Week 1
Changoe/Staat
De burgerlijke rechter is onverminderd bevoegd om op vorderingen waar ook de
bestuursrechter bevoegd is te besluiten, zeker wat betreft vorderingen o.g.v. art. 6:162
BW. Indien de bestuursrechter bevoegd is, is echter de burgerlijke rechter gehouden de
vordering niet-ontvankelijk te verklaren (of af te wijzen – zie ook schema week 7). In dat
geval is de burgerlijke rechter wel bevoegd, maar niet-ontvankelijk.
Benthem
De kroon kan niet worden aangemerkt als een onafhankelijk en onpartijdig gerecht in de
zin van art. 6 lid 1 EVRM. Daarnaast was er geen bestuursrechtelijke rechtsgang op het
koninklijke besluit bij een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Het ingestelde
kroonberoep door de minister was dus in strijd met art. 6 lid 1 EVRM.
Week 2
Recracenter
Uit deze uitspraak volgt dat voor de beslissing op bezwaar geldt dat een volledige
heroverweging dient plaats te vinden. De gronden die zijn aangevoerd in bezwaar moeten
in ieder geval worden besproken (zie art. 7:11 Awb), dat is de grondslag van het bezwaar.
Voor zover het besluit uit besluitonderdelen bestaat, worden alleen de aangevochten
onderdelen behandeld. Voor zover geen sprake is van besluitonderdelen wordt alles
besproken. Reformatio in Peius staat niet een slechter besluit in de weg indien de
bevoegdheid een vergunning o.i.d. in te trekken ook bestond voor het bezwaar of indien
een derde-belanghebbende bezwaar maakt dat gegrond is verklaard. Dit is eigen aan de
bestuurlijke heroverweging.
Er geldt geen grondentrechter tussen bezwaar en beroep. Ook niet bij
omgevingsrechtelijke zaken.
Black Label
Uit deze uitspraak volgt dat voor het bepalen of een termijnoverschrijding verschoonbaar
is in de zin van art. 6:11 Awb moet worden gekeken naar de context en de individuele
situatie van de belanghebbende. De draagkracht, het belang van de belanghebbende kan
meespelen. De termijn die geldt voor het z.s.m. indienen van een bezwaar/beroepschrift
na bekend worden met de overschrijding is 6 weken. Het gaat om of het verwijtbaar is dat
de termijn is overschreden. Niet relevant is in hoeverre de belanghebbende al bezwaar
had kunnen maken in de periode voorgaande aan de persoonlijke omstandigheden.
Vakantie, of geplande operaties vallen hier niet onder.
Week 3
Afdelingsreactie Varkens in Nood
Uit deze uitspraak volgt dat de onderdelentrechter van art. 6:13 Awb niet langer van
toepassing is als sprake is van een belanghebbende bij een omgevingsbesluit die is
voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb, de UOV-procedure. Dit betekent dat
belanghebbenden in die situatie niet langer gebonden zijn aan de onderdelentrechter van
art. 6:13 Awb. Zij kunnen dus ook onderdelen aanvechten die zij nog niet eerder hebben
aangevochten. Voor niet-belanghebbenden die wel een zienswijze hebben ingediend
geldt dat zij alleen de onderdelen mogen aanvechten die zij hebben aangevochten in hun
zienswijze. Voor niet-belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend betekent
, dat de rechter het beroep niet inhoudelijk zal beoordelen. Zij zullen dus niet-ontvankelijk
worden verklaard.
Onderdelentrechter
Er geldt op grond van art. 6:13 Awb een onderdelentrechter tussen bezwaar en beroep
tenzij dit de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten. Dit wil zeggen dat
de belanghebbende geen onderdelen mag aanvechten die hij verwijtbaar niet in het
bezwaar heeft aangevoerd. Deze onderdelentrechter geldt niet meer in het geval sprake
is van een omgevingsbesluit die met de UOV is voorbereid en sprake is van een
belanghebbende, zie ook varkens in nood.
De afdeling oordeelt voorts dat de activiteiten van een omgevingsvergunning onderdelen
zijn in de zin van art. 6:13 Awb. Als een omgevingsvergunning op grond van art. 8:1 Wet
Milieubeheer wordt verleend geldt de onderdelenfuik niet.
Nieuwe beroepsgronden na beroepstermijn
De goede procesorde verzet zich tegen het indienen van beroepsgronden na de
beroepstermijn. Gekeken moet worden naar de reden waarom het zoveel later is
ingediend, de mogelijkheid voor partijen om erop te reageren, de processuele belangen
over en weer en de proceseconomie. Uit deze uitspraak volgt dat de goede procesorde
zich verzet tegen het indienen van gronden, drie weken nadat aan de is STAB verzocht,
door de ABRvS, om een deskundigenadvies uit te brengen. In dit geval is geoordeeld dat
sprake was van strijdigheid met de goede procesorde.
Nieuwe beroepsgronden na deskundigenadvies
Uit deze uitspraak volgt dat voor het bepalen of een nieuwe beroepsgrond mag worden
ingediend moet worden gekeken of de goede procesorde zich hiertegen verzet. Er moet
dan worden gekeken naar de reden waarom het laat is ingediend, de mogelijkheid voor
partijen om hierop te reageren, de processuele belangen over en weer en de
proceseconomie. Als uitgangspunt geldt dat in strijd met de goede procesorde is
gehandeld indien beroepsgronden die niet louter processueel van aard zijn na drie weken
nadat de afdeling de STAB heeft verzocht een deskundigenbericht uit te brengen. In dit
geval was wel sprake van louter processuele gronden, en dus was het inbrengen van
nieuwe gronden niet in strijd met de goede procesorde.
Week 4
Geen JP
Week 5
Brummen-Lijn
Uit deze uitspraak volgt dat indien een rechter in eerste aanleg bepaalde gronden
uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen, en hier wordt niet tegen in hoger
beroep gegaan, deze uitspraak gezag van gewijsde krijgt waardoor deze gronden later
niet alsnog aangevoerd mogen worden in beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar.
Om dit te voorkomen kan een belanghebbende hoger beroep in stellen tegen de gronden
die uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen om zo een oordeel van de hoger
beroepsrechter te krijgen. De Brummen lijn geldt niet voor zover er nova zijn en/of er
nieuwe wet/regels zijn of de uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgrond
nauwe verwevenheid heeft met de grond die wel inhoudelijk wordt beoordeeld.
Finale geschilbeslechting