zwaar!). Bij de oceanische aardkorst kan er effusief vulkanisme
ontstaan dit is niet gevaarlijk.
2. Continentale aardkorst: deze korst is veel dikker namelijk wel 20 tot
40 kilometer dik. Wel veel lichter want bestaat voornamelijk uit
graniet. Dat is er taai als het smelt. Bij de continentale aardkorst zijn
er vaak meer explosieve vulkanen, deze zijn wel gevaarlijk.

, Hoofdstuk 2.2
Plaattektoniek
Er zijn 3 bewegingen:
1. Convergent = tegen elkaar, bijvoorbeeld: 2 continentale platen naar
elkaar toe, hier ontstaan dan alpine gebergten, zijn hoge gebergten en
gaan vaak in combinatie met aardbevingen.
Continentale plaat en een oceanische plaat, hierbij ontstaan
pacifische gebergten, vaak gecombineerd met vulkanisme,
aardbevingen en troggen.
Oceanische plaat met een oceanische plaat: hierbij ontstaan
onderzeese gebergten en veroorzaken aardbevingen onder water, en
hierdoor ontstaan weer tsunamis.
Bij convergente plaattgrenzen betekent het altijd dat als er een oceanische
plaat bij betrokken is dat deze onder de zwaardere continentale plaat
wegduikt. Dit noem je subductie.
2. Divergente plaatgrenzen: 2 aardplaten bewegen uit elkaar. Als er
vloeibaar gesteente tegen de korst aandrukt kan deze breken. Dat kan
vulkanisme veroorzaken, maar deze is vaak niet heftig.
3. Transforme plaatgrenzen: hierbij bewegen 2 plaatgrenzen langs
elkaar. Hierbij zijn er vaak aardbevingen en ontstaan er mid-
oceanische ruggen.


Hoe werken convectiestromen precies?: Het magma wat in de mantel zit
stroomt tegen de aardkorst, vervolgens stroomt het zijdelings weg en neemt
het stukken aardkorst mee. Bij sommige divergente breuken breekt de
aardkorst en komt het magma als lava naar buiten. De breuk wordt weer
opgevuld met lava dat afkoelt tot basalt en zo ontstaat er een nieuw stukje
oceanische aardkorst. Als er zo nieuwe stukje aarde bij komen moet er
ergens ook weer aardkorst weg anders zou de aarde als het ware groeien. In
subductie zones. In subductie zones duikt de oceanische bodem onder de
continentale bodem.

De zwaarste aardbevingen ontstaan bij convergente en transforme
plaatgrenzen. Seismografische stations vangen die trillingen van de
aardbevingen op. Het hypocentrum is het midden van de aardbeving. Hoe
dichter bij dit punt je zit hoe zwaarder de aardbeving en hoe hoger de score
op de schaal van richter.
Bij aardbevingen onder water kunnen grote vloedgolven en tsunamis
ontstaan.

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789001878375 Druk: 3

Documentinformatie

Niveau
School jaar
5
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2.1 t/m 2.8
Geüpload op
7 februari 2021
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting
€5,69

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen