100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Europa Sociaal

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
6
Geüpload op
04-11-2025
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting Europa sociaal. Dit vak wordt in jaar 2 aangeboden op de lerarenopleiding aardrijkskunde tweedegraads aan de Hogeschool van Amsterdam.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
4 november 2025
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting EU Sociaal

Één van de geografen die geprobeerd heeft om Europa als cultuurgebied af te bakenen is de
Amerikaan Terry Jordan. Hij beoordeelde landen op 12 criteria:
1. Spreken van een Indo-Europese taal.
2. Meerderheid van de bevolking heeft een christelijke achtergrond.
3. Meerderheid van de bevolking behoort tot het Kaukasische (blanke) ras.
4. Laag percentage analfabetisme.
5. Kindersterfte is laag.
6. Natuurlijke bevolkingsgroei is laag.
7. Gemiddeld inkomen is relatief hoog.
8. Groot deel van de bevolking woont in steden.
9. Weinig mensen werken in de landbouw.
10. Hoge dichtheid spoorlijnen en snelwegen.
11. Hoog gebruik kunstmest in de landbouw.
12. Vrije verkiezingen.

De gekozen criteria zijn arbitrair: er worden vraagtekens gezet bij ‘ras’ en sommige criteria
zijn gedateerd. Verder ontbreekt het element sociale welvaartsstaat.
Er bestaat niet alleen de mondiale imaginative geography, maar ook Europese: volgens de
historicus Larry Wolff zou er tot de 18e eeuw een tegenstelling hebben bestaan tussen
noord-zuid: de hoogontwikkelde stadscultuur van Renaissance-Italië tegenover de
overwegend boerse cultuur van de grote laagvlakte van Noord-Europa. In de loop van 18 e
eeuw vond de overgang plaats naar een nieuwe tegenstelling: west tegenover oost. Deze
imaginative regions zijn onder andere bedacht door C.M. Kan, de 1e hoogleraar geografie in
Nederland. Hij deelde Europa in naar cultureel niveau. De lagere culturen waren te vinden in
het Iberisch schiereiland, de Balkan en Europees Rusland. De volle culturen kwamen voor in
Midden, West en Noord-Europa voor, gekenmerkt door een hoge mate van verstedelijking,
industrialisatie en handel. Volgens de Franse geograaf Gottmann was het onderscheid
tussen West- en Oost-Europa een eeuwig aanwezige en fundamentele tweedeling. Gotmann
onderscheidde een Atlantisch-Maritiem Europa en een Continentaal Europa. Deze dualiteit
leidde volgens Gotmann tot 2 typen culturen en maatschappijen.
Duidelijk is, dat een culturele afbakening en indeling van Europa ingewikkeld is en dat
European-ness niet eenduidig te meten is. Hier moet rekening worden gehouden met hoe
verschillende groepen mensen zich identificeren. Mensen kunnen meerdere identiteiten
hebben, die kunnen veranderen in verloop van tijd. Men kan zich in de 1 e plaats
identificeren met het land waar hij of zij woont, maar ook met de regio, stad, dorp of wijk.
Dit wordt nested identity genoemd (Herb & Kaplan).
In 1957 werd het Verdrag van Rome gestart en was de oprichting van de Europese
Economische Gemeenschap (EEG) en een samenwerking op het gebied van nucleaire
energie (EURATOM). Het belangrijkste onderdeel van de economische samenwerking was
de instelling van de douane-unie: de afschaffing van invoerbelasting bij handel tussen
lidstaten en het instellen van een gemeenschappelijke importheffing. Ook werd er
begonnen met een gemeenschappelijke landbouwpolitiek. De douane-unie had gezorgd
voor meer onderlinge handel binnen de EEG, maar lidstaten probeerden met non-tariff
barriers de eigen economie te beschermen. In 1985 werd besloten tot een instelling van een
gemeenschappelijke markt en een afschaffing van alle non-tariff barriers. Deze was in 1993

, gerealiseerd. Na 1986 werden er nieuwe, relatief arme lidstaten toegevoegd aan de EEG.
Deze lidstaten kregen grote subsidies om de kloof met de rest van de EEG te dichten. Dit
markeerde het begin van het regionale beleid van de EEG (cohesiebeleid). Bij de toevoeging
van arme lidstaten werden de zogenaamde Kopenhagen-criteria gehandhaafd: het
kandidaat lid moest democratisch zijn, mensenrechten accepteren, een goed draaiende
economie en bereid zijn alle regelgeving van de EU over te nemen. Zwitserland, Noorwegen,
IJsland en Liechtenstein zijn lid van de Europese Vrijhandelsassiociatie (EFTA). In 1992 werd
het Verdrag van Maastricht ondertekend. Dit verdrag legde de basis voor een
gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en maakte de weg vrij voor een
gemeenschappelijke munt. Er werden strenge afspraken gemaakt voor landen die lid wilden
worden van de Eurozone (EMU-Criteria): het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3%
van het BBP en de totale schuld mag niet meer dan 60% van het BBP bedragen. De Euro
werd formeel in 1999 ingevoerd, maar werd pas zichtbaar in 2002.
Volgens Jean Monnet zou de Europese integratie automatisch voortschrijden en zou het
belang van natiestaten steeds kleiner worden ten gunste van Europese instellingen. Monnet
volgde hierbij de neofunctionalistische integratietheorie. Deze theorie beschreef dat de
integratie tussen staten in 1 economische sector zou leidden tot sterke prikkels om ook te
integreren in andere sectoren. De gedachte hierachter is dat een verlopende samenwerking
weliswaar leidt tot nieuwe problemen, maar dat die opgelost kunnen worden door verdere
integratie. Een goed voorbeeld hiervan is de douane-unie: het probleem van de non-tariff
barriers werd opgelost door de instelling van een gemeenschappelijke markt. Om deze
gemeenschappelijke markt verder te laten ontwikkelen, was er integratie nodig op een
ander vlak: de creatie van een gemeenschappelijke munt. Toen er problemen kwamen met
deze munt, werd er besloten om het economisch beleid op elkaar af te stemmen en werd
het probleem van de monetaire unie opgelost door een politieke unie te creëren. Echter, de
eurocrisis laat zien dat deze theorie niet meer opgaat: door steeds meer bevoegdheden
naar Brussel te verhuizen, is de scepsis tegenover de EU juist verder toegenomen. Hierdoor
is een nieuwe school van denkers ontstaan over Europese integratie:
intergouvernementalisme. Deze theorie weerspreekt het automatische mechanisme van het
neofunctionalisme en legt uit dat regeringen de snelheid van het intergratieproces bepalen.

Tussen 1960 en 1990 zijn in de regio’s van de EU de verschillen afgenomen. Volgens
aanhangers van de neoklassieke groeitheorieën was dit een logisch effect van het
wegnemen van handelsbarrières en de toegenomen mobiliteit van arbeid en kapitaal. Deze
neoklassieke voorstelling van zaken is omstreden: er vond alleen convergentie plaats in een
groep landen waarvan de economieën erg op elkaar leken. Er ontstonden 3 stromingen die
divergentie een waarschijnlijkere uitkomst vonden dan convergentie:
1. De nieuwe economische geografie: deze stroming rust op het werk van Gunnar
Myrdal’s cumulatieve causatietheorie, die een toenemende polarisatie van de ruimte
als gevolg van agglomoratievoordelen beschrijft.
2. De evolutionaire economische geografie: bouwt voort op de ideeën van de 1 e
stroming, maar houdt rekening met de historische context en de verschillende
trajecten waarbinnen het innovatieve proces zich afspeelt.
3. De endogene groeitheorie: de productie en de verspreiding van kennis staan hier
centraal. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen codified knowledge (plaatsloze
kennis die eenvoudig kan worden verzameld, opgeslagen en verspreid) en tacit
knowledge (immobiele kennis van procedures, gebruiken en vaardigheden).
€10,98
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
vincenthusvh

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
vincenthusvh Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen