Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Begrippenlijst Diagnostiek Onderzoek

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 10 pagina's

Hier zie je alle betekenissen, achter elk woord met een korte uitleg.

Voorbeeld van de inhoud

BEGRIPPENLIJST DIAGNOSTISCH ONDERZOEK
HOOFDSTUK 1: INSCHATTEN VAN MENSEN

Besliskunde – Beslissingen die je maakt op voorspellingen.
Test en citerium – Het beoordelingsmoment en ergens in de toekomst.
Predictieve validiteit – Voorspelling doen over hoe goed iemand als voorspeller kan
functioneren.
Valid Positive – Voorspelling is positief en de waarheid.
False Positive – Voorspelling positief maar niet waarheid.
False Negative – Voorspelling is negatief en niet waarheid.
Valid Negative – Voorspelling is negatief en de waarheid.




Correlatiecoëfficiënt – Getal tussen de 0 en 1.00 dat de sterkte van de relatie tussen twee
variabelen aangeeft.
Correlatie – Samenhang tussen twee grootheden in statistieken.
Verstandige fouten – Fouten die je maakt ten kosten van jezelf.
Beschikbaarheidsheuristiek – Voorbeelden die we snel uit onze geheugen kunnen halen en
sneller gebruiken.
Regressie naar het gemiddelde – Afweermechanisme voor negatieve gevoelens of emoties.
Bijvoorbeeld beter voelen na een daad bij het ziek zijn.
Primacy- en recency-effect – Primacy is eerste indruk en recency de laatste.
Cognitieve dissonantie reductietheorie – Jezelf overtuigen om iets te blijven ongeacht de
gevolgen. Optimistisch beeld creëren.
Horn- en halo-effect – Horn is een niet compleet beeld en halo is een voorbeeld beeld.
Contrary-Evidence – Overtuiging en bewijs zoeken om je mening te baseren te baseren op
feiten.
Falsificatie – In de wetenschapsfilosofie met een iets grotere zekerheid kunnen zeggen dat je
mening klopte.
Multi-rater-methode – Met meerdere mensen tot een eindoordeel komen.

, HOOFDSTUK 2: KENMERKEN VAN EN KWALITEITSEISEN AAN DIAGNOSTISCHE
INSTRUMENTEN

Drie soorten diagnostische instrumenten – Het interview, de psychologische test en
gedragsobservaties.
Dossieranalyse – Historische gegevens die zijn gebaseerd op de gouden drie.
COTAN – Kwaliteitskeurmerk voor psychologische testen.
Testconstructeur – Diegene die de test afneemt.
Testgebruiker – Diegene die de test maakt.
Normgroep – Vergelijkingsgroep voor testen waarmee ze een individuele test vergelijken.
Homogeen en/of zuiver – Meerdere schalen die behoren tot een gemeenschappelijke
factor.
Factoranalyse – Laat zien uit welke verschillende factoren een schaal bestaat.
Big Data – Digitaliseren van de psychologie, sociologie en economie door middel van
computers.
Eisen betrouwbaarheid – Validiteit.
Validiteit – De mate waarin een test zijn doel beantwoord.
Drie vormen validiteit – Construct- en begripsvaliditeit (gebaren en interpreteren),
predictieve of criteriumvaliditeit (test die de mate aangeeft voor de toekomst) en face-
validiteit (de mate waarin de cliënt de gebruikte methode accepteert of de waarde begrijpt).
Stanine – Standard nine. In grafieken genummerd tot 9.
Zeven criteria COTAN – Uitgangspunten en gebruiksdoel, kwaliteit testmateriaal, kwaliteit
handleidingen, kwaliteit normen en groepen, betrouwbaarheid, begripsvaliditeit en
criteriumvaliditeit.
Categorale kenmerken – Eigenschappen die bij een persoon gedeeltelijk of volledig niet
aanwezig zijn.
Dimensionale kenmerken – Nauwkeurige kenmerken zoals bijvoorbeeld lengte en gewicht.
DSM-5 – Is een test welke symptomen bij een client aanwezig moeten zijn voordat we over
paranoia spreken.
Ruwe gegevens – De gegevens voordat ze met normgroepen vergeleken worden.
NPV – De Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst.
Goede instrumenten – De fundamentele attributiefout (inschattingsfout), base rates en
prevalenties (inschatting maken of iemand eigenschappen bezit en zal vertonen),
professionaliteit van de diagnost (o.a. een goede eindresultaat kunnen bereiken).
G = P x S – G is gedrag, P is persoonlijke eigenschappen en S is situatie waarin iemand zich
bevind.
HTM – Hypothesetoetsend model. Waarbij je alle lijnen met elkaar probeert te verbinden.

Documentinformatie

Geüpload op
18 januari 2021
Aantal pagina's
10
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen