1.1
Een stroomgebied is een gebied dat afwatert op een bepaalde rivier, zo vormen de Zeeuwse
eilanden de Scheldedelta en worden deze gerekend tot het stroomgebied van de Schelde. De grens
tussen 2 stroomgebieden noem je een waterscheiding.
Lengteprofiel van de Rijn kun je opdelen in 3 delen:
- De bovenloop, hier ontspringt de Rijn. Dit is bovenin de bergen waar je veel verval hebt,
hierdoor heb je een hoge stromingssnelheid.
- De middenloop, hier moet de Rijn door keiharde basalt wat een gevaar vormt voor
scheepvaart en een obstakel is voor de waterafvoer.
- De benedenloop, begint in Keulen, de Rijn is door heel Nederland dus al in de benedenloop.
Lengteprofiel van de Maas kun je ook opdelen in 3 delen:
- Frans, lang en smal. De neerslag zakt weg in de bodem en komt langzaam terecht in de Maas.
- Belgisch, door de rotsachtige bergen van de Ardennen. Bodem neemt weinig water op en de
regen stroomt snel af. Veel neerslag in de Ardennen kan binnen een dag zorgen voor een
hoge waterstand in Nederland, de vertragingstijd is erg kort.
- Nederlands, zomers erg lage waterstand. Langs de plassenmaas grote meren voor recreatie.
Rivieren maken natuurlijke bochten, dit worden meanders genoemd. Meanders ontstaan doordat de
snelheid van de rivier groter is in de buitenbocht en zo de aarde wegspoelt. De oever waar de aarde
van weg word gespoeld, word de stootoever genoemd, deze oever is vaak diep. De oever waar de
aarde bijkomt word de glijoever genoemd. Door dit mechanisme vormen de bochten een steeds
wijdere lus totdat de rivier zichzelf afsnijdt. Dan word de meander een ‘dood’ stuk van de rivier en
herneemt de rivier zijn oude vorm. Het ‘dode’ stuk ziet er dan uit als een hoefijzer.
Een dwarsprofiel is kenmerkend voor een laaglandrivier. In de zomer blijft de rivier binnen de
zomerdijken, deze liggen aan beide kanten van het zomerbed, waarin de vaargeul ligt. In het voorjaar
en de winter staat het water vaak hoog en stroomt het over de zomerdijken de uiterwaarden in. De
uiterwaarden liggen tussen de zomerdijk en de winterdijk in. De winterdijken worden al eeuwen
opgebouwd langs het winterbed.
Kanalisatie houdt in dat ze van rivier een kanaal maken, dit door de rivier recht te trekken en te
voorzien van stuwen en sluizen. Kribben zijn korte stenen dwarsdammen die diagonaal in de rivier
worden gezet, hierdoor wordt de rivier versmald. Hierdoor word de riviersnelheid hoger en de
vaargeul dieper uitgesleten wat beter is voor de lage tankers die er doorheen moeten.
, 1.2
De manier waarop overtollig water uit een gebied wordt afgevoerd noem je de waterafvoer. De
hoeveelheid water wat de rivier verwerkt noemt men het debiet: het aantal kubieke meter water dat
per seconde langs een bepaald punt in de rivier stroomt. het regiem is de schommeling in het debiet.
Het regiem van een regenrivier(de Maas) is bijvoorbeeld veel hoger dan het regiem van een
gemengde rivier(de Rijn). De afvoergegevens van een rivier zijn vaak gemiddelden, als je let op de
veiligheid van de bewoners van rivierenland moet je letten op de piekafvoer, hierbij gaat het niet
alleen om de hoeveelheid water maar ook de hoogte en tijdsduur. De uitersten in de waterafvoer
hebben vervelende gevolgen. Te hoog water zorgt voor overstroming, waar te laag water zorgt voor
verzilting omdat het zeewater de rivier instroomt.
Zeespiegelstijging, je hebt 2 soorten zeespiegelstijging
- Absolute zeespiegelstijging: het gemiddelde peil van eb en vloed ten opzichte van een vast
punt gaat omhoog.
- Relatieve zeespiegelstijging: het zakken van de bodem ten opzichte van een vast punt, zoals
bijv. het Normaal Amsterdams Peil (NAP)
Er zijn meerdere oorzaken voor de absolute bodemdaling, een daarvan is het wipwap effect met
Scandinavië. In de laatste ijstijd ging Scandinavië gebukt onder een enorm pak landijs. Door het
grote gewicht werd Scandinavië naar beneden gedrukt en Nederland, dat op dezelfde aardplaat
ligt, omhoog. Nu de aarde opwarmt smelt het ijs en word het gewicht minder, hierdoor gaat
Scandinavië omhoog en Nederland omlaag. Andere oorzaken zijn de Noordzee die zwaarder is
geworden in de ijstijd met als gevolg dat noord/west Nederland zakt en de aardwinning
waardoor Groningen met name nog meer zakt. Klimaatverandering, bodemdaling en
zeespiegelstijging heeft vele gevolgen in Nederland. Het afvoergedrag van de Rijn en de Maas zal
veel extremer worden, de scheepvaart zal last hebben van de lage waterstand van de Rijn en de
Maas.
1.3
In 2008 wilde de overheid een nieuw waterbeleid hebben, eentje die meer de rivier zijn gang laat
gaan dan gewoon dijken bouwen. Dit nieuwe plan werkte volgens het driestappenplan:
vasthouden, bergen en afvoeren. Hogere dijken en sterkere gemalen zijn op lange duur niet de
oplossing om het waterprobleem in Nederland tegen te gaan. In figuur 1.15 en 1.16 (moet je
even bekijken is belangrijk), zie je ingrepen die gericht zijn op rivierbedverruiming, een
combinatie van technische ingrepen om een hoge waterafvoer van een rivier op te vangen.
Zolang een retentiebekken, een binnendijks omdijkt gebied dat bij hoogwater gebruikt kan
worden om water tijdelijk op te vangen, niet onder water staat kan het gebruikt worden als
weiland. Een retentiegebied is bedoeld om de maatgevende afvoer weg te werken. Dit is de
hoeveelheid water die veilig en gecontroleerd afgevoerd moet kunnen worden naar de zee. Een
groot voordeel van het tijdelijk opslaan van een bepaalde hoeveelheid water (retentie) is dat het
gebied na de retentiebekken het een stuk makkelijker heeft want er komt minder water langs.
Als er sprake is van extreme rivierafvoer, beroept men zich op de noodoverloopgebieden. Dit is
echt pas in beeld als er een oncontroleerbare ramp op komst is. Deze noodoverloopgebieden zijn
erg duur en de burgers vinden dat ze het karakter van sommige plekken verpesten.
Steden langs de rivier zijn in de loop van de tijd een stuk groter geworden, dit gaat ten koste van
de grootte van de rivier. Omdat het lastig is om ruimte te vinden voor een rivier tussen alle