Diabetes type 1
Oorzaken diabetes type 1
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. De oorzaak is niet duidelijk. Het begint met aanleg voor
DM1. Daarna raakt het afweersysteem uit evenwicht, waardoor het de cellen aanvalt die insuline
maken. Een voedselintolerantie of virusinfectie kunnen ook oorzaken zijn.
Insuline moet worden geïnjecteerd omdat het een eiwit is. Eiwitten worden in de maag afgebroken
dus kan het niet oraal.
Verschijnselen type 1 hypoglycaemie
• Zweten
• Trillen
• Duizelig Zijn
• Plotseling Wisselend Humeur (Opeens Boos Worden Bijvoorbeeld)
• Ongeconcentreerd Zijn
• Hoofdpijn
• Moe Zijn
• Hongerig Zijn
Verschijnselen type 1 hyperglycaemie
• Veel Plassen
• Veel Dorst Hebben En Houden
• Vermoeid Zijn
• Plotselinge Humeurigheid, Snel Boos Worden
• Misselijk Zijn Of Overgeven
• Alles Voelt Vervelend
Lange termijneffecten diabetes type 1
Op langere termijn kan hyperglykemie (te hoge bloedsuikers) lijden tot onherstelbare schade aan
ogen, nieren en zenuwen, met risico op blindheid, nierfalen, impotentie en voetamputatie (door een
uit de hand gelopen diabetische voet). Verder is het risico op hart- en vaatziekten bij diabetici sterk
verhoogd.
5 adviezen om langetermijneffecten te voorkomen
1. Voldoende bewegen
2. Bereiken en behouden van een gezond gewicht
3. Bloedsuikers onder controle houden
4. Goed zorgen voor hart en bloedvaten
5. Insuline spuiten
Soorten insuline
1. Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of
soms meteen erna wordt gebruikt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf
uur.
, 2. Kortwerkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die een halfuur tot kwartier
vóór de maaltijd wordt gebruikt (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes
tot acht uur.
3. Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die bijvoorbeeld ’s avonds
wordt gebruikt (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en
werkt daarna nog een paar uur door.
4. Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor
ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
5. Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer
per dag gebruikt, vóór het ontbijt en vóór de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH,
lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).
2 insuline-regimes
Eenmaal daags
Tweemaal daags
Insulinetoedieningssystemen
Insulinepen
Insulinepomp
Oorzaken diabetes type 1
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. De oorzaak is niet duidelijk. Het begint met aanleg voor
DM1. Daarna raakt het afweersysteem uit evenwicht, waardoor het de cellen aanvalt die insuline
maken. Een voedselintolerantie of virusinfectie kunnen ook oorzaken zijn.
Insuline moet worden geïnjecteerd omdat het een eiwit is. Eiwitten worden in de maag afgebroken
dus kan het niet oraal.
Verschijnselen type 1 hypoglycaemie
• Zweten
• Trillen
• Duizelig Zijn
• Plotseling Wisselend Humeur (Opeens Boos Worden Bijvoorbeeld)
• Ongeconcentreerd Zijn
• Hoofdpijn
• Moe Zijn
• Hongerig Zijn
Verschijnselen type 1 hyperglycaemie
• Veel Plassen
• Veel Dorst Hebben En Houden
• Vermoeid Zijn
• Plotselinge Humeurigheid, Snel Boos Worden
• Misselijk Zijn Of Overgeven
• Alles Voelt Vervelend
Lange termijneffecten diabetes type 1
Op langere termijn kan hyperglykemie (te hoge bloedsuikers) lijden tot onherstelbare schade aan
ogen, nieren en zenuwen, met risico op blindheid, nierfalen, impotentie en voetamputatie (door een
uit de hand gelopen diabetische voet). Verder is het risico op hart- en vaatziekten bij diabetici sterk
verhoogd.
5 adviezen om langetermijneffecten te voorkomen
1. Voldoende bewegen
2. Bereiken en behouden van een gezond gewicht
3. Bloedsuikers onder controle houden
4. Goed zorgen voor hart en bloedvaten
5. Insuline spuiten
Soorten insuline
1. Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of
soms meteen erna wordt gebruikt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf
uur.
, 2. Kortwerkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die een halfuur tot kwartier
vóór de maaltijd wordt gebruikt (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes
tot acht uur.
3. Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die bijvoorbeeld ’s avonds
wordt gebruikt (NPH-insuline). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en
werkt daarna nog een paar uur door.
4. Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor
ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
5. Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer
per dag gebruikt, vóór het ontbijt en vóór de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH,
lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine).
2 insuline-regimes
Eenmaal daags
Tweemaal daags
Insulinetoedieningssystemen
Insulinepen
Insulinepomp