INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HOC: INLEIDING
Basisbegrippen
(niet echt examenleerstof)
• Fysieke activiteit wordt gedefinieerd als elke lichamelijke beweging die wordt
voortgebracht door skeletspieren die resulteert in energieverbruik boven
rustuitgaven.
• Inspanning is een onderdeel van fysieke activiteit die gepland, gestructureerd,
repetitief en doelgericht is, in die zin dat verbetering of behoud van fysieke fitheid het
doel is (meer sportgericht).
• Fysieke fitheid/conditie omvat cardiorespiratoire fitheid, spierkracht,
lichaamssamenstelling en flexibiliteit, bestaande uit een set attributen die mensen
hebben of bereiken die betrekking hebben op het vermogen om lichamelijke activiteit
uit te voeren (kan gemeten worden).
à FA en FF zijn sterk verbonden met gezondheid!
• Inspanningsfysiologie onderzoekt wat de invloed is van acute en chornische
activiteiten op het lichaam.
• Sportfysiologie past oefenfysiologieconcepten toe op de training en prestaties van een
atleet (hoe ga je een atleet trainen?).
• Acute responsen op training gaan over hoe het lichaam reageert op één oefening.
Vb: hormoonconcentratie gedurende 45 minuten uitgevoerd bij 60% HRmax
• Chronische fysiologische aanpassingen aan training geven aan hoe het lichaam in de
loop van de tijd reageert op de stress van herhaalde trainingsaanvallen.
Vb: trainingsprogramma (bijv. 4 dagen/ week gedurende 6 maanden) ter
voorbereiding op een marathon
Altijd een examenvraag over acute inspanning – chronische aanpassing!
“Wat gebeurt er met de harfrequentie na een acute inspanning?”
• Individualiteit: denk aan de specifieke behoeften en mogelijkheden van het individu
(we zijn allemaal verschillend, elk lichaam is anders en heeft andere noden).
1
HOC: INLEIDING
Basisbegrippen
(niet echt examenleerstof)
• Fysieke activiteit wordt gedefinieerd als elke lichamelijke beweging die wordt
voortgebracht door skeletspieren die resulteert in energieverbruik boven
rustuitgaven.
• Inspanning is een onderdeel van fysieke activiteit die gepland, gestructureerd,
repetitief en doelgericht is, in die zin dat verbetering of behoud van fysieke fitheid het
doel is (meer sportgericht).
• Fysieke fitheid/conditie omvat cardiorespiratoire fitheid, spierkracht,
lichaamssamenstelling en flexibiliteit, bestaande uit een set attributen die mensen
hebben of bereiken die betrekking hebben op het vermogen om lichamelijke activiteit
uit te voeren (kan gemeten worden).
à FA en FF zijn sterk verbonden met gezondheid!
• Inspanningsfysiologie onderzoekt wat de invloed is van acute en chornische
activiteiten op het lichaam.
• Sportfysiologie past oefenfysiologieconcepten toe op de training en prestaties van een
atleet (hoe ga je een atleet trainen?).
• Acute responsen op training gaan over hoe het lichaam reageert op één oefening.
Vb: hormoonconcentratie gedurende 45 minuten uitgevoerd bij 60% HRmax
• Chronische fysiologische aanpassingen aan training geven aan hoe het lichaam in de
loop van de tijd reageert op de stress van herhaalde trainingsaanvallen.
Vb: trainingsprogramma (bijv. 4 dagen/ week gedurende 6 maanden) ter
voorbereiding op een marathon
Altijd een examenvraag over acute inspanning – chronische aanpassing!
“Wat gebeurt er met de harfrequentie na een acute inspanning?”
• Individualiteit: denk aan de specifieke behoeften en mogelijkheden van het individu
(we zijn allemaal verschillend, elk lichaam is anders en heeft andere noden).
1