INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HOC 23: DIABETES EN FYSIEKE ACTIVITEIT
Rol van fysieke activiteit in de behandeling en preventie van TID en T2D
Terminologie en classificatie
De term diabetes mellitus beschrijft:
- metabole stoornis met verschillende oorzaken
- gekenmerkt door chronische hyperglycemie met stoornissen van koolhydraten, vet en
eiwitten metabolisme
- agv verstoring in insulinehuishouding
Normaal verloop:
Suiker à in het bloed à in pancreas zitten beta-cellen, monitoren suikerspiegel à gaan
insuline secreteren à insuline gaat door de bloedbaan op een spier binden met insuline-
receptor à receptor gaat glut-4 activeren à zal zo suiker opgenomen wordt uit de
bloedbaan in de spieren
Teveel suiker inname: beta-cellen hebben meer en meer moeite om insuline aan te maken
, • Insuline insufficiëntie = lichaam maakt eigen insuline niet aan
• Insuline resistentie = ziektepatroon waarin insulinereceptoren op een abnormale
manier werken à insuline produceren, maar geen effect
à Dit gebeurt wanneer het lichaam te lang grote dosissen van suiker heeft moeten
verwerken à eigen sensitiviteit van het lichaam tov het hormoon zijn beperkt/defect
• Insuline sensitiviteit = hoe sensitief het lichaam is voor de aanwezigheid van de
insuline
à Gevoelig voor insuline, heeft minder hoeveelheden insuline nodig om de
bloedsuikerspiegel te verlagen dan iemand met een lage gevoeligheid.
• Fasting glucose = hoeveelheid glucose aanwezig in bloed na hele nacht rust, is
belangrijk om te bepalen als je diabetes hebt of niet
• Glucosetolerantie = capaciteit van het lichaam om glucose op te nemen en te
gebruiken (dit gebeurt enkel als je spieren werken).
TYPE 1 diabetes:
- (meestal geboren met) deficiëntie aan beta-cellen (geen of weinig productie van
insuline)
- Insuline sensitief
- Insuline-afhankelijke diabetes à insuline altijd exogeen moeten toedienen
- Wordt meestal gedetecteerd op jonge leeftijd
- 5-10% van diabetes gevallen
TYPE 2 diabetes:
- Insuline-resistentie (receptoren werken niet meer goed, insuline heeft totaal geen
effect meer)
- Niet insuline-afhankelijke diabetes (NIDDM = non-insulin-dependent diabetes mellitus)
- Vaak gezien bij mensen met overgewicht (slecht eten en weinig bewegen)
- Wordt meestal gedetecteerd op latere leeftijd (komt enkel na jaren en jaren slechte
levensstijl)
Zwangerschapsdiabetes:
- Ontwikkeld zich bij zwangere vrouwen
- Insuline resistentie
- Komt ongeveer voor bij 4% van zwangere vrouwen à complicaties voor moeder en
kind
HOC 23: DIABETES EN FYSIEKE ACTIVITEIT
Rol van fysieke activiteit in de behandeling en preventie van TID en T2D
Terminologie en classificatie
De term diabetes mellitus beschrijft:
- metabole stoornis met verschillende oorzaken
- gekenmerkt door chronische hyperglycemie met stoornissen van koolhydraten, vet en
eiwitten metabolisme
- agv verstoring in insulinehuishouding
Normaal verloop:
Suiker à in het bloed à in pancreas zitten beta-cellen, monitoren suikerspiegel à gaan
insuline secreteren à insuline gaat door de bloedbaan op een spier binden met insuline-
receptor à receptor gaat glut-4 activeren à zal zo suiker opgenomen wordt uit de
bloedbaan in de spieren
Teveel suiker inname: beta-cellen hebben meer en meer moeite om insuline aan te maken
, • Insuline insufficiëntie = lichaam maakt eigen insuline niet aan
• Insuline resistentie = ziektepatroon waarin insulinereceptoren op een abnormale
manier werken à insuline produceren, maar geen effect
à Dit gebeurt wanneer het lichaam te lang grote dosissen van suiker heeft moeten
verwerken à eigen sensitiviteit van het lichaam tov het hormoon zijn beperkt/defect
• Insuline sensitiviteit = hoe sensitief het lichaam is voor de aanwezigheid van de
insuline
à Gevoelig voor insuline, heeft minder hoeveelheden insuline nodig om de
bloedsuikerspiegel te verlagen dan iemand met een lage gevoeligheid.
• Fasting glucose = hoeveelheid glucose aanwezig in bloed na hele nacht rust, is
belangrijk om te bepalen als je diabetes hebt of niet
• Glucosetolerantie = capaciteit van het lichaam om glucose op te nemen en te
gebruiken (dit gebeurt enkel als je spieren werken).
TYPE 1 diabetes:
- (meestal geboren met) deficiëntie aan beta-cellen (geen of weinig productie van
insuline)
- Insuline sensitief
- Insuline-afhankelijke diabetes à insuline altijd exogeen moeten toedienen
- Wordt meestal gedetecteerd op jonge leeftijd
- 5-10% van diabetes gevallen
TYPE 2 diabetes:
- Insuline-resistentie (receptoren werken niet meer goed, insuline heeft totaal geen
effect meer)
- Niet insuline-afhankelijke diabetes (NIDDM = non-insulin-dependent diabetes mellitus)
- Vaak gezien bij mensen met overgewicht (slecht eten en weinig bewegen)
- Wordt meestal gedetecteerd op latere leeftijd (komt enkel na jaren en jaren slechte
levensstijl)
Zwangerschapsdiabetes:
- Ontwikkeld zich bij zwangere vrouwen
- Insuline resistentie
- Komt ongeveer voor bij 4% van zwangere vrouwen à complicaties voor moeder en
kind