Probleem 1 – Strafbaar feit
Leerdoel I: Wie kan wanneer als verdachte worden aangemerkt?
Artikel 27 Sv
1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens
aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit
voortvloeit.
a. Materieel criterium: op grond van inhoudelijke overwegingen moet worden
beoordeeld of een persoon als verdachte kan worden aangemerkt.
2. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.
a. Formeel criterium.
Onschuldpresumptie: iedere vermoedelijke dader wordt voor onschuldig gehouden totdat het
tegendeel bewezen is in een strafrechtelijke procedure.
Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden dat de persoon in kwestie een strafbaar feit heeft
gepleegd. Dit redelijke vermoeden moet volgen uit feiten en omstandigheden, maar er is geen
zekerheid nodig.
Op grond van welke feiten en omstandigheden is het redelijk om aan te nemen dat iemand
vermoedelijk een strafbaar feit heeft begaan?
Hollende-kleurlingarrest
Wederspannigheid – art. 180 Sr: iemand verzet zich met geweld tegen een ambtenaar werkzaam In de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Volgens art. 56 Sv moet voor een onderzoek aan de kleding sprake zijn van ‘ernstige bezwaren’.
- Ernstige bezwaren: een zwaardere graad van verdenking.
In deze casus was de man überhaupt geen verdachte in de zin van art. 27 Sv.
De man rende immers alleen uit de richting van een verdacht café.
Stormsteeg-arrest
Het verschil met Hollende-keurlingarrest, is dat de man hier schrok en wegrende van de agenten.
Onder deze omstandigheden was er sprake van ernstige bezwaren, op grond waarvan de verdachte
mocht worden gefouilleerd.
Leerdoel II: Hoe is een strafbepaling opgebouwd?
Een strafbepaling bestaat uit een delictsomschrijving, een kwalificatie-aanduiding en een
strafbedreiging.
- Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging de wetgever strafvaar heeft willen stellen.
- Kwalificatie-aanduiding: hoe het gedrag in juridisch opzicht moet worden benoemd.
o In veel artikelen ontbreekt de kwalificatie-omschrijving en wordt geacht dat deze in
de delictsomschrijving ligt.
- Strafbedreiging: welke soort straf mag worden opgelegd en wat het maximum is.
Leerdoel III: Wanneer is een feit een strafbaar feit?
Inhoud van een strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.
De vier cumulatieve componenten van het vierlagenmodel:
1. Menselijke gedraging (MG);
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO);
3. Wederrechtelijkheid (W);
4. Schuld (als verwijtbaar) (V).
Leerdoel I: Wie kan wanneer als verdachte worden aangemerkt?
Artikel 27 Sv
1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens
aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit
voortvloeit.
a. Materieel criterium: op grond van inhoudelijke overwegingen moet worden
beoordeeld of een persoon als verdachte kan worden aangemerkt.
2. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wie de vervolging is gericht.
a. Formeel criterium.
Onschuldpresumptie: iedere vermoedelijke dader wordt voor onschuldig gehouden totdat het
tegendeel bewezen is in een strafrechtelijke procedure.
Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden dat de persoon in kwestie een strafbaar feit heeft
gepleegd. Dit redelijke vermoeden moet volgen uit feiten en omstandigheden, maar er is geen
zekerheid nodig.
Op grond van welke feiten en omstandigheden is het redelijk om aan te nemen dat iemand
vermoedelijk een strafbaar feit heeft begaan?
Hollende-kleurlingarrest
Wederspannigheid – art. 180 Sr: iemand verzet zich met geweld tegen een ambtenaar werkzaam In de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Volgens art. 56 Sv moet voor een onderzoek aan de kleding sprake zijn van ‘ernstige bezwaren’.
- Ernstige bezwaren: een zwaardere graad van verdenking.
In deze casus was de man überhaupt geen verdachte in de zin van art. 27 Sv.
De man rende immers alleen uit de richting van een verdacht café.
Stormsteeg-arrest
Het verschil met Hollende-keurlingarrest, is dat de man hier schrok en wegrende van de agenten.
Onder deze omstandigheden was er sprake van ernstige bezwaren, op grond waarvan de verdachte
mocht worden gefouilleerd.
Leerdoel II: Hoe is een strafbepaling opgebouwd?
Een strafbepaling bestaat uit een delictsomschrijving, een kwalificatie-aanduiding en een
strafbedreiging.
- Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging de wetgever strafvaar heeft willen stellen.
- Kwalificatie-aanduiding: hoe het gedrag in juridisch opzicht moet worden benoemd.
o In veel artikelen ontbreekt de kwalificatie-omschrijving en wordt geacht dat deze in
de delictsomschrijving ligt.
- Strafbedreiging: welke soort straf mag worden opgelegd en wat het maximum is.
Leerdoel III: Wanneer is een feit een strafbaar feit?
Inhoud van een strafbaar feit: een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.
De vier cumulatieve componenten van het vierlagenmodel:
1. Menselijke gedraging (MG);
2. Wettelijke delictsomschrijving (DO);
3. Wederrechtelijkheid (W);
4. Schuld (als verwijtbaar) (V).