Hoorcollege 1: Wat is criminologie? – Leerdoelen
1. Beperkingen en/of dilemma's van definities van criminologie en haar onderwerp
Het is lastig om een duidelijke definitie te geven van criminologie. Criminologie onderzoekt
criminaliteit, maar:
- Alleen strafbaar gestelde gedragingen vallen onder criminaliteit
- De grens tussen criminaliteit en (jeugdige) baldadigheid is niet scherp
- Criminologie is veel breder gericht dan criminaliteit in strafrechtelijke zin
Definitie Sutherland:
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom strafwetten worden gemaakt,
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom strafwetten worden overtreden en
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom door de samenleving op misdrijven wordt
gereageerd (door de wetgever, door politie en justitie door de media en door de
burger)
Beperking? Het gaat over wat door de overheid als criminaliteit aanmerkt doormiddel van
strafwetten. Hierdoor worden bepaalde thema’s dus uitgesloten.
2. Kenmerken van criminologie als wetenschap en verschil met rechtswetenschap
Criminologie is ook een multidisciplinaire wetenschap. Dat betekent dat het gebruik maakt van
inzichten uit andere disciplines/wetenschappen. Als er gebruik wordt gemaakt van meer dan
één extra discipline, wordt het interdisciplinariteit genoemd. Criminologie heeft niet een eigen
wetenschapstheorie, maar er wordt vooral gekeken bij psychologie, sociologie en anderen. Er is
geen specifieke criminologische onderzoeksmethode. Het onderzoeksobject is de criminaliteit en
de beheersing daarvan.
3. Discussie empirisch versus normatief
Het is de wetenschap van de criminaliteit. Er zijn meer vakken die zich met de criminaliteit
bezighouden, maar die toch niet onder de criminologie vallen. Een voorbeeld is strafrecht.
Strafrecht is een normatieve discipline; het gaat over hoe het zou moeten zijn. Criminologie is
een empirische discipline; het gaat over hoe het is.
4. Definitie en functie van een criminologische theorie
Je moet een theorie hebben om te kunnen beginnen met (doelgericht) onderzoeken. Die stuurt
jouw onderzoek en die helpt je gegevens te analyseren. Een theorie is een wetenschappelijk
doel of een wetenschappelijke uitspraak over waarneming in de werkelijkheid. Het doel is de
onderlinge samenhang van de waarnemingen te beschrijven en te verklaren. De theorie en de
methodologie zijn de bril waardoor we de sociale werkelijkheid zien.
5. Voorbeeld Chicago School
Er wordt wel gezegd dat dit een empirische revolutie heeft veroorzaakt. De aanleiding waren
de omstandigheden van Chicago in 1920. Er was een extreem verarmoedingsproces in Chicago
destijds, met massa’s immigratiestromen. Het had ook met de effecten van de Eerste
Wereldoorlog te maken. Er waren veel daklozen en werklozen, jeugdbendes, corruptie,
georganiseerde criminaliteit, etc.
,Criminologen wilden niet in eenvoudige verklaringen zoals laaggeletterdheid meegaan. Zij
begonnen een uniek en grootschalig empirisch onderzoek. Ze hebben participerende observatie
gedaan, met de bewoners gesproken en veel feitenonderzoek gedaan. Ze kwamen tot de
volgende conclusies:
- De kenmerken van de sociale structuur zijn van invloed op de omvang van criminaliteit ongeacht
de achtergrond van de bewoners. Veel bewoners woonden in overgangsgebieden bij het
centrum. Die gebieden waren het meest problematisch. Er was geen gemeenschapsgevoel, geen
stabiele relaties, geen sociale controle, zwakke of ineffectieve/afwezige instituties en geen
harmonie binnen de gemeenschap en haar waarden. Dit heet sociale deorganisatie. Deze
kenmerken beïnvloeden vooral de criminaliteit. Er was geen verband tussen de etnische
achtergrond en de omvang van de criminaliteit.
Er is een verband tussen de sociaaleconomische achterstand en criminaliteit op buurtniveau.
6. De maatschappelijke opdracht van criminologie
- Realistische beeldvorming;
- Zinvolle discussie over politieke en morele vraagstukken in verband met problemen
rondom misdaad en straf;
- Een objectieve, neutrale houding innemen, moraal en emoties erbuiten laten. Als
criminoloog moet je nuchter blijven.
, Hoorcollege 2: Wat is criminologie? – Leerdoelen
1. Definities van criminaliteit en de hiermee verbonden onderscheidende criteria
Willem Bonger: Criminaliteit is antisociaal gedrag waarop strafrechtelijk wordt gereageerd.
Het belangrijkste element, is dat het immoreel is. Dit kenmerkt crimineel gedrag.
Criminaliteit is een subcategorie van alle immorele en maatschappelijk schadelijke handelingen
die eventueel strafbaar zouden kunnen worden gesteld. Hier zitten aan aantal aspecten aan:
- Wie bepaalt wat immoreel is?
- Moraal verandert en is niet statisch.
- Bijvoorbeeld diefstal heeft weinig maatschappelijk schade.
- ‘Zou eventueel strafbaar gesteld kunnen worden’: kan eigenlijk niet alles strafbaar
gesteld worden?
Howard Becker: Criminaliteit zijn ‘die gedragingen die crimineel genoemd worden’. De vraag
of criminalisering heeft plaatsgevonden is hier het onderscheidende criterium. Dit hoort bij het
labellingsproces. Er kan dan een discrepantie ontstaan tussen de juridische en buitenjuridische
definitie van criminaliteit.
Criminologen die zich teveel op strafrechtelijke definities richten, gaan daardoor het perspectief
van de justitie overnemen, doordat ze hun definities overnemen.
Edwin Sutherland: Criminaliteit is gedrag dat maatschappelijke schade toebrengt. Heeft
maatschappelijke schade als een onderscheidend kenmerk geïntroduceerd. Toentertijd werd er
zo gedacht dat criminaliteit alleen van de onderste klasse was. Als er criminaliteit was in het
bedrijfsleven, werd dit civielrechtelijk opgelost.
2. Argumenten voor/tegen autonome definities van criminaliteit
Autonome definities van criminaliteit:
- Sociale normovertreding;
- toebrengen van (maatschappelijke) schade en/of letsel;
- schending van mensenrechten;
- machtsmisbruik (criminaliteit wordt gepleegd vanuit machtsposities:
organisatiecriminaliteit, seksueel misbruik).
Argumenten voor een autonome definitie van criminaliteit zijn dat het universele gedragingen
kan identificeren die in elke cultuur of samenleving schadelijk zijn, zoals geweld en diefstal.
Argumenten tegen zijn dat criminaliteit een sociaal construct is dat varieert per tijd, plaats en
cultuur, en een autonome definitie de realiteit van juridische en sociale verschillen negeert.
3. De relativiteit van het criminaliteitsbegrip
De relativiteit van het criminaliteitsbegrip betekent dat wat als crimineel wordt beschouwd,
verandert afhankelijk van de tijd, de plaats en de maatschappelijke normen. Het is dus niet een
vaststaand feit, maar een sociaal construct dat bepaald wordt door de wetgever.
4. Het sociale definiëringsproces, criminaliteit als sociale constructie
Sociale constructie = “Gedrag en mens zijn niet inherent crimineel of immoreel, zij worden het
door sociale betekenisgeving.” Criminaliteit is dus geen gegeven, maar een geconstrueerde
werkelijkheid en resultaat van een sociaal definiëringsproces. Dat betekent dat alles wat wij als
sociale werkelijkheid beschouwen uiteindelijk het resultaat is van een proces. Binnen dat proces
1. Beperkingen en/of dilemma's van definities van criminologie en haar onderwerp
Het is lastig om een duidelijke definitie te geven van criminologie. Criminologie onderzoekt
criminaliteit, maar:
- Alleen strafbaar gestelde gedragingen vallen onder criminaliteit
- De grens tussen criminaliteit en (jeugdige) baldadigheid is niet scherp
- Criminologie is veel breder gericht dan criminaliteit in strafrechtelijke zin
Definitie Sutherland:
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom strafwetten worden gemaakt,
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom strafwetten worden overtreden en
- Criminologie onderzoekt hoe en waarom door de samenleving op misdrijven wordt
gereageerd (door de wetgever, door politie en justitie door de media en door de
burger)
Beperking? Het gaat over wat door de overheid als criminaliteit aanmerkt doormiddel van
strafwetten. Hierdoor worden bepaalde thema’s dus uitgesloten.
2. Kenmerken van criminologie als wetenschap en verschil met rechtswetenschap
Criminologie is ook een multidisciplinaire wetenschap. Dat betekent dat het gebruik maakt van
inzichten uit andere disciplines/wetenschappen. Als er gebruik wordt gemaakt van meer dan
één extra discipline, wordt het interdisciplinariteit genoemd. Criminologie heeft niet een eigen
wetenschapstheorie, maar er wordt vooral gekeken bij psychologie, sociologie en anderen. Er is
geen specifieke criminologische onderzoeksmethode. Het onderzoeksobject is de criminaliteit en
de beheersing daarvan.
3. Discussie empirisch versus normatief
Het is de wetenschap van de criminaliteit. Er zijn meer vakken die zich met de criminaliteit
bezighouden, maar die toch niet onder de criminologie vallen. Een voorbeeld is strafrecht.
Strafrecht is een normatieve discipline; het gaat over hoe het zou moeten zijn. Criminologie is
een empirische discipline; het gaat over hoe het is.
4. Definitie en functie van een criminologische theorie
Je moet een theorie hebben om te kunnen beginnen met (doelgericht) onderzoeken. Die stuurt
jouw onderzoek en die helpt je gegevens te analyseren. Een theorie is een wetenschappelijk
doel of een wetenschappelijke uitspraak over waarneming in de werkelijkheid. Het doel is de
onderlinge samenhang van de waarnemingen te beschrijven en te verklaren. De theorie en de
methodologie zijn de bril waardoor we de sociale werkelijkheid zien.
5. Voorbeeld Chicago School
Er wordt wel gezegd dat dit een empirische revolutie heeft veroorzaakt. De aanleiding waren
de omstandigheden van Chicago in 1920. Er was een extreem verarmoedingsproces in Chicago
destijds, met massa’s immigratiestromen. Het had ook met de effecten van de Eerste
Wereldoorlog te maken. Er waren veel daklozen en werklozen, jeugdbendes, corruptie,
georganiseerde criminaliteit, etc.
,Criminologen wilden niet in eenvoudige verklaringen zoals laaggeletterdheid meegaan. Zij
begonnen een uniek en grootschalig empirisch onderzoek. Ze hebben participerende observatie
gedaan, met de bewoners gesproken en veel feitenonderzoek gedaan. Ze kwamen tot de
volgende conclusies:
- De kenmerken van de sociale structuur zijn van invloed op de omvang van criminaliteit ongeacht
de achtergrond van de bewoners. Veel bewoners woonden in overgangsgebieden bij het
centrum. Die gebieden waren het meest problematisch. Er was geen gemeenschapsgevoel, geen
stabiele relaties, geen sociale controle, zwakke of ineffectieve/afwezige instituties en geen
harmonie binnen de gemeenschap en haar waarden. Dit heet sociale deorganisatie. Deze
kenmerken beïnvloeden vooral de criminaliteit. Er was geen verband tussen de etnische
achtergrond en de omvang van de criminaliteit.
Er is een verband tussen de sociaaleconomische achterstand en criminaliteit op buurtniveau.
6. De maatschappelijke opdracht van criminologie
- Realistische beeldvorming;
- Zinvolle discussie over politieke en morele vraagstukken in verband met problemen
rondom misdaad en straf;
- Een objectieve, neutrale houding innemen, moraal en emoties erbuiten laten. Als
criminoloog moet je nuchter blijven.
, Hoorcollege 2: Wat is criminologie? – Leerdoelen
1. Definities van criminaliteit en de hiermee verbonden onderscheidende criteria
Willem Bonger: Criminaliteit is antisociaal gedrag waarop strafrechtelijk wordt gereageerd.
Het belangrijkste element, is dat het immoreel is. Dit kenmerkt crimineel gedrag.
Criminaliteit is een subcategorie van alle immorele en maatschappelijk schadelijke handelingen
die eventueel strafbaar zouden kunnen worden gesteld. Hier zitten aan aantal aspecten aan:
- Wie bepaalt wat immoreel is?
- Moraal verandert en is niet statisch.
- Bijvoorbeeld diefstal heeft weinig maatschappelijk schade.
- ‘Zou eventueel strafbaar gesteld kunnen worden’: kan eigenlijk niet alles strafbaar
gesteld worden?
Howard Becker: Criminaliteit zijn ‘die gedragingen die crimineel genoemd worden’. De vraag
of criminalisering heeft plaatsgevonden is hier het onderscheidende criterium. Dit hoort bij het
labellingsproces. Er kan dan een discrepantie ontstaan tussen de juridische en buitenjuridische
definitie van criminaliteit.
Criminologen die zich teveel op strafrechtelijke definities richten, gaan daardoor het perspectief
van de justitie overnemen, doordat ze hun definities overnemen.
Edwin Sutherland: Criminaliteit is gedrag dat maatschappelijke schade toebrengt. Heeft
maatschappelijke schade als een onderscheidend kenmerk geïntroduceerd. Toentertijd werd er
zo gedacht dat criminaliteit alleen van de onderste klasse was. Als er criminaliteit was in het
bedrijfsleven, werd dit civielrechtelijk opgelost.
2. Argumenten voor/tegen autonome definities van criminaliteit
Autonome definities van criminaliteit:
- Sociale normovertreding;
- toebrengen van (maatschappelijke) schade en/of letsel;
- schending van mensenrechten;
- machtsmisbruik (criminaliteit wordt gepleegd vanuit machtsposities:
organisatiecriminaliteit, seksueel misbruik).
Argumenten voor een autonome definitie van criminaliteit zijn dat het universele gedragingen
kan identificeren die in elke cultuur of samenleving schadelijk zijn, zoals geweld en diefstal.
Argumenten tegen zijn dat criminaliteit een sociaal construct is dat varieert per tijd, plaats en
cultuur, en een autonome definitie de realiteit van juridische en sociale verschillen negeert.
3. De relativiteit van het criminaliteitsbegrip
De relativiteit van het criminaliteitsbegrip betekent dat wat als crimineel wordt beschouwd,
verandert afhankelijk van de tijd, de plaats en de maatschappelijke normen. Het is dus niet een
vaststaand feit, maar een sociaal construct dat bepaald wordt door de wetgever.
4. Het sociale definiëringsproces, criminaliteit als sociale constructie
Sociale constructie = “Gedrag en mens zijn niet inherent crimineel of immoreel, zij worden het
door sociale betekenisgeving.” Criminaliteit is dus geen gegeven, maar een geconstrueerde
werkelijkheid en resultaat van een sociaal definiëringsproces. Dat betekent dat alles wat wij als
sociale werkelijkheid beschouwen uiteindelijk het resultaat is van een proces. Binnen dat proces