Samenvatting Scheikunde H1 Chemisch
Rekenen
1.1: atoombouw en periodiek systeem
Het atoommodel beschrijft een atoom dat bestaat uit negatief geladen
elektronen die banen rond een kleine kern. In de kern zijn positief geladen
protonen en neutrale neutronen te vinden.
Het aantal protonen bepaalt de identiteit van het atoom en wordt het
atoomnummer genoemd. Het aantal protonen en elektronen is gelijk
waardoor een atoom elektrisch neutraal is. De neutronen van een atoom
bepalen de massa maar hebben geen invloed op andere chemische
eigenschappen van het atoom. Meeste atoomsoorten kunnen verschillende
aantallen neutronen bevatten. Isotopen hebben hetzelfde aantal protonen
maar verschillend aantal neutronen.
Aantal protonen = aantal elektronen = atoomnummer
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
Een atoom bestaat uit 3 schillen waar de elektronen zich over verdelen.
K-schil plek voor 2 elektronen
L-schil plek voor 8 elektronen
M-schil plek voor 18 elektronen
Voor massa van atomen gebruik je de atomaire massa-eenheid (u) 1 u =
1.66 ∙ 10-27 kg
Het gewogen gemiddelde van de atoommassa van een element (de relatieve
atoommassa genoemd) is afhankelijk van de verhouding die in de natuur
voorkomt. Met de relatieve atoommassa kun je de relatieve molecuulmassa
berekenen.
Het periodiek systeem bestaat uit perioden (boven naar beneden) en groepen
(links naar rechts). Het is verder opgedeeld in metalen en niet-metalen.
De verdeling van de elektronen over de schillen, wordt de
elektronenfiguratie genoemd.
Eigenschappen zoals reactiviteit worden bepaald door elektronen in de
buitenste schil, de valentie-elektronen genoemd. Elementen in groep 18
zijn edelgassen, deze elementen reageren niet/nauwelijks met andere stoffen
en zijn daardoor zeer stabiel. Edelgassen hebben altijd 8 elektronen in de M-
schil, dit wordt de edelgasconfiguratie genoemd. Veel atoomsoorten willen
ook 8 elektronen okteregel.
Elementen in groep 17 zijn halogenen reageren gemakkelijk met
metaal.
Elementen in groep 1 zijn alkalimetalen zijn het meest reactief
Elementen in groep 2 zijn aardalkalimetalen zijn het meest reactief
Rekenen
1.1: atoombouw en periodiek systeem
Het atoommodel beschrijft een atoom dat bestaat uit negatief geladen
elektronen die banen rond een kleine kern. In de kern zijn positief geladen
protonen en neutrale neutronen te vinden.
Het aantal protonen bepaalt de identiteit van het atoom en wordt het
atoomnummer genoemd. Het aantal protonen en elektronen is gelijk
waardoor een atoom elektrisch neutraal is. De neutronen van een atoom
bepalen de massa maar hebben geen invloed op andere chemische
eigenschappen van het atoom. Meeste atoomsoorten kunnen verschillende
aantallen neutronen bevatten. Isotopen hebben hetzelfde aantal protonen
maar verschillend aantal neutronen.
Aantal protonen = aantal elektronen = atoomnummer
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen
Een atoom bestaat uit 3 schillen waar de elektronen zich over verdelen.
K-schil plek voor 2 elektronen
L-schil plek voor 8 elektronen
M-schil plek voor 18 elektronen
Voor massa van atomen gebruik je de atomaire massa-eenheid (u) 1 u =
1.66 ∙ 10-27 kg
Het gewogen gemiddelde van de atoommassa van een element (de relatieve
atoommassa genoemd) is afhankelijk van de verhouding die in de natuur
voorkomt. Met de relatieve atoommassa kun je de relatieve molecuulmassa
berekenen.
Het periodiek systeem bestaat uit perioden (boven naar beneden) en groepen
(links naar rechts). Het is verder opgedeeld in metalen en niet-metalen.
De verdeling van de elektronen over de schillen, wordt de
elektronenfiguratie genoemd.
Eigenschappen zoals reactiviteit worden bepaald door elektronen in de
buitenste schil, de valentie-elektronen genoemd. Elementen in groep 18
zijn edelgassen, deze elementen reageren niet/nauwelijks met andere stoffen
en zijn daardoor zeer stabiel. Edelgassen hebben altijd 8 elektronen in de M-
schil, dit wordt de edelgasconfiguratie genoemd. Veel atoomsoorten willen
ook 8 elektronen okteregel.
Elementen in groep 17 zijn halogenen reageren gemakkelijk met
metaal.
Elementen in groep 1 zijn alkalimetalen zijn het meest reactief
Elementen in groep 2 zijn aardalkalimetalen zijn het meest reactief