Geschiedenis Tijdvak 1 t/m 4
Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v. Chr.)
Kenmerkend aspecten:
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Samenvatting
De voorloper van de moderne mens is rond 30.000 v. Chr. Uitgestorven. We noemen deze mensen
de neanderthalers. Bronnen uit deze tijd zijn in de vorm van voorwerpen. Er zijn geen geschreven
bronnen uit deze tijd en daarom weten we maar weinig over deze tijd.
De eerste mensen leefden als jagers-verzamelaars. Deze deelperiode van de prehistorie heet het
Paleolithicum (oude steentijd). Deze mensen waren nomaden. Ze trokken rond en hadden geen
vaste woonplaats. Over de cultuur van jagers-verzamelaars is weinig bekend. Er zijn aanwijzingen dat
er al vroeg in de prehistorie jagers-verzamelaars waren die al op een vaste plek leefde.
Landbouw is uitgevonden in het Midden-Oosten. Rond 11.000 v. Chr. werd in het Midden-Oosten
geëxperimenteerd met landbouw. De eerste granen werden verbouwd. Door deze ontwikkeling
bleven mensen op een plek wonen en ontstonden dorpjes waar men ook meer bezittingen had,
omdat zij niet meer rondtrokken, zij werden sedentair. De overgang naar een landbouwsamenleving
had zulke grote gevolgen dat wordt gesproken van een Neolithische revolutie (nieuwe steentijd). Zo
rond 5000 V. Chr. ontstond de eerste landbouw in West-Europa. Door deze revolutie ontstond ook
nieuw materiaal en werd er niet meer alleen gebruik gemaakt van bijlen, messen, pijl- en
speerpunten. Ploegen en sikkels werden ontwikkeld.
In Soemerië, waar het erg benauwd en warm was onstonden in 6500 V. Chr. de eerste dorpen.
Landbouw was hier succesvol vanwege de irrigatielandbouw. Door deze veel efficiëntere landbouw
ontstonden sociale verschillen. De ene boer werd succesvoller dan de ander. Deze boeren werden
vaak politieke leiders. *Soemerië is het zuidelijke deel van Mesopotamië
In Mesopotamië waren rond 3500 V. Chr. de dorpen zo groot in omvang dat er voor het eerst wordt
gesproken van een stedelijke nederzetting. De bevolking was hier ook al verdeeld in sociale klassen.
In Soemerië was sprake van een polytheïstische godsdienst. Priesters stonden dan ook hoog in de
hiërarchische Pyramide. In 3300 V. Chr. Werd in Soemerië het schrift in de vorm van logogrammen
ontwikkelt (spijkerschrift). Hierdoor kwam er voor deze bevolking een eind aan de prehistorie.
Vanaf 5000 V. Chr. Vestigden de eerste boeren zich
bij het Nijldal. Een keer per jaar trad de Nijl buiten
haar oevers en ook hier was er dus een succesvolle
landbouw door de irrigatielandbouw. Egypte was
een ‘geschenk van de Nijl’ volgens Herodotos. De
Egyptische staat werd geregeerd door een Farao.
Rond 2950 V. Chr. werd Narmer (eerste Farao), na
een oorlog, leider van boven- en beneden-Egypte.
De functie van een Farao was erfelijk en de Farao
werd vereerd als godheid. Door de eenheid van taal, geloof en bestuurd groeide de saamhorigheid
onder Egyptenaren. Er werd gesproken van een natiestaat.
Ook Egyptenaren waren polytheïstisch. Rond 2000 V. Chr. was Amon een van de belangrijkste goden.
Amon was de schepper-god. Deze god werd door heel Egypte geëerd. De aanwezigheid van
verschillende goden en priesters kon de macht van de Farao doen verzwakken. De Farao zou meer
macht hebben als maar één god geëerd zou worden.
, In 1353 V. Chr. werd Amenhotep IV de nieuwe Farao van Egypte. Amenhotep schonk veel aandacht
naar een vrij onbekende god: Aton, de god van de zonneschijf. Dit werd uiteindelijk de enige god die
men mocht aanbidden. Onder bevel van Amenhotep werd Egypte dus monotheïstisch. Hij
veranderde zijn naam in Achnaton, om Amon helemaal te doen verdwijnen. De machtige Amon
priesters verloren hierdoor hun macht. Ten tweede stichtte Achnaton een nieuwe stad, omdat de
andere twee hoofdsteden te veel connecties hadden met Amon. Ook ging Achnaton zichzelf anders
afbeelden. Farao’s werden niet meer stijf, gespierd en ‘perfect’ afgebeeld. Maar ze werden nu
verfijnd afgebeeld met een lang schedel en lange vingers.
In 1336 V. Chr. overlijdt Achnaton. Alle veranderingen werden weer snel teruggedraaid, de nieuwe
hoofdstad Achetaton raakte in verval. En de zoon van Achnaton veranderde zijn naam van
Toetanchaton in Toetananchamon
Tijd van Grieken & Romeinen (3000 V. Chr. – 500 N.
Chr.)
Kenmerkend aspecten:
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadsstaat.
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde.
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in
Noordwest-Europa.
De ontwikkeling van het Jodendom en Christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Samenvatting
Vanaf 850 V. Chr. ontstond er in Griekenland opnieuw een stedelijke cultuur. Deze nieuwe
stadsstaten (polis) waren vrij klein en verschillenden erg sterk van de Myceense steden. Er waren
bijna nergens nog koningen. Vanwege bevolkingsgroei werden nieuwe kolonies gesticht. In 750 en
550 V. Chr. ontstonden in Zuid-Italië en Sicilië nieuwe koloniën. Vanwege de machtige rijken als:
Etrusken, Carthago en het Perzische rijk werd het stichten van nieuwe koloniën lastiger. Rond
500/470 V. Chr. kwamen Griekse poleis in Ionië in opstand tegen het Perzische Rijk. Het Perzische
Rijk wilde Griekenland straffen voor hun hulp hierbij. Uiteindelijk met behulp van de Grieken werd
het Perzische Rijk in dit gebied tot twee keer toe verslagen. Terwijl de Grieken onderling veel
conflicten hadden konden zijn in geval van nood dus goed samenwerken. De overwinning op de
Perzen zorgde voor een versterkt zelfbewustzijn onder de Grieken.
De stad Athene heeft door de twee oorlogen wel zwaar geleden. In 480 V. Chr. is de stad zelfs
ingenomen en geplunderd. De Perzen hebben toen de beelden van Tirannendoders meegenomen
(symbool van vrijheid). Direct na de overwinning hebben de Atheners stadsmuren en verwoeste
huizen opgebouwd, en daarna de agora. Uiteraard werd de stad ook gelijk weer vol gezet met
Tirannendoders.
Athene groeide uiteindelijk uit tot culturele hoofdstad van Griekenland. Deze cultuur, waaronder
bouwkunst en beeldende kunst bleef nog lang behouden. Onder meer de Romeinen namen deze
kunst over. Deze kunst noemen we daarom klassiek. De periode waarin deze kunst is gemaakt
noemen we klassieke oudheid. In Athene werd ook al nagedacht over wetenschap. Je had hier de
eerste wetenschappers: Pythagoras, Demokritos, Hippokrates. Daarnaast werd er ook nog
nagedacht over de samenleving. De Filosofen: Sokrates, Plato en Protagoras hielden zich hier mee
bezig. Volgens Plato kon een samenleving bestuurd worden door een filosoof, omdat een filosoof het
begrip rechtvaardigheid goed begreep.
Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v. Chr.)
Kenmerkend aspecten:
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Samenvatting
De voorloper van de moderne mens is rond 30.000 v. Chr. Uitgestorven. We noemen deze mensen
de neanderthalers. Bronnen uit deze tijd zijn in de vorm van voorwerpen. Er zijn geen geschreven
bronnen uit deze tijd en daarom weten we maar weinig over deze tijd.
De eerste mensen leefden als jagers-verzamelaars. Deze deelperiode van de prehistorie heet het
Paleolithicum (oude steentijd). Deze mensen waren nomaden. Ze trokken rond en hadden geen
vaste woonplaats. Over de cultuur van jagers-verzamelaars is weinig bekend. Er zijn aanwijzingen dat
er al vroeg in de prehistorie jagers-verzamelaars waren die al op een vaste plek leefde.
Landbouw is uitgevonden in het Midden-Oosten. Rond 11.000 v. Chr. werd in het Midden-Oosten
geëxperimenteerd met landbouw. De eerste granen werden verbouwd. Door deze ontwikkeling
bleven mensen op een plek wonen en ontstonden dorpjes waar men ook meer bezittingen had,
omdat zij niet meer rondtrokken, zij werden sedentair. De overgang naar een landbouwsamenleving
had zulke grote gevolgen dat wordt gesproken van een Neolithische revolutie (nieuwe steentijd). Zo
rond 5000 V. Chr. ontstond de eerste landbouw in West-Europa. Door deze revolutie ontstond ook
nieuw materiaal en werd er niet meer alleen gebruik gemaakt van bijlen, messen, pijl- en
speerpunten. Ploegen en sikkels werden ontwikkeld.
In Soemerië, waar het erg benauwd en warm was onstonden in 6500 V. Chr. de eerste dorpen.
Landbouw was hier succesvol vanwege de irrigatielandbouw. Door deze veel efficiëntere landbouw
ontstonden sociale verschillen. De ene boer werd succesvoller dan de ander. Deze boeren werden
vaak politieke leiders. *Soemerië is het zuidelijke deel van Mesopotamië
In Mesopotamië waren rond 3500 V. Chr. de dorpen zo groot in omvang dat er voor het eerst wordt
gesproken van een stedelijke nederzetting. De bevolking was hier ook al verdeeld in sociale klassen.
In Soemerië was sprake van een polytheïstische godsdienst. Priesters stonden dan ook hoog in de
hiërarchische Pyramide. In 3300 V. Chr. Werd in Soemerië het schrift in de vorm van logogrammen
ontwikkelt (spijkerschrift). Hierdoor kwam er voor deze bevolking een eind aan de prehistorie.
Vanaf 5000 V. Chr. Vestigden de eerste boeren zich
bij het Nijldal. Een keer per jaar trad de Nijl buiten
haar oevers en ook hier was er dus een succesvolle
landbouw door de irrigatielandbouw. Egypte was
een ‘geschenk van de Nijl’ volgens Herodotos. De
Egyptische staat werd geregeerd door een Farao.
Rond 2950 V. Chr. werd Narmer (eerste Farao), na
een oorlog, leider van boven- en beneden-Egypte.
De functie van een Farao was erfelijk en de Farao
werd vereerd als godheid. Door de eenheid van taal, geloof en bestuurd groeide de saamhorigheid
onder Egyptenaren. Er werd gesproken van een natiestaat.
Ook Egyptenaren waren polytheïstisch. Rond 2000 V. Chr. was Amon een van de belangrijkste goden.
Amon was de schepper-god. Deze god werd door heel Egypte geëerd. De aanwezigheid van
verschillende goden en priesters kon de macht van de Farao doen verzwakken. De Farao zou meer
macht hebben als maar één god geëerd zou worden.
, In 1353 V. Chr. werd Amenhotep IV de nieuwe Farao van Egypte. Amenhotep schonk veel aandacht
naar een vrij onbekende god: Aton, de god van de zonneschijf. Dit werd uiteindelijk de enige god die
men mocht aanbidden. Onder bevel van Amenhotep werd Egypte dus monotheïstisch. Hij
veranderde zijn naam in Achnaton, om Amon helemaal te doen verdwijnen. De machtige Amon
priesters verloren hierdoor hun macht. Ten tweede stichtte Achnaton een nieuwe stad, omdat de
andere twee hoofdsteden te veel connecties hadden met Amon. Ook ging Achnaton zichzelf anders
afbeelden. Farao’s werden niet meer stijf, gespierd en ‘perfect’ afgebeeld. Maar ze werden nu
verfijnd afgebeeld met een lang schedel en lange vingers.
In 1336 V. Chr. overlijdt Achnaton. Alle veranderingen werden weer snel teruggedraaid, de nieuwe
hoofdstad Achetaton raakte in verval. En de zoon van Achnaton veranderde zijn naam van
Toetanchaton in Toetananchamon
Tijd van Grieken & Romeinen (3000 V. Chr. – 500 N.
Chr.)
Kenmerkend aspecten:
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadsstaat.
De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde.
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in
Noordwest-Europa.
De ontwikkeling van het Jodendom en Christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Samenvatting
Vanaf 850 V. Chr. ontstond er in Griekenland opnieuw een stedelijke cultuur. Deze nieuwe
stadsstaten (polis) waren vrij klein en verschillenden erg sterk van de Myceense steden. Er waren
bijna nergens nog koningen. Vanwege bevolkingsgroei werden nieuwe kolonies gesticht. In 750 en
550 V. Chr. ontstonden in Zuid-Italië en Sicilië nieuwe koloniën. Vanwege de machtige rijken als:
Etrusken, Carthago en het Perzische rijk werd het stichten van nieuwe koloniën lastiger. Rond
500/470 V. Chr. kwamen Griekse poleis in Ionië in opstand tegen het Perzische Rijk. Het Perzische
Rijk wilde Griekenland straffen voor hun hulp hierbij. Uiteindelijk met behulp van de Grieken werd
het Perzische Rijk in dit gebied tot twee keer toe verslagen. Terwijl de Grieken onderling veel
conflicten hadden konden zijn in geval van nood dus goed samenwerken. De overwinning op de
Perzen zorgde voor een versterkt zelfbewustzijn onder de Grieken.
De stad Athene heeft door de twee oorlogen wel zwaar geleden. In 480 V. Chr. is de stad zelfs
ingenomen en geplunderd. De Perzen hebben toen de beelden van Tirannendoders meegenomen
(symbool van vrijheid). Direct na de overwinning hebben de Atheners stadsmuren en verwoeste
huizen opgebouwd, en daarna de agora. Uiteraard werd de stad ook gelijk weer vol gezet met
Tirannendoders.
Athene groeide uiteindelijk uit tot culturele hoofdstad van Griekenland. Deze cultuur, waaronder
bouwkunst en beeldende kunst bleef nog lang behouden. Onder meer de Romeinen namen deze
kunst over. Deze kunst noemen we daarom klassiek. De periode waarin deze kunst is gemaakt
noemen we klassieke oudheid. In Athene werd ook al nagedacht over wetenschap. Je had hier de
eerste wetenschappers: Pythagoras, Demokritos, Hippokrates. Daarnaast werd er ook nog
nagedacht over de samenleving. De Filosofen: Sokrates, Plato en Protagoras hielden zich hier mee
bezig. Volgens Plato kon een samenleving bestuurd worden door een filosoof, omdat een filosoof het
begrip rechtvaardigheid goed begreep.