Mens en maatschappij: ruimte (verkeers- en mobiliteitseducatie)
Organisaties met focus op veilig wegverkeer
- Mobiel 21
- BIVV
- Vlaamse stichting verkeerskunde
- Het 10 op 10-project
Vaststelling bij kinderen
Verkeersongevallen > de grootste doodoorzaak bij kinderen.
Elke dag 14 kinderen gewond in het verkeer.
Opgevallen risico’s:
- Jonger dan 10 jaar bij het oversteken en als autopassagier
- Ouder dan 10 jaar bij het fietsen. Jongens 2/3 van de slachtoffers
- Risico neemt toe bij leeftijd: 6,12,14-15 en 17 jaar
Objectieve en subjectieve verkeers(on)veiligheid
Objectieve verkeers(on)veiligheid = cijfers
Subjectieve verkeers(on)veiligheid = aanvoelen
Verkeers- en mobiliteitseducatie
Verkeerseducatie
= geeft kinderen inzicht in verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid.
- Ze leren hoe ze zich tussen andere weggebruikers in het verkeer
zelfstandig en veilig moeten gedragen. Ze leren dat niet alleen in de
klas of in een verkeersparkt, maar ook op de echte weg.
Mobiliteitseducatie
= leert kinderen over mobiliteit en haar maatschappelijke gevolgen.
- De mogelijkheden en grenzen van mobiliteit en milieuvriendelijk
woon-schoolverkeer komen aan bod…
Belang en doel van verkeerseducatie
- Complexiteit verkeer
- Educatie noodzakelijk
- Inzetten op K, V, A
Kennis van verkeersregels > hoe zicht te gedragen belangrijker
dan uit het hoofd leren van de regels en betekenis.
Vaardigheden > stap- en fietsvaardigheden,
communicatievaardigheden
Attitudes
Doel: spontaan, een veilig, sociaal geïntegreerd mobiliteitsbewust gedrag
vertonen.
, Verkeerseducatie – belangrijke principes
- Een werk van lange adem
Belangrijke rol leerkrachten
Verkeers (-en mobiliteits)educatie verloopt over verschillende
jaren van basisschool en ook daarna
Ouders en overheid
- Rekening houden met ontwikkelingskenmerken van het kind
Waarnemen:
o Zien: ander zicht door kleine gestalte. Ziet recht voor zicht
uit.
o Horen: horen goed maar lokalisatie geluidsbron duurt
langer.
o Aandacht: beleven vanuit eigen ik tot 8 jaar > op 1 dinge
tegelijk.
Denken:
o Magisch denken: tot 4 jaar > wat ik wens, gebeurt. Alleen
oversteken pas vanaf 7 à 8 jaar. Vanaf 16 jaar
gestructureerd denken.
o Egocentrisch denken: vanuit eigen standpunt denken: tot
12 jaar. (ik zie de auto, dus hij mij ook)
o Toestandsdenken: ziet het proces niet maar stilstaand
beeld. Kunnen moeilijk voorspellen.
Handelen:
o Motriek: vaardigheid van stappen en fietsen (zelfst. Fietsen
pas vanaf 11 à 12 jaar)
o Spel: kinderen zien het verkeer, de straat als spel. (vb.
hinkelen, wedstrijdje, verstopertje…)
o Kennen en kunnen: gedragsverkeersreels leren vanaf 6 jaar.
Veel oefenen > automatisme.
o Impulsiviteit: vergeten de omgeving en het geleerde. Doen
iets zonder na te denken.
Leren:
o Door navolging, imitatie: zelf het goede voorbeeld geven.
- Stapgewijs werken
Leerlingen goed observeren en regelmatig attitudes evalueren.
Voordoen > samen doen > alleen doen
Van eenvoudige naar complexe situaties
Ervarings en handelingsgericht
Actief trainen
>> Tot gedragspatronen steeds en spontaan toegepast worden.
Organisaties met focus op veilig wegverkeer
- Mobiel 21
- BIVV
- Vlaamse stichting verkeerskunde
- Het 10 op 10-project
Vaststelling bij kinderen
Verkeersongevallen > de grootste doodoorzaak bij kinderen.
Elke dag 14 kinderen gewond in het verkeer.
Opgevallen risico’s:
- Jonger dan 10 jaar bij het oversteken en als autopassagier
- Ouder dan 10 jaar bij het fietsen. Jongens 2/3 van de slachtoffers
- Risico neemt toe bij leeftijd: 6,12,14-15 en 17 jaar
Objectieve en subjectieve verkeers(on)veiligheid
Objectieve verkeers(on)veiligheid = cijfers
Subjectieve verkeers(on)veiligheid = aanvoelen
Verkeers- en mobiliteitseducatie
Verkeerseducatie
= geeft kinderen inzicht in verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid.
- Ze leren hoe ze zich tussen andere weggebruikers in het verkeer
zelfstandig en veilig moeten gedragen. Ze leren dat niet alleen in de
klas of in een verkeersparkt, maar ook op de echte weg.
Mobiliteitseducatie
= leert kinderen over mobiliteit en haar maatschappelijke gevolgen.
- De mogelijkheden en grenzen van mobiliteit en milieuvriendelijk
woon-schoolverkeer komen aan bod…
Belang en doel van verkeerseducatie
- Complexiteit verkeer
- Educatie noodzakelijk
- Inzetten op K, V, A
Kennis van verkeersregels > hoe zicht te gedragen belangrijker
dan uit het hoofd leren van de regels en betekenis.
Vaardigheden > stap- en fietsvaardigheden,
communicatievaardigheden
Attitudes
Doel: spontaan, een veilig, sociaal geïntegreerd mobiliteitsbewust gedrag
vertonen.
, Verkeerseducatie – belangrijke principes
- Een werk van lange adem
Belangrijke rol leerkrachten
Verkeers (-en mobiliteits)educatie verloopt over verschillende
jaren van basisschool en ook daarna
Ouders en overheid
- Rekening houden met ontwikkelingskenmerken van het kind
Waarnemen:
o Zien: ander zicht door kleine gestalte. Ziet recht voor zicht
uit.
o Horen: horen goed maar lokalisatie geluidsbron duurt
langer.
o Aandacht: beleven vanuit eigen ik tot 8 jaar > op 1 dinge
tegelijk.
Denken:
o Magisch denken: tot 4 jaar > wat ik wens, gebeurt. Alleen
oversteken pas vanaf 7 à 8 jaar. Vanaf 16 jaar
gestructureerd denken.
o Egocentrisch denken: vanuit eigen standpunt denken: tot
12 jaar. (ik zie de auto, dus hij mij ook)
o Toestandsdenken: ziet het proces niet maar stilstaand
beeld. Kunnen moeilijk voorspellen.
Handelen:
o Motriek: vaardigheid van stappen en fietsen (zelfst. Fietsen
pas vanaf 11 à 12 jaar)
o Spel: kinderen zien het verkeer, de straat als spel. (vb.
hinkelen, wedstrijdje, verstopertje…)
o Kennen en kunnen: gedragsverkeersreels leren vanaf 6 jaar.
Veel oefenen > automatisme.
o Impulsiviteit: vergeten de omgeving en het geleerde. Doen
iets zonder na te denken.
Leren:
o Door navolging, imitatie: zelf het goede voorbeeld geven.
- Stapgewijs werken
Leerlingen goed observeren en regelmatig attitudes evalueren.
Voordoen > samen doen > alleen doen
Van eenvoudige naar complexe situaties
Ervarings en handelingsgericht
Actief trainen
>> Tot gedragspatronen steeds en spontaan toegepast worden.