Boek Interne geneeskunde
Diabetes Mellitus is een stoornis in de stofwisseling ten gevolge van een absoluut of relatief tekort
aan insuline.
Oorzaken
Bij het ontstaan van DM zijn meerdere factoren betrokken, al weten we er nog niet allen van;
- Erfelijkheid; Vooral type II is in hoge mate erfelijk, naar sommigen aannemen zelfs dominant, al zijn
wel meerdere genen erbij betrokken. Bij type I kan erfelijkheid ook van belang zijn, maar toch minder
vaak dan men oorspronkelijk dacht;
- Auto-immuniteit; Daarbij is sprake van vorming van antilichamen tegen de insulineproducerende
bètacellen. Geleidelijk verdwijnen deze cellen en ontstaat een type I DM. Een DM door auto-
immuniteit kan lang zonder symptomen blijven. In een situatie waarbij het lichaam gestrest raakt
(operatie, infectie, enz.) kan de suikerziekte bekent worden;
- Beschadiging van het pancreas; Acute of chronische ziekteprocessen van het pancreas kunnen dit
veroorzaken. Bekend zijn in dit verband virale kinderziekten (zoals de bof, of een infectie met het
coxsackie-B virus). Deze infecties treden vooral in het voor- en na jaar op. Ook andere oorzaken van
acute- of chronische pancreatitis (bijv. alcoholmisbruik) kunnen tot DM leiden;
- Leeftijd; Bij ouderen komt suikerziekte vaker voor. Men brengt dit onder meer in verband met
veroudering van de alvleesklier, waardoor de functie ervan gaat afnemen. Verder heeft men
vastgesteld dat de perifere gevoeligheid voor insuline vermindert met het stijgen van de leeftijd.
Maar erfelijkheid is ook een bepalende factor;
Naast de oorzaken zijn er uitlokkende situaties waardoor de DM zich eerder manifesteert;
- Overgewicht; Bij personen met overgewicht heeft men insulineresistentie vastgesteld. Men denkt
dat deze resistentie wordt veroorzaakt door vermindering van insulinereceptoren op de
celmembraan, of doordat in de cel het effect van insuline tekortschiet. Als er bij deze persoon ook
andere oorzakelijke factoren bestaan (bv. Erfelijkheid bij die persoon) dan zal de DM zich bij een
combinatie met overgewicht eerder openbaren.
- Zwangerschap; Vooral in de tweede helft van de zwangerschap bestaat een vergrote
insulinebehoefte. Dit is een gevolg van de productie van een placentair hormoon (HPL) dat het effect
van insuline in het lichaam tegenwerkt. Heeft de vrouw aanleg voor DM, dan kan deze zich nu
manifesteren.
, Stoornis in de stofwisseling bij DM
Bètacellen insuline
Alfacellen glucagon
Insuline wordt afgegeven als het bloedglucose spiegel te hoog dreigt te worden glucose wordt zo
verbrand of opgeslagen als glycogeen hierdoor daalt de bloedglucose spiegel
Glucagon wordt afgegeven als de bloedglucose spiegel te laag dreigt te worden Glucagon zorgt
ervoor dat glycogeen wordt omgezet in glucose hierdoor stijgt het bloedglucose spiegel
Onder normale omstandigheden is de bloedglucoseconcentratie gelegen tussen 3,5-7 mmol/l. De
waarde zal zelden overschrijden; Dit komt omdat glucagon en insuline het bloedglucose spiegel op
peil houden.
Stijgt de glucosewaarde van het bloed alvleesklier maakt meer insuline insuline wordt
gebonden aan een receptor op de celmembraan van cellen die insulinegevoelig zijn. Het gevolg is
dat;
- de doorgankelijkheid van de celmembraan door glucose, enkele aminozuren en kalium bevorderd
wordt. Spier en vetcellen hebben insuline nodig om glucose de celmembraan te laten passeren.
Hersencellen hebben daarvoor geen insuline nodig: de glucose kan de celmembraan ongehinderd
passeren
- Metabole processen in de cel worden beïnvloed, zoals
- opbouw van vet in de vetcel;
- opbouw van glycogeen en eiwit in de spier- en levercel
- afremmen van glycogenolyse, gluconeogenese en ketonlichaam vorming in de lever;
- afremmen van de vetafbraak in de vetcel;
- De afbraak van vetten tot vorming van grote hoeveelheden glycerol en vetzuren leidt. Glycerol kan
in glucose worden omgezet (cortisol). De vetzuren kunnen als alternatieve energiebron dienen voor
de mitochondriën. Hierbij komen echter voor de cel schadelijke stoffen vrij: geen ideale energiebron;
- De overmaat aan vetzuren door de lever wordt omgezet in ketonlichamen die weer via de urine
worden uitgescheiden
- Uit de ketonlichamen zich aceton kan ontwikkelen, een vluchtige stof de via de long naar buiten kan
worden uitgeademd. Ketonlichamen zijn nogal zuur en kunnen dan ook aanleiding zijn tot verzuring:
acidose;