Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 84 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Algemene Psychologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 84 pagina's

Duidelijk en uitgebreide samenvatting van Algemene psychologie. Ik behaalde hier een 15/20 mee

Voorbeeld van de inhoud

Lisse Broes – Algemene Psychologie – 2024-2025


HOOFDSTUK 1: GEEST, GEDRAG EN PSYCHOLOGISCHE WETENSCHAP
1. WA T IS PSY CHOLO GIE EN WAT IS HE T NIET ?

- Psychè: geest
- Logos: verklaring, leer, gebied van studie

Psychologie: een breed veld, met vele specialismen, in wezen de wetenschap van gedrag en geestelijke processen


1.1. B ASIS GEBIEDE N

1. Ontwikkelingspsychologie
→ Studie van gedrag in verschillende levensfasen van de mens

2. Persoonlijkheidspsychologie (differentiële psychologie)
→ Bestudeert mens als individu, in datgene waarin zij verschillen van anderen

3. Cognitieve psychologie (functieleer – experimentele/algemene psy)
→ Studie van afzonderlijke psychische functies en processen

4. Sociale psychologie
→ Studie van gedrag van mensen in relatie tot anderen en omgeving

5. Biologische psychologie (biopsychologie)
→ Studie van gedrag van mensen uitgaande principes uit de biologie

6. Methodenleer (methodologie)
→ Studie van onderzoeksmethoden van empirisch onderzoek (menselijk gedrag)



2. DE 6 BE LAN GRIJKST E PER SPE CTIE VEN VA N DE PSYC HO LO GIE

- Moderne psychologie
→ Emoties kunnen gedrag verstoren/beïnvloeden
→ Na enkele eeuwen kwamen er radicaal nieuwe ideeën over geest en gedrag die leidde tot de 6 nieuwe perspectieven
→ Hb: p.13 - 21


2.1. SC HEIDI NG VAN LIC HA AM EN GEES T EN HET B IOLOGI SCH PERSPE CTIEF

- Descartes: scheiding tussen spirituele geest en het fysieke lichaam
→ Rationalisme: denken is het enige middel om aan wetenschap en filosofie te doen
→ Kreeg veel kritiek van de empiristen

- Empirisme: waarnemingen, ervaringen en experimenten zijn de enige ware bronnen van kennis
→ Vandaag de dag grootste leider in onderzoek
→ Bacon en Locke

- Hieruit ontstond het modern biologisch perspectief
→ Lichaam en geest worden opnieuw samengevoegd
→ Geest: product van de hersenen
→ Oorzaken van gedrag worden gezocht in het zenuwstelsel, endocriene stelsel en de genen
→ Twee variaties in onderzoek
 Neurowetenschappen
 Evolutionaire psychologie: biologische evolutie als uitgangspunt


2.2. BE GIN WETE NSC HA PPELIJKE PSY CHOLO GIE EN MODERN C OGNIT IEF PERSPEC TIEF

- Wundt: ging opzoek naar bouwstenen van het denken
→ Structuralisme: onderliggende regels en structuren ontdekken die de basis vormen voor hoe dingen functioneren en betekenis
krijgen
→ Hij wou daarom een soort periodiek systeem vanuit de scheikunde uitwerken om alle processen van het denken te kunnen
structureren



1

, Lisse Broes – Algemene Psychologie – 2024-2025


- Om al die individuele elementen te kunnen onderzoeken werd in 1879 het 1ste psychologisch labo opgericht
→ Daarin deed hij proeven met mensen volgens de methode van introspectie (wat denk je nu, wat voel je, wat ervaar je?...)
 Kritiek: introspectie is subjectief en trappen mensen in de val van retrospectie (terugkijken in jezelf)

- James: psychische processen kunnen het beste begrepen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie
→ = Functionalisme (hierin redeneert een TP)
→ De som van het geheel is veel meer dan de delen

- Moderne cognitieve psychologie te vergelijken met ontwikkeling van een computer
→ Nadruk op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie en denken als vormen van informatieverwerking


2.3. BE HA VIORISTIS CH PERSPECT IEF : NADRU K OP WA ARNEE MBA AR GEDR AG

- Watson
→ Maakt geen onderscheid tussen mens en dier bij studie van gedrag
→ We kijken gewoon naar gedrag dat we zien
→ Menselijk gedrag wordt volledig gestuurd door externe stimuli

- Skinner
→ Operante conditionering: leerproces waarbij gedrag wordt beïnvloed door de gevolgen die erop volgen, zoals beloningen of
straffen
→ Skinner-box, reinforcement, shaping,…

- Pavlov
→ Bestudeerde spijsvertering en ontdekte per toeval…
→ Klassieke conditionering: leerproces waarbij een neutrale stimulus geassocieerd wordt met een automatische, reflexmatige
respons door herhaaldelijk samen te worden gepresenteerd met een stimulus die die respons al oproept


2.4. PERS PEC TIEF VANUIT DE GEHE LE PERSOON

- Freud
→ Ontwikkeling van psychodynamische theorie van persoonlijkheid
→ Psychoanalyse
→ Onbewuste geest (psyche) is een reservoir van energie voor persoonlijkheid
→ Vrije associatie: techniek waarbij je spontaan alles zegt wat in je opkomt zonder na te denken, om zo je gedachten en
gevoelens beter te begrijpen
→ Kritiek: niet toetsbaar aan de feitelijke werkelijkheid (cfr. Introspectie)

- Maslow
→ Kwam op als reactie op behaviorisme en psychoanalyse
→ Menselijke natuur overstijgt de omgeving
 Behoeften piramide: model dat zegt dat mensen basisbehoeften, zoals voedsel en veiligheid, moeten vervullen voordat ze
hogere behoeften, zoals sociale relaties en zelfontplooiing, kunnen nastreven
→ Bewuste processen vormen het belangrijkste studieobject van de psychologie (waarom maakt iemand een bepaalde keuze?)
→ = Humanistische psychologie: nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens

- Hippocrates (oude Grieken): psychologie van karaktertrekken en temperament
→ Lichaam en geest zijn 1 eenheid
→ Humores: afhankelijk welke lichaamssappen en de hoeveelheid ervan, zullen er andere karakteristieken naar boven treden


2.5. ONTWIK KEL INGS PERSPEC TIEF : VERA NDERIN GEN DOOR NATURE EN NURT URE

- Piaget
→ Bestudeerde de ontwikkeling van kennis in kinderen
→ Ontwikkelingsfasen


2.6. HET SOCIOCU LTURE LE PERSPE CTIEF : HE T INDIV IDU IN C ONT EXT

- Een krachtig bijkomend concept aan nurture en nature: de context
→ Sociale invloed staat centraal
 Verdiepen zich in onderwerpen als liefhebben, vooroordelen, agressie, gehoorzaamheid,
 Hoe variëren sociale processen per cultuur?


2

, Lisse Broes – Algemene Psychologie – 2024-2025


HOOFDSTUK 2: ONDERZOEKSMETHODEN 1 – HOE VERGAREN PSYCHOLOGEN
NIEUWE KENNIS?

1. STA PPEN VAN DE WETEN SC HAPPE LIJKE ME THODE (EM PIRI SCHE CY CLUS)

1.1. DE WETEN SCHAPPE LIJKE T HEORI E

- = Een toetsbare verklaring voor een verzameling feiten of waarnemingen
→ Theorie is geen vaststaand feit
→ Je moet een theorie altijd kunnen toetsen
 Onderzoeksvragen over kunnen formuleren,…

- Het toetsen gebeurt in 4 methodische stappen met als eigenschappen…
→ … Feiten verklaren
→ … Kan getest worden


1.1.1. DE HY PO THESE
- = Falsifieerbare voorspelling van de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek
→ Een bewering over de relatie tussen variabelen

- Twee hypothesen
→ H0: er is geen verband tussen de variabelen
 Brunettes en blondines zijn even intelligent
→ H1: er is wel een verband tussen de variabelen
 Brunettes zijn intelligenten dan blondines

- H0 wordt verworpen als het verschil in score op de variabele tussen verschillende condities groot genoeg is (significant is)


1.1.2. DATAVE RZA MELIN G
- Psychologie is een wetenschap dat gebaseerd is op feiten
→ = Uitspraken over de werkelijkheid
→ = Vaak ‘meten’

- Erg belangrijk in wetenschap: de juiste meetmethoden/dataverzameling op de correctie manier hanteren

1.1.2.1. OBSERVATIE
- Observeerders
→ Professionele onbekenden (objectief)
→ Bekenden (subjectief)
 Natuurlijke omgeving
 Multiple sociale personae


Voordelen Nadelen

→ Onbekend gebied → Geen controle over omgeving
→ Geen taal nodig → Niet alles is waarneembaar (bv attitudes)
→ Observatie beïnvloedt wat je wilt observeren
→ Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
→ Correctheid van de menselijke observatie is niet altijd
feilloos (ooggetuigen)
 Zie experiment pp slide 20 B2 (Loftus & Palmer)


1.1.2.2. NEURO-IMAGING
- = Ondersteuning van observatie door apparatuur
→ Meer systematische registratie van de feiten
→ Voorbeeld: hersenactiviteit meten door …
 … Elektrische impulsen van zenuwcellen te meten (EEG)
 … Energieverbruik zichtbaar te maken (PET)


3

, Lisse Broes – Algemene Psychologie – 2024-2025


Structureel Functioneel EEG

CT-scan/CAT fMRI-scan
→ Tomografische onderzoeksmethode → Functionele MRI → Elektro-encefalogram
vh menselijk lichaam → De activiteit van de hersenen wordt → Een methode om elektrische
→ Een van de eerste vormen hiervan dmv een computer zichtbaat potentiaalverschillen die in de
maakte gebruik van röntgenstraling gemaakt in een driedimensionaal hersenen zijn ontstaan via de
→ Niet enkel voor hersenen beeld hoofdhuid te registreren

MRI-scan SPECT-scan
→ Magnetic resonance imaging → Er wordt radioactief isotoop
→ Beeldvorming met magnetische ingespoten
resonantie → bloedtoevoer in hersenen wordt zo
→ Niet enkel voor hersenen in beeld gebracht


1.1.2.3. INTERVIEW
- Voordelen
→ Flexibel (doorvragen voor verduidelijking)
→ Geschikt voor exploratief onderzoek

- Nadelen
→ Invloed van de ondervrager/situatie
→ Geringe betrouwbaarheid

Drie vormen

1. Gestructureerd: volgorde en vragen liggen op voorhand vast
2. Semigestructureerd: hoofdvragen liggen vast maar er is ruimte voor doorvragen
3. Vrij (ongestructureerd): carte blanche

1.1.2.4. GEVALSTUDIE (CASESTUDY)
- = Diepgaand onderzoek naar individuen met zeldzame stoornissen of ongewone talenten
→ Subjectief, niet eenvoudig te generaliseren


1.1.2.5. VRAGENLIJSTONDERZOEK
- = Indirecte observatie
→ Respondent observeert zichzelf


Voordelen Nadelen

→ Eenvoudig, groot bereik → Steekproeffouten
→ Niet-observeerbaar gedrag te bevragen (attitudes en → Wil en kan de ondervraagde zichzelf beoordelen (is het
emoties) eerlijk en objectief?)
→ Gemakkelijke statistische verwerking → Taal als mogelijk belemmerende factor
→ Invloed van de manier van vraagstelling


- Problemen
→ Manier van afnemen beïnvloedt responsgraad (online, live,…)
→ Bedreigende vragen: mensen gaan gedrag overdrijven/minimaliseren
 Technieken: anoniem maken, geruststellen,….
→ Sociale wenselijkheid
→ Het belang van formulering speelt ook een heel grote rol


1.1.2.6. BETROUWBAARHEID
- = Mate waarin een test het ‘echte’ level van een bepaalde trek kan meten
→ Een vragenlijst is betrouwbaar als die dat echte niveau kan achterhalen
→ Je meet steeds hetzelfde en het correcte!

- Hoe zorgen we er dan voor dat instrumenten toch betrouwbaar zijn?



4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. wat is psychologie en wat is het niet? 1
    1. 1.1. basisgebieden 1
  2. 02 2. de 6 belangrijkste perspectieven van de psychologie 1
    1. 2.1. scheiding van lichaam en geest en het biologisch perspectief 1
    2. 2.2. begin wetenschappelijke psychologie en modern cognitief perspectief 1
    3. 2.3. behavioristisch perspectief: nadruk op waarneembaar gedrag 2
    4. 2.4. perspectief vanuit de gehele persoon 2
    5. 2.5. ontwikkelingsperspectief: veranderingen door nature en nurture 2
    6. 2.6. het socioculturele perspectief: het individu in context 2
  3. 03 1. stappen van de wetenschappelijke methode (empirische cyclus) 3
    1. 1.1. de wetenschappelijke theorie 3
    2. 1.2. hoe beperken we vertekeningen in psychologisch onderzoek? 7
    3. 1.3. ethische kwesties in psychologisch onderzoek 7
  4. 04 inleiding 8
  5. 05 1. gewaarwording en waarneming 8
    1. 1.1. zintuigen 8
  6. 06 2. sensorische processen 11
    1. 2.1. visuele banen en defecten 11
    2. 2.2. het oog en inversie 11
    3. 2.3. constructie van het netvlies (retina) 12
    4. 2.4. verdeling van de receptoren 13
    5. 2.5. blinde vlek 13
    6. 2.6. gezichtsveld 13
    7. 2.7. donkeradaptatie 13
    8. 2.8. oogbewegingen 14
  7. 07 3. de overgang van sensorisch naar perceptueel 15
    1. 3.1. sensatie ≠ perceptie 15
    2. 3.2. perceptuele constantie 15
    3. 3.3. visuele illusies 16
    4. 3.4. visuele agnosie 16
  8. 08 4. het perceptueel systeem 16
    1. 4.1. waarnemingstheorie 16
    2. 4.2. perceptie is interactie 19
  9. 09 1. pseudopsychologie: enkele voorbeelden 19
    1. 1.1. astrologie en horoscopen 19
    2. 1.2. waarzeggerij 19
    3. 1.3. grafologie of schriftkunde 19
    4. 1.4. homeopathie 19
    5. 1.5. exorcisme of duiveluitbanning 19
    6. 1.6. kenmerken van pseudopsychologie 19
    7. 1.7. de mindfulness business 20
    8. 1.8. psycholoog / therapeut / consulent / coach / … 20
    9. 1.9. therapieën 20
  10. 10 2. waarom is de pseudowetenschap zo populair? 20
  11. 11 3. kritisch nadenken over psychologie en pseudopsychologie 21
    1. 3.1. principes van wetenschappelijk denken 21
    2. 3.2. gevaar van pseudowetenschap 22
  12. 12 1. inleiding 23
    1. 1.1. drie essentiële functies van het geheugen 23
  13. 13 2. hoe vormen we herinneringen? 24
    1. 2.1. het sensorisch geheugen 25
    2. 2.2. het werkgeheugen – kortetermijn geheugen 25
    3. 2.3. langetermijn geheugen 26
  14. 14 3. de werking van het geheugen 27
    1. 3.1. encoderen (informatieverwerving) 28
    2. 3.2. bewaren 28
    3. 3.3. ophalen 29
  15. 15 4. waarom laat ons geheugen ons soms in de steek? 30
    1. 4.1. vergeten: verval of interferentie 30
  16. 16 inleiding 31
  17. 17 1. wat is aandacht? 31
  18. 18 2. selectieve aandacht 31
    1. 2.1. filteren 31
    2. 2.2. oriënteren 32
    3. 2.3. zoeken 33
    4. 2.4. voor- en nadelen van selectieve aandacht 34
  19. 19 3. verdeelde aandacht 34
    1. 3.1. automatische en gecontroleerde processen 34
    2. 3.2. verwerkingscapaciteit 34
  20. 20 inleiding 35
  21. 21 1. wat is bewustzijn? 35
  22. 22 2. meten van bewustzijn 35
    1. 2.1. common sense 35
    2. 2.2. gedragsmatig 36
    3. 2.3. neuropsychologisch 36
  23. 23 3. niveaus van bewustzijn 37
    1. 3.1. coma 37
    2. 3.2. vegetatieve staat 37
    3. 3.3. mcs-minimal conscious state 37
    4. 3.4. locked-in syndrom (pseudocoma) 37
    5. 3.5. slaap 38
    6. 3.6. waarom dromen we 38
  24. 24 4. bewuste bewustzijnsveranderingen 38
    1. 4.1. hypnose 38
    2. 4.2. meditatie 38
    3. 4.3. psychoactieve stoffen 38
  25. 25 1. inleiding 39
    1. 1.1. cijfers zijn overal 39
    2. 1.2. cijfers zijn belangrijk 39
    3. 1.3. individuele verschillen in wiskundige vaardigheden 39
    4. 1.4. wiskunde is niet gemakkelijk … 39
    5. 1.5. het belang van neuropsychologie 40
    6. 1.6. om wiskundige vaardigheden te begrijpen … 40
    7. 1.7. overzicht 40
  26. 26 2. getalgevoel: een aangeboren gevoel voor cijfers 40
    1. 2.1. opvallende gelijkenissen tussen mensen en dieren 40
    2. 2.2. afstandseffect met symbolische cijfers 41
    3. 2.3. tellen dieren, kinderen en volwassenen met dezelfde neurale mechanismen? 41
    4. 2.4. tussenconclusie 41
    5. 2.5. de basis van wiskundige vaardigheden 41
  27. 27 3. de mentale getallijn 41
    1. 3.1. het snarc-effect 41
    2. 3.2. hemispataal neglect na hersenletsel 42
    3. 3.3. tussenconclusie: de mentale getallenlijn is meer dan een metafoor 42
    4. 3.4. is rekenen aangeboren? 42
    5. 3.5. conclusie 42
  28. 28 4. dyscalculie en het getalgevoel 43
    1. 4.1. ontwikkelingsstoornis dyscalculie: diagnostisch 43
    2. 4.2. enkelvoudig tekortmodel van dyscalculie 43
    3. 4.3. dyscalculie en het getalgevoel: trainen 43
    4. 4.4. conclusie: enkelvoudig terkortmodel 43
    5. 4.5. problemen bij enkelvoudig tekortmodel 44
  29. 29 inleiding 44
  30. 30 1. wat zijn de bouwstenen van denken? 44
    1. 1.1. concepten 44
    2. 1.2. voorstellingsvermogen en cognitieve plattegronden 45
    3. 1.3. schema’s en scripts 45
    4. 1.4. denken en hersenen 45
    5. 1.5. intuïtie 45
  31. 31 2. vaardigheden van goede denkers 45
    1. 2.1. probleemoplossing (problemsolving) 45
    2. 2.2. redeneren 47
    3. 2.3. oordelen en beslissen 47
  32. 32 INLEIDING 48
  33. 33 3. wanen 48
    1. 3.1. fenomenologie 48
    2. 3.2. welke denkfouten zijn belangrijk bij het ontwikkelen van wanen? 49
  34. 34 4. piekeren (en rumineren) 49
    1. 4.1. wat is piekeren? 49
    2. 4.2. gevolgen van rumineren 50
    3. 4.3. epiloog 51
  35. 35 5. autobiografisch geheugen 51
    1. 5.1. geheugentraining 51
  36. 36 inleiding 51
  37. 37 1. kenmerken van taal 51
  38. 38 2. adaptieve functies van taal 51
    1. 2.1. waarom ontstond taal en hoe evolueerde taal? 52
  39. 39 3. aspecten van taalgedrag 52
    1. 3.1. taalgedrag 52
    2. 3.2. taalaspecten en taaldomeinen 52
  40. 40 4. meertaligheid 54
    1. 4.1. meertaligheid bij schoolgaande kinderen en jongeren 54
    2. 4.2. basisvoorwaarden voor een goede meertalige ontwikkeling 55
  41. 41 5. relatie taal en cognitie: hoe beïnvloedt taal het denken? 56
    1. 5.1. conclusie 56
  42. 42 1. INLEIDING 56
    1. 1.1. eenvoudige vorm van leren 57
    2. 1.2. complexere vormen van leren (stimulus-respons leren) 57
  43. 43 2. klassieke conditionering 57
    1. 2.1. terminologie 57
    2. 2.2. appetitieve conditionering 58
    3. 2.3. aversieve conditionering 58
    4. 2.4. belangrijke processen 58
  44. 44 3. operante conditionering 61
    1. 3.1. inleiding 61
    2. 3.2. skinner box of operante conditionering 62
    3. 3.3. terminologie 62
    4. 3.4. shaping 62
    5. 3.5. fading 63
    6. 3.6. bekrachtiging 63
    7. 3.7. bekrachtigingsschema’s 63
    8. 3.8. bekrachtiging en extinctie 63
    9. 3.9. belonen vs. straffen 64
  45. 45 4. klassieke- en operante conditionering vergelijken 64
  46. 46 5. toepassingen 65
    1. 5.1. gedragstherapie: fobie 65
    2. 5.2. gedragstherapie: verslaving 65
  47. 47 6. cognitief perspectief op leren 66
    1. 6.1. inzichtelijk leren (köhler) 66
    2. 6.2. cognitieve plattegronden (tolman) 66
    3. 6.3. sociaal leren (bandura) 66
  48. 48 1. motivatie 66
    1. 1.1. wat is motivatie? 66
    2. 1.2. individuele verschillen in motivatie 67
    3. 1.3. hoe worden motivationele prioriteiten gesteld? 67
    4. 1.4. honger en seksuele motivatie 69
  49. 49 2. emotie 70
    1. 2.1. hoe motiveren onze emoties? 70
    2. 2.2. waar komen onze emoties vandaan? 73
  50. 50 1. introductie: belang van intelligentie 76
  51. 51 2. definitie intelligentie 76
  52. 52 3. beschrijving intelligentie 76
    1. 3.1. een of meerdere vaardigheden? 76
  53. 53 4. geschiedenis 78
    1. 4.1. eerste golf: kwantificatie van algemeen niveau 78
    2. 4.2. tweede golf: klinische profielanalyse 79
    3. 4.3. derde golf: psychometrische profielanalyse 80
    4. 4.4. vierde golf: toepassing van een theorie over intelligentiestructuur 80
  54. 54 5. nature vs. nurture? 80
    1. 5.1. wat bepaalt intelligentie? 80
  55. 55 6. groepsverschillen 82
    1. 6.1. generatieverschillen: flynn effect 82
    2. 6.2. leeftijdsverschillen: cognitieve vaardigheden veranderen 82
    3. 6.3. geslachtsverschillen 83
    4. 6.4. verschilen tussen bevolkingsgroepen: problemen bij onderzoeken 83
    5. 6.5. verschillen tussen bevolkingsgroepen: mogelijke verklaringen 84
    6. 6.6. besluit 84

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
19 november 2025
Aantal pagina's
84
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€16,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
9 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen